Hilversumse nachten

Ooit was nachtradio de speeltuin van Hilversum. Maar de omroepbonzen hebben geen behoefte aan speelse nachtbrakers. Op zoek naar de laatste radiorebellen.

9 JANUARI 1978. De nachtrust in het vijfhonderd zielen tellende Woudrichem (Noord-Brabant) wordt ruw verstoord door de entree van honderden auto’s uit heel Nederland. De verkeersstroom loopt vast in de dorpskern. De plaatselijke veerman ziet zich geconfronteerd met een uitzinnige clientele, die, getooid met doodskop-insignes, eist nog diezelfde nacht de Merwede over te worden gezet. Bestemming: Slot Loevestein, waar zich volgens de ordeverstoorders ‘het beloofde land’ bevindt. Als de capaciteit van het veer tekort blijkt te schieten, bestormt de menigte een naburige werf en kaapt daar zestien roeiboten. Bij gebrek aan roeiriemen worden verkeersborden uit de klei getrokken en tot peddels gepromoveerd.
Wat bracht drieduizend Hollanders tot deze staat van verdwazing? Niets meer of minder dan het hypnotiserende stemgeluid van experimenteel kunstenaar, orakel en radiomaker Willem de Ridder. De dolle pelgrimage naar de oevers van de Merwede werd geregisseerd vanuit een radio-studio van de VPRO. De Ridder mobiliseerde zijn luisteraars door ze een nachtelijke puzzelrit 'vol vreemde en huiveringwekkende avonturen’ voor te spiegelen.
De autoriteiten konden de humor van de nachtelijke spooktocht niet inzien. De Algemene Verkeersdienst van de Rijkspolitie sloeg alarm en ook de Waterpolitie moest uitvaren. Burgemeester L. M. Vorster (KVP) sprak van 'een ongepaste, lugubere grap’ en kondigde aan een schadeclaim bij de VPRO in te dienen. Hoofdofficier van Justitie A. Niessen uit Dordrecht ten slotte beloofde een onderzoek in te stellen naar het gebeuren.
DE WEDLOOP op Woudrichem is een van de spraakmakendste frivoliteiten uit de ruim twintigjarige geschiedenis van de nachtradio. Vanaf het begin is nachtradio een schuilplaats geweest voor de meest onaangepasten binnen de omroepen. En tevens een oord waar omroepdirecties hun radiomakers graag heen zonden als ze hadden gezondigd tegen de geest van de verenigingsstatuten.
Vincent van Engelen (KRO), nacht-deejay van het eerste uur: 'Bij ons gold de nacht aanvankelijk als een degradatie. Ik herinner me de vergadering waarin de eerste nachturen verdeeld moesten worden. Alle radiomakers keken naar het plafond of naar hun schoenveters. Toen hebben ze maar een paar vrijwilligers aangewezen.’ Van Engelen behoorde tot deze eerste lichting 'vrijwilligers’. Hij begon echter al snel de charmes van de nachturen te ontdekken. 'Het tempo lag lager, je hoefde niet voortdurend te scoren. En in de nacht kon je dingen doen die overdag ondenkbaar waren. Zo heb ik een keer een hele elpee achter elkaar gedraaid. Gewoon zo van: ik vind dit mooi, dus ik draai de plaat helemaal.’
Wat zich ontwikkelde tot een speeltuin voor radiomakers, was oorspronkelijk bedoeld als frequentie voor calamiteiten. Begin jaren zeventig wilde de overheid de burgerbevolking ook na bedtijd kunnen instrueren over hoe te handelen bij kernoorlogen, watersnoodrampen en ander ongerief. Hilversum diende permanent een etherfrequentie open te hebben, zodat minister-president Biesheuvel het bange volk te allen tijde geruststellend kon toespreken. Over de programmatische invulling van deze rampfrequentie maakte geen sterveling zich druk. Zowel in Hilversum als in Den Haag ging men ervan uit dat, zolang het koninkrijk in vrede ademhaalde, geen hond zou luisteren naar het gebrabbel van gedegradeerde deejays.
Een verkeerde inschatting, zo bleek te Woudrichem. Willem de Ridder verkneukelt zich anno 1995 nog steeds over de chaos die hij destijds in het Brabantse heeft aangericht. De massale respons en de lyrische staat waarin de luisteraars Woudrichem bereikten, ziet hij als een ode aan de 'intensiteit’ van zijn radio-escapades. De Ridder: 'Het gaat mij altijd om het experiment. Wat ik interessant vind aan radio, is dat je luisteraars hun eigen beelden kunt laten maken. Die persoonlijke beelden zijn veel krachtiger, intenser en intiemer dan geprefabriceerde tv- beelden.’ De radiokunstenaar beschouwt de nacht als de natuurlijke entourage voor radio met impact: ’ ’s Nachts is er minder afleiding en meer ruimte voor verbeelding. Ook voor de maker. Je hebt minder last van richtlijnen en voorschriften. Zo hoefde ik nooit een omroepvergadering bij te wonen. Ik maakte wat ik maken wilde en ik kon net zo ver gaan als ik wilde.’
