De zaak-Buni Yani

‘Hij ging met niemand om’

Voor Buni Yani, spil in de aanloop naar een nieuwe Indonesische dictatuur, was studeren in Nederland een droom. Die droom, veroorzaakt door de koloniale onderwijsachterstand, lokt steeds meer studenten met fikse staatsbeurzen naar Nederland.

Medium 7d91965a26e8405e8543c72c3e6c69e5 0
9 mei, moslimdemonstranten tegen Basuki ‘Ahok’ Tjahaja Purnama voor de rechtbank, waar hij veroordeeld wordt tot twee jaar cel © Achmad Ibrahim / AP / HH

Buni Yani (48), afkomstig van het eiland Lombok, had een hang naar hoger onderwijs. Na zijn afstuderen in de Engelse literatuur werkte hij als journalist in Jakarta, voordat hij met steun van zijn mentor, de tv-socioloog Prasodjo, een beurs bemachtigde voor een master Southeast Asian Studies aan Ohio University in de VS. Daar studeerde hij af op verschillen in verslaggeving van twee kranten over het bloedige conflict in 1999 op de Molukken, tussen christenen en moslims. De onrust was in 2000 overgewaaid naar Buni’s eigen eiland, waar islamitische militia de christelijke, etnisch-Chinese minderheid met hakmessen achterna zaten.

Buni Yani had zijn scriptie opgedragen aan zijn ouders, onder vermelding van hun levensles aan de jonge Indonesiër: Only when (sic) we want, the world can be changed.

Zijn academische ambitie reikte verder. Terug in Jakarta bleef hij daarom publiceren, bijvoorbeeld over massamedia en de Singaporese staatsmacht. Buni Yani ging voor de hoofdprijs: een PhD-traject aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij slaagde erin in 2010 een opleidingsplek te krijgen bij het Instituut voor Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie. Daar ging hij onderzoek doen naar de Filippijnse popcultuur, onderdeel van een groot onderzoeksprogramma. Hij nam zijn gezin mee naar Leiden.

Indonesische PhD-kandidaten keerden vaak voor langere perioden terug naar hun geboorteland, om onderzoek te doen of te doceren – zodoende kon het soms zes, zeven jaar duren voordat ze aan de verdediging van hun proefschrift toekwamen. Ook Buni Yani leek die weg te volgen. Najaar 2014 accepteerde hij een parttime baan als lector aan de London School of Public Relations in Jakarta, een van de Indonesische instituten die munt slaan uit de vraag naar prestigieus en ‘buitenlands’ onderwijs.

Op 23 november 2016 werd Buni Yani gearresteerd op verdenking van het aanwakkeren van religieuze haat tussen bevolkingsgroepen. Jakarta was die maand het toneel geweest van een ongekende, onrustig eindigende massademonstratie: honderdduizenden in het wit geklede moslims waren de straat op gegaan en hadden, luid scanderend, niet alleen de afzetting en berechting geëist van de anticorrupte, christelijke en etnisch-Chinese gouverneur van de hoofdstad, Basuki ‘Ahok’ Tjahaja Purnama, maar ook zijn hoofd. De machine achter dit vertoon was het Front van Verdedigers van de islam, de fpi, een extremistische paramilitaire massaorganisatie, heimelijk geholpen door hooggeplaatste (ex-)militairen. De fpi staat sinds 1998 bekend als een bundeling van islamistische knokploegen.

Buni Yani had een video-opname van een verkiezingstoespraak van Ahok gemanipuleerd – hij had één woordje weggelaten, waardoor diens uitlatingen een gevaarlijke, blasfemische strekking hadden gekregen. Het dertig seconden durende resultaat had hij op Facebook geplaatst; binnen een paar uur was het viraal gegaan. Only when we want, the world can be changed.

Wat bezielde Buni Yani?

De band tussen academisch Leiden en de Indonesische archipel is oud. In 1851 werd het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch Indië opgericht (kitlv). De beroemde geleerde Snouck Hurgronje was de grondlegger van toegepaste islamologie: wetenschap in dienst van koloniale expansie. Zijn onderzoeksexpedities in Atjeh werden betaald door de regering.

De stad verwelkomde telgen uit Javaanse aristocratische families, die met een staatsbeurs kwamen studeren om daarna in het koloniale bestuursapparaat te worden geabsorbeerd. In 1908 werd in Leiden de eerste vereniging van studerende Indonesiërs opgericht, een club die zich stapsgewijs anti-Nederlands ging opstellen. In 1925 sloeg men openlijk de revolutionaire weg in: de vrijheid van het gekoloniseerde vaderland ging boven alles. ‘Samenwerking met den Blanda’ moest uit de weg worden gegaan. De pers hield de Leidse universiteit verantwoordelijk voor ‘radicalisering’ van de Indonesiërs. Om de ‘ontwaking van het Oosten’ tegen te gaan werd gesuggereerd de studiebeurzen in te trekken – tevergeefs. Krap een eeuw later lijkt de verhouding nog altijd familiair.

Eind juni, op weg naar de Senaatskamer aan het Rapenburg voor de promotieplechtigheid van de islamoloog Sujadi (naar Javaanse gewoonte gebruikt hij één naam), praat ik met Amir Ansharullah (26), een uit Padang afkomstige masterstudent politicologie, over Buni Yani. ‘Hij was een lone wolf. Hij ging met niemand om, was niet bezig met netwerken. Hij was niet eens lid van de ppi.’ Amir is ex-bestuurslid van de Leidse afdeling van de ppi (Perhimpunan Pelajar Indonesia), een in 1922 in Leiden opgerichte, over de hele wereld vertakte organisatie voor Indonesische studenten. Het is een home away from home-club voor bijna alle Indonesische studenten (hier circa vijftienhonderd).

