Hij stierf als stront

Iwan de Verschrikkelijke en Josif Stalin waren loten van één stam. Regisseur Eisenstein maakte van de zestiende-eeuwse tiran een cinematografisch portret. Sergej Prokofjev schreef de muziek. Voor deel I ontving hij de Stalin-prijs. Maar na deel II restte slechts het graf. Stalin twijfelde nooit.

DE ZANGERES was jarenlang de leading lady van het Bolsjoi-theater. Dat was, ondanks de uiterlijke schijn, geen schouwburg, maar een pesthol, vol dood en verderf. De zangers en zangeressen gaven elkaar aan bij de Geheime Politie, enkel en alleen om de titelrol in Rigoletto of La traviata te pakken te krijgen. Het is Galina Visjnevskaja zelf overkomen met haar eigen leerlinge Jelena Obrazstova, de boze stiefdochter van Judas Iskarioth. Na veel gelieg en bedrieg en communistische slijmballerij nam zij daar de macht van Galina Visjnevskaja over. Galina Visjnevskaja was inmiddels, samen met haar man Mstislav Rostropovitjs, naar het buitenland uitgeweken. Zij betrokken een flat in Parijs en namen strijdbaar plaats onder het portret van tsaar NicolaasII, een liberale autocraat, ongetwijfeld vele malen humaner dan zijn zestiende-eeuwse collega Iwan de Verschrikkelijke. Nochtans was tsaar Nicolaas, dankzij de al spoedig gelijkgeschakelde historici, voorlopig gedoemd als de baarlijke duivel de geschiedenis in te gaan. Met grimmige belangstelling las Galina Visjnevskaja in haar Parijse flat het vraaggesprek dat de Bolsjoi-krant met haar rivale had gepubliceerd. Vraag aan Jelena Obrazstova: ‘Wat was dit jaar emotioneel uw meest aangrijpende ervaring?’ Antwoord: 'Het grote geluk te mogen zingen bij een banket ter ere van de zeventigste verjaardag van Leonid Breznjev.’ Van Obrazstova hoeft men dus al zijn leven geen Lady Macbeth van Mtensk te horen. En ook geen Traviata, Butterfly, Aïda of Carmen. En zelfs geen De Decrabisten, De grote vriendschap of De optimistische tragedie - muziekdramatische hoogtepunten van het ideologisch vergiftigde standaardrepertoire. Behoort ook Sergej Prokofjevs oratorium Iwan de Verschrikkelijke tot deze twijfelachtige categorie? Daarover straks méér. Ook Galina Visjnevskaja is een onderdeel geweest van de totalitaire subcultuur, waarin een dronken Nikita Chroesjtsjov en een hitsige Nicolaj Boelganin slechts met de vingers hoefden te knippen om de uitverkoren Kunstenaar of Kunstenares van het Volk zijn of haar stembanden te laten schrapen. 'Je kon elk moment telefonisch voor een ontvangst worden opgeroepen’, schrijft zij in haar gedenkschriften. 'Vaak ’s(avonds laat, net als je klaar was om naar bed te gaan. Het betekende dat een of andere leider na een drinkgelag in een gril had besloten dat hij de stem van de geliefde kunstenaar of kunstenares wilde horen.’ Had je dáár zo'n energieverslindende opleiding aan het sovjet-conservatorium voor gevolgd? Les I: Geschiedenis van de communistische partij van de Sovjet-Unie. Les II: Politieke economie. Les III: Dialectisch materialisme. Les IV: Historisch materialisme. Les V: Grondbeginselen van de marxistisch-leninistische esthetiek. Les VI: Grondbeginselen van het wetenschappelijk communisme. Les VII: Krijgskunde. Les VIII: Zangles (twee uur per week). Het voert ons naar de vraag of het mogelijk is op socialistische wijze kunst te bedrijven. De vraag valt niet met een eenvoudig ja of nee te beantwoorden. De socialistische strijdliederen, die beoogden de strijders in de Spaanse Burgeroorlog aan te vuren, zijn niet domweg te negeren. De tekeningen van de sociaal-democratische tekenaar Albert Hahn zijn niet zelden ware meesterwerken. Maar meestal doet men er verstandiger aan de socialistische kunst links te laten liggen. Er is op zijn best sprake van vooruitstrevende kunst. Natuurlijk was de katholieke krullebol Franz Schubert een vooruitstrevend componist, net zoals Vladimir Nabokov, zijn particuliere conservatieve theorieën ten spijt, een vooruitstrevend schrijver is