Sexting onder jongeren

‘Hij vond dat blijkbaar leuk’

Dat kinderen elkaar hun geheime plekjes tonen, hoort erbij. Maar waar dat vroeger in het fietsenhok gebeurde, gebeurt dat tegenwoordig online, met het risico dat de hele wereld meekijkt.

Medium 2017 07 09 sexting
© Femke van Heerikhuizen

‘Ja hoor, dat gebeurt ook bij ons op school. Een meisje in de eerste klas had een foto van haar borsten aan haar vriendje gestuurd en toen het uitging deelde hij de foto met de rest van de school. Niet chill.’ Aan het woord is een van mijn nichtjes (19). Tijdens een familieweekend in Overijssel praat ik met mijn kinderen, nichtjes en neef over sexting, het versturen van blootfoto’s en filmpjes via je smartphone. Een ander nichtje (17) vertelt over een jongen die ‘dickpics’, foto’s van zijn penis stuurde aan klasgenoten via WhatsApp. ‘Dat vond hij blijkbaar leuk’, is haar droge toelichting.

Ze zijn tussen de 10 en 22 jaar en behalve de tienjarige weten ze allemaal precies wat sexting is. Sterker nog, ze hebben er allemaal in hun omgeving wel eens mee te maken gehad. En dat is niet verbazingwekkend als je bedenkt dat volgens recente cijfers (juni 2017) van de Nederlandse jongeren tussen de 12 en 25 jaar twaalf procent van de meisjes en dertien procent van de jongens wel eens een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf naar iemand anders heeft gestuurd. Dat is veel meer dan in 2012, met vier procent van de meisjes en zes procent van de jongens. En: 24 procent van de jongens en 19 procent van de meisjes ontving een persoonlijke naaktfoto of een persoonlijk seksfilmpje.

Hoe denken ze dat ‘slachtoffers’ van ‘sexting zonder toestemming’ zich voelen? Het meisje van dertien uit de eerste klas wist immers dat vrijwel iedereen de foto van haar borsten had gezien. Hoe ga je daarmee om? ‘Ja, dat ga je natuurlijk niet de hele tijd aan haar vragen. Het is al rot genoeg’, verzucht weer een ander nichtje (15). Er is wel wát medeleven, maar toch vinden ze het vooral ook ‘niet slim’ om te sexten. ‘Je wéét dat een foto kan worden doorgestuurd, dus je moet het gewoon niet doen.’ Ze zijn het er overigens wel over eens dat je dergelijke foto’s zelf ook niet door moet sturen als je ze ontvangt. ‘Dat is niet aardig.’ Toch is dat nu juist wat in dit soort gevallen dus gebeurt.

Ik vraag ze of ze weten dat de verspreiding van blootfoto’s van minderjarigen strafbaar is (verspreiding van kinderporno). Ze kijken ervan op en vinden het ook wel een beetje vreemd. Neef (18) zegt: ‘Eerst doen kinderen het en daarna volwassenen. En dan is het opeens niet meer strafbaar? Volgens mij gaan de kinderen die het doen daar gewoon mee door als ze volwassen zijn.’ Dan vraag ik of het niet ook simpelweg leuk kan zijn om dit soort foto’s van jezelf te versturen of te ontvangen. Een beetje experimenteren op afstand? Complimenten krijgen over je lichaam? Aan de stilte die volgt is te horen dat zo’n vraag uit de mond van je tante een brug te ver is.

Justine Pardoen, een van de oprichters van Bureau Jeugd en Media en van OudersOnline, houdt zich al vanaf 2005 met sexting bezig. ‘Toen heette het alleen nog geen sexting’, zegt ze. Meer dan tien jaar geleden schreef ze samen met Remco Pijpers het boek Verliefd op internet: Over het internetgedrag van pubers. Lachend: ‘Achteraf een ncrv-achtige titel, want het ging gewoon over seks.’ Pardoen erkent dat er met sexting dingen mis kunnen gaan. ‘Alles wat gebeurt onder dwang wil je natuurlijk nooit. Foto’s van een moslima zonder hoofddoek die vervolgens daarmee wordt bedreigd: “Als je geen naaktfilmpjes stuurt, laten we deze foto aan je vader zien.” Dat soort voorbeelden zijn natuurlijk vreselijk.’