Sujadi (46) rondt na bijna tien jaar zijn onderzoek af naar weer een andere, meer obscure, Indonesisch-islamitische studentenvereniging in Nederland, de ppme (Persatuan Pemuda Muslim se-Eropa). Zijn proefschrift is geïllustreerd met foto’s van lachende salafistische schriftgeleerden, op bezoek bij de afgesplitste Amsterdamse afdeling. Ik lees dat de landelijke ppme sinds 2009 samenwerkt met een salafistisch georiënteerde kostschool op Java. In een stelling beweert Sujadi dat het Indonesische salafisme in Nederland nauwelijks wordt opgemerkt.

Sujadi’s promotietraject is betaald door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, in het kader van het programma Training Indonesia’s Young Leaders. Dat was een langlopend samenwerkingsprogramma tussen de Leidse universiteit en het Indonesische ministerie van Religieuze Zaken, ter ‘verbetering van Indonesisch leiderschap via hogere islamitische onderwijsinstituten’ – kennelijk in de geest van Snouck Hurgronje.

Dat ‘de Blanda’ de vorming van Indonesisch islamitisch kader jarenlang heeft medegefinancierd kan, behalve als een daad van prudent buitenlands beleid, ook beschouwd worden als een miniem begin van herstelbetalingen. Want op onderwijsgebied heeft Nederland zich méér dan bekrompen getoond in Nederlands-Indië. Rond 1935 was een schamele zeven procent van de bevolking het lezen en schrijven machtig; er waren 180 Hollands-Indische scholen voor zestig miljoen Indonesiërs. In contrast met de Franse Mission Civilisatrice heeft Batavia nooit geld overgehad voor westers onderwijs, afgezien van beurzen voor aristocratenkinderen. Volgens Kees Groeneboer, in zijn dissertatie Weg tot het Westen, lag dat aan krenterigheid én aan angst voor de onvermijdelijk geachte vatbaarheid voor nationalistische propaganda. Op een ‘half-intellectueel wittenboordenproletariaat’ zat men niet te wachten. Op de groeiende inheemse vraag naar Nederlandstalige scholing, nodig voor sociaal-economische vooruitgang, werd nauwelijks ingegaan. Dat had in 1950 gevolgen voor het onderwijsbeleid van de jonge Indonesische staat: er bestond amper een infrastructuur.

Sindsdien schijnt de kolonialistische achterstelling moeilijk te kunnen worden ingehaald. Indonesië scoort onveranderlijk laag in internationale rankings van onderwijsresultaten. Een in 2015 verricht oecd-onderzoek in 72 landen liet bijvoorbeeld zien dat leesvaardigheid- en wiskundeprestaties van Indonesische studenten een 62ste plaats behaalden.

‘Studeren in het buitenland geeft je nu een heldenstatus. Omdat Indonesische jongeren geen helden meer hebben’

Omdat onderwijs op niveau tot voor kort alleen was weggelegd voor bevoorrechte klassen heeft het de geur en smaak gekregen van statussymbool. Een buitenlands diploma betekent in de eerste plaats gengsi: prestige. Ook Sujadi gaat als een ander mens terug naar Indonesië – zoals minister van Financiën Sri Mulyani het uitdrukt: ‘You are a different class of citizen.’

Daarin speelt ook de ppi een belangrijke rol: de studentenvereniging biedt toegang tot een internationaal vertakt academisch en professioneel netwerk. Maar, vertelt Amir, in Leiden speelt naast discussies en gezelligheid nu ook waakzaamheid mee tijdens ppi-bijeenkomsten. Twee jaar geleden werd een gooi gedaan naar het Leidse ppi-voorzitterschap door de voorzitter van de Nederlandse afdeling van de pks, de ultraconservatieve islamistische Partij voor Rechtvaardigheid en Welvaart.

Deze groepering – Indonesië’s grootste islamitische partij – zet president Joko ‘Jokowi’ Widodo onder druk om homo’s te vervolgen, een totaalverbod op alcohol te verkondigen, vrouwenrechten te schrappen en andere extreem-conservatieve maatregelen te forceren; invoering van de sharia, zo wordt gevreesd, staat op de geheime agenda. De partij deed in 1999 voor het eerst aan verkiezingen mee; na een positie als vierde partij verloor de pks in 2014 zetels door porno- en corruptieschandalen. De pks onderhoudt sindsdien echter warme banden met presidentskandidaat en voormalig generaal Prabowo Subianto, ex-schoonzoon van de dictatoriale (tweede) president Soeharto. Prabowo is berucht vanwege zijn mensenrechtenschendingen, corrupte vriendenkring en zijn aanhoudende flirt met het fascisme.

Prabowo met zijn ultranationalistische partij Gerindra en de islamistische pks zijn een verbond aangegaan om de herverkiezing van zowel Jokowi (zomer 2019) als geestverwant Ahok (voorjaar 2017) tegen elke prijs te verhinderen. Een presidentschap van Prabowo zou betekenen dat een ‘Indonesische Poetin’ aan de macht zou komen, ‘of erger’, zo verklaarde een voormalige minister van Defensie (begrijpelijkerwijs anoniem). Prabowo’s fascistisch getinte populisme sluit naadloos aan bij het islamistische populisme van de pks.

‘Over de hele wereld probeert de pks de ppi’s over te nemen’, zegt Amir. ‘Dat lukte op universiteiten in Melbourne, Japan, Engeland. De druk op ons hier in Leiden wordt groter, daarom hebben we pas een meeting gewijd aan het tegengaan van infiltratie. De pks heeft in Leiden een eigen netwerk, vermoeden we. We weten dat de ppi in bijvoorbeeld Wageningen veel meer open staat voor de pks. Vooral technologische en agrarische studierichtingen worden de laatste jaren overheerst door pks-georiënteerde studenten. Hier in Leiden ligt de nadruk op humanities.’ Volgens Amir is de pks-indoctrinatie binnen de Indonesische studentenwereld al lang aan de gang, vanaf de val van Soeharto in 1998 – de kracht van de partij zou liggen in het jaren vooruit denken.

