Highway of Tears

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn papieren kroniek kan bespreken. Deze week: de vijfdelige VPRO-documentaire Paradijs Canada.

Emy Koopman (interviews) en Hans Pool (regie, camera) reisden voor de VPRO door Canada. Beetje verrassend wel: overal lijkt het spannender dan in die keurige parlementaire democratie met Europese roots. Maar na de vijf delen verzuchtte ik: ‘Alles wat je nooit had durven vragen en achteraf liever niet had geweten over Canada.’ Dat is een compliment, want dat het er vaak koud, overwegend prachtig, redelijk welvarend en een oase van politiek fatsoen is vergeleken bij hun zuiderburen, dat is bekend. Had ik soms ‘mooiste treinreizen’ verwacht? Trouwens, als de VPRO een serie Paradijs Canada noemt, dan moet je eigenlijk weten hoe laat het is. Als iets duidelijk wordt, dan dat Canada lijdt aan zowel mondiale (en toen moest corona nog komen) als specifieke problemen voortvloeiend uit geografie en geschiedenis. Een ‘gewoon’ immigratieland in een globaliserende economie, kortom. Wat de problemen niet minder ernstig maakt.

Trouwens, Europese roots? Canada was minstens veertien millennia bewoond toen de eerste Angelsaksische en Franse kolonisten het in de zestiende eeuw ‘ontdekten’. First Nations heten tegenwoordig de honderden gemeenschappen van oorspronkelijke bewoners (voorheen ‘Indianen’ genoemd) en daar horen de Inuit in het uiterste noorden nog niet eens bij, lees ik elders. Die First Nations doen prompt in de eerste aflevering hun intrede, langs ongebruikelijke weg. Letterlijk: Highway 16, 725 kilometer lang, in Brits Colombia, waar in decennia een groot aantal jonge vrouwen verdwenen of vermoord gevonden is. Dat veel van die vrouwen tot de First Nations behoren en dat daar weer meerdere verklaringen voor zijn, mondt uit in een aflevering met dubbele thematiek: marginalisering van de oorspronkelijke bewoners en kwetsbaarheid van vrouwen.

We zijn in Smithers, waar de familie van Ramona Wilson de 25ste jaarlijkse Memorial Walk voor hun vermoorde dochter/zus voorbereidt. Nooit is de zaak opgelost en de vraag is maar zeer of hij grondig genoeg onderzocht is. Preventie bestaat uit billboards langs de weg met de tekst ‘Girls don’t hitchhike on the Highway of Tears’, met daaronder foto’s van slachtoffers. Maar liften, of langs de weg lopen, doen ze soms toch. Omdat het niet anders kan, omdat ze niet geloven dat het hen zal overkomen, of omdat ze dronken, aan de drugs of allebei zijn. En omdat de meeste lifters en lopers uiteraard niet verdwijnen. De stille tocht, waar tientallen mensen aan meedoen, en de plechtigheid voor Ramona zijn roerend. Het verdriet is nog altijd groot en de hoop is natuurlijk dat er een waarschuwing van uitgaat.

Twee dingen zijn tamelijk schokkend. De onwaarschijnlijke hoeveelheden drank die sommige meiden in Smithers tot zich nemen, ook voor camera. En de houding van de politiefunctionaris die met de onderzoeken naar vermissing en moord belast is en speciaal per vliegtuig is overgekomen voor de Memorial Walk. De nietszeggendheid van zijn toespraakje en het ostentatief ontwijken van alle relevante vragen over de problematiek maken duidelijk dat hij er louter is voor de bühne. First Nations is kennelijk een onderwerp waaraan hij, de politie in het algemeen en de politiek, de handen niet durven branden. Wat voor betrokkenen niet bepaald het gevoel oplevert dat zij en hun problemen serieus worden genomen. Als een wit meisje verdwijnt of wordt vermoord wordt alles uit de kast gehaald, ook in de publiciteit. Maar zelfs aangifte van vermissing doen lukt maar moeilijk.

