Historische lsd-trip

In ‘Duizeling’ geeft Per Holmer een hallucinerend gedetailleerd beeld van het interbellum.

Berlijn 1918. In de voormiddag van 9 november doet keizer Wilhelm II afstand van zijn troon. ’s Middags kondigt de SPD onder leiding van Friedrich Ebert de republiek af en in de namiddag doet Karl Liebknecht, die samen met Rosa Luxemburg de Spartakusbond leidt, hetzelfde voor de communistische radenrepubliek. De komende maanden zullen de Berlijners worden geplaagd door opstand, geweld, inflatie, grote armoede, voedseltekorten en werkloosheid.
Te midden van deze chaos plaatst Per Holmer, Zweeds schrijver en vertaler van Nederlandse literatuur, zijn romanpersonage Herschel Meijer. Die heeft dan al het een en ander meegemaakt: hij is Parijs ontvlucht toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, heeft gevochten aan het front en is gelegerd geweest in Antwerpen. Wat volgt is een dik boek waarin Meijer het interbellum beleeft als was hij een historicus op een lsd-trip. Vele toonaangevende figuren uit de wereldgeschiedenis zijn dan nauwelijks verholen de revue gepasseerd. Holmer verandert slechts de namen. Hitler heet Braunau, Hitlerjugend wordt Braunaujugend. Dada wordt Popo en de dadaïsten worden popoïsten die verzamelen in Club Popo. Het lijkt net het oplossen van een cryptogram: filosoof en grotesken-schrijver ‘Benjamin Gollantscher alias Nediman’ kan niemand anders zijn dan Salomon Friedländer, alias Mynona. En Hendrik Engelen is een samentrekking van Hendrik van Ostaijen en Maria Engelen - de ouders van Paul van Ostaijen.
Het effect van die kleine verschilletjes met de werkelijkheid is sterk. Het suggereert dat wat voor de namen opgaat ook geldt voor de rest van het verhaal: sommige feitjes verschillen van wat echt is gebeurd maar de kern schetst de tijdgeest zoals die was in de waanzinnige jaren waarin Duitsland definitief botste met de moderne, dynamische wereld. Tempo! Dat was de nieuwe tijd. Er werd in duizelingwekkende vaart geleefd. Als een man een jonge vrouw vraagt naar ouderwetse muziek te luisteren, antwoordt zij: 'Ik ben te jong. Geef mij maar jazz!’ Waarop de man bedenkt dat ze kunnen gaan autorijden: 'Als je uit bent op snelheid en tempo dan kun je je zin krijgen.’ Maar als de nazi’s aan de macht komen is het in Berlijn 'niet zo jachtig en onveilig meer, een ander tempo dan vroeger’.
Holmer weet de tijdgeest klemvast te vatten. Zijn grote hoeveelheid romanpersonages is ondergeschikt gemaakt aan het verhaal, zoals individuen ondergeschikt zijn aan de wereldgeschiedenis. Zo is het verhaal van Frans van Haandel (Holmers Marinus van der Lubbe) in enkele bladzijden verteld. Waarom hij het Rijksdaggebouw in de hens zet, wordt nauwelijks uitgelegd. Dondert niet, het verhaal ramt voort. Holmer gebruikt zijn tijd liever voor grappen en speculaties. Hendrik Engelen droomt de beelden die Paul van Ostaijen in zijn scenario De Bankroet-Jazz opschreef. Achter zijn schrijftafel spreekt hij hardop Exil… en vertelt Holmer: 'De langgerekte vocaalklank kapseisde. De klinker gonsde, snerpte, teemde of werd door een ronde huig-l opgeslokt.’