Kunst: Syrian Heritage Archive Project

‘Hij die geen oud kent, heeft geen nieuw’

Syrië ligt in puin. Het Syrian Heritage Archive Project legt minutieus het verleden vast, want de gebouwen die nu een hoop stenen zijn vormen het fundament van de samenleving. Elke foto is een uitdaging. ‘Waar is deze plek? Wat is dit voor gebouw?’

Bayt Wakil, het huis van de familie Wakil, staat al minstens vier eeuwen aan de Sissisteeg in Aleppo, in het christelijke gedeelte van de stad. Een Armeense koopman, Isa bin Butrus, oftewel Jezus zoon van Petrus, gaf in het jaar 1600 opdracht tot de decoratie van de ontvangstkamer van het huis, een ruimte die moest getuigen van zijn goede smaak, maar ook al zijn bezoek moest kunnen bekoren. Het resultaat was een serie fijngesneden en beschilderde panelen die de wanden van de kamer bedekten als een kleurrijke lambrisering.

De decoratie van de panelen is te lezen als een staalkaart van het leven rond 1600 in Aleppo: florale en geometrische ornamenten uit islamitische boeken staan naast bijbelse taferelen, zoals het Laatste Avondmaal en een dansende Salomé, maar er is ook een scène van een jachtpartij met een prins en een valk. Echte dieren verschijnen naast fantasiebeesten. Psalmen, spreekwoorden uit het Arabisch en leuzen uit het Perzisch zijn vertegenwoordigd: Bayt Wakil was gereed om iedere gast die maar kon aankloppen, ongeacht afkomst en religie, te verwelkomen.

De ontvangstruimte van het huis in Aleppo staat vandaag echter niet in Aleppo, maar in het Museum für Islamische Kunst, gevestigd op de eerste verdieping van het Pergamonmuseum in Berlijn. Friedrich Sarre, kunsthistoricus en verzamelaar, kocht het interieur in 1912 aan van de familie Wakil en bracht het, verpakt in veertien kratten, naar Duitsland. Das Aleppo-Zimmer ontvangt sinds die tijd uitsluitend museumbezoekers, die tot halverwege de kamer kunnen komen voordat ze stuiten op een glazen wand. Dat op die plek oorspronkelijk een waterbron stond, die achterbleef in Aleppo, en dat de kamer ooit werd overspannen door een koepel, in plaats van door een grijs museumplafond, is de context die verloren ging. Maar wat bewaard bleef, 35 meter bewerkte lambrisering, ruim 2,5 meter hoog, is duizelingwekkend mooi, een ruimte die zich rondom de bezoeker uitstrekt als een symmetrische eenheid, als een vroege voorloper van een spiegelkamer van Yayoi Kusama.

De koepel boven het huis in Aleppo bleef eeuwenlang overeind, tot satellietbeelden in 2015 een gat lieten zien. Twee jaar later stortte de koepel in. In de jaren voor de oorlog had Bayt Wakil gefungeerd als restaurant en hotel, van die tijd resteren nu slechts de recensies op internet. Het is een tragedie die zich afspeelt boven het hoofd van de bezoeker die in Berlijn in de kamer staat, maar dan op een andere plek op de wereld.

Verderop in het museum, in de tentoonstelling The Cultural Landscape of Syria: Preservation and Archiving in Times of War, zijn foto’s te zien van het huis. Een foto uit de vorige eeuw, toen de Grieks-orthodoxe kerk het in gebruik had als weeshuis, met spelende kinderen op de binnenplaats. Een foto uit 2018 van een ravage met de koepel daarboven als een kapotgetikt ei. De tentoonstelling is samengesteld door het Syrian Heritage Archive Project, een Syrisch-Duits team van voornamelijk archeologen dat zich in Berlijn tot taak heeft gesteld het erfgoed van Syrië te documenteren en te digitaliseren. Inmiddels bezit het de grootste verzameling Syrisch erfgoed buiten het land. Behouden voor het collectieve geheugen, in het Engels, Duits en Arabisch, toegankelijk voor iedereen.

‘Geht’s noch, Brüssel? Heimat bewahren!’ De campagnes voor de Europese verkiezingen zijn in Duitsland losgebarsten en in Berlijn voeren posters van de AfD, bevestigd aan lantaarnpalen in de berm van een doorgaande weg, van het vliegveld helemaal naar de stad. De straten zijn daar behangen met leuzen van de Piratenpartei, de Grünen, de cdu. Recht voor de deur van een groot kantoorpand aan de Markgrafenstrasse, om de hoek van Checkpoint Charlie, een billboard van de spd: ‘Kommt zusammen und macht Europa stark!’

