Burgermascotte

Hilhorst

Verkooptrainer is hij van beroep. Ik sprak hem, waar je zulke mensen tegenkomt: op de squashbaan. Hij moet bijvoorbeeld personeel van gezondheidswinkels van hun scrupules afhelpen. Hij leert ze om echte verkopers te worden en af te rekenen met hun medelijden met de AOW’ers en invaliden. Zij moeten omzet draaien en dat betekent rolstoelen verkopen met talloze snufjes en dito prijs. Zijn devies: ‘Zorg dat ze trots worden op hun wagen en als ze het niet kunnen betalen is dat hun zaak.’ Hij heeft mij ook de allersimpelste verkooptruc geleerd. Als een klant komt kijken naar een auto moet je hem, na hem te hebben uitgehoord over zijn wensen, niet één auto laten zien, maar twee. Deze heeft iets meer comfort, die is iets goedkoper. Voor de koper in spe is de keuze dan al snel: neem ik deze of die, in plaats van wil ik hier een auto kopen of niet.


Het voorstel van de commissie-Elzinga om alleen in de vier grote steden het verkiezen van de burgemeester mogelijk te maken heeft een vergelijkbaar effect. Het debat gaat alleen nog maar over de vraag of dit onderscheid tussen grote en kleine gemeenten legitiem is. Voor de veel belangrijker vraag naar de verantwoordelijkheden van de burgemeester is bijna geen aandacht. Juist daar zit echter de achilleshiel van het rapport. De commissie wil de bevoegdheden van de burgemeester namelijk maar mondjesmaat uitbreiden. De burgemeester nieuwe stijl wordt niet het hoofd van het bestuur. Hij mag niet zelf de wethouders benoemen. Burgemeester Patijn heeft al eerder gezegd alleen voor een gekozen burgemeester te zijn als die dan ook daadwerkelijk de baas is in het college. Daar heeft hij groot gelijk in. Ministers klagen vaak dat zij bij schandalen moeten bloeden voor fouten van ambtenaren over wie zij amper zeggenschap hebben. De gekozen burgemeester van Elzinga zal hier in het kwadraat onder lijden. Hij is immers niet de baas van het gemeentebestuur, maar wordt na zes jaar door de bevolking natuurlijk wel afgerekend op dat beleid. Zonder forse uitbreiding van de macht van de burgemeester is zijn verkiezing een schertsvertoning. Het is vergelijkbaar met het door de bevolking laten kiezen van de voorzitter van de Tweede Kamer. Dat is zonder meer een belangrijke functie, maar de taak van de voorzitter bestaat toch vooral uit het toezien op en consciëntieus navolgen van procedures. Elzinga geeft de burger geen macht, maar een gevoel van macht. Wilt u deze mascotte of die? En waar moet het verkiezingsdebat over gaan? Kandidaat A belooft dat hij heel voortvarend de vergaderingen met de wethouders zal voorzitten. Kandidaat B laat dit niet op zich zitten en kondigt aan dat hij nog bekwamer de voorzittershamer ter hand zal nemen. Is het zo moeilijk om te voorspellen dat de bevolking niet zit te wachten op de verkiezing van zo’n procedureridder?


De commissie-Elzinga vreest dat met een te krachtige burgemeester de rol van de gemeenteraad is uitgespeeld. Dat is Hollandse angsthazerij. Krachtig bestuur stimuleert krachtig weerwerk. Dan ontstaat eindelijk het dualisme waar de commissie zo’n voorstander van zegt te zijn. Als het de commissie lukt om haar voorstellen voor de verkiezing van de burgemeester aanvaard te krijgen, zal de verkooptrainer trots op haar zijn. Dat je zo’n lege dop als verworvenheid aan de man weet te brengen, is knap.



PIETER HILHORST