Of Buni Yani door de pks is ingepalmd betwijfelt Amir: ‘Misschien gebruikte hij zijn positie als PhD om invloed te krijgen in Indonesië. Studeren in het buitenland geeft je daar nu een soort heldenstatus, je draagt bij aan nation building. Omdat Indonesische jongeren geen helden meer hebben, geen rolmodellen.’

Het nieuwe nationalisme dat na de val van Soeharto de kop is gaan opsteken heeft, volgens de Australische politicoloog Edward Aspinall in Asia & the Pacific Policy Studies, te maken met een aangewakkerd minderwaardigheidscomplex. Het democratiseringsproces gaat met horten en stoten en ondanks een inhaalslag op economisch gebied is de ontwikkeling achtergebleven, vergeleken bij een buurstaat als Maleisië. Dat land is tevens een van de exportbestemmingen voor goedkope Indonesische arbeidskracht – vandaar de gewaarwording bij veel Indonesiërs dat hun land een ‘slavennatie’ wordt. Bijna de helft van de bevolking moet leven van nog geen twee euro per dag en de economische ongelijkheid groeit gestaag. Ook van de haperende corruptiebestrijding, tekortschietende rechtszekerheid en vooral het buitengewoon lage onderwijspeil zijn Indonesiërs zich pijnlijk bewust: Maleisië telt relatief bijna vier keer zo veel doctorstitels. Politici als Prabowo maar ook Jokowi spelen daarop in met fel nationalistisch klinkende retoriek.

Een fenomeen als ‘onderwijshelden’ hoort daarbij: in die context is bijvoorbeeld de speelfilm Rudy Habibie (2016) te plaatsen. Deze productie biedt een geromantiseerde kijk op de jeugd van (derde) president ir. Habibie, die werd beheerst door zijn ‘patriottische droom’ van een ingenieursopleiding in Duitsland, met als doel het ontwikkelen van een nationale aerospace-industrie.

Amir is onder de indruk van het kassucces van de film: ‘Het knappe was dat álle studenten zich in het verhaal konden herkennen, want er was geen overduidelijke politieke boodschap. Anies, de Gerindra-gouverneur van Jakarta, is nu het nieuwe rolmodel. Hij is een nationale held, want hij heeft aan twéé Amerikaanse universiteiten gestudeerd en was minister van Onderwijs.’

Sommige ‘onderwijshelden’ lijken te bezwijken onder hun vaderlandslievendheid. Begin oktober werd in Jakarta bekendgemaakt dat een Delftse PhD computerwetenschappen, Dwi H. – bijgenaamd ‘de tweede Habibie’ – zich in Indonesië jarenlang ten onrechte uitgaf voor een in Tokio opgeleide rakettechnoloog en assistent professor aerospace in Delft. Hij zou in Duitsland een prijs hebben gewonnen voor zijn Lethal Weapon in the Sky-research. Ook zou hij een voertuig voor het lanceren van satellieten ontwikkeld hebben en de Nederlandse nationaliteit aangeboden hebben gekregen. Dwi H., die volgens medestudenten als PhD goed presteerde, ontving in 2009 een prijs van de Indonesische ambassadeur omdat hij, naar werd aangenomen, winnaar was in de internationale onderzoekscompetitie Space Craft and Technology (de prijs werd in september ingetrokken). De kwestie laaide hoog op in de Indonesische media. Het gezaghebbende Tempo.co vroeg zich af of het ‘bedrog van Dwi H. niet aantoont dat Indonesië verblind is geraakt door het succesverhaal van de studenten in het buitenland’.

Buni Yani beheerste vanaf 6 november 2016, toen de politie hem vragen ging stellen, alle mediakanalen in Indonesië. Zijn grijze kuif, zware bril en brede grijns waren van geen scherm meer weg te denken. Grote rode spandoeken, voorzien van de tekst #savebuniyani, vormden de achtergrond van interviews met Buni, die steevast werd vergezeld door een club mannen in zwarte of witte overhemden: de Bang Japar, de bende van Aldwin Rahadian, Buni’s advocaat. Witte overhemden betekenen juristen, zwarte overhemden met messen bewapende gangsters. Rahadian – gelieerd aan de extremistische fpi, die het massaprotest in Jakarta organiseerde – verklaarde dat zijn cliënt slachtoffer was van samenzwering.

In het door Buni gepubliceerde geluidsfragment leek het alsof Ahok de koran van misleiding beschuldigde, maar in werkelijkheid beweerde hij dat koranteksten politiek werden misbruikt door zijn tegenstanders. Voor vijanden van Ahok afkomstig uit de oude, kapitaalkrachtige en corrupte kliek rond Soeharto was deze ‘blasfemie’ een godsgeschenk.

Tijdens Soeharto’s bewind werden islamitische groeperingen zwaar onderdrukt. Sinds zijn val is een openlijk islamistisch-conservatieve middenklasse ontstaan, die als nieuwe machtsfactor aanwezig is op het politieke toneel. Omdat al veel leugens en halve waarheden over Ahok, als christen en etnisch-Chinees, de ronde deden, paste de suggestie van blasfemie perfect in het frame. De gouverneur had geen enkele kans en werd in staat van beschuldiging gesteld: een door de fpi bij de politiek afgedwongen vervolging onder dreiging met gewelddadige ontwrichting van de stad. Tegelijkertijd begon op sociale media een haatcampagne tegen etnische Chinezen voet aan de grond te krijgen.

Hoewel Buni Yani zijn ‘vergissing’ met de videotranscriptie in een talkshow op tv had toegegeven, verweet hij de politie dat hij ‘gecriminaliseerd’ werd. Ook diende hij een aanklacht in tegen Ahok wegens smaad (de gouverneur had gezegd dat de opname was gemanipuleerd).