geweest. Drie kwart eeuw Sovjet-Russische cultuurgeschiedenis wordt gedomineerd door artistieke misbaksels, met in de hoofd- en bijrollen de positieve held en de positieve heldin, gespierd en blondgelokt op de tractor van de landbouwcoöperatie Rode Oktober. Wij hebben aan hun praatjes echter geen boodschap, want wij weten inmiddels maar al te goed dat het allemaal leugen en bedrog is geweest. Ideologisch is de muziek tot machteloosheid gedoemd. Als er agitprop moet worden bedreven kan dit enkel en alleen maar via de tekst. De schrijver Bertolt Brecht en de componist Hanns Eisler zijn samen verantwoordelijk voor het 'leerstuk’ Die Massname, het schandelijkste en onbarmhartigste stuk sovjet-propaganda dat wij kennen, met een moraal waarvan de honden geen brood lusten. In een paar woorden samengevat: het individu is niets, de massa is alles, zelfs als het bloed in stromen vloeit. De tekst is zonder meer laaghartig, maar met de muziek is daarentegen niets mis, die is hoogstens in die zin socialistisch dat er bovengemiddeld veel marsen in voorkomen, een maatsoort waarvoor de communisten én de nazi’s veel waardering hadden, waarschijnlijk omdat zij de vierkwartsmaat als een muzikale metafoor voor hun marcherende legerscharen beschouwden. REGISSEUR SERGEJ Eisenstein had een andere manier gevonden om Josif Stalin, het vadertje aller sovjet-volkeren, naar de ogen te kijken. Hij legde de eerste hand aan een driedelige megafilm over Iwan de Verschrikkelijke, tsaar aller Russen van 1547 tot 1584. Had Eisenstein niet een smakelijker personage kunnen uitkiezen dan deze massamoordenaar? De Russen denken - of dachten - echter wat genuanceerder over hun hardhandige landgenoot. In de eerste plaats, constateren zij, berust de reputatie van tsaar Iwan op een vertaalfout. Wij mogen in het Westen spreken over Iwan de Verschrikkelijke, maar zien in onze Russen-fobie het feit over het hoofd dat de man eigenlijk Iwan de Gestrenge heet. En wat al die bergen lijken betreft: een gestreng bestuurder placht in die tijd nu eenmaal zonder scrupules te werk te gaan, waarbij het het verstandigst en meest economisch was eventuele tegenstrevers een kopje kleiner te maken. Zoals kameraad Josif Stalin, bijvoorbeeld, tijdens de diverse zuiveringen op grote schaal in praktijk had gebracht. Dáárom had Sergej Eisenstein, ter bekroning van zijn cinematografische oeuvre, gekozen voor een portret van tsaar IwanIV, bijgenaamd De Verschrikkelijke. Zij, Iwan de Verschrikkelijke en Josif Stalin, waren loten van één stam, tirannen met achtervolgingswaan, de een bedreigd door de bojaren, de ander - in eigen ogen - belaagd door de trotskisten, bereid door een zee van bloed te waden voor dat ene, heilige doel: hun veelvolkerenstaat tot een eenheid te smeden. Daar hadden zij als Realpolitiker niet eens ongelijk in, als men ziet wat er met het rijk na de val van het communisme is gebeurd. Tsaar Iwan steunde op zijn lijfgardisten, de Opritschniki. Zij zweren in het op de muziek van Eisensteins film gebaseerde oratorium van Sergej Prokofjev de eed van trouw op de despoot: 'Ik zweer bij God een eed van trouw, een heilige eed, een verschrikkelijk eed, de heerser van Rusland als een hond te dienen, steden en dorpen uit te mesten, de misdadigers met onze tanden te verscheuren en op bevel van de tsaar ons leven te offeren voor het grote, Russische tsarenrijk.’ Waarna deze heilige eed met succes aan de praktijk werd getoetst, zowel in het Rusland van Iwan de Verschrikkelijke als, vierhonderd jaar later, in de Sovjet-Unie van Josif Stalin. DE GROOTSTE hielenlikker onder de Russische kunstenaars is de schrijver Maxim Gorki geweest. Hij was de man die in 1934 op het Eerste Congres van de sovjet-schrijversbond de doctrine van het 'socialistisch-realisme’ introduceerde, die vervolgens allerwegen door al die vierderangstalenten in de praktijk werd gebracht, resulterend in de ene gespierde, even realistische als optimistische roman na de andere, die altijd wel een plasdankje aan het adres van 'het grootste genie van de arbeidersklasse’, zijnde 'de aardigste leider aller tijden en volkeren’ bevatte. De doctrine gold niet alleen voor de literatuur, maar voor alle culturele disciplines. Sergej Prokofjev had zich allang vrijwillig naar Stalins wil gevoegd, wat curieus was, want de componist woonde sinds het revolutiejaar 1917 veilig, onbereikbaar voor de klauwen van de Geheime Politie, in het buitenland. Daar schreef hij in 1930 het ballet Aan de Dnepr. Het ging over de ontluikende liefde tussen een boerenmeisje en een soldaat van het Rode Leger. Nou, dan wéét je het wel. In 1936, op het hoogtepunt van de bolsjewistische terreur, was Sergej Prokofjev naar de Sovjet-Unie teruggekeerd, een tamelijk ongelooflijke stap die niet alleen te verklaren valt uit het feit dat de componist zich naar eigen zeggen als een 'ernstige, uit instinct handelende patriot’ beschouwde. Al snel ontwikkelde hij zich als een kunstenaar met een creatief gevoel voor het artistiek toepasbare chauvinisme. Semjon Kotjo, zijn eerste sovjet-opera, is gebaseerd op de novelle Ik ben de zoon van het werkende volk. Semjon Kotjo (positieve held) vecht in 1918 in de Oekraïne (geboorteland van Stalin) tegen de tsaristische sergeant-majoor Tkatschenko (negatieve held). Kotjo is verliefd op de dochter van zijn aartsvijand en bevrijdt haar uit de handen van de Duitse bezettingstroepen. Eind goed, al goed. Het is een muziekdramatisch werk dat aan alle emotionele instincten voldoet: patriottistische Russen maken gehakt van Russische contrarevolutionairen en tussen de bedrijven door ook met Duitse imperialisten. De opera stond op het punt in première te gaan toen het Molotov-Ribbentrop-pact werd ondertekend en de twee vijandelijke naties opeens dikke vrienden waren. Dus werden de boze Duitsers van toen in boze Oostenrijkers omgetoverd, een 'verbetering’ die de componist zich zonder tegenstribbelen liet aanleunen. EEN KUNSTENAAR, had Stalin bedacht, was 'een ingenieur van de ziel’, te werk gesteld op een speciaal voor hem ingericht departement. 'Het Departement van de Ziel. Weet je dat ik mijn huidige verantwoordelijkheden ervoor zou opgeven en me alleen nog maar daarmee zou bezighouden, als ik de kans kreeg?’ zegt Stalin, in het gezelschap van Prokofjev en Sjostakovitsj ten tonele gevoerd (in David Pownall, Master Class). Mijmerend: 'Prokofjev zou daar kunnen werken en Sjostakovitsj. Hoewel ze onder mijn supervisie zouden staan, zouden ze toch kunnen doen waar ze zin in hadden, experimenteren en ideeën uitwerken. We zouden samen kunnen lunchen in de kantine van het Departement van de Ziel. Ik mag ze namelijk. En ze mogen mij ook, geloof ik. Is het niet? Jullie zijn toch ook op mij gesteld?’ 'Zéér’, zegt Prokofjev - angsthaas eerste klasse. 'Hij dus wel’, concludeert Stalin. 'Sjostakovitsj moet er nog even over nadenken.’ 'Nee, nee, ik mag u graag’, zegt Sjostakovitsj - angsthaas tweede klasse. 'Prokofjev was een hoogbegaafde profiteur die het met het regime op een akkoordje gooide’, zegt een zijner biografen. Zelf heeft hij tot 1943 moeten wachten totdat hij eindelijk de Stalin-prijs tweede klasse kreeg, als beloning voor zijn 7e pianosonate in B, in 1946 gevolgd door de Stalin-prijs eerste klasse, als beloning voor zijn compositorische aandeel in de cinematografische biografie van Iwan de Verschrikkelijke, deelI. Vreugde in huize Prokofjev! Eindelijk was de regimegetrouwe 'ingenieur van de ziel’ een van die schaarse, gepriviliseerde sovjet-burgers geworden, met entree tot de speciale staatswinkels. Hij had recht op een auto, een buitenhuis, studiereizen, kosteloos onderwijs voor de kinderen, gratis medische verzorging benevens - mits niet toevallig om politieke redenen doodgeschoten - een keurige staatsbegrafenis. Nadat de Grote Vaderlandse Oorlog tegen de nazi’s in het voordeel van de