Martin Allen en Jo Wolters over geheimen uit WO II

Historische mysteries ontrafeld

Steeds meer documenten uit de Tweede Wereldoorlog worden vrijgegeven. Dat stelt onderzoekers in staat eindelijk duidelijkheid te verschaffen, bijvoorbeeld over de vlucht van Rudolf Hess naar Schotland, of over het Englandspiel.

Mensen hebben een hekel aan mysteries. Niets ergert ons meer dan een moord zonder moordenaar. Dus lezen we het zoveelste boekje tegen heug en meug tot de laatste pagina om met een zucht van verlichting te constateren dat de butler het heeft gedaan. Met de zilveren kandelaar. In de studeerkamer. Omdat de lord zijn tengels niet van butlers dochter kon afhouden. Weer een paar uur besteed aan een boek dat we maar niet op de plank zetten, omdat we ons eigenlijk schamen voor onze botte nieuwsgierigheid.

Gelukkig is er een alternatief voor who-dun-it-junkies. Het is het respectabele genre waarin de laatste tijd weer volop boeken te krijgen zijn: het historische mysterie. Vooral de Tweede Wereldoorlog is opnieuw een favoriet onderwerp. Daar is een simpele reden voor: veel archieven met ultrageheim materiaal hebben een sluitingstijd van vijftig jaar. Een dossier uit de Tweede Wereldoorlog dat tot een paar jaar na de oorlog is bewerkt (veel dossiers bleven vijf tot tien jaar na de laatste schoten open) komen nu beschikbaar voor onderzoekers en schrijvers.

Een van de grootste mysteries van de laatste wereldoorlog is ongetwijfeld de vlucht van Rudolf Hess naar Schotland. Generaties historici hebben zich gebogen over de vraag waarom de plaatsvervanger van Adolf Hitler in 1941 rechtstreeks naar de vijand vloog.

Hess, die jarenlang in de Spandau-gevangenis in Berlijn heeft gezeten tot hij onder (alweer) mysterieuze omstandigheden stierf, had een verbod om te praten over de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de maandelijkse bezoeken van zijn zoon heeft hij dus nooit over de drijfveer van zijn missie kunnen spreken. De geschiedschrijving volgde in arren moede daarom maar min of meer de uitleg die de nazi’s zelf hadden gegeven aan de vlucht. Hess zou in een vlaag van verstandsverbijstering de oorlog hebben willen doen stoppen en met een vredesboodschap onderweg zijn geweest naar Churchill.

Maar zoals zo vaak in dit soort gevallen, bleef het Hess-mysterie sluimeren. Vanaf de jaren zeventig werd min of meer voor vaststaand aangenomen dat Hess in contact stond met vredelievende leden van de Britse regering. Hess zou, als Duitse vredesduif, contact hebben gezocht met deze Britse pacifisten om samen de beide regeringen voor een voldongen feit te stellen. Maar de geheime dienst van het Verenigd Koninkrijk zou achter deze plannen zijn gekomen en Hess was de pineut.

Het boek Ten Days to Destiny van samenzweringsspecialist John Costello uit 1991 is het meest recente boek dat deze zeer speculatieve, en naar we nu weten foute, theorie uit de doeken doet.

Voor schrijver Martin Allen was deze theorie niet bevredigend. Tijdens zijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Edward VIII was het Allen al opgevallen dat de Britse regering de Duitsers probeerde zand in de ogen te strooien over de mogelijkheid van vrede in Europa. Geïntrigeerd door het constante dubbelspel van de Britse regering ging Allen op zoek naar bewijzen die konden aantonen dat de Britse regering onder leiding van Churchill zelf de hand heeft gehad in de vlucht van Hess. En die heeft hij gevonden.

Volgens Allen was de vlucht van Hess een opzetje van de Britten, die via door hen gecontroleerde spionnen de Duitsers in de waan lieten dat ze open stonden voor een vredesaanbod. Allen weet door een diepgravende speurtocht langzaam boven tafel te krijgen hoe het verraad van Hess tot stand kwam.

Een sleutelrol daarbij speelt een ideoloog van de nazi-partij, hoogleraar Karl Haushofer. Deze uitvinder van het begrip Lebensraum was vertrouweling van zowel Hess als Hitler. Zijn ideeën over geopolitiek (het opsplitsen van de wereld in invloedssferen) waren de wetenschappelijke onderbouwing van de Duitse aanval op Polen en later de Sovjet-Unie. Allen ontleedt deze weinig bekende nazi tot op het bot en weet zo aannemelijk te maken dat de Duitsers weinig behoefte hadden aan een oorlog met de geallieerden. Met hulp van getuigenverslagen en recentelijk vrijgegeven documenten reconstrueert hij de Duitse wens om een separate vrede met Engeland en Frankrijk te sluiten en de rol die Hess daarbij speelde.

Allen heeft een leesbaar boek geschreven dat sinds kort in Nederlandse vertaling te koop is. Het toont een scrupuleuze Britse regering onder leiding van Winston Churchill, die er alles aan doet om de Duitsers te overtuigen dat ze hun aanvalsmacht niet naar het westen hoeven te richten. Hoe succesvol deze politiek is geweest blijkt wel uit