Veel van de problemen van oorspronkelijke Canadezen komen voort uit een eeuw overheidsbeleid, tot in de jaren negentig durend, waarbij heel jonge kinderen uit hun gezinnen werden gehaald en in religieuze kostscholen werd geprobeerd ‘de Indiaan uit het kind te elimineren’. Archiefbeelden van vastberaden nonnen doen prompt denken aan de Ierse gruweldocumentaire Sex in a Cold Climate over de ‘gevallen’ meisjes die in handen van de Magdalene Sisters vielen. De geestelijke schade in beide gevallen was en blijft onvoorstelbaar. Trauma’s door de kinderroof, door verlies van identiteit. Extra humus voor alcohol, drugs en suïcide. Het ‘beschavingsoffensief’ zoals wij dat uit onze eigen geschiedenis kennen inzake ‘onmaatschappelijkheidsbestrijding’, maar dan in het kwadraat en op basis van etnische identiteit. De aflevering eindigt met een groep die ‘herinheemsing’ nastreeft: ‘we proberen de Indiaan weer terug in het kind, de volwassene te stoppen’, het gekoloniseerde individu te dekoloniseren. Met gebruik van symbolen uit de oude culturen. Je hoopt maar vreest.

Ook aflevering twee behandelt de positie van vrouwen, maar dan in bredere zin en met het accent op het mannelijk tegenoffensief als gevolg van emancipatie. Alleen al de moeite van het kijken waard omdat Koopman zowel Margaret Atwood als Jordan Peterson (bien étonnés) te spreken krijgt. Atwood die in The Handmaid’s Tale al in de jaren tachtig de ultieme dystopie van vrouwenonderwerping schetste, die dankzij de bekroonde tv-serie een gigantisch nieuw publiek bereikte. Peterson, psychologieprofessor, die de ‘uitwassen’ van het feminisme te lijf gaat en daarmee de held van miljoenen gefrustreerde mannen is geworden.

Zonder twijfel was hij dat ook voor de jongeman die in 2018 in Toronto een aanslag met een huurbusje pleegde waarbij tien doden en dertien zwaargewonden vielen, vooral vrouwen. ‘Onvrijwillig celibatair’, incel, was hij en van zijn soort bestaan hele gemeenschappen op internet die begrip voor de daad opbrengen. Peterson zal dat zeker niet de methode vinden, maar zijn zorg over het mannenlot is intens. Ik had uiteraard over hem gelezen en wat Forum voor Democratie-adepten voorbij zien komen die me deden veronderstellen dat hij zelf ook een wat ballerige, arrogante, grijnzende Baudet-achtige zou zijn. Of misschien de goeroe uit Magnolia (Tom Cruise: ‘tame the cunt’).

Maar niets daarvan: een bijkans wanhopige, met kopstem roepende in de woestijn, bijna tot tranen radeloos en woedend over alle domheid en kwaadaardigheid waarmee de sociaal-constructionisten wezenlijke verschillen tussen vrouw en man tot bijzaak reduceren en alle menselijk gedrag tot aanleerbaar en aangeleerd verklaren. Ja, het eeuwig debat over nature en nurture. Maar hier gebracht door een man die stelt dat de gedachte dat vrouwen in de geschiedenis onderdrukt zijn afkomstig is van vrouwen ‘die nooit een goede relatie met een man hebben gehad – niet met broer, vader, echtgenoot, zoon’. Horen jullie het ook eens van een echte professor. In de psychologie, dus die kan het weten.

Verder bezoeken we The Proud Boys, ‘Western Chauvinists’, het soort binken bij wier nadering je liefst even de straat oversteekt, maar die de vrouw heilig verklaren omdat wat zij doet – huishouden, opvoeden – veel zwaarder ís dan alle mannenwerk (waar Peterson juist bijna huilt om de minachting voor het zware werk dat mannen doen). Dat vrouwen zich tot die loodzware vrouwentaak moeten beperken is wel vanzelfsprekend. En nog andere mannen, lieve, in een praatgroep, die lichamelijke en psychische schade in hun huwelijk opliepen, machteloos zijn, de kinderen of de hond niet meer mogen zien, maar Peterson niet lijken te omarmen.

Deel drie is gewijd aan de oliewinning. In Alberta. Uit teerzanden. Lees even Greenpeace over het karakter daarvan en huiver. De aflevering is sterk in het illustreren van de problemen, hun omvang en van de ermee gemoeide belangen. Hier wordt onder veel meer duidelijk dat het aureool dat Justin Trudeau voor menig progressief wereldburger leek te omkransen zeker deels gezichtsbedrog moet zijn (geweest). Als het op de economie aankomt blijkt hij bepaald niet Trumps tegenpool. Hij belijdt regelmatig zijn klimaatzorgen maar onder de aanleg van een gigantische pijpleiding voor de zwaar gesubsidieerde, peperdure olie, die op zichzelf weer schadelijke milieueffecten heeft, onder meer voor First Nations, zette hij zijn handtekening, met als argument dat Canada het zich niet kan permitteren die grondstof ongebruikt te laten.

