Gewoon blijven

Hilhorst


Václav Havel schreef na zijn eerste jaren als president van toen nog Tsjecho-Slowakije een essay over de onvermijdelijke corrumperende werking van het bekleden van een hoog politiek ambt. Het is onmogelijk om een voorkeursbehandeling te weigeren. Het liefst, zo bekende hij, zou hij bij de kapper gewoon op een bankje zitten wachten op zijn beurt. Maar zijn medewerkers achtten deze nederigheid een verspilling van kostbare presidentiële tijd. Een tussen de leesmappen snuffelend staatshoofd zou bovendien afbreuk doen aan het vereiste decorum. Het is moeilijk om bescheiden te blijven.


Uit de openbaarmaking van de declaraties van de bewindslieden blijkt dat staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken Havels stelling logenstraft. Zij is uitzonderlijk gewoon gebleven. Als zij geïnterviewd wordt door Margriet koopt zij ter voorbereiding vier oude exemplaren en levert daarvoor bij het ministerie een bonnetje in. Als haar vulpen leeg is van het veelvuldig ondertekenen van brieven en besluiten koopt zij voor 36 gulden nieuwe vullingen en zorgt dat ze die vergoed krijgt. Zonder vullingen kan ze immers niet functioneren.


De verslaggeefster van het NOS-Journaal stelde — in de vaste overtuiging zo de vox populi te vertolken — onmiddellijk de vraag of een bewindsvrouw die meer dan twee ton verdient deze zaken niet zelf kan betalen. Voor het eerst was ik blij met het populisme van het journaal. De verslaggeefster stelt in feite immers de vraag of een politicus ook te gewoon kan zijn. Na de ophef over de buitensporigheid van Peper die als burgemeester een keer te veel op zijn partyship ging varen en zijn chauffeur wel eens zijn vuilniszakken buiten had laten zetten, is dat verfrissend. Misschien is een politicus die houdt van het grote gebaar en wel eens een bonnetje kwijtraakt beter dan een bewindsvrouw die net als de saaiste klerk alles zorgvuldig bewaart en consciëntieus declareert?


Mevrouw Verstand bewijst zo dubbel het ongelijk van Havel. Ze laat niet alleen zien dat het mogelijk is om gewoon te blijven, maar ook dat het helemaal niet wenselijk is dat politici gewoon blijven. Hopelijk luidt de operette van de declaraties zo een grote kentering in. Misschien zal het electoraat nu eindelijk inzien dat het ongekend pijnlijk is als een premier zijn populariteit dankt aan zijn bescheidenheid en het feit dat hij zo gewoon is gebleven.


Over de Amerikaanse verkiezingen spreken we hier te lande vaak smalend. In de campagnes voor het presidentschap spelen issues een ondergeschikte rol. De strijd gaat alleen over karakter. En daarmee over niks, want politici met een slecht karakter kunnen toch goed beleid voeren en mensen met een onberispelijk karakter kunnen de meest vreselijke maatregelen afkondigen.


Nederland is het inmiddels niet veel beter gesteld. Ook hier gaat de aandacht steeds meer uit naar de mens achter de politicus. Het enige verschil is dat wij niet houden van oorlogshelden of sportvedetten, maar het liefste politici kiezen die boven alles gewoon zijn. En dus krijgen wij in plaats van McCain of Bradley types als Kok en Verstand. Over hun politieke functioneren zegt hun uitmuntende bescheidenheid helemaal niets. Het valt niet op voorhand te zeggen of de gewone Verstand beter is dan Peper die het hoog in zijn bol heeft. Daarvoor moet je kijken naar wat een politicus vindt en doet, niet naar wie hij eigenlijk is, laat staan naar wat hij declareert.



PIETER HILHORST