Maar Pardoen wil toch graag vooral een positieve boodschap uitdragen. ‘Er is een nieuwe seksuele revolutie gaande. Dat zegt ook de Rutgers Stichting. De vrijheid die het internet heeft gebracht is ongekend. Ja, kinderen doen dit. En dat is niet zo erg. Ouders doen het zelf ook. Kinderen doen aan seks, ook op leeftijden waarop je dat soms niet verwacht. Wake up and smell the coffee!’

Volgens Pardoen is het vooral de morele kramp waar ouders en scholen in schieten die problemen veroorzaakt. En de media die nooit die positieve boodschap willen verkondigen, want zo’n boodschap is geen nieuws. ‘Als het over seks gaat heb je gegarandeerd paniek. En dan ook nog over kinderen! Zelfmoorden, kinderen die niet meer naar school gaan uit schaamte. Heel erg allemaal, maar wiens schuld is dat? Zonder doorstuurders heb je geen probleem. Denk daar eens aan.’

Pardoen denkt daarom dat trainingen mediawijsheid voor kinderen zich zouden moeten richten op de ontwikkeling van empathisch vermogen, zodat juist het doorsturen wordt tegengegaan. ‘Wat krijgen kinderen nu voor voorbeeld van volwassenen? Kijk naar die filmpjes van Patricia Paay. Dat ze een fijn seksleven heeft: good for her. Maar als volwassenen die filmpjes massaal doorsturen, kun je dan zeggen dat het gek is dat kinderen dit ook doen? Dat soort blaming the victim, dát is uiteindelijk wat kinderen beschaamd, eenzaam en bang maakt.’ Bureau Jeugd en Media formuleerde dan ook een stappenplan voor scholen dat zich richt op hulp aan het slachtoffer, maar ook aan de ontwikkeling van empathisch vermogen van de hele school.

Hoe zouden ouders hier dan beter mee moeten omgaan? ‘Meisjes van negen jaar besluiten om met de iPhone van hun moeder foto’s van hun flamoes te maken? Super!’ zegt Pardoen. ‘Dat had ik ook wel gewild. Wij hadden vroeger alleen een spiegeltje. Je moet dat als moeder niet erg vinden, maar je moet erover praten en regels stellen. Zoals: alle foto’s die privé zijn moet je daarna wissen, geen dingen in gaatjes stoppen, nooit dingen tegen je zin doen. Léér ze dat gewoon!’

Ik moet toegeven dat ik, hoe vrijdenkend ik mezelf ook vind, een dergelijk gesprek nog nooit heb gevoerd met mijn dochters (10 en 8). Ben ik te preuts? Is dat ook niet een beetje jong voor zo’n gesprek? Petra Hoeve en Ruth Schipper, werkzaam bij Qpido, het sekse-specifieke expertisecentrum van Spirit (instelling voor jeugd- en opvoedhulp), noemen dit soort onhandigheid van ouders ‘handelingsverlegenheid’ en ze zien het vaak. Zij denken echter dat je nooit te vroeg kunt beginnen met praten over liefde en seks. ‘De leeftijd waarop kinderen hiermee te maken krijgen gaat steeds verder naar beneden. Heel kleine kinderen zien bijvoorbeeld pornografische beelden op de telefoon van een grote broer of zus, of op hun eigen telefoon. Meisjes zien bovendien op apps als Musically dansjes met zeer uitdagende seksuele poses en dat is hun voorbeeld. En vergeet ook jongens niet. Die denken vaak dat ze een piemel moeten hebben van minstens een halve meter.’ Een van de voorlichters vertelde dat een jongen in de derde klas van de middelbare school seks had met een meisje en toen voor het eerst schaamhaar zag. ‘Hij schrok zich helemaal rot. Had alleen nog maar geschoren vagina’s gezien.’

De gemakkelijke toegang tot porno speelt een belangrijke rol. Dergelijke scènes en poses worden nagespeeld en doorgestuurd. Annemarie van Oosten, onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, promoveerde op onderzoek naar sexy selfies en het seksuele gedrag en zelfbeeld van jongeren. Ze vertelt: ‘Sexting kan inderdaad een positieve manier zijn om te experimenteren met seks en gaat om die reden dan ook vaak goed. Problemen ontstaan als beelden worden doorgestuurd zonder toestemming. Dan zie je dat de schuld toch vaak wordt gelegd bij degene die de oorspronkelijke foto verstuurde.’

