Hij was onschuldig

Nieuwe commotie omtrent Kollum: de Irakese ex-bewoner van het aldaar gevestigde asielzoekerscentrum bleek niet schuldig aan de moord op Marianne Vaatstra, wees een DNA-test uit.

De Kollummers, volhardend in hun verzet tegen het asielzoekerscentrum, werden te kijk gezet als ‘discriminerende boerenpummels’. In alle commotie over de Friese onverdraagzaamheid drong tot weinigen door dat een DNA-test, tot voor kort omstreden, leidde tot het einde van de verdachtmakingen rond de onschuldige Irakees, en eerder overigens ook rond een Friese inwoner van het dorp.
Een persoon kan biometrisch (lichaamsgebonden) worden geïdentificeerd aan de hand van lichaamsgeur, DNA, vorm en afmeting van het oor, gezichtsvorm, stemgeluid of een hand-, vinger- of irisscan. Door bijvoorbeeld tijdens het opnemen van geld uit de automaat een scan te maken van iemands oog (gewoon even de blik fixeren op een donker ruitje waarachter camera met speciale irisscanapparatuur) wordt gecontroleerd of pinpas en persoon bij elkaar horen.
Biometrische identificatie moet in de nabije toekomst wachtwoorden overbodig maken en identiteitscontroles waterdicht. Lichaamsgegevens zullen vanaf het jaar 2001 worden gebruikt in het nieuwe Nederlandse paspoort. In Engeland wordt reeds geëxperimenteerd met de eerste geldautomaten met irisscan, en de nieuwe Eurofighter-jachtvliegtuigen worden uitgerust met stemidentificatie.
Begin oktober kwam de Registratiekamer, toezichthouder op de privacy-wetgeving, met een rapport waarin lovende woorden werden gesproken over de nieuwe identificatietechnieken. Ze zijn immers nauwelijks fraudegevoelig, in tegenstelling tot elektronische wachtwoorden en pincodes. Maar de Registratiekamer wees ook op een gevaar. Met name uit irisscan en DNA-profiel zijn naast de identiteit ook psychische en fysieke gegevens af te leiden: gewild bij verzekeraars en toekomstige werkgevers. Bovendien kan het niet zo zijn, zegt de Registratiekamer, dat de vastgelegde persoonsgegevens aan namen worden gekoppeld. Nu al bestaan databanken met de vingerafdrukken van bijna een miljoen asielzoekers, en DNA-profielen van verdachten en veroordeelden. Vooralsnog gekoppeld aan een nummer, niet direct aan persoonsgegevens.
Maar enkele jaren geleden ontdekte de Registratiekamer dat de politie gegevens van geregistreerden doorgaf aan werkgevers. Alleen als dat niet gebeurt, zijn de voordelen van bijvoorbeeld DNA-identificatie evident. Ze vormen een effectief middel bij het oplossen van moorden en zedenmisdrijven. De ten onrechte verdachte Irakees hoefde zich van het ene moment op het andere geen zorgen meer te maken.
Als echter gebeurt wat de Rotterdamse korpschef B. Lutken, tevens voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen wil, gaan we dan niet te ver? Hij noemde in januari het vaststellen van een DNA-profiel 'de absolute voorwaarde voor criminaliteitsbestrijding’ en hij pleitte voor het uitgebreid verzamelen van genetisch materiaal, ook bij inbraken (door middel van peukjes en haren) en desnoods onder de Marokkaanse jongeren die net een rel hadden veroorzaakt in Amsterdam-West.
Wat Lutken wil kan nu nog niet. Er mag slechts gedwongen DNA worden weggenomen (doorgaans via een uitstrijkje van het wangslijmvlies) als iemand wordt verdacht van een misdrijf waar minimaal acht jaar gevangenisstraf op staat. Maar een versoepeling van de wet is in voorbereiding.
Van degenen die zich vrijwillig aan een DNA-test onderwerpen, mag het materiaal niet worden opgeslagen in een databank. Dat dat tóch gebeurt, werd in juli door NRC Handelsblad aangetoond. Voor vernietiging is een opdracht van de rechter-commissaris nodig, maar die wordt nog wel eens vergeten. 'En zonder opdracht vernietigen we niets’, zegt men op het Gerechtelijk Laboratorium.
Mevrouw Veenstra, een der actievoerders tegen de asielzoekers in Kollum, zei, tegen elk DNA-onderzoek in: 'Ik vraag me nog steeds af of ze de juiste Irakees hebben aangehouden.’
Want tegen uitheemsenhaat is geen biometrica opgewassen.