7 november 1927 – 19 september 2013

Hiroshi Yamauchi

Toen Hiroshi Yamauchi een van zijn fabrieksingenieurs zag spelen met een zelf gefabriceerde robotgrijparm zag hij het licht. Nintendo is niet meer weg te denken uit de gamewereld.

Voordat gamefabrikant Nintendo in 1999 het vechtspel Super Smash Bros. op de markt bracht, moest er intern lang gediscussieerd worden over de vraag of het wel kon om hoofdpersoon Mario, de altijd vrolijke loodgieter en mascotte van het bedrijf, mensen te laten slaan. Een begrijpelijke vraag, het Japanse Nintendo houdt immers tot de dag van vandaag dapper vast aan zijn vriendelijke imago: de familie bestaat nog steeds voor een belangrijk deel uit de pratende paddenstoelen, poppige prinsesjes, fladderende schildpadden en grijnzende wolken van die beroemde eerste games uit de jaren tachtig.

Met die typische zoetheid heeft Nintendo zich altijd onderscheiden van andere gameplatforms, die op een volwassener, gewelddadiger en realistischer spelassortiment gericht zijn. ‘Wees anders dan de rest’ was een van de lijfspreuken van Hiroshi Yamauchi, die het bedrijf van zijn opa groot maakte en tot 2002 directeur bleef. Op 19 september overleed hij op 85-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking, als een van de rijkste mannen van Japan. Het blad Forbes schatte vorig jaar dat hij zo’n 2,1 miljard dollar waard was.

Yamauchi was pas 22 toen zijn stervende grootvader, de directeur van het in 1889 opgerichte Nintendo, hem bij zich riep en tot opvolger benoemde. Het was 1949, en het bedrijf, destijds Yamauchi Nintendo, produceerde handmatig vervaardigde hanafuda, een bepaald type spelkaarten. De jonge – en totaal onervaren – Yamauchi ondervond weerstand van de werknemers, die hem niet serieus namen, maar kreeg het toch voor elkaar om het productieproces te automatiseren. Het bedrijf begon als eerste in Japan plastic speelkaarten te drukken; in 1959 sloot Yamauchi een deal met Disney en verschenen Mickey Mouse en co op de achterkant van zijn kaarten.

Het werd hem snel duidelijk dat spelkaarten een nogal beperkte handel was en Yamauchi, die zich in het nieuwe hoofdkantoor in Kyoto tot een imperialistisch leider ontpopte, begon te experimenteren met andere bedrijfstakken, zo divers als instant noedels, een taxicentrale en een hotel voor vluggertjes waar je per uur kon betalen voor je kamer. De wilde uitstapjes brachten het bedrijf aan de rand van de afgrond; pas toen Yamauchi een van zijn fabrieksingenieurs zag spelen met een zelf gefabriceerde robotgrijparm zag hij het licht. Hij zou het zoeken waar het begonnen was: met spel. De spelende medewerker, Gunpei Yokoi, werd aangesteld als fulltime productontwikkelaar en Nintendo vestigde zich als een grote speler op het speelgoedveld. De Ultra Hand, gemodelleerd naar de fabrieksgrijparm van Yokoi, was een hit, en er volgden voor die tijd spectaculaire elektris

Medium yamauchi2

che speelproducten als laserpistolen en de Love Tester, een apparaat waarmee verliefde pubers met behulp van sensoren konden meten hoeveel ze werkelijk van elkaar hielden.

Om zich heen zag Yamauchi ondertussen dat Amerikaanse bedrijven als Atari spelcomputers verkochten die aangesloten konden worden op televisies. Hij huurde gameontwerpers in, lanceerde de voorganger van de eerste Nintendo, de Color TV game 6, en deed wat voorzichtige stappen op de Amerikaanse markt voor arcade-spellen. Maar het grote succes kwam in 1981 met de razende, beukende aap Donkey Kong, die tot de dag van vandaag regelmatig terugkeert in Nintendo-games. Mario had ook al een rol in deze speelkast, maar heette toen nog Jumpman, omdat hij niet veel meer kon dan springen.

Om snelle ontwikkeling te stimuleren stelde Yamauchi hierna drie afzonderlijke researchafdelingen in, die met elkaar concurreerden. Daaruit kwam in 1983 voort wat de ambitieuze directeur in gedachten had, een product goedkoop genoeg om veel te verkopen en uniek genoeg om de markt te domineren: de famicom, hier bekend als Nintendo Entertainment System (nes). Het vierkante grijze ding zette destijds de standaard voor gameconsoles. It can’t be beaten, zo luidde de slogan. Tegen de tijd dat het in Amerika te koop was kon je er achttien spellen op spelen, waaronder natuurlijk Donkey Kong Jr. en Super Mario Bros. – waarvan iedereen zich nog de blikkerige soundtrack herinnert.

In 1990 kampeerden Japanse gamers voor de winkel in afwachting van de opvolger, de super famicom (snes) en in de loop van de jaren negentig volgden Game Boy en Nintendo 64. Nintendo had toen felle concurrentie gekregen van Sony’s Playstation en toen Yamauchi de Game Cube introduceerde, had ook Microsoft de markt bestormd met Xbox. Yamauchi hield vast aan zijn formules en stond erop dat de Nintendo-systemen de betaalbaarste in hun soort bleven. Daarnaast benadrukte hij dat het onderscheid erin moest zitten dat de hardware van Nintendo het gameontwikkelaars makkelijk maakte goed speelbare spellen te ontwerpen.

Behalve dat hij niet meer weg te denken was uit de gamewereld maakte Yamauchi zich in de jaren negentig op een merkwaardige manier ook nuttig voor een ander spel: honkbal. Het Amerikaanse team de Seattle Mariners werd te koop aangeboden en op verzoek van een senator wierp Yamauchi zich op als koper. En dat terwijl hij nog nooit een honkbalwedstrijd had gezien. Dat de club eigendom was van een niet-Amerikaan had grote gevolgen voor het chauvinistische Amerikaanse honkbal, dat vanaf dat moment ook open stond voor Japanse spelers.

Nintendo had van zijn eigenaardigheden geprofiteerd, maar Yamauchi had ook een aantal flinke flops op zijn naam. Rond de eeuwwisseling kreeg het bedrijf het bovendien steeds moeilijker met de concurrentie. ‘The gaming wars, they will never end’, citeert The New York Times Yamauchi, ‘that’s just how the business works.’

In 2002 was hij moegestreden en droeg zijn leiderschap over. Met het bedrijf had hij duidelijk het allerbeste voor. Hij weigerde zijn pensioen van meer dan tien miljoen en stelde een competente opvolger aan, die terugvocht met innovatieve consoles als Wii en DS, zonder te toornen aan wat het bedrijf van Yamauchi was en is: een hardnekkig vrolijk imperium.


Beeld: The Asahi Shimbun / Getty Images