Op de eerste verdieping van het gebouw is het kantoor gevestigd van het Syrian Heritage Archive Project. Binnen is het donker en leeg, op een enkele kamerplant na: binnenkort zal het hele pand gesloopt worden en de andere huurders zijn al vertrokken. De drie leden die het Aleppo-team bestieren, een speciale tak van het project, nemen plaats aan een tafel in een lege vergaderkamer, stoelen worden gezocht.

Issam Ballouz, half Syrisch, half Duits, vertelt over het ontstaan van het project, terwijl zijn handen spelen met een achtergebleven waterpomptang. Het was een reactie op de destructie, ontstaan in 2013, en praktisch gezien het resultaat van een pot geld die het ministerie van Buitenlandse Zaken over had aan het eind van het jaar.

Jaar in jaar uit, steeds in afwachting van nieuwe subsidie, is de groep sindsdien aan het werk. Archiveren en digitaliseren, tegen de klippen op, van archeologisch, kunsthistorisch en geografisch, veelal analoog materiaal dat al in Duitsland aanwezig was, in de archieven van het museum en van het archeologisch instituut. Maar ook van nieuwe collecties die in de loop van de tijd beschikbaar kwamen, foto’s, dagboeken en plattegronden van rondreizende fotografen, archeologen en particulieren. Syrië kent zelf geen nationaal archief, ook niet voor de oorlog, maar wel zijn er de nieuwe beelden uit het land, elke dag weer. De oudste reproductie in het archief dateert van 1863, de jongste foto werd nog deze week genomen.

‘Elke dag is er wel een foto die ons voor een uitdaging plaatst: waar is deze plek?’

Gebouwen in hun glorietijd, gebouwen in puin: de eerste uitdaging was om elk item toe te schrijven aan een plek op de kaart en op te nemen in de online gazateer, waar inmiddels 2400 locaties in Syrië in zijn opgenomen. De coördinaten werden bepaald en de naam van de plek vastgelegd, op alle mogelijke schrijfwijzen, en als het een stad betrof ook gegevens uit het kadaster. De volgende stap was een beschrijving van het object en een schets van de geschiedenis, en dan het toevoegen van al het materiaal, tot in detail: het Aleppo-team zou het liefst de afzonderlijke vertrekken in een gebouw nummers geven en ook de muren en de hoeken, zodat elk aangezicht, elk perspectief, gedocumenteerd wordt. Maar daar zijn de middelen nu niet voor.

Er kwam behoefte aan specialisatie, zoals een speciale database voor damage assessment waarin de staat van gebouwen wordt omschreven. Ook is er een lijst met ernstig bedreigd erfgoed. Ballouz: ‘We publiceren alles online, ook onze rapporten, in het Arabisch en het Engels, zodat het voor iedereen beschikbaar is.’ Op de eerste plaats voor Syriërs, hier en daar, eigenaren van het erfgoed en de voornaamste doelgroep van het project. Daarnaast bleek ook behoefte aan een opleiding voor Syrische en Iraakse migranten tot museumgids, project Multaka, om bezoekers langs eigen erfgoed te kunnen leiden. Zelfs het Museum für Islamische Kunst beschikte niet over een Arabisch gesproken audiotour.

Omdat veruit het meeste materiaal afkomstig was uit Aleppo, de oudste, voortdurend bewoonde stad ter wereld, lag een speciaal Aleppo-team voor de hand. Ik vraag Alaa Haddad en Rami Alafandi, beiden Aleppijn en daar getraind als archeoloog, of het geen zwaar werk is, om je stad in fragmenten voorbij te zien komen, in beelden van gebouwen waarvan je het lot niet kent, in foto’s van vernielingen waar je nog niet van wist. Wonend in een stad waar vrede heerst, maar waar men zich toch druk maakt over ‘Heimat’.

Ze gaan slechts in op de praktische belemmeringen. Alafandi: ‘Elke dag is er wel een foto die ons voor een uitdaging plaatst: waar is deze plek? Wat is dit voor gebouw? Ik ken het, ik heb het gezien, ik ben er wel duizend keer langsgelopen, maar waar is het precies?’ Ze werken met gedetailleerde kaarten, satellietbeelden en Google Maps en Alafandi richt zich op nog kleinere details, op elementen van kunst en architectuur die specifiek zijn voor Aleppo. Wat Aleppo eigen maakt of eens eigen maakte, legt hij alsnog vast.