Tegenwoordig verricht De Ridder zijn kunstjes uitsluitend nog voor Amsterdamse piratenzenders. 'Alleen daar kun je nog experimenteren, alleen daar heb je nog vrijheid. In Hilversum moet alles tegenwoordig in een patroon passen, precies in het slot vallen. Ga maar eens luisteren. Je hoort toch niemand meer die een beetje zichzelf is? Als ik daarnaar luister, word ik doodzenuwachtig. Dan denk ik: man, ga wat leuks doen! In godsnaam… relax!’
JAN HAASBROEK staat al ruim twintig jaar aan het roer van de VPRO-radio. Onder zijn verantwoordelijkheid zijn vele uren gedenkwaardige nachtradio gemaakt. Naast de bestorming van Slot Loevestein vermeldt het cv van de radiodirecteur onder andere een rechtstreeks pianoconcert vanaf het graf van Mozart (1976), nachtelijke visites van Wim T. Schippers aan een kraamkliniek en manoeuvres van het korps commandotroepen (1979), live-uitzendingen vanaf het mistige Bahnhof Emmerich (1980), een mist hoornconcert met bijdragen vanuit havens in heel Europa (1982) en themanachten rond liefde, homo’s, poezie en flamenco (tot en met 1983).
Waarom dateert het laatste nachtspektakel alweer van zo lang geleden? Heeft de matheid van Hilversum nu ook de VPRO in zijn knuisten? Haasbroek erkent dat het sprankelende is verdwenen. Ter verklaring bladert hij in de uitzendschema’s van de afgelopen decennia. 'Toen we nog C-omroep waren, was de nacht nog een hele happening. Eerst hadden we zes, later twaalf nachten per jaar. Dan zei je aan het begin van het seizoen: wie bedenkt de leukste nacht? Toen we B-omroep werden gingen we al naar 26 nachten. En sinds 1992 zitten we op 52. Daarbij komt dat de zenders de laatste tijd steeds weer door elkaar worden gegooid. Je bent al lang blij als je ’s nachts een doorlopende programmering hebt.’ Middelmatigheid troef, dus? Haasbroek grimlacht: 'Ik geef toe dat we de nacht wel eens wat kritischer onder de loep kunnen nemen. Maar het is niet zo dat er ’s nachts niets gebeurt bij de VPRO.’
WE MELDEN ONS bij Kim van Kooten en Robbert Pronk, de bedenkers, redacteuren en presentatoren van 5.5 = 6, een programma voor eindexamenkandiaten dat om mysterieuze redenen van twaalf tot een uur ’s nachts wordt uitgezonden. Kim en Robbert hebben in voorgaande uitzendingen reeds doelgroepgerichte onderwerpen als geweld op het schoolplein, ongewenste intimiteiten in de klas en pesten behandeld. Robbert Pronk: 'Verder volgen we wekelijks twee eindexamenkandidaten, een meisje en een jongen. Het meisje weet nog niet precies wat ze gaat studeren. Daar hebben we een leuke uitzending omheen gemaakt. Luisteraars konden bellen met een studieadvies en het beste advies won een cd-speler.’
Het onderwerp van vannacht: studieleningen. De uitzending kabbelt voort volgens een minutieus draaiboek waar Kim & Robbert drie dagen aan hebben gepuzzeld. Een voorlichter van de Rabobank komt uitleggen hoe fijn het is om een Raborekening te hebben. Kim & Robbert geven sporadisch tegengas. Na afloop zijn Kim & Robbert 'best wel tevreden’. Maar kan de nacht niet wat spannender? Wat minder beleefd? Kim van Kooten: 'Mensen afzeiken vind ik te makkelijk.’ Robbert Pronk: 'Botheid moet wel zin hebben.’
