Schuilen in de schijnwerpers

Hilhorst

Laurette Spoelman, Lucy Kortram en Michiel Patijn. Ik had ze dolgraag in mijn column willen citeren deze week, maar het lukte me niet om memorabele uitspraken te vinden. Daarom noem ik ze maar een paar keer. Laurette Spoelman, Lucy Kortram en Michiel Patijn. Spoelman, Kortram en Patijn. Na een aantal herhalingen wordt het een mantra. Het klinkt als een succesvol advocatenkantoor. Misschien helpt het hen om volgend jaar beter te scoren in de citatie-index van Intermediair. Dit jaar stonden ze op de twee-na-laatste (Spoelman), de een-na-laatste (Kortram) en de allerlaatste plaats (Patijn). Ze waren nauwelijks aanwezig in landelijke bladen en op radio en tv. Marjet van Zuijlen heeft in haar column in hetzelfde blad haar collega’s bij voorbaat verdedigd. Het kamerwerk behelst zoveel meer dan het optreden in de media! Hier is de kleuterjuf aan het woord die weigert om de hierarchische verschillen van haar pupillen te erkennen en zo de zwakke leerlingen nog veel intenser beledigt: ‘Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten. Laurette, Lucy en Michiel zijn goed in, zijn goed in, zijn héél aardig.’ Meer steun kunnen de drie verwachten van Paul Frissen. In zijn brochure Sturing en politiek domein stelt hij dat het gemuggenzift op het Binnenhof weinig te maken heeft met de alledaagse bestuurlijke praktijk. Om de gewichtige politici die optreden in Den Haag vandaag en andere media kan hij alleen maar lachen. Spoelman, Kortram en Patijn zijn tenminste eerlijk. Zij erkennen dat de macht van het parlement beperkt is. Hun devies is een parafrase van Wittgenstein: 'Wie niets te zeggen heeft, kan beter zwijgen.’ Helemaal ongelijk heeft de Tilburgse hoogleraar niet. Melkert was afgelopen jaar het meest in het nieuws: 1330 keer. Toch heb ik ook moeite om van hem memorabele uitspraken te herinneren. Hans Maarten van den Brink heeft zich in Boven de grond in Washington en New York verwonderd over de nieuwsberichtgeving over Reagan. Dagelijks was te zien hoe de president een helikopter in- of uitstapte. Kritische vragen stellen was door het lawaai onmogelijk, maar dat was misschien ook precies de bedoeling. Voor Melkert en andere veelvuldig in de media opduikende politici geldt hetzelfde: zichtbaar zijn is belangrijker dan gehoord worden. Dat betekent niet dat wat dagelijks de revue passeert, onbelangrijk is. Het publieke debat gaat echter maar over enkele van de vele beslissingen die genomen worden. De pers bericht consciëntieus over de meest uiteenlopende ‘dossiers’. Ophef veroorzaakt het zelden. Alle aandacht gaat naar de break van de week. Spraakmaken in het gesprek van de dag is vaak niet meer dan met veel bombarie morrelen aan marges. De kamervraag is dan belangrijker dan het antwoord. Het indienen van de motie belangrijker dan wat er vervolgens mee gebeurt. Zo verzaken politici hun belangrijkste taak: het kritisch tegen het licht houden van de hoofdlijnen en het waakzaam blijven voor averechtse effecten van beleid. Op de momenten dat het erom gaat zijn parlementariërs vaak afwezig. Maar door de enorme media exposure valt het bijna niet op. Ze verschuilen zich in de schijnwerpers.