Hoofdcommentaar: Hirsi Ali’s keuze

Hirsi Ali’s opgewekte keuze heeft LPF-trekjes

Wie na alle opwinding van het afgelopen politieke jaar rekende op een rustige verkiezingscampagne komt nu al bedrogen uit. Het circus blijkt nog steeds op volle toeren te draaien, slechts 87 dagen hinderlijk onderbroken door een bij geboorte al ten dode opgeschreven kabinet. 2002 bleek het jaar van records en van noviteiten; de transfer van Ayaan Hirsi Ali van de Wiardi Beckman Stichting (WBS), het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, naar de zestiende plaats op de VVD-lijst kan hier moeiteloos aan worden toegevoegd.

Natuurlijk, het gebeurt vaker dat iemand van partij wisselt, ook als de persoon in kwestie al lang niet meer in de marge van het anonieme partijlidmaatschap opereert. Voor de verkiezingen van 1998 verruilde Jet Bussemaker GroenLinks nog voor de PvdA en vertrok Femke Halsema, net als Hirsi Ali, bij de WBS om kamerlid te worden namens GroenLinks. Meer recent, bij de totstandkoming van het kabinet-Balkenende, bekeerden CDA’ers, vvd’ers en zelfs een PvdA-prominent (Eduard Bomhoff) zich tot het gedachtegoed van de Lijst Pim Fortuyn om voor die nieuwe partij het nijpend tekort aan geschikte kandidaten voor een ministerschap op te lossen.

De stap van de PvdA naar de VVD, en juist op dit moment, is groter en ligt gevoeliger. In de tijd dat Hans Hoogervorst en Gerrit Zalm de sociaal-democratie verruilden voor het liberalisme, had niemand nog van deze anonieme leden gehoord. Van Ayaan Hirsi Ali, die door de gevolgen van haar radicale standpunten wekenlang voorpaginanieuws was, kan dat moeilijk worden gezegd. En hoewel ze zich bij de WBS in opdracht van de PvdA bezighield met de bestudering van de sociaal-democratie, slaagde VVD-leider Zalm erin haar zo ver te krijgen na slechts één week bedenktijd het toch tamelijk rigoureuze besluit te nemen te wisselen van partij én ideologie.

De manier waarop de transfer gestalte kreeg, is op z’n minst uniek. Een veelbelovend onderzoekster die zich bezighoudt met wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van een specifieke ideologie, de sociaal-democratie, wordt door de voorlieden van een stroming aan de overzijde van het politieke spectrum ingepalmd en overgehaald parlementariër te worden. De VVD viste in de kweekvijver van de toch al zieltogende PvdA en deelde de voormalige coalitiepartner in de campagne de eerste grote klap uit. De vraag is hoe fatsoenlijk dit is en of emoties zo in de politiek niet wat al te veel gewicht krijgen. Maar de liberalen bleken niet de enigen die het op «Ayaan» hadden voorzien. De Socialistische Partij, die een jaar geleden het afgezwaaide PvdA-kamerlid Rob van Gijzel ook al politiek asiel bood, bleek de politicologe, die net als Pim Fortuyn slechts bij de voornaam wordt genoemd, eveneens een aanbieding te hebben gedaan. Een betere illustratie van de vaak geponeerde stelling dat politieke partijen niet meer of minder zijn dan uitzendbureaus voor bestuurders en bureaucraten had niet gegeven kunnen worden. Ideologie of nestgeur lijkt geen enkele rol of betekenis meer te hebben, partijen verkennen domweg de markt en verwerven de behartigers van deelbelangen waarmee ze het sterkst denken te kunnen scoren op de politieke beursvloer.

Hirsi Ali onderbouwde haar overstap naar de VVD met een lang en niet erg samenhangend betoog in NRC Handelsblad. Ze legde uit dat ze het aanbod van Zalm onmogelijk had kunnen weigeren. «Met het afslaan van een zetel in de Tweede Kamer zou ik mensen die mijn inzet nodig hebben wel eens ernstig te kort kunnen doen», schreef ze. Zoveel vertrouwen in de slagkracht van de politiek is niet vaak vertoond — dat valt natuurlijk alleen maar toe te juichen. En het is waar, met haar opvattingen over emancipatie van allochtone vrouwen stond ze de laatste jaren dichter bij de VVD dan bij de PvdA. Een probleem is wel dat Hirsi Ali haar partijkeuze nogal eenzijdig laat afhangen van dit specifieke thema. Een politicologe zou moeten weten dat het bij een ideologie om een scala aan opvattingen gaat. En de VVD kan, in de woorden van Hirsi Ali, voor wat betreft de emancipatie van allochtone vrouwen dan wel «de drager van de liberale traditie in ons land» zijn, op veel andere terreinen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om de voor de moslimwereld evengoed cruciale opvattingen over internationale politiek, is de partij drager van een conservatieve traditie.

Hoe legitiem haar zaak ook is, de opgewekte keuze die Hirsi Ali maakt vóór politieke invloed, doet denken aan de drijfveren die kandidaten voor de LPF hadden. In de slipstream van For tuyn wilden mensen de politiek in, om eindelijk eens een aantal van hun persoonlijke ongenoegens of stokpaardjes te kunnen agenderen. Ook zij hadden opeens weer een sceptisch makend vertrouwen in de mogelijkheden van de politiek. Toen Nederland na de totstand koming van het Strategisch Akkoord niet per direct tot ieders tevredenheid bleek ingericht, zakte de fractie van de LPF door deze onderschatting van het belang van een coherent gemeenschappelijk gedachtegoed als een pudding in elkaar. Er bleek in het geheel geen sprake van eenheid, maar van 26 deelbelangen die zich moeilijk lieten stroomlijnen. Niet geheel ten onrechte vreest een aantal VVD’ers met de komst van Ayaan Hirsi Ali voor een debacle zoals het CDA dat in 1998 kende met Jacques de Milliano.