Maxim Gorki, Jeugdherinneringen

Hij huilde ook graag

En dan is het opeens tijd om vermoorde vaders te ontmoeten, Maxim de Bittere, de ooit wereldberoemde, proletarische bestsellerauteur. De uitvinder van het socialistisch realisme. De hogepriester van de klassenstrijd. De verdeler van de ganse mensheid in ringslangen en stormvogels, te weten burgermannetjes en revolutionairen. Zijn Lied over de stormvogel werd er bij ons ingestampt bij wijze van intellectuele vorming.

Medium maxim gorki

Is Gorki ooit mijn geestelijke vader geweest? Ik denk aan Danko, een van zijn protagonisten, die met zijn brandende hart boven zijn hoofd de mensheid door het duister naar het grote geluk leidde. Hem moesten we bewonderen, maar hij bracht me alleen in verwarring, terwijl ik met licht afgrijzen aan het bloederige gat in zijn borst dacht.

Mijn eigen vader stopte me destijds het Gilgamesj-epos toe, waarschijnlijk als tegengif voor de gorkiaanse Übermenschen.

Maar waar komt dan toch mijn afkeer van het burgerlijke vandaan, mijn weerzin voor zwakte (die van mezelf voorop) en die mateloze bewondering voor de creatieve daad als enige middel om de mens boven zijn miserabele staat uit te doen stijgen?

Ik ben er zeker van dat in elke ex-sovjetburger Maxim de Bittere voortleeft. De man is springlevend, al leest niemand in Rusland nog zijn boeken.

De meeste schrijvers hollen achter de tijdgeest aan, enkele zijn deze vooruit, maar er is er doorgaans slechts één die de tijdgeest zelf bepaalt. Zo iemand was Maxim Gorki (1868-1936), aan het begin van de vorige eeuw de beroemdste schrijver van Rusland na Tolstoj. Hij debuteerde in 1892 met een verhaal over de onderkant van de samenleving dat als een bom insloeg door zijn rauwheid. Zijn imago van de schrijver-zwerver-stormvogel die rechtstreeks ‘uit de bodem van de volkzee’ naar boven was gedreven zou in de loop van zijn leven mythische proporties aannemen. Voor de Oktober-coup van 1917 beoefende Gorki nog het ‘romantisch realisme’ met byronistische hoofdpersonages die de door hem zo intens gehate kleine luyden uitdaagden. Vanaf de revolutie tot aan zijn dood was hij de stem van de nieuwe proletarische literatuur, verkeerde hij in de hoogste kringen – zijn zoon, ‘de sovjetprins’, was dol op sportauto’s –, bezong hij de Goelag – arbeid maakt je niet alleen vrij, je wordt er ook een beter mens van – en kwam regelmatig bij Stalin op theevisite.

In 1913 begon Gorki aan zijn jeugdherinneringen, die deze zomer in de reeks Privé-domein verschenen. Heerlijk, de onbevangenheid waarmee zo’n ideologische steunpilaar van de rode terreurmachine hier wordt gepresenteerd en zelfs opnieuw vertaald. Dus schoof ik mijn morele bezwaren ook maar tijdelijk opzij en begon ik, na 35 jaar, weer te lezen.

Wat een boek! Alsof je naar de bodem van die woelige volkzee wordt meegesleurd en langs de meest krankzinnige levensvormen gevoerd. Hartje Rusland, het Wolga-gebied, de laatste decennia van de negentiende eeuw, bevolkt door dolende, zuipende, smachtende en vooral verloren zielen. Elke handeling lijkt slechts één doel te dienen – het overschreeuwen van de nimmer gestilde Weltschmerz. Geweld, vechtpartijen, vrouwen, kinder- en dierenmishandeling, verkrachting, alcoholisme, bedrog en pesterijen, en als het vlees weer enigszins murw is geslagen, dan vervalt die ziel in wat Gorki de oosterse passiviteit noemt. Zowel het eigen leven als dat van anderen lijkt geen enkele betekenis te hebben, laat staan enige waarde. Je zou dit bijna stoïcijns kunnen noemen, als het niet zo beestachtig wreed was geweest. Voor de verlossing hoef je je op deze aarde niet uit te sloven, aangezien de Russisch-orthodoxe kerk als het zo ver is in haar ruimdenkendheid volstrekt arbitrair te werk gaat bij het verlenen van vergiffenis, dus wat dondert het, wat je hier allemaal uitspookt? Maar o wee, als je de Moeder Gods van de rondreizende ‘wondericoon’ op haar mond kust, zoals de ik-persoon dat doet in een vlaag van onbedwingbare verrukking, dan zwaait er wat.

Een man die ’s nachts een deken over zijn vrouw gooit en daarop los beukt, en na haar dood een reusachtig kruis laat maken om het bij wijze van boetedoening naar haar graf te sjouwen. De schriftgeleerde die het belazeren van de oudgelovigen met hun kostbare iconen tot kunst verheft, de schilder die helemaal wild wordt van poëzie, de scheepskok die verzot is op lezen, de onthechte zen-stoker, de onvergetelijke grootmoeder en grootvader van de ik-persoon, ieder met een eigen, vurig aanbeden God, als ook de koopmannen, wasvrouwen, aannemers, arbeiders, boeren, iconenschilders, grafdelvers, hoeren, straatjochies… allen gezien door de ogen van de intelligente, gevoelige en eigenzinnige wees Aljosa Pesjkov, Gorki’s werkelijke naam.

Deze Bildungsroman is gespeend van elke ideologie en daarom overheersen er ondanks alle gruwelen, zij het diep verborgen, menselijkheid en mededogen. Tijdloze en actuele lectuur is het, in tegenstelling tot de rest van Gorki’s oeuvre, en voortreffelijk vertaald door Peter Charles. De reis van Aljosa naar volwassenheid deed me het meest denken aan de fantastische odyssee van Céline, veel meer dan aan de beroemde trilogie van Tolstoj, met zijn haast paranoïde beschrijvingen van de binnenwereld van de ik-persoon. Voor zoveel reflectie had Aljosa geen tijd, druk in de weer met overleven als hij was. Het zijn zijn boeken en zijn dromen van de mooiere wereld die hem op de been houden te midden van de nietsontziende werkelijkheid.

Die compassie en die kennis van het Russische volk waarover Gorki geen enkele illusie koesterde, waar zijn die gebleven? Nergens, hij behield ze, binnenshuis. Hij huilde ook graag, binnenshuis, bij het lezen van andermans en zijn eigen geschriften. Maar buitenshuis moesten die twee het loodje leggen, ter wille van de grote droom. Als je je hart uit je borst rukt om mensen te bevrijden, waarmee kun je ze dan liefhebben? Gorki was verliefd op een droom. Hij hoopte dat de mensheid ooit veranderd zou worden in een zuivere gedachte. Eindelijk weg met die zondige, ondraaglijk zwakke lichamen. Toch is hij een goede vader geweest, door me voorgoed te genezen van het idee dat er voor ons mensen slechts één waarheid bestaat.


Maxim Gorki, Jeugdherinneringen

Vertaald door Peter Charles. De Arbeiderspers (Privé-domein), 808 blz., € 45,-