Historisch decorstuk

James Meek

Uit liefde van het volk

Uit het Engels (The People’s Act of Love) vertaald door Marijke Emeis

De Arbeiderspers, 336 blz., € 18,95

Plaats van handeling: Jazyk, een plaatsje in Siberië. Tijd: oktober 1919, de Witten hebben nog niet verloren, de Roden nog niet gewonnen, maar ook de Grote Oorlog is nog niet voorbij. Zo is er een legioen Tsjechen uit het Habsburgse leger waarvan de moordlustige kapitein in de taiga een Tsjechisch imperium wil stichten. In Jazyk heeft zich ook een christelijke sekte gevestigd. De leden nemen, alsof ze met de communisten concurreren, een voorschot op het paradijs. Zichzelf maken zij tot engelen door bij zichzelf de angel van het kwaad uit te rukken: de mannen castreren zich, de vrouwen snijden hun borsten af. Een prominent lid is een voormalige Russische huzaar, die gevolgd is door zijn vrouw en moeder van zijn kind, Anna, die op de huzaar viel toen hij een arbeidersstaking, die zij fotografeerde, moest neerslaan. Maar zij volgt haar eigen begeerte, en dat geeft complicaties, zeker als een brave Tsjechische «joodluitenant» concurrentie krijgt van een geheimzinnige vreemdeling. Deze Samarin was, zoals hij tijdens een openbaar verhoor vertelt, negen maanden op de vlucht uit een tsaristisch werkkamp in gezelschap van een medegevangene, de Mohikaan geheten, die hem als reisproviand zou hebben meegenomen. De titel slaat op deze revolutionaire extremist: omdat hij de wil van het volk is, is elke daad, hoe amoreel ook, «een daad uit liefde van het volk».

Van de roman is prompt gezegd dat hier eindelijk weer eens iemand grote thema’s aandurft. Inderdaad, behalve de Liefde (voor en van het Volk, voor een vrouw, het belangrijkste is de hoofdletter) is er het thema van de naadloze overgang van tsarisme in communisme, de corruptie van het communistisch ideaal: «Vroeger, in 1918, waren de Roden mensen die in het bezit waren van een Idee. Nu bezit het Idee mensen en pantsertreinen en land.» Vooral gaat het over politiek en/of religieus fundamentalisme en/of fanatisme. Ook daarop slaat de titel: wat mensen elkaar aandoen juist als ze anderen een betere wereld willen bezorgen.

Het is geen slechte roman, er zijn sterke scènes, maar het geheel is een met veel effecten opgetuigd historisch decorstuk, en dat wordt niet beter door de mededeling dat de schrijver jarenlang correspondent in Rusland is geweest en al evenmin door de wetenschap dat sommige gegevens, zoals de sekte, «echt waar» zijn.