‘De universiteit van Bogor, waarmee Wageningen nauw samenwerkt, is een broeinest van radicalisme’

Diezelfde dag, 6 november, haalde Buni de Nederlandse televisie in het programma Buitenhof. Zowel de ‘halve volksopstand’ als Buni’s doen en laten rond het filmpje werden naarstig besproken door Henk Schulte Nordholt, zijn promotor in Leiden. Maar Buni’s naam bleef ongenoemd: ‘Niet belangrijk, dat verdient hij niet’, het ging om een ‘querulant’ die ‘veel te weinig gepresteerd had’ en tegen wie ze al jaren geleden ‘weg met jou’ hadden gezegd. Toch kon Buni Yani op de website van de Leidse universiteit op 5 november worden aangetroffen als ‘stafmedewerker’; pas de volgende dag bleek Buni’s profiel verwijderd.

Wat Buni Yani direct begreep, was dat hijzelf de spindoctor in zijn narrative moest worden. Eerder al, op 8 oktober, had hij de media gemeld dat er een anoniem dreigtelefoontje naar de London School of Public Relations was geweest, waardoor hij ontslag ‘moest’ nemen. Die dag hadden twee pro-Ahok-activisten, Nong Darol Mahmada en Guntur Romli, een aanklacht wegens haatzaaien tegen hem ingediend (en rond deze datum was Buni’s arbeidscontract met de London School ontbonden).

Een week later verklaarde Buni dat hij een beroep deed op vrijheid van meningsuiting op Facebook. Omdat hij ten onrechte werd uitgemaakt voor ‘provocateur’ wilde hij verder in aanmerking komen voor een getuigenbeschermingsprogramma. Op Change.org werd ondertussen de petitie Save Buni Yani gestart (het aantal ondertekenaars bleef steken op 20.072). Ook werd een crowdfundingsactie op touw gezet. Zo bleef Buni Yani maandenlang het geleerde in de praktijk brengen en de media manipuleren, als in een prolongatie van zijn Facebook-stunt. Persverklaringen werden begeleid door lawaaiige pro-Buni-optochten op straat, omgeven door leden van Bang Japar, in een sfeer van intimidatie. Kort nadat hij vrijgekomen was claimde hij dat niet de juiste vervolgingsprocedure was ingesteld.

In december kreeg een in het wit geklede Buni een onderscheiding uitgereikt als ‘Held van de islamitische sociale media’, tijdens een religieuze ceremonie in de Baiturrachman-moskee in Zuid-Jakarta. Zijn advocaat liet daarbij weten dat Buni onder zijn strafzaak uit zou komen omdat er ‘door het volk’ massaal voor hem gebeden werd. Op 2 december waren maar liefst een half miljoen anti-Ahok-moslims de straat op gegaan, een opnieuw door de fpi georganiseerde massabetoging, die bekend werd als de Aksi 212.

In januari kwam het duo in het nieuws met een open brief aan de president, waarin Buni om stopzetting van zijn zaak verzocht; in hetzelfde schrijven meldde hij dat ‘ook hij wel wist dat de president die bevoegdheid niet had’.

Op 19 april verloor Ahok de in heel Indonesië als politiek cruciaal beschouwde gouverneursverkiezingen, ondanks het feit dat hij tot in februari een riante voorsprong had. Sinds november had Ahok terechtgestaan in de blasfemiezaak. Anies Baswedan, lid van Prabowo’s Gerindra en een oude studiemakker uit de VS van Buni, werd de nieuwe gouverneur van Jakarta. Het machtsevenwicht in Indonesië was significant verschoven.

Diezelfde avond werd er feest gevierd bij Prabowo thuis. Aanwezig was ook de miljardair van etnisch-Chinese afkomst Hary Tanoe, businesspartner van Donald Trump in Indonesië (en als enige Indonesiër aanwezig tijdens Trumps inauguratie). Tanoe is een van de belangrijkste donateurs van de fpi, volgens de gerespecteerde Amerikaanse journalist Allan Nairn, en ook hij zou geld hebben gestoken in de massabetogingen.

Eind april ontbood Buni Yani de pers in het Halal Hotel Sofyan Betawi, deze keer om te verklaren dat hij zich ‘getiranniseerd’ voelde. Zijn huis was geen veilige plek meer voor zijn gezin. Al zes maanden was zijn zaak in voorbereiding en zat hij zonder werk; nu was ook zijn onderzoek in Nederland stopgezet. Voor hem bestond er geen social justice. Buni was kort daarvoor een online-campagne gestart om zijn mok Buni Yani aan de man te brengen: een groene beker bedrukt met zijn portret en de tekst ‘Buni YaniStop Kriminalisasi’ (de prijs was ongeveer twee euro). De opbrengst moest zijn gezin door de moeilijke tijden helpen.

Op 9 mei werd Ahok veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, met onmiddellijke gevangenneming. Blasfemie was bewezen verklaard, zo oordeelden zijn rechters (twee van de drie werden aansluitend tot hogere rangen bevorderd). De procesgang werd wereldwijd bekritiseerd als ‘politiek gemotiveerd’. Direct na het vonnis gingen honderden fpi-rotzooitrappers de straat op om een hogere straf te eisen. De aanstichter liet echter weten in te stemmen met de bestraffing. Want als Ahok schuldig was, zou dat immers vrijspraak betekenen voor Buni Yani.