Onze volgende excursie gaat naar Hothouse, het non-stop heavy beat, heavy dance-programma waarin jazz- saxofonist Hans Dulfer zijn lust tot improviseren botviert. Gebruikmakend van een grote hoeveelheid apparatuur mixt hij jazz, hiphop, oosterse muziek en gregoriaans tot een funky geheel. 'Hoppa!’ roept Dulfer en schuift via het mengpaneel een nieuw geluidje in zijn swingende radiobehang. 'Wie is dit? Wie is dit?’ brult hij boven de muziek uit. We moeten het antwoord schuldig blijven. 'Tom Waits!’ snuift Dulfer. Na twee uur meedeinen en bier drinken is er tijd voor een paar vraagjes. 'Doelgroep? Doelgroep?’ roept hij verbijsterd. 'Ik ben de doelgroep!’ Ook het woord 'draaiboek’ krijgt een schamper onthaal. 'Je moet radio niet uren van tevoren voorbereiden. Dan krijg je doods gepiel.’ Dulfer heeft medelijden met zijn collega’s van de dagradio, die zich als zetbazen van zenderprofilering en marketingonderzoekers laten gebruiken. Dulfer: 'Ik ben wel eens gaan kijken bij zo'n Henk Westbroek van de Vara. Die moet draaien wat er klaar ligt en zeggen wat er gezegd moet worden. Wat een bestaan.’
Maar wordt ook de nacht niet bedreigd door de steriele zenderstrategen? Dulfer: 'Natuurlijk. Alles wat nog een beetje vrij is wordt bedreigd. Ze hebben wel eens een waakhond op me afgestuurd, die ging controleren wat ik draaide. Toen stopte ik thuis de muziek die ik wilde in brave hoezen. Dan zei ik tegen die waakhond: joh, geef die plaat van Dizzy Gillespie eens aan. Toen hebben ze het maar opgegeven.’
Dulfer ziet zichzelf als een laatste guerrillero tegen de cijferdictatuur van de commercie. 'Alle marktonderzoek is wishful thinking’, filosofeert de jazz-veteraan. 'Die marketingjongens stellen altijd vragen waarop je maar een ding kunt antwoorden. En dus krijgen ze altijd de antwoorden die ze willen hebben. En echt, neem van mij aan, het publiek kan veel meer aan dan dat laffe middle of the road-marketinggeluid van Hilversum. Laatst speelde ik met mijn band in een inrichting voor mongoloiden. Die mongolen vonden het fan-tas-tisch! Maar wie begonnen er te zeuren? De ouders en de directie. Zo gaat het bij de radio ook. Iedereen denkt maar dat ze voorzichtig moeten zijn, omdat het publiek dom is.’
Hoewel Dulfer de hoop op eigenwijze radio levend houdt, blijft het Service Salon-achtige babbeltjesprogramma van Kim & Robbert als een schaduw over de VPRO-nacht hangen. Kan zelfs de VPRO geen opstandige jongeren meer vinden? Haasbroek: 'Nou je het zegt… Al ons grove geschut is oud en grijzend. Misschien zijn de jongeren wel gewoon minder wild. Of misschien zegt het wel iets over ons dat we ze niet wild genoeg vinden.’ Telt radio uberhaupt nog mee voor de jeugd? Haasbroek: 'Er zijn weinig jongeren te vinden die na hun huiswerk zeggen: laat ik een stukje Hier en nu gaan luisteren om te horen hoe ’t in Bosnie gaat. Nee, dat wordt Baywatch kijken bij RTL4. En dan heb ik het over gezinnen waar echt wel een paar boeken in de kast staan.’
OP ZOEK NAAR wilde jongeren belanden we bij Veronica. We zijn te gast bij Rob Stenders, presentator van Outlaw Radio dat zaterdagnacht van twaalf tot twee de lucht in gaat. Enkele maanden terug werd Stenders’ Shock Radio door de Veronica- bonzen het zwijgen opgelegd. Stenders: 'Er gebeurden allerlei dingen die Veronica niet vond kunnen. Ik heb nog geprobeerd uit te leggen wat “shockeren” betekent, maar ja…’
Het omstreden programma werd definitief uit de lucht gehaald na het zogenaamde Barry Hughes-incident. Poserend als een suicidale fan belde Stenders de gewezen voetbaltrainer/entertainer en dreigde zelfmoord te plegen als deze ophing ('Barry, help me! Je bent mijn idool’). Stenders: 'Dat vond de directie dus te ver gaan. ’
Volgens de deejay waren de grollen in Shock Radio internationaal gezien onschuldige speldeprikjes. 'Luister in Amerika maar eens naar Howard Stern.’ Stern introduceerde ooit een telefoonspelletje waarin luisteraars moesten voorspellen welke bekende Amerikaan als eerstvolgende aan aids zou overlijden. De hoofdprijs: een polaroid van een miskraam. Stenders: 'De luisteraars vinden het prachtig! En de sponsors staan in de rij.’