Bovendien is opvallend dat voor meisjes nog steeds een dubbele standaard geldt. Meisjes zijn een slet als ze seks hebben, maar een doos als ze nog maagd zijn. Voor jongens geldt toch nog vaak: hoe meer seks, hoe beter. ‘Jongens én meisjes doen vaak vrijwillig aan sexting’, zegt Van Oosten, ‘maar er zijn ook gevallen van dwang. In dat geval ervaren meisjes vaak een grotere druk dan jongens. Die komen uiteindelijk toch met meer weg.’

‘De meeste jongeren zouden het liefst een jaar lang willen verdwijnen in een grote put. Zo erg schamen ze zich’

Daarnaast zijn de traditionele pornografische beelden die meisjes ‘naspelen’ nog steeds vaak rolbevestigend. Van Oosten noemt de zogenaamde ‘performance orientation’ van meisjes. Deborah Tolman, hoogleraar psychologie aan het New Yorkse Hunter College, beschreef bijvoorbeeld in het artikel ‘It’s Like Doing Homework’ (Sexuality Research and Social Policy, 13 augustus 2011) hoe Amerikaanse meisjes op dezelfde manier over blow jobs praten als over academische prestaties: als een taak die ze goed moeten leren uitvoeren, waarbij hun eigen seksuele plezier volstrekt niet van belang is. ‘Het heet niet voor niets een job.’

Peggy Orenstein, Amerikaans specialist op het gebied van seksualisering van meisjes, schrijft in haar meest recente boek Girls and Sex eveneens over deze prestatiegerichtheid. In een e-mailcorrespondentie met mij gaat ze in op sexting als onderdeel van een geseksualiseerde, gecommercialiseerde maatschappij. ‘Onze beeldcultuur gaat niet over wederkerigheid, respect, zorg en het leren kennen van de mens achter de genitalia. Het gaat over “being hot”, een samensmelting van de begrippen “fuckable” en “sellable”. Wat er wordt verstuurd via sexting maakt deel uit van die digitale cultuur. Sexting creëert dus niet een bepaalde dynamiek in de maatschappij, maar het reflecteert, versterkt en versnelt die cultuur wel. Waardoor intimidatie en dwang, maar ook flirten en vrijwillige seks duidelijker naar voren komen en al die dingen wel degelijk verstrekkende impact hebben op het echte leven.’

Overigens benadrukt Orenstein dat Nederland na de jaren zestig een flink stuk progressiever is geweest als het gaat om seksualiteit van jongeren. ‘Ik hoop dat de Nederlanders zich zullen verzetten tegen die seksualiserende, commercialiserende krachten in de samenleving. Het is immers niet preuts of negatief om de huidige objectiverende en seksualiserende online beeldcultuur te verwerpen en om meisjes en jongens aan te moedigen om seksuele ervaringen op te doen die vrijwillig, wederkerig, zorgzaam en extatisch zijn.’

Dat is inderdaad te hopen, maar als ik zie hoe mijn dochters opgroeien met Amerikaanse idolen als Miley Cyrus en Ariana Grande, hoe mijn zoon dezelfde series kijkt op Netflix als Amerikaanse kinderen, dan lijkt de versmelting met de Amerikaanse entertainment- en beeldcultuur eerder sterker te worden dan zwakker.

Medium 2017 07 09 sexting2

Neem de Netflix-serie Thirteen Reasons Why, geproduceerd door Selena Gomez, net als Cyrus en Grande een kindsterretje uit de grote Disney-doos. De serie wordt gretig verorberd door zowel Amerikaanse als Nederlandse jongeren vanaf een jaar of twaalf. In Thirteen Reasons Why wordt misogynie op de middelbare school in al zijn horror tentoongespreid. Hoofdpersoon Hannah Baker wordt bespied, gefotografeerd, haar foto’s worden verspreid, ze wordt op haar kont geslagen, komt op een ‘hot or not’-lijst terecht die haar ex-vriendje laat circuleren, ze is toeschouwer bij de verkrachting van een vriendin en wordt uiteindelijk verkracht door dezelfde onaantastbare jongen van de school. Hij is iets ouder, uit een steenrijke familie en lid van het basketbalteam en om die reden komt hij overal mee weg. Als vervolgens de schoolpsycholoog Hannah in de kou laat staan en haar vertelt dat ze zal moeten leren leven met de verkrachting, omdat strafrechtelijke vervolging meestal toch tot niets leidt, pleegt Hannah zelfmoord. Via ouderwets analoog opgenomen cassettebandjes (een statement tegen de digitale beeldcultuur die haar heeft verzwolgen?) klaagt ze na haar dood haar klasgenoten aan voor het verzieken van haar leven.