In Wageningen leidde het feit dat een Leidse promovendus haatzaaifilmpjes fabriceerde snel tot onrust. Indonesische studenten vroegen zich af of dit zomaar kon en mocht. Zijn naam en functie stonden immers op diverse persoonlijke pagina’s van de rul-website te kijk. Een Wageningse medewerker, die onder tal van voorwaarden wil praten, legt in meerdere telefonische gesprekken uit dat de spanningen sindsdien hoog oplopen. Hij toont onbegrip voor de houding van het universiteitsbestuur: ‘Ga maar na: hoe komt het dat de laatste jaren vrijwel geen christelijke studenten uit Indonesië meer naar Wageningen komen? En Indonesische studenten twijfelen eraan of degenen die wél arriveren eigenlijk gekwalificeerd zijn. Ze snappen niet waarom Wageningen niet erkent dat de universiteit van Bogor, waarmee nauw wordt samengewerkt, een broeinest is van radicalisme en IS-activisme. Studenten hier beweren dat Buni Yani contact had met jihadisten! Met de hti!’

Small buni yani

hti staat voor Hizbut Tahrir Indonesia, een kortgeleden verboden radicaal-islamistische massaorganisatie gelieerd aan IS. De medewerker zegt verschillende studenten te kennen die zich niet meer veilig voelen. ‘Ze voelen zich bespioneerd. Er is angst om met radicalen te worden geassocieerd, daarmee verspelen ze hun kansen thuis. Dat is al gebeurd.’ De Universiteit Wageningen herkent zich desgevraagd niet in dit beeld.

Dat de jihadistische islam – die uit is op de vestiging van een kalifaat in Indonesië – al tientallen jaren genesteld is in de Bogorse landbouwuniversiteit werd aangetoond in het proefschrift Laskar Jihad (2005) van de in Leiden gepromoveerde Indonesiër Noorhaidi Hasan. Vanuit de campusmoskee in Bogor werd de beweging clandestien verspreid naar campussen in onder meer Bandoeng en Yogya, om na de val van Soeharto als hti bovengronds te komen.

Ook aan de Universiteit Twente, waar wordt samengewerkt met de Technische Universiteit Bandoeng, wordt gemord over de recente instroom van studenten uit Indonesië, maar met een andere insteek. Een voormalige mentor – die eveneens hecht aan anonimiteit – klaagt over de grote sociale controle: ‘Ze sluiten zich af, integreren niet. Dat geldt voor zowel masterstudenten als PhD’s. Sinds 2011 komen er geen christelijke studenten meer bij. De studenten die ik begeleidde werden gefinancierd en gemonitord vanuit Indonesië. Wat ze hier vooral wilden: gefaciliteerd worden in hun geloof. Ze eisten dat colleges stilgelegd zouden worden als ze wilden bidden, klaagden over alcoholgebruik en te laat thuiskomen door anderen. Dames gaven standaard geen hand. Medestudenten ergerden zich.’

‘Iederéén wil vroom zijn tegenwoordig, dat brengt voordelen met zich mee. De PKS heeft dat slim gespeeld’

Wat hem hoorbaar boos maakt, waren de ‘ver’ achterblijvende prestaties. ‘Hun Engels was absoluut niet toereikend. Het werd ons duidelijk dat vanuit Indonesië niet de beste studenten worden gestuurd, het gaat meer om het papiertje. Ook topambtenaren moeten nu promoveren, desnoods op straatlantarens in Bandoeng.’ Hij vertelt dat dit bijvoorbeeld niet in Delft speelt, waar de eisen strenger zijn. ‘Maar wel bij ons. Begeleiders zijn veel tijd aan ze kwijt en dat leidt tot irritaties. Wij zitten om geld verlegen, dat is een overweging, en hoogleraren willen graag samenwerkingsverbanden. Maar de uitwerking laten ze over aan lagere echelons.’

Later vertelt de ex-mentor dat kandidaat-Indonesische studenten sinds kort een programma volgen dat hen in staat moet stellen op niveau te functioneren. ‘Maar dat helpt niet. Bij alle landelijke overleggen hoor ik: ze lopen achter, ze komen niet mee, ze willen een PhD maar zijn niet eens in staat tot een master.’ De Universiteit Twente herkent zich desgevraagd niet in het beeld dat wordt geschetst van de situatie.

In het licht van het groeiende aantal Indonesische studenten in Nederland wekken deze verhalen nieuwsgierigheid. Volgens de website van EP-Nuffic, de organisatie voor ‘internationalisering’ in het onderwijs, heeft Indonesië na China het hoogste aantal studenten in Nederland van alle aangesloten landen en kent het ook de grootste groei: van 926 studenten in 2006 naar 1504 in 2016. Dat er in verhouding minder christelijke studenten zouden instromen doet recht aan demografische verhoudingen: circa 87 procent van de bevolking is moslim.

Er bestaat een wirwar van beurzenprogramma’s voor Indonesische studenten in Nederland. Het grootste Indonesische fonds, lpdp (van het ministerie van Financiën), stelt sinds 2013 enorme bedragen beschikbaar voor binnen- en buitenlandse beurzen. In 2016 ging het om twintig triljoen roepia, circa 1,4 miljard euro. Sinds 2013 zijn ruim zestienduizend beurzen uitgedeeld. Daar komt bij dat voor 2030 de oprichting van een ‘presidentieel’ beurzenfonds is aangekondigd, dat driehonderd triljoen roepia (21 miljard euro) waard moet zijn; de inhaalslag met rivaal Maleisië moet koste wat het kost gewonnen worden.

Ook minister Sri Mulyani, het brein achter deze educatieve expansie, baseert zich volgens eigen zeggen op een ‘droom’. ‘Toen ik lpdp creëerde kwam mijn droom uit – ik had gezien dat al onze buurlanden in staat waren om hun mensen en bureaucraten wereldwijd te scholen, zodat ze daarna hun land groot kunnen maken’, zo verklaarde ze onlangs tijdens een onderwijsconferentie volgens The Jakarta Post.