Voor de oorlog, betoogt Marwa al-Sabouni, architecte in Homs, in haar boek The Battle for Home: The Memoir of a Syrian Architect (2016), werd het leven in Syrië gekenmerkt door tolerantie en een variëteit in religies, gebruiken en eetculturen, historisch ingegeven door de ligging langs de Zijderoute. Die vrijheid van samenleven, de vanzelfsprekendheid van het tegelijkertijd horen luiden van de kerkklokken en de roep aan moslims om het gebed, is volgens haar met de bombardementen verdwenen. ‘De gebouwen, straten en bomen waren niet slechts de bouwstenen van de stedelijke omgeving; ze waren de ziel van de gemeenschap, ze leverden de gezichten die we tegenkwamen, de winkels waar we kochten, en de vorm, het geluid en het gevoel van elke stap die we zetten.’

Al-Sabouni, laureaat van de Prins Claus Prijs 2018, plaatst het verloren erfgoed van Syrië in het hart van de crisis. Haar boek is een felle aanval op de omgang van de overheid met erfgoed, al voor de oorlog. Ook is het een betoog voor de wederopbouw van het land, met ongezouten kritiek op de hang naar het Westen, die volgens haar in de Arabische wereld voor een identiteitscrisis heeft gezorgd. Ze doelt op de sterarchitecten in de Golf, die bouwen op basis van stereotypen, maar ook op het monsterlijke voorkomen van nationale architectuur, gestoeld op het idee van traditie. Op de koepels die geen deel uitmaken van de architectonische structuur, zoals vroeger, maar als ‘hoedjes’ verschijnen op gebouwen.

Architectuur is in haar lezing niet alleen slachtoffer, maar medeveroorzaker van de oorlog. Het corrupte, opportunistische of non-existente beleid van de overheid dreef mensen al uit elkaar: ‘de sociale disfunctie die uiteindelijk ontplofte tot burgeroorlog, was opgevoerd, bestendigd en in stand gehouden door de gebouwde omgeving’. Ze wijst op het verrijzen van betonnen flats, op het onpersoonlijke van het moderne (‘Moderne architectuur geeft er de voorkeur aan een plek te domineren, in plaats van te respecteren’). De noodzaak van een nieuwe inrichting van het land is in dat opzicht ook een kans.

Als voorbeeld van de verwevenheid van architectuur en maatschappij noemt Al-Sabouni de beroemde soek van Aleppo, sinds eeuwen het centrum van handel in de regio. ‘Maar belangrijker nog, wat deze markt eens te bieden had, een essentieel deel van haar schoonheid en karakter, was het morele aspect van handel.’ Shopeigenaren behandelden elkaar als buren en ook de klanten kenden hun rol. ’s Ochtends zaten de eigenaren op een krukje voor de deur van hun zaak en één voor één verplaatsten ze zich naar binnen, zodra ze iets hadden verkocht. Klanten kochten dan eerst bij de winkelier die nog buiten zat.

‘De gebouwen, straten en bomen waren de ziel van de gemeenschap’

Het Aleppo-team in Berlijn kreeg zojuist een collectie van duizend foto’s binnen van de soek, die naar schatting voor een derde deel is ingestort. De markt bestond uit een tiental verschillende afdelingen, een voor textiel, een voor parfum, een voor vlees, enzovoort. Elk deel had een eigen naam: het wordt een helse klus om de beelden correct te schikken.

Ook Ballouz spreekt over de erbarmelijke status van erfgoed, los van oorlog: ‘Niet alleen oorlogen vernietigen, ook na de oorlog zullen gebouwen in verval raken, of gesloopt worden, of ineenzakken door verwaarlozing of door gebrek aan financiële middelen. En ook voor de oorlog waren er de directe gevolgen van menselijke onverschilligheid en stadsontwikkeling. Zo veel belangrijke objecten zijn voorgoed verloren gegaan door toedoen van architecten en stedenbouwkundigen.’

Het Syrian Heritage Archive Project behelst echter niet alleen stenen, en niet alleen vernieling: aan de muren langs de trap naar het Museum für Islamische Kunst hangen prachtige landschapsfoto’s, van de bergketen bij Palmyra, het dal van de Eufraat, de vlakte bij Zabadani, het vulkanische plateau in het zuiden, de Mediterrane kust, die ook gedocumenteerd en gedigitaliseerd werden. Er zijn foto’s van de soek van Aleppo in volle bedrijvigheid en van lokale tradities en ambachten elders in het land.

