Media

Hilversum

Een jaar of tien geleden begonnen, nogal plotseling, de klachten. Hans Hillen van het CDA die erover mopperde dat politici het achtergrondkoortje vormden voor de analyses van Job Frieszo, Hans Dijkstal die beweerde dat zijn collega’s slechts soundbites leverden voor de sensatiezucht van de media en Johan Stekelenburg die als burgemeester van Tilburg de media de schuld gaf van de verplatting van de politiek. Sindsdien is, vreemd genoeg, het klagen minder maar het fenomeen sterker geworden. Daarmee bedoel ik niet dat de huidige politiek platter is dan die van vroeger, het gaat me niet om een oordeel maar om een fenomeen: de groeiende rol van de media in het politieke spel.

Tot voor kort heb ik me vaak afgevraagd wat Marshall McLuhan precies bedoelde met zijn opmerking over het medium dat boodschap is. Op dit moment is het fenomeen dagelijks zichtbaar en een mogelijke betekenis van de opmerking evident. Een aantal politici gaat met elkaar in debat. Het debat duurt, zeg, één uur. In dat uur krijgt iedereen om te beginnen een minuut om zijn standpunt naar voren te brengen. Vervolgens krijgt eenieder de gelegenheid om gedurende drie minuten met één zelfgekozen opponent uit het gezelschap een apart debatje te voeren. Verder zijn er collectieve debatjes over vijf, tevoren door de redactie van het programma vastgestelde onderwerpen. De quizmaster, pardon debatleider, krijgt in zijn oortje voortdurend te horen dat hij nu het woord aan persoon X moet geven, dan thema Y moet afsluiten en mijnheer Z, al 23 seconden aan het woord, echt moet afbreken. Zo gebeurt het, elk van de aanwezigen weet dat het zo gebeurt en iedereen aanvaardt het ook. Modern theater, pardon politiek.

De inhoud is zo ondergeschikt aan de vorm dat het moeite kost te luisteren naar wat gezegd wordt. Gelukkig doet dat er ook niet toe. Je let op andere dingen: haalt-ie ’t in dertig seconden, is hij rustig of opgewonden, dat pak staat hem helemaal niet, oei, kijk de quizmaster eens wanhopig een stiltepunt zoeken. De woorden zijn bijzaak.

De wereld waarin wij leven is zonder twijfel complexer dan die van onze ouders die op zijn beurt weer complexer was dan die van hun ouders. Er zijn meer lijnen, meer dwarsverbanden, meer bepalende factoren, meer spelers. Ook is er minder dat vaststaat. Zo goed als alles kan, alles mag en alles gebeurt ook. Elke analyse van deze carrousel kan niet anders dan complex zijn. Maar het tegengestelde gebeurt – misschien wel juist daarom. Oneliners, hele of halve kwinkslagen, botte beschuldigingen, aantoonbaar halve waarheden en een handvol thema’s dat in sterk vereenvoudigende vorm steeds weer terugkomt. Dat is politiek en op basis van een handjevol kreten worden we geacht een beslissing te nemen over onze toekomst.

Iedereen – politicus, mediamaker, publiek – weet dat het zo niet werkt en dat elk eerlijk (vandaar steeds weer dat woord) verhaal de complexiteit beklemtoont. Natuurlijk is het geen kwestie van Europa in of uit, bezuinigen of spenderen, groei of krimp, grenzen open of dicht en nog zo wat van die tweelijners. Dat kan niet eens. Zo zit de wereld niet in elkaar. Je kunt, bijvoorbeeld, eventueel de euro afschaffen en teruggaan naar de gulden. Het verandert minder dan je denkt. We zijn met handen en voeten gebonden aan een Europese, ja zelfs mondiale economie. De enige keuze, wellicht, is die van Noord-Korea maar die is ondenkbaar, gepasseerd station. Iedereen weet dat het zo is en de politici die de hele dag over dergelijke zaken nadenken, weten het beter dan wie ook. Maar ze zeggen het niet. Ze kunnen het niet zeggen. Het is immers verkiezingstijd. Je moet scoren en dat doe je niet door te zeggen dat de bal rond is. Dat doe je door te trappen.

Bovendien is de arena op trappen ingericht. Je hebt tien seconden. Je wordt onderbroken. Op het scorebord wordt voortdurend bijgehouden wie de winnaar is. Niet denken dus. Maak een grap. Camera 1 staat op X. Denk om je body language. Nu jij. Blijf rustig maar niet te rustig want dan is je beurt voorbij. Je praat. Woorden. Ze betekenen niks. Middelen richting doel.

‘Ik ga mijn eigen campagne voeren’, zei Rutte afgelopen zaterdag op campagne in Breda. Hij bedoelde: ik wil mijn eigen frame, mijn eigen format, woorden die wél iets betekenen. In theorie zou dat moeten kunnen, er zijn immers principes en die bepalen de verschillen tussen de richtingen in de politiek. Maar principes zijn ingewikkeld, niet meer dan richtlijnen waarvan in de praktijk steeds weer afgeweken moet worden. Dát kun je al helemaal niet zeggen! Veel te complex. Bovendien kost het tijd principes uit te leggen. Die tijd is er niet. Rutte zal zijn eigen campagne om die reden niet hebben. De anderen evenmin. Het tijdperk daarvan is voorgoed voorbij. De regels van het politieke spel worden in Hilversum gemaakt.