De invloed van de olie-industrie op macro- en microniveau is enorm. Zoals blijkt als Koopman en de haren een enorm eind noordwaarts moeten om daar een belangrijke winningslocatie te bezoeken. Alleen, er is geen weg. In een curieuze scène vraagt Koopman aan de helikopterpiloot, die vaak milieubewuste beroemdheden als Fonda en Di Caprio een rondvlucht over het gebied geeft om de vernietiging te aanschouwen (maar die ook gewoon leeft van vervoer van oliemannen), of het wel verantwoord is voor haar documentaire zoveel extra brandstof te gebruiken. De VPRO is immers al van Nederland naar Canada gevlogen (meer dan eens vermoed ik).

Tja, wat kan de man anders zeggen dan ‘dat is aan jullie’. En dan besluiten ze toch maar met het motorbootje van een oude man, zelf afkomstig uit een reservaat, over de Athabasca-rivier te gaan. Wat verhelderend blijkt, niet alleen omdat die rivier steeds meer vervuild raakt, maar ook omdat deze Roy Ladoucer onderweg kwaad wordt als het gesprek steeds weer over de kwalijke gevolgen van de industrie gaat. Dat weet hij beter dan de Nederlandse journalisten, maar die vliegen straks lekker terug naar huis en hij blijft, met de machtige olie op zijn nek en met andere boze bewoners, onder wie veel First Nation-mensen, die economisch deels of geheel afhankelijk van die olie zijn geworden. Wat helemaal schrijnend is als je hun verhalen over vergiftigde vis en eland hoort. Die ze blijven eten omdat het nu eenmaal eeuwenlang hun voedsel en cultuur is. En dan is er nog de bar vaak voorkomende kanker. Enfin, hier toont de televisie wat ze moet tonen als ‘wij willen weten’, maar bevraagt ze zichzelf ook enigszins.

Is reistelevisie nog verantwoord? Die milieuberoemdheden worden uiteraard door de bewoners gehaat en beschuldigd van schijnheiligheid – niet alleen vanwege de kerosine, maar vanwege hun hele levensstijl met gigantische huizen en jachten. Ecoloog Kevin Timoney maakt gehakt van de pretentie van de olie dat die het landschap na winning weer in de oude staat brengt, wat ze uiteraard pas gingen doen na kritiek, van plaatselijk tot mondiaal. Het ziet er op sommige plaatsen inderdaad weer lekker groen uit, maar van de soortenrijkdom is niets over.

Over afleveringen vier en vijf valt veel te zeggen, maar er is een kwantitatieve grens. Vier gaat over Vancouver, een paradijs dat in hoog tempo onleefbaar, want onbetaalbaar wordt voor de modale bewoners. Gentrificatie in noodtempo waar de ruggengraat van de samenleving, beoefenaars van cruciale beroepen, moet wijken voor miljonairs en miljardairs, vaak nieuwkomers, vaak Aziaten, vaak Chinezen. We bezoeken ook een Nederlander die ‘goed geboerd’ heeft. Nooit zoveel daklozen in een centrum gezien als in Vancouver.

Aflevering vijf stelt de toenemende xenofobie aan de kaak, met als startpunt de aanslag op de moskee van Quebec. We volgen overlevenden tot aan het proces tegen de jonge dader, die zes mannen doodschoot. Trump sloot de grenzen voor alle moslims. Trudeau tweette een dag later dat iedereen in Canada welkom was. Student Alexandre Bissonet moordde een dag daar weer na. Een van de verklaringen voor de vreemdelingenangst en -haat juist in Quebec is dat de Franstaligen hun identiteit eeuwen hebben moeten verdedigen tegen de dominante Engelstaligen. Gelukkig is er ook aandacht voor een ondernemer die juist nieuwkomers, vluchtelingen vooral, in dienst neemt en ondersteunt. En horen we verstandige Canadese vrouwen zeggen dat hun land helemaal niet zonder nieuwe immigranten kan. Enfin, na Paradijs Canada zijn we sadder en een stuk wiser (plus sage).


Emy Koopman, Hans Pool, Paradijs Canada, VPRO, vijf delen, vanaf zondag 30 augustus, NPO 2, 20.35 uur