Kabinetshussel

Hilhorst

Telkens is fijntjes opgemerkt dat Bram Peper als minister van Binnenlandse Zaken ook verantwoordelijk was voor de integriteit van het Openbaar Bestuur. Dat maakte zijn aftreden onafwendbaar. Hoe zou hij ooit nog geloofwaardig een burgemeester kunnen ontslaan die een paar duizend gulden te veel heeft gedeclareerd? Bovendien was zijn straatgevecht met de Rotterdamse commissie die zijn declaratiegedrag onderzocht een schoolvoorbeeld van hoe staatsdienaren zich niet dienen te verantwoorden voor hun uitgaven. In de veranderende overheidsorganisatie vallen niet meer voor elk gedrag van staatsdienaren regels op te stellen. Integriteit is in deze context meer dan je aan de letter van de wet houden. Het vereist een bereidheid om alle uitgaven (en beslissingen) coöperatief toe te lichten. Pepers verdediging met juridische dreigementen en een public relations-offensief van bevriende politici had daarentegen de strekking dat de Rotterdamse onbenullen zo’n grote man als hij niet moesten lastigvallen.


Peper was dus niet langer de aangewezen man om leiding te geven aan het integriteitsbeleid van de overheid, maar zou hij als hij een andere portefeuille beheerde wél hebben kunnen blijven zitten? Pas vrijdag bij de presentatie van het onderzoeksrapport blijkt wat Peper op zijn kerfstok heeft. Mijn verwachting is dat hij wel heeft geprofiteerd van de vrijgevige cultuur op het Rotterdamse stadshuis, maar niet op grote schaal heeft gefraudeerd. Er vielen in Rotterdam als het om declareren ging namelijk niet zo veel regels te ontduiken, omdat er amper regels waren. Maar is iemand die goed voor zichzelf zorgt bij voorbaat ongeschikt voor de politiek? Voormalig minister Wijers maakte geheel legaal ook gebruik van twijfelachtige belastingconstructies om zijn pensioen te spekken. En mag Cor Boonstra, die zichzelf miljoenen aan opties cadeau doet, straks geen publiek ambt bekleden?


In de affaire-Peper wreekt zich dat in Nederland een politicus alleen kan aftreden of kan blijven zitten. Een tussenweg is er niet. Er zijn echter zaken waarvoor een bewindspersoon wel moet worden gekapitteld maar die hem nog niet ongeschikt maken voor de politiek. Soms moet een bewindspersoon bloeden voor fouten op zijn departement die hij onmogelijk kon voorkomen. In Nederland geldt echter dat als een politicus eenmaal is afgetreden hij ook onmiddellijk is afgeschreven.


In het Verenigd Koninkrijk kan een politicus als Peter Mandelson aftreden omdat hij een lening van 1,3 miljoen heeft verzwegen en na tien maanden weer terugkeren in het kabinet. Daar zijn reshuffles van het kabinet ook geen ongebruikelijk fenomeen. Politici krijgen loon naar werken. Iemand die het bont maakt, maar nog geen ontslag verdient, krijgt Noord-Ierse Zaken in zijn maag gesplitst. Mandelson werd ook minister voor Noord-Ierland.


Als het rapport over Peper van vrijdag meevalt, zou het goed zijn om eindelijk in Nederland een begin te maken met het fenomeen van de kabinetshussel. Het is het perfecte antwoord voor politici die een beetje de fout in zijn gegaan. De afgetreden Peper krijgt zo gewoon een andere plek in het kabinet. Sinds enkele jaren kent Nederland immers een even ondankbare portefeuille als Noord-Ierse Zaken: het staatssecretariaat van Jusititie. Cohen wordt in dit scenario voor zijn verdiensten beloond met Binnenlandse Zaken. Daar kunnen ze een hypercorrecte gentleman wel gebruiken. Peper is op zijn beurt uitermate geschikt als eerstverantwoordelijke voor asielzaken. Hij heeft immers bewezen dat hij houdt van royale gebaren en een hekel heeft aan al te strakke regels.



PIETER HILHORST