Boycotterie

Hilhorst

Voor de profeten van het maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn het zware weken. Al jaren zeggen zij dat bedrijven zich ethisch moeten opstellen om te kunnen overleven. Niet zonder succes. Shell heeft zelfs een gedragscode voor al haar medewerkers. Daarin staat bijvoorbeeld dat je geen geld mag storten in de verkiezingskas van een bevriend staatshoofd. Op korte termijn kan dat onhandig zijn, vooral als je failliete staatsboedel van de DDR wil opkopen, maar op lange termijn is het de enige manier om te overleven. De bewuste consument wil namelijk geen producten meer die slecht zijn voor het milieu, met kinderarbeid zijn gemaakt of anderszins besmet zijn. Het ondernemen zal verantwoord zijn of het zal niet zijn.


De bazen van de internationale ondernemingen hebben het gevoel te leven in een panopticon van Bentham. In deze gedroomde gevangenis wisten delinquenten dat ze elk moment bekeken konden worden door onzichtbare bewakers. Dus zouden ze zich volgens de Engelse filosoof gedragen. Foucault heeft het panopticon van Bentham als metafoor gebruikt voor de surveillance in de moderne maatschappij. De Fransman heeft echter nooit kunnen vermoeden dat niet alleen de arme sloebers maar ook de machthebbers last zouden krijgen van het dwingende oog. Uit pure angst voor een consumentenboycot proberen ondernemers te voorkomen dat ze de woede op zich laden van de publieke opinie en gedragen ze zich behoorlijk. Althans volgens de pleitbezorgers van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een voorwaarde daarvoor is wel dat de toorn van de publieke opinie een zekere logica kent. Bedrijven die zich schandelijk gedragen moeten kunnen rekenen op een afstraffing aan de kassa. Andere moeten vrijuitgaan. Van die logica is echter weinig te merken. Afgelopen week heeft het Joods Wereld Congres opgeroepen tot een boycot tegen Aegon in Amerika. Voorlopers van Aegon hebben zich bij de afhandeling van polissen van joden uit de Tweede Wereldoorlog echter voorbeeldig gedragen. Nederlandse verzekeraars hebben 98 procent van de gelden uitgekeerd aan rechthebbenden of hun nabestaanden. Over de rest van het geld zijn recentelijk afspraken gemaakt met Nederlandse joodse organisaties. Bovendien heeft Aegon eind november vorig jaar een voorziening getroffen voor Californische rechthebbenden. De voorzitter van de Californische toezichthouder op de verzekeringen, Quackenbusch, was destijds laaiend enthousiast en zei dat dit de eerste keer was dat in Amerika zo’n regeling werd getroffen. Toch moet Aegon gestraft omdat de verzekeraar weigert mee te werken met een onderzoek naar de oorlogspolissen. Aegon wil naar eigen zeggen best meewerken, maar alleen als de onderzoekscommissie erkent dat de Nederlandse verzekeraar in tegenstelling tot Duitse en Italiaanse assurantiebedrijven niet in de beklaagdenbank thuishoort. De commissie weigert dat en dus hangt Aegon een boycot boven het hoofd. De aanklacht is flinterdun, maar dat is geen garantie dat deze boycotterie mislukt. Greenpeace had bij zijn actie tegen het dumpen van de Brent Spar immers ook geen zaak. Toch werd er aan de oproep niet bij Shell te tanken massaal gehoor gegeven.


Het valt blijkbaar niet te voorspellen wat actiegroepen en publieke opinie in beweging brengt. Shell wordt geboycot om een alleszins redelijk plan. Maar waar blijft de consumentenactie tegen het Franse Elf dat vooroploopt bij het betalen van smeergelden en de Duitse CDU naar de afgrond hielp? Willekeurige verontwaardiging dooft elke prikkel tot verantwoord ondernemen. Internationale bedrijven leven inderdaad in een panopticon, maar wel een met dronken bewakers.


PIETER HILHORST