Wat weinig overtuigt in de serie is dat al deze elementen zich in de ene persoon van Hannah Baker verenigen, maar de thema’s zijn voor zowel Amerikaanse als Nederlandse jongeren zeer herkenbaar. Het verspreiden van seksueel getinte foto’s, het gebrek aan privacy, het gevoel overal bespied te kunnen worden, het afgerekend worden op seksuele ‘prestaties’, het objectiveren et cetera.

Volgens Annemarie van Oosten zet sexting ons aan het denken over wat nog privé is en wat niet. ‘Daar hebben ouders en kinderen vaak verschillende ideeën over.’ Er wordt elke dag zo veel gepost op internet dat het wellicht op een gegeven moment ook minder uitmaakt. Binnen een paar dagen wordt jouw post alweer overschaduwd door andere posts en hebben mensen het weer ergens anders over. Toch is dat met seksfilmpjes en foto’s vaak anders. Die worden ook door jongeren wel degelijk als privé bestempeld en de gevolgen van verspreiding zijn vaak ingrijpend.

Kijk wederom naar Patricia Paay, die in een recent interview in Linda vertelt dat al haar nieuwe opdrachten werden gecanceld na het schandaal van de filmpjes en dat ze nu moeite heeft om nog werk te vinden. ‘Voor jonge meisjes die dit ook overkomt, zijn de gevolgen niet te overzien’, zegt ze. ‘Ik ga al vijftig jaar mee op televisie, dan kweek je een dikke huid. Als het voor mij desondanks zo moeilijk is, hoe moeten zij er dan mee omgaan? Je maakt zo’n filmpje in goed vertrouwen, in je eigen huis – en ja, misschien had ik, als bekende Nederlander, beter moeten weten. Maar hoe lullig is het om jonge mensen de boodschap te moeten meegeven dat niemand te vertrouwen is?’

Digitalisering maakt wellicht niet de seksuele cultuur, maar versterkt deze wel degelijk, aldus Peggy Orenstein. Over dat versterkende effect maakt Iva Bicanic, klinisch psycholoog en hoofd Landelijk Psychotraumacentrum UMC Utrecht & Centrum Seksueel Geweld, zich zorgen. Ze begint met een dikke disclaimer: ‘Ik zie in mijn werk natuurlijk niet al die keren dat het goed gaat. Ik zie de negatieve gevolgen die sexting kan hebben. Dat geldt trouwens niet alleen voor jongeren, maar ook voor volwassenen.’

Bicanic vertelt dat ze bij het Landelijk Psychotraumacentrum de problematiek rondom sexting vijf jaar geleden nog niet zagen. Nu komen deze gevallen in de ggz steeds vaker voorbij. Daarbij worden twee vormen van seksueel geweld onderscheiden: hands on en hands off. In het eerste geval wordt een naaktfoto of -filmpje gebruikt om iemand te dwingen tot seksuele handelingen. In het echte leven dus. In het tweede geval worden de foto’s en filmpjes gebruikt om iemand te dwingen online steeds meer seksuele handelingen te verrichten. Hands off dus. Feitelijk, of fysiek, word je niet verkracht, maar wel gaat het om handelingen tegen je zin. De hands off-variant ziet Bicanic vooral vaak bij homoseksuele jongeren. Die experimenteren met hun seksualiteit en versturen foto’s en filmpjes. In eerste instantie stelt een ouder iemand zich aardig en behulpzaam op, maar op een gegeven moment worden de beelden tegen hem of haar gebruikt.

In beide gevallen treden dezelfde klachten op, namelijk die van een posttraumatische stressstoornis. Waarbij jongeren minder last hebben van flashbacks, maar juist van flash forwards. Ze zijn als de dood voor wat er nog kan gaan gebeuren. Bicanic: ‘We hebben het natuurlijk over een soort digitale fietsenkelder. Wat vroeger in het fietsenhok gebeurde, gebeurt nu online. Maar het punt is dat als het mis gaat, het vaak ook wel heel erg fout gaat. Waardoor jongeren inderdaad wanhopig van een flat afspringen. We zijn ondertussen namelijk wel een aantal kinderen kwijt, hè? Dat is quite serious.’

