Een ton per woord

Hilhorst

‘De Tweede Kamer zal zich als een Baron van Münchhausen uit het moeras moeten trekken’, schrijft Willem Breedveld in Tegenmacht gevraagd. In het door De Balie uitgegeven pamflet eist de politieke commentator van Trouw dat het parlement weer lef krijgt. De volksvertegenwoordigers laten zich ringeloren door volledig dichtgemetselde regeerakkoorden. Ze verliezen zich in details. Ze zijn een bijwagen van de regering geworden. Van dualisme is geen sprake. Breedveld daagt de parlementariërs uit eindelijk eens te spreken over de hoofdlijnen van het beleid. Ze moeten duidelijk maken voor welke fundamentele dilemma’s de samenleving zich geplaatst weet en het lef hebben in deze spanningsvelden helder positie te kiezen. Ze moeten kortom de angst van zich afwerpen om op hun bek te gaan.

De politiek zal, als Breedveld zijn zin krijgt, ongetwijfeld spannender worden. Voor parlementaire journalisten wordt het leuker. De vraag is alleen of de gevraagde flinkheid van de volksvertegenwoordigers ook tot maatschappelijke veranderingen leidt. De universiteitspolitiek was ook spannender toen studenten en personeelsfracties fel debatteerden over de formulering van de afkeuring van de apartheid in Zuid-Afrika. Of de zwarten die gebukt gingen onder het regime van Botha veel baat hadden bij de ophef, valt te betwijfelen. Breedveld stelt eigenlijk dat de machteloosheid van de parlementariërs hun eigen schuld is. Als ze maar meer lef hebben komt alles goed. Was het maar zo simpel.

Neem het debat over de multiculturele samenleving, dat al maanden door de media raast. Het initiatief van Melkert om er ook in de Kamer over te spreken, past bij Breedvelds pleidooi. Maar wat kan het opleveren? De Kamer zal zich hemelsbreed uitspreken tegen de segregatie van het onderwijs. Dat doen politici immers al jaren. Het levert alleen niets op omdat ze de liberale verworvenheid van de vrije schoolkeuze niet willen opofferen en impliciete uitsluitingsmechanismen van witte scholen niet willen aanpakken. De Kamer zal haar zorg uitspreken over de magere resultaten van de inburgeringscursussen. Er zullen plannen en plannetjes worden gelanceerd om de taalachterstand van allochtonen te bestrijden. En om te bewijzen dat het de Kamer echt menens is zal zij extra geld ter beschikking stellen. Het artikel van Paul Scheffer telde vierduizend woorden. Ik denk dat het wel een ton per woord oplevert. Vierhonderd miljoen extra is gezien de enorme economische meevallers zelfs een beetje aan de zuinige kant.

Het reserveren van extra geld is nobel, maar het is meer een gebaar dan een analyse. Er zijn immers al miljarden gestoken in het achterstandsbeleid. Hoe komt het dat de resultaten daarvan steeds tegenvallen? Hoe komt het dat de besteding van de extra gelden nooit is geëvalueerd? Worden structurele uitsluitingsmechanismen als institutioneel racisme niet te veel met rust gelaten? De beantwoording van zulke vragen leidt tot een veel zorgwekkender machteloosheid dan het gebrek aan lef van Breedveld. De Kamer moet meer van het verleden leren, maar ze kijkt liever vooruit dan terug. Alleen in parlementaire enquêtes wordt grondig geanalyseerd wat mis ging. Die analyses verworden echter al snel tot een Binnenhof-steekspel of de politiek verantwoordelijken moeten aftreden. Het onbehagen van Breedveld over de nietszeggendheid van het parlement is terecht, maar de oorzaak ligt veel dieper. Door de moderne onoverzichtelijkheid zijn goede bedoelingen geen garantie voor goede resultaten. Als de Kamer zich daar geen rekenschap van geeft, blijft het debat over de multiculturele samenleving vrijblijvend. Dan blijft het pathetisch sussen.