Nederland prijst zich gelukkig tot de top-vier studiebestemmingen van de jonge Indonesiërs te behoren (in 2014); binnen Europa is alleen Engeland een serieuze concurrent. Een Indonesische PhD-beursstudent brengt tien- tot zestienduizend euro per jaar in het laatje, wat het spookbeeld van verdergaande onderwijsbezuinigingen op afstand plaatst voor de colleges van bestuur.

Fitri, een gehoofddoekte vierdejaars PhD-student culturele studies aan de Universiteit van Amsterdam, kan een lach niet onderdrukken als ze terugdenkt aan haar selectieprocedure. ‘Het was zó makkelijk om een lpdp-beurs te krijgen. Dat blijft straks ook zo. Holland is erg blij met lpdp, weet ik. Via mij krijgt de UvA tienduizend euro per jaar.’ Ook voor een vriendin die vorig jaar startte als PhD in Wageningen ging de lpdp-selectie van een leien dakje. ‘Ze is pks, dat kun je ook zien aan hoe ze zich kleedt. Alle engineering- en agrarische studenten zijn pks. Maar het breidt zich uit. Iederéén wil vroom zijn tegenwoordig, want dat brengt voordelen met zich mee. De pks heeft dat slim gespeeld. Mijn nicht, die in Groningen medicijnen studeert, gaat elke week naar een koranstudieklasje. Ik niet.’

De triljoenen roepia’s die sinds een paar jaar exclusief bestemd zijn voor de jeugd hebben een soort happy lpdp-subcultuur in het leven geroepen, die zichtbaar is op sociale media als YouTube. Dat grossiert in video’s waarin jongeren elkaar ‘Tips & Triks’ geven, gericht op het verschalken van een lpdp-beurs. Ook brengen muzikale studenten op YouTube een eigen versie ten gehore van de officiële Mars LPDP (die als twee druppels water lijkt op het Indonesische volkslied). En de awardees, zoals de lpdp-studenten worden betiteld (ook na terugkomst), laten graag zien hoe hun nieuwe leventje in Melbourne, Ohio of Tokio eruitziet. Zo demonstreert een Wageningse awardee – stevig gehoofddoekt, zoals de grote meerderheid van lpdp-studentes – op YouTube hoe ze in vier minuten een Subway-sandwich naar binnen werkt, als showcase van lokale cultuur.

Soms bevalt de nieuwe omgeving de studenten méér dan volgens de regering wenselijk is. Het is een onvoorzien gegeven dat te veel lpdp-afgestudeerden niet terugkeren naar Indonesië, enerzijds omdat er geen geschikte banen voor hen zijn, anderzijds omdat er elders meer geld verdiend kan worden.

Die zorg om het niet terugkeren lijkt ook op te gaan voor de jaarlijks circa tweehonderd Indonesische studenten met een beurs van StuNed, een beurzenprogramma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken – zij het om andere redenen. In Jakarta spreek ik daarover met de vooraanstaande jurist Arief Rianto, ex-adviseur van StuNed: ‘Er komen de laatste jaren steeds minder StuNed-studenten terug naar Jakarta. Er is angst aan beide kanten voor radicalisering, via bijvoorbeeld Marokkaanse contacten. Studenten gaan soms naar Spanje, raken daar verstrikt in jihadistische netwerken. Bij de selectie moet beter naar motivatie worden gekeken, daarom wordt het programma nu herzien.’ Het ministerie van Buitenlandse Zaken herkent zich hierin niet en verwijst voor radicaliseringsinformatie naar Veiligheid en Justitie. Het StuNed-beurzenprogramma wordt inderdaad herzien.

De laatste tijd worden vooral studenten afkomstig uit het sociaal-economisch achtergebleven Oost-Indonesië geselecteerd door StuNed, zegt Rianto. Bij het onderwijsdepartement is bekend dat zij minder vaak in aanmerking komen voor lpdp-beurzen. Aan studenten uit deze regio worden extra eisen gesteld. Om te worden geselecteerd moeten deze lpdp-kandidaten bijvoorbeeld eerst een hiv-test afleggen; ook moeten ze ‘gegarandeerd’ drugsvrij zijn.

Volgens Djanoko, een in Nederland opgeleide politicoloog verbonden aan de Gadjah Mada-universiteit in Yogya, is het logisch dat er steeds meer zichtbaar islamitische studenten in het buitenland studeren. ‘De middenklasse breidt zich uit en gebruikt de islam om zich een identiteit te verschaffen. Door shariamode, het eten van brood en andere consumptiekeuzes, moslimparfums, noem maar op. In het buitenland studeren is een van de belangrijkste nieuwe symbolen van die islamitische middenklasse. Het is prestigieus en toch makkelijk te realiseren.’ De enorme groei van het aantal studenten kan een daling van kwalificatieniveaus veroorzaken. ‘Maar’, zegt hij, ‘mijn ervaring is dat ook Nederlandse universiteiten compromissen maken, standaarden verlagen – men zoekt naar een nieuwe balans tussen geld verdienen en verantwoord toelaten.’ De grote toestroom van pks-studenten was een religieus-politieke manoeuvre vanuit een vorig kabinet, legt hij uit: vooral bij technische en agrarische faculteiten werden activistische pks-studenten met voorrang geplaatst, met speciale beurzen.

Universiteitscampussen zijn in Indonesië vanouds thuishavens geweest voor radicale groeperingen, schrijft Henky Widjaja, een Leidse PhD sociologie, in Inside Indonesia. De overstap naar mainstream radicale organisaties is volgens hem klein – zoals naar Laskar Jihad, na 1998 de meest zichtbare paramilitaire moslimgroepering. Volgens onderzoeker Noorhaidi stuurde Laskar Jihad tijdens de gewelddadigheden zevenduizend ‘vrijwilligers’ naar de Molukken. Studenten hielden klopjachten op niet-islamitische studenten; een rooms-katholieke kerk op de universiteitscampus in Makassar brandde af.