‘Als wij met slachtoffers te maken krijgen is onze kernboodschap altijd: het is niet jouw schuld’

Bicanic ziet daarbij de grootste risico’s voor een kwetsbare groep: jongeren met een beperking, een laag zelfbeeld, een traumatisch verleden, dat zijn degenen die makkelijker over te halen zijn om iets te doen waar ze later spijt van hebben. ‘En denk je eens in. Het is zó makkelijk. Pubers hebben een brein dat nog niet helemaal is uitontwikkeld. Pubers willen erbij horen. Maken zich zorgen over de kleur van hun schooltas. Over of die veter in die gymp nou wel of niet vast moet. Dan zitten ze eenzaam op hun kamertje met die telefoon. En dan verwachten wij dat deze kinderen zichzelf af kunnen remmen? Dat ze een verstandig, rationeel besluit nemen?’

Bicanic vindt ook dat het veroordelen van het ‘slachtoffer’ moet stoppen. ‘De cultuur waarin volwassenen zich laatst bij RTL Late Night nog rot lachten om een filmpje waarop per ongeluk twee mensen zijn gefilmd die seks hebben in het bos? Niet oké. Doorsturen van duidelijk privé bedoelde filmpjes of foto’s? Niet oké.’

Maar ondertussen leven we wel in die cultuur en de realiteit is dat foto’s en filmpjes vaak wel worden doorgestuurd. Bicanic ziet in haar praktijk de naarste uitwassen voorbijkomen. ‘Omdat de problematiek zo nieuw is, is er nog amper onderzoek gedaan naar de impact. Maar ik zie dit als een nieuwe vorm van seksueel geweld.’ Ze is met haar collega’s dan ook een behandelmethode aan het ontwikkelen. ‘Vaak richt de hulpverlening zich op het doen van een melding bij de politie, het wissen van de beelden in kwestie, maar waar het vrijwel nooit over gaat: hoe moet de jongere zelf hier nou precies mee omgaan? De meeste jongeren zouden het liefst een jaar lang willen verdwijnen in een grote put. Zo erg schamen ze zich.’

Wat Bicanic in ieder geval weet, is dat jongeren die eenmaal een posttraumatische stressstoornis oplopen, later een verhoogde kans hebben om nog een keer seksueel geweld mee te maken. ‘Dat is zorgelijk.’ Haar belangrijkste boodschap voor ouders is dan ook: praat over deze onderwerpen. ‘Als een kind stress ervaart, gaat het normaal gesproken naar een vertrouwenspersoon, meestal de ouders, om zich te laten helpen. Maar in deze gevallen schamen kinderen zich vreselijk, en als de ouders dan ook nog eens niet gewend zijn om over seks te praten, durven jongeren hun geheim niet aan hen te onthullen. Ze hebben zichzelf klem gezet en moeten vervolgens al die ellende en stress alleen doormaken.’

Qpido verzorgt voorlichtingslessen over sexting en grooming (digitaal kinderlokken) in de regio’s Amsterdam, Zaandam, Purmerend en Alkmaar. Op middelbare scholen, maar ook op basisscholen vanaf groep 7 en 8. ‘Een heel goede leeftijd om daarmee te beginnen’, vindt ook Iva Bicanic. ‘Eerder is zelfs nog beter gezien de leeftijd waarop Nederlandse kinderen online gaan.’

Ruth Schipper en Petra Hoeve van Qpido vinden seksueel experimenteren ‘heel normaal’, maar ze willen ook benadrukken dat de ellende van het internet is dat de hele wereld meekijkt. De medewerkers van Qpido geven in hun voorlichtingsbijeenkomsten aan jongeren uiteindelijk de boodschap om ‘liever niet’ aan sexting te doen, ook niet als ze denken dat iemand te vertrouwen is. Zonder dat daarbij overigens de oorspronkelijke verstuurder als schuldige wordt aangewezen. ‘Als wij met slachtoffers te maken krijgen is onze kernboodschap altijd: het is niet jouw schuld.’

Als kinderen het dan toch willen doen, adviseren Hoeve en Schipper seksfoto’s of -filmpjes alleen te versturen zonder hoofd in beeld en zonder herkenbare kenmerken zoals tatoeages. ‘Dat is nog steeds niet zonder risico’s, want ook zonder hoofd in beeld kunnen kinderen er snel genoeg achter komen om wie het gaat.’

