Anti-Magritte

Hilhorst


Robert Dulmers heeft vast gegniffeld toen hij het bedacht. Wat is er leuker dan Filip Dewinter, de leider van het Vlaams Blok, na lezing van Het multiculturele drama van Paul Scheffer en het hoofdredactionele commentaar van de Volkskrant te laten zeggen dat Nederland het Vlaams Blok inmiddels op punten heeft ingehaald? Wat is er leuker dan hem in de mond te leggen dat de invloed van extreem rechts zich blijkbaar ver buiten de eigen partij uitstrekt? Wat is er leuker dan op het einde te schrijven dat Dewinter de krantenartikelen onder het fotokopieerapparaat legt en zo te suggereren dat hij nog wat kan leren van de retoriek van Scheffer?


Na lezing van het artikel Rechtse passeerbewegingen in De Groene van vorige week, overviel mij een diepe plaatsvervangende schaamte. Dat mijn blad dit afdrukt. Dit is laf links. Dulmers miskent moedwillig de essentiële verschillen tussen de democraat Scheffer die strijdt voor gelijke rechten van allochtonen en autochtonen en de anti-democraat Dewinter die juist een einde wil maken aan de gelijke rechten onder het motto: ‘Baas in eigen land’; tussen de publicist die het nationale zelfbeeld aan een kritisch onderzoek wil onderwerpen omdat het gangbare beeld nieuwkomers uitsluit en de politicus die het zelfbeeld als excuus wil gebruiken om nieuwkomers uit te sluiten. Hij suggereert bovendien dat je zorgen maken over de tekortschietende integratie op zich al kwalijk is. Voor hem is Scheffer ‘guilty by association’. Dit moet niet mogen, dacht ik.


Maar dat dacht Dulmers van het artikel van Scheffer misschien ook. Beter is het om de achtergrond van deze retoriek te begrijpen, want Dulmers is de enige niet die zo redeneert. Laf links heeft twee kenmerken. 1) Er wordt geen poging gedaan om de aangesprokene te overtuigen; hem voor de eigen parochie belachelijk maken is genoeg. 2) De aanval richt zich nooit op wat iemand schrijft maar altijd op wat hij eigenlijk bedoelt. Lees de kritiek van Kader Abdolah in de Volkskrant: ‘Eerst dacht ik dat hij voor allochtonen opkwam, pas later voelde ik mij de gebeten hond. (…) De Nederlandse samenleving is niet meer alleen van u. Ook van ons.’ Alsof Paul Scheffer het tegendeel beweert.


Het gevolg van deze wijdverspreide discussiestrategieën is dat een goed debat niet meer mogelijk is. Als de criticasters de aangesprokene alleen belachelijk willen maken en weigeren te argumenteren, hoeft hij niet meer te antwoorden. En ook het zoeken naar heimelijke motieven slaat als een boemerang terug. Wie Scheffer verwijt dat de publicist eigenlijk niks moet hebben van allochtonen, laadt al snel de verdenking op zich dat hijzelf eigenlijk probeert om alle problemen te ontkennen. Deelnemers aan het debat zijn zo permanent bezig met het bestrijden van het vermeende verkapte racisme of de verstokte politiek correctheid van de ander.


Het debat illustreert zo pijnlijk dat het bestrijden van taalachterstand hooguit het halve verhaal is. De deelnemers schrijven allemaal Nederlands, maar verstaan elkaar nog steeds niet. Het ontmantelen van de overdosis aan impliciete beelden en vooroordelen is minstens zo belangrijk. Die maken dat we niet meer horen wat mensen zeggen en niet meer zien wat ze doen. Dat betekent niet dat iedereen zich totaal moet schoonwassen van zijn vooroordelen. Dat is onmogelijk. Het is een simpel pleidooi tegen gemakzucht. Het is een anti-Magritte-programma. Ceci c’est une pipe. En wie zegt dat dat niet zo is, moet met een heel goed verhaal komen.



PIETER HILHORST