Als ik de campus van de Gadjah Mada-universiteit verlaat zie ik bij de ingang van een gebouw een groot Engelstalig mededelingenbord met kleurenfoto’s. Dichterbij gekomen lees ik de oproep ‘Adapt Yourself to Faculty of Cultural Sciences’. Onder het opschrift ‘Yes Please’ prijkt een foto van een studente met een zware, tot het middel reikende hoofddoek (‘Proper outfit’). Daarnaast is onder het opschrift ‘No Thanks’ een foto zichtbaar van een student in T-shirt (‘Improper outfit’). Zo wordt ook een klasje voorovergebogen, zwart gehoofddoekte studentes (‘Respect for others’) geplaatst tegenover een bebrilde student in discussie met een docent (‘Disrespectful’) en schoenen tegenover sandalen. Typische pks-invloed, hoor ik later.

‘In het proces probeerde hij me te vernederen omdat ik niet aan academische standaards zou voldoen en hij wel’

Terug in Jakarta, in het activistencafé Tjikini, praat ik over Buni Yani met Nong Darol Mahmada, welbekend grondlegger van het Liberal Islam Network, een beweging van islamitische progressieve activisten. Door het bepleiten van open discussie, tolerantie en pluriformiteit vertegenwoordigt het netwerk sinds 2001 een tegengeluid te midden van een oprukkende militante en radicale islam. Nong – halflang slordig haar, doordringende blik en strenge bril – eet, rookt, lacht en praat tegelijk en haar twee telefoons staan geen moment stil.

Er is opnieuw een door sociale media aangewakkerde brouhaha losgebarsten in het eilandenrijk: nu rond een bontgekleurd, meer dan dertig meter hoog standbeeld van de Chinese generaal-halfgod Guan Yu. Kort geleden is het onthuld op de binnenplaats van een Chinese tempel in Tuban, Oost-Java, en niemand minder dan parlementsvoorzitter Zulkifli Hasan sprak daarbij de hoop uit dat het gigantische beeld een toeristische attractie zou worden voor het stadje. Maar direct na de onthulling kwam de (islamitische) bevolking in opstand. Het standbeeld liet immers open en bloot zien dat de regering werd gecontroleerd door Chinezen en er was bovendien geen vergunning voor verstrekt. Het tempelbestuur besloot meteen het beeld te bedekken met een reusachtige witte doek, waardoor het op een project van de kunstenaar Christo ging lijken. Toch kwam daarmee aan het massale protest geen einde. Tientallen betogers verzamelden zich in Soerabaja om te eisen dat het standbeeld werd neergehaald, ‘omdat de generaal niet had bijgedragen aan de vrijheidsstrijd van Indonesië’ (hij leefde in de derde eeuw na Christus).

Nong kan er smakelijk om lachen, maar haar gezicht verstrakt als ik vraag naar Buni Yani. Zowel zij als haar echtgenoot, de schrijver en activist Guntur Romli, was in het proces tegen Buni gedaagd als getuige. ‘We kennen hem van Facebook’, zegt ze. ‘Nadat hij uit de VS was teruggekeerd raakte hij geïnteresseerd in het Liberal Islam Network. In 2013 was hij nog aanhanger van Ahok, hij volgde ook onze campagne. Ik schrok enorm toen ik zijn posting op Facebook zag, een uur of negen ’s avonds. Ik reageerde meteen, want ik wist dat dit op een ramp zou uitlopen – binnen de kortste keren hadden duizenden mensen die link aangeklikt. Hij kreeg direct boze commentaren, ook van mij.’ Nong vertelt dat de volgende ochtend de media het overnamen. ‘Waarvoor ik vreesde gebeurde: de ene aangifte na de andere werd gedaan, eerst door iemand van Hizbut Tahrir Indonesia. Het leek wel een complot. Dat was het ook, ontdekten we – fpi-extremisten zaten erachter.’

Nong denkt dat Buni Yani is misbruikt door de fpi. ‘Hij is dom geweest, ook al was hij op Facebook de manipulerende mastermind. Buni deed het niet om Anies te ondersteunen. Prabowo is consistent: anti-Chinees, anti-pki (communisten), hij gebruikt islamisering als instrument in zijn strijd om de macht. Jokowi zou strikter moeten optreden tegen islamistische clubs.’

Nong vertelt hoe Buni Yani zich opstelde tijdens de zitting. ‘Tijdens het proces probeerde hij me te vernederen omdat ik niet aan academische standaards zou voldoen en hij wel, ik was daarom een leugenaar. Buni had het steeds over Leiden als zijn academische achtergrond. Tot de aanklager er genoeg van kreeg.’ Ze vertelt dat er geld is gebruikt van de miljonair Tommy, een zoon van Soeharto. Ex-president Yudhoyono zou het geld hebben doorgesluisd naar de fpi. Zodoende werd Prabowo via de dure weg van massamobilisatie gesteund.

Pas aan het eind van het gesprek vertelt Nong dat haar gezin wekenlang politiebescherming heeft gekregen omdat ze werd bedreigd door islamistische bendes. Als ik afscheid neem, arriveert een bode van het presidentiële paleis. Hij brengt Nong een uitnodiging van Jokowi, voor de viering van Onafhankelijkheidsdag.

De volgende dag hoor ik, op bezoek bij Fahdi Aziz, een wetenschappelijk medewerker aan de Universitas Indonesia die gedeeltelijk in Leiden is opgeleid, dat zijn ex-huisgenoot Buni beledigende en provocerende berichten plaatste op sociale media en oerconservatieve denkbeelden uitdroeg. Hij was niet geliefd en zeker niet religieus: ‘Toen ik hem op Facebook vroeg waarom hij dat filmpje had geplaatst antwoordde hij: jij bent alleen maar in Europa op bezoek geweest. Ik heb er gewoond. Daarna blokkeerde hij me. Een abnormale persoonlijkheid, volgens mij.’