Justine Pardoen is van mening dat bij voorlichting de nadruk moet liggen op het doorstuurgedrag, ‘anders stimuleer je victim blaming’. Ook #No head, de hashtag die wordt gebruikt bij het propageren van sexting zonder hoofd in beeld, vindt zij geen oplossing: ‘Kinderen komen er altijd wel achter wie het is. Nee, we zouden als volwassenen een duidelijk signaal moeten afgeven: dit doen wij elkaar niet aan. Scholen halen nu vaak de politie erbij om aangifte te doen, schoolpsychologen adviseren jongeren om te ontkennen dat ze iets hebben verstuurd. Ik zou dat anders doen. Rustig aangeven dat iedereen de foto’s gaat verwijderen, omdat ze privé zijn en kinderen verantwoordelijk maken voor hun doorstuurgedrag. In mediawijsheidtrainingen gaat het om de ontwikkeling van empathisch vermogen. Het maken van die beelden zelf past bij de seksuele ontwikkeling van kinderen en dat moet je dus niet problematiseren.’

Linda de Mol begon onlangs de digitale actie Stop Online Shaming, waarbij lezers worden opgeroepen een online register te tekenen. In een interview op haar site zegt De Mol: ‘Samen moeten we het oneigenlijk verkrijgen en ongewild online verspreiden van seksueel getinte foto’s en video’s tegengaan. Dat mag niet en is strafbaar, maar door de huidige wetgeving moet je een heel lange adem hebben willen shamers opgespoord en aangepakt worden. Online shaming kan levens verwoesten en mensen stuk maken. We moeten de ernst hiervan inzien.’

Wat moet ik mijn kinderen nu vertellen over sexting? Nooit foto’s of filmpjes maken? Nooit sturen, ook niet als je iemand vertrouwt? Maar welke boodschap geef ik ze daarmee? Dat het fout is om te experimenteren met seks? Dat niemand te vertrouwen is? Dat is niet wat ik wil. Aan de andere kant wil ik ook zeker niet dat ze slachtoffer worden van onvrijwillig doorsturen. Misschien dus maar liever geen enkel risico lopen? Of alleen zonder hoofd? Maar dat schijnt ook niet afdoende te werken. In ieder geval nooit een foto van een ander doorsturen. Empathisch vermogen kweken: stel je eens voor hoe jij je zou voelen als de hele school jouw blootfoto zou zien?

Misschien wordt het tijd dat ik mijn schaamte overwin en met mijn kinderen wat explicieter over seks ga praten. Helaas is een onderdeel van dat gesprek ook een uitleg over hoe de wereld in elkaar steekt. Hoe producten nog steeds worden verkocht met behulp van vrouwenlichamen. Hoe seks in de beelden om ons heen vaak lijkt te gaan om een soort optreden, een show, een prestatie, terwijl het zou moeten gaan om liefde, intimiteit en genot. ‘Kijk, Nicki Minaj is trots op haar billen, maar is dat echt bevrijdend? En waarom worden meisjes met kleine billen dan plotseling naar beneden gehaald? Waarom staat er een half blote mevrouw op dat billboard? Waarom hebben vrouwen op internet nergens haar? Waarom is die rapper toch voortdurend aan het opscheppen over het aantal meisjes dat hij zijn bed in krijgt? Zijn die meisjes werkelijk zo blij om hem voortdurend te mogen pijpen?’

Een ander onderdeel van dat gesprek is dat mensen aardig en empathisch zouden moeten zijn, maar dat dit helaas niet altijd het geval is. Dat mensen dus wél foto’s en filmpjes doorsturen, ook als ze dat niet zouden moeten doen, en dat je al heel snel geen grip meer hebt op waar jouw beelden opduiken. En dat in dat geval de gevolgen ronduit rot kunnen zijn.

En ten slotte is privacy een onderdeel van dat gesprek. Want ondanks grootse statements uit de tech-wereld dat de privacy dood zou zijn, weten kinderen best dat er zaken zijn die ze liever niet met de hele wereld willen delen. Wat is publieke informatie en wat niet? En hoe denk je daar morgen over? Moet je ervan uitgaan dat alles wat je met je telefoon verstuurt ooit openbaar zou kunnen worden? Dat privacy in de online wereld inderdaad niet bestaat?

Het blijven lastige gesprekken. Vooral met een puberjongen van dertien die zich zorgen maakt over de hoeveelheid gel die hij ’s ochtends in zijn haar moet smeren of welke kleur zijn nieuwe telefoonhoesje moet hebben. Met een meisje van tien dat haar zakgeld opspaart voor een nieuwe etui van de Hema en een meisje van acht dat uitzinnig danst op K3. Kinderen die je het zou gunnen om zich in een heel andere wereld bewust te worden van hun eigen seksualiteit.