Maar het zwaartepunt ligt bij de gebouwen, kwetsbaar en vol betekenis. Een bezoek aan de kleine tentoonstelling, een voorportaal van wat online te raadplegen is, levert een vreemde ervaring: kijken naar foto’s van gebouwen die in puin liggen in een museum dat uit zijn voegen barst van de brokstukken, die we daar juist komen bewonderen. Als stenen maar lang genoeg stil liggen worden ze weer heel, lijkt het wel, objecten die niet langer verwijzen naar iets groters wat er niet meer is, maar waarde krijgen als troeven uit het verleden.

In Syrië liggen de stenen momenteel slechts in bergen op de grond, met stofwolken daaroverheen en vaak nog slachtoffers daaronder, ruïnes die op geen enkele manier te koesteren zijn, maar wel dreigen te worden vergeten voor dat wat ze tot een paar jaar geleden waren: fundament van een stad in leven. Notes from Aleppo, een multimediaal project van fotograaf Issa Touma, laat zien hoe de stad niet spookachtig grijs was, maar kleurrijk. Touma reist terug naar zijn stad en wij volgen hem bij zijn aankomst, zien de buren die hij tegenkomt op straat, die net als hij terugkeren, en lopen dan mee de trap op naar zijn eigen appartement. Het huis lag voor het conflict op een strategische plek in de wijk en blijkt gebruikt te zijn door militairen. Het is een ravage. Touma laat foto’s zien van hoe het eruitzag voor hij vertrok: kamers met verf op de muren, terracotta, groen en blauw, een tapijt op de grond, een designlamp in de ene hoek, een plant in de andere, een televisie op een lage tafel die wel eens van Ikea zou kunnen komen en een schilderij aan de muur. De kleuren zijn volledig verdwenen, uit de stenen en uit de mensen die ervandaan moesten vluchten.

Een nieuw project binnen het Syrian Heritage Archive is de Interactive Heritage Map, waarin de gebouwen gekoppeld worden aan de betekenis die ze hadden voor de mensen. Het wordt de menselijke laag op de archeologische en architectonische bevindingen, de kernwaarde van erfgoed volgens Al-Sabouni: ‘In Syrië hebben mensen niet alleen een deel van hun identiteit verloren; ze hebben het grootste deel van hun gebouwde geschiedenis verloren en hun volledige heden. Ze leven in gefragmenteerde ruïnes, met slechts een vage herinnering van hun identiteit als burgers van een gedeeld gebied en huis. Identiteit in al zijn vormen is afhankelijk van continuïteit en herinnering, en architectuur is het grootste openbaar herkenbare register daarvan.’ Ze citeert een Syrisch gezegde: ‘Hij die geen oud kent, heeft geen nieuw.’

De verantwoordelijkheid voor de opbouw legt zij bij de burgers, want zonder hun inmenging zal het land op den duur dichtgroeien als een ‘litteken’. Hun levens zouden leidend moeten zijn voor de oprichting van de gebouwen, waarbij men niet de behoefte moet voelen om religie uit te dragen als identiteit om zich daarmee te onderscheiden van anderen. Ze hoopt op steden met ‘echte’ straten. Ook Touma zegt dat herbouwen op de burgers aankomt. Hij stelt dat er door de politieke situatie geen fondsen beschikbaar zullen komen uit het buitenland, en dat de overheid na zeven jaar oorlog geen cent meer heeft. Notes from Aleppo getuigt van de terugkeer van de burgers, en daarmee een dagelijks leven.

Ik vraag Ballouz naar het uiteindelijke doel van het Syrian Heritage Archive Project, met al zijn vertakkingen. Dat is een persoonlijke vraag, zegt hij: ‘Op de eerste plaats: laten zien hoe rijk dit culturele erfgoed is. En daarnaast laten zien hoe wij Syriërs uit verschillende delen van Syrië komen, van verschillende komaf en met uiteenlopende ideologieën, maar in dit erfgoed verenigd zijn. Ongeacht onze religie en politieke opvattingen, alles wat we zijn komt hieruit voort en ook als we verschillende richtingen op gaan, zullen we altijd deze basis hebben.’

En dus stellen ze het erfgoed beschikbaar, voor wie er maar iets mee kan of wil, nu of in de toekomst.


The Cultural Landscape of Syria: Preservation and Archiving in Times of War is t/m 26 mei te bezoeken in het Museum für Islamische Kunst in Berlijn, smb.museum. Syrian Heritage Archive Project: project.syrian-heritage.org en arachne.dainst.org/project/syrher. Notes from Aleppo is te volgen via notesfromaleppo.today