Maar in een bovenzaaltje van eetcafé Bakoel Koffie vertrouwt een hoge functionaris uit Jokowi’s beleidsstaf me ’s avonds toe dat de drijfveer van Buni Yani neerkwam op financieel gewin. ‘De Ahok-kwestie is gerelateerd aan de presidentsverkiezingen. Geld van Tommy Soeharto is via-via naar de fpi gegaan – naar tegenstanders van Ahok. De advocaat van Buni Yani komt uit het team dat ook de Bali Bombers verdedigde! Ahok móest worden weggewerkt. Dat was ook de wens van de corrupte Chinese tycoons waarmee Buni Yani contact heeft. Hij is niet gehersenspoeld. Die crowdfundingsactie voor Buni was bedoeld als dekmantel voor het geld.’

Ten slotte bezoek ik de London School of Public Relations, Buni’s laatste werkgever, gevestigd in een van de blinkende kantoortorens in het zakencentrum. Vanaf de goudgerande entree van de school word ik via donkere trappen en gangen naar een vies en raamloos kamertje geleid, waar ik na lang wachten Nadine Samala spreek, manager International Academic Collaborations. Ze vertelt me dat het management direct een spreekverbod heeft opgelegd over Buni Yani, die ‘heel kort, parttime’ in dienst was. Het lspr-protocol schrijft voor dat ik mijn vragen ruim van tevoren schriftelijk moet overleggen voor goedkeuring, dit alles om de ‘in gevaar gebrachte reputatie van de school’ te beschermen.

Bart Barendregt (48), universitair hoofddocent culturele antropologie in Leiden – boomlang en met een lange, zilvergrijze paardenstaart – doet onderzoek naar de rol van islamistische boybands in de opkomst van de pks. Hij was de coördinator van het onderzoeksprogramma waarin Buni Yani figureerde. Barendregt beaamt dat de gesjeesde promovendus nooit bezig was met de islam – in woord noch geschrift. ‘De tragiek met Buni was dat hij als journalist was opgeleid. Hij was een voorvechter van Jokowi, ik denk dat hij gaandeweg teleurgesteld raakte in hem. Buni had een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, of misschien was het eerder naïeve rechtschapenheid. Hij gaf veel om z’n land, was geen intrigant. Ik was geshockeerd door dat gemanipuleerde filmpje. Buni was hier toen twee jaar weg, hij vond een parttime baan in Jakarta. Hij is niet weggestuurd of ontslagen, zoals hij beweert – dat kon helemaal niet, qua organisatie. Augustus vorig jaar hebben we hem laten weten dat we zijn project definitief gingen stopzetten. Zes weken later brak de pleuris uit in Indonesië.’ Barendregt zegt dat er vanaf het begin geen schot zat in Buni’s onderzoek, hij was niet aanstuurbaar. ‘Mijn fout is dat ik hem niet gesproken heb voordat hij hier kwam. Op papier zag alles er overtuigend uit.’

Over de inzet van Indonesische studenten in Leiden spreekt Barendregt met enthousiasme. ‘In Leiden is het redelijk anders dan op andere universiteiten. De meeste Indonesische studenten hier zijn tamelijk kritisch en goed geïnformeerd. De Indonesische beurzenprogramma’s zijn potentieel een melkkoe, absoluut. Maar het niveau ligt hoog omdat de toelatingseisen bij ons anders zijn. Zo gaan de onderzoeksonderwerpen echt in samenspraak.’

Eind januari verkondigde minister Sri Mulyani dat het lpdp-budget in 2017 opnieuw stijgt: er is 22,5 triljoen roepia gereserveerd, circa 1,73 miljard euro. Twee weken later bezocht minister van Onderwijs Jet Bussemaker Indonesië. Ze opende daar het Erasmus Training Centre, een initiatief van stakeholders Rijksuniversiteit Leiden, Rijksuniversiteit Groningen, Vrije Universiteit, Stenden Hogeschool, de ambassade in Jakarta en EP-Nuffic. Doel van dit nieuwe centrum is de ‘mobiliteit’ van Indonesische studenten en wetenschappers bevorderen door het aanbieden van trainingen in taalverwerving en ‘academische vaardigheden’. Ook kunnen ‘Indonesische professionals’ er terecht voor trainingen van Nederlandse instellingen. Bussemaker sprak de hoop uit dat het centrum kan ‘bijdragen aan de verdere internationalisering van het Indonesische en Nederlandse onderwijs’ en ondertekende daartoe de Road Map 2022 (die nog nader moet worden ingevuld).

De Nederlandse overheid verwacht dus nog langer te profiteren van de onderwijsachterstand en vooral de onderwijsmythe die ze zelf in het leven geroepen heeft. Zo bezien blijken de zuinigheid en bekrompenheid uit een koloniaal tijdperk een onverwacht duurzaam fenomeen.

Ondertussen, in de rechtbank van Bandoeng, sluit het net zich rond Buni Yani. Zijn vaste team van 27 advocaten kan niet voorkomen dat de journalist in woede uitbarst tegenover de rechters, op de koran zweert dat hij niets heeft misdaan en de aanklagers vervloekt. Het bewijs tegen hem is sterk. Nong verwacht daarom dat hij de gevangenis in gaat. Dat zou betekenen dat zowel ex-gouverneur Ahok als Buni Yani straks achter de tralies zit; zoals jurist Rianto het uitlegt wil de schuldigverklaring van Buni in Indonesië nog niet zeggen dat Ahok onschuldig is.


Amir Ansharullah, Fitri, Arief Rianto, Djanoko en Fahdi Aziz zijn gefingeerde namen. De echte namen zijn bij de hoofdredactiebekend.
Dit onderzoek werd ondersteund door Fonds 1877