Uit de reacties op Shock Radio bleek het incasseringsvermogen in Nederland een stuk lager te liggen. Niet zozeer bij het publiek, dat in groten getale op het geruchtmakende nachtprogramma afstemde, als wel bij de programmadirectie van Veronica. Stenders wijt de stopzetting van zijn troetelkindje aan het brede bedrijfsbelang: 'Veronica heeft televisiebelangen, een omroepgids en populaire hitradio. Als iemand van die omroep belangrijke artiesten beledigt, lijdt het hele bedrijf eronder. Dan zegt zo'n artiest: ik kom niet meer bij jullie. In Amerika ligt dat anders. Die Howard Stern zit op een station met een heel smal belang en een heel smal profiel.’
STENDERS BESCHOUWT zijn huidige programma Outlaw Radio als een gecastreerde versie van het verboden Shock Radio. We besluiten een uitzending bij te wonen en komen om kwart over twaalf de Veronica-kantine binnenzeilen. De gasten klitten met hun gevolg zenuwachtig samen. Niemand heeft hen ingelicht over tijdstip en inhoud van hun bijdrage. 'Zouden ze ons vergeten zijn?’ vraagt een zangeres die zich Blanche noemt bezorgd. 'Het mot niet te lang gaan duren’, moppert Keessie van Nassaue, zanger van het levenslied; 'Anders ben ik pleite!’ Stoere taal, maar hij blijft met zijn laatste cd naast de koffiemachine zitten.
Tegen half een zeilt Stenders op kousevoeten de kantine in: 'Zijn jullie allemaal gasten? Nee toch!’ Blanche en Keessie maken zich los van vrienden en familie, schudden de radiomaker de hand en splitsen hem onmiddellijk hun cd in zijn maag. Stenders neemt het splinternieuwe Nederlandse repertoire in ontvangst alsof het ongewenst reclamedrukwerk is en dirigeert het gezelschap richting Studio 3.
Keessie van Nassaue en zijn entourage verspreiden een penetrante alcoholgeur. Na de gedwongen koffiepauze vallen ze gretig aan op de biervoorraad. Keessie roept om wodka-cola en als dit niet voorhanden blijkt, begint hij zijn radio-interview met de woorden: 'Als ik nu die wodka-cola nie krijg ben ik pleite!’ 'Nou, dahag!’ zegt Stenders en hij zet een plaatje op. Keessie en zijn makkers druipen af.
STENDERS STEEKT zijn hoofd om de studiodeur en richt zich tot Blanche en haar begeleidster. 'Jullie zijn toch het duo Touch?’ informeert de discjockey. 'Nou, nee’, hakkelt de zangeres, 'ik ben Blanche en dit is mijn zusje.’ Stenders grijpt naar zijn hoofd en verdwijnt naar zijn vaste stekje achter de draaitafel.
Even later schittert Blanche in de Keetje Tippel-competitie. Middels drie onzinopdrachten moet de aanstormende artiest genoeg punten verzamelen om overdag een keer op Radio 3 gedraaid te worden. Een prijs waarvoor de lagere echelons in het popcircuit bereid zijn ver te gaan. Vorige week maakte een Friese hardrockformatie Hilversum onveilig met doldrieste verkeersmanoeuvres in het kader van de opdracht: verzamel vijftig gulden aan bekeuringen. Blanche komt er vannacht genadig van af: zij moet een schemerlamp zien op te sporen. 'Een staand model graag’, instrueert Stenders. 'Zo eentje uit de huiskamer van een gezellig RTL-gezinnetje.’ 'Wat is dit voor gedoe?’ klaagt het zangeresje tegen haar zusje. Toch gaat ze op zoek in de verlaten burelen van Joop van der Reijden c.s. Hoewel ze nul punten scoort, speelt ze de Keetje Tippel- competitie tot de laatste ronde (sjoelbakken) uit. Om twee uur ’s nachts sjoelt ze zich naar achttien punten. In de ogen van Stenders een te magere score voor de hoofdprijs. Teleurgesteld verdwijnen Blanche en haar zuster in de nacht.
De commerciele toekomst van de ex-piraat lacht Stenders niet bepaald toe. Stenders: 'Die marketingjongens gaan er nog steeds van uit dat een programma dat discussie oproept, sponsors afschrikt. Ik dacht toch wel dat Paul de Leeuw inmiddels heeft aangetoond dat commercie ook in Nederland anders kan werken.’ Stenders voorspelt dat ook Outlaw Radio onder het bewind van Endemol de vlag zal moeten strijken. Stenders: 'Dan is het over en uit. Dan mag ik overdag plaatjes gaan draaien bij hitradio. Leuk…’