Sovjet-Unie was beslecht, verscherpte zich het repressieve klimaat in de Sovjet-Unie. Iwan de Verschrikkelijk, deelI, als lofzang op het patriottisme, was nog genadiglijk ontvangen. Van deelII, waarin de tsaar aan de legitimiteit van zijn optreden begon te twijfelen, was Stalin echter niet gediend. Een tsaar of een communistische partijleider twijfelt niet. Dat is iets voor verwekelijkte slappelingen. Stalin ontbood Eisenstein in het Kremlin en noemde hem een vervalser van de Russische geschiedenis, waarna de dodelijk geschrokken regisseur onmiddellijk een excuusbrief publiceerde waarin hij zijn eigen schepping 'ideologisch waardeloos’ noemde. Zowel Stalin als zijn huiscinematograaf waren al jaren dood voordat IwanII eindelijk in de Russische bioscopen mocht worden vertoond. Het aanzien van Prokofjev, die ook de filmmuziek bij IwanII had geschreven, daalde eveneens in een razend tempo. Hij belandde op het beruchte Componistencongres van januari 1948, samen met Sjostakovitsj, Chatsjatoerian en Kabaljevski, op de zwarte lijst van toondichters die 'zich van het volk hadden vervreemd’ door 'valse akkoorden’ die dwars stonden 'op de gezonde Russische menselijkheid’. Ook Prokofjev koos voor de klassieke, onder het stalinisme gebruikelijke, methode: hij beoefende zelfkritiek. Inderdaad, in sommige zijner composities had hij, schandelijk genoeg, atonale elementen gehanteerd, maar dat was alleen gedaan om de tonale, melodische passages des te duidelijker te profileren. Toegegeven, het bleef voor een sovjet-componist een hoogst verwerpelijk gedrag. In de toekomst zou Prokofjev, beloofde hij, kiezen voor een helder, verstaanbaar muzikaal idioom, geïnspireerd op de onvergankelijke melodieën van de Russische volksliederen. 'Ik dank onze partij voor zijn duidelijke richtlijnen, die mij hebben geholpen op mijn zoektocht naar een muzikale taal die het volk begrijpt en die ons grote volk én ons prachtige land waardig is.’ In Pownalls toneelstuk Master Class, spelend in de schaduw van het Componistencongres van 1948, vindt Stalin dat de sidderende Sjostakovitsj en Prokofjev nu wel genoeg vernederd zijn. Weet je wat, zegt hij verzoenend, wij gaan samen een muziekstuk maken, een liederencyclus of een cantate. Op volkse motieven, natuurlijk. Licht gesputter. 'Ik heb nog nooit van een op volksmuziek gebaseerde cantate of liederencyclus gehoord’, zegt Sjostakovitsj. Hoort de Russische dictator het goed? Durft iemand hem tegen te spreken? Zijn agressie richt zich echter niet tot Sjostakovitsj, maar tot Prokofjev. 'Prokofjev’, zegt Stalin, 'weet je wat er voor volks nog voor jou over is? Het graf, dat op je wacht. Daar vallen alle pretenties van jou af, mijn vriend. Wij zullen je onderspitten als een baal stront.’ Het was andermaal de taal van de vaderlijke dictator, die van tijd tot tijd zijn tanden wilde laten zien. En zijn voorspelling was juist: Prokofjev werd als een stuk stront begraven. Dankzij Stalin wiens laatste besluit was op één en dezelfde dag als de componist te sterven. Het was 5 maart 1953. De sopranen van het Bolsjoi-theater werden, beschrijft Prokofjevs biografe, massaal opgetrommeld en zoemden woordeloos, als lijkzang, Schumanns Träumerei. In Moskou ontstonden zulke tumultueuze scènes dat daarbij honderden, zo geen duizenden treurenden elkaar ten dode vertrapten. In de concentratiekampen weenden Stalins slachtoffers dagen en nachten. Van de staatsbegrafenis, die de Prokofjevs was beloofd, kwam dus niets terecht. Zijn stoffelijk overschot, op weg naar het Nowo Djewitsjin-kerkhof, had de grootste moeite een weg door de straten te vinden. Achter de kist liep de familie plus een handjevol bewonderaars. Op de kist lag slechts het simpele stukje groen, dat genadiglijk door een meelevende buurvrouw was afgestaan. Zo verliet Sergej Prokofjev zijn sovjet-paradijs. Josif Stalin was hem, voor de laatste keer in hun beider leven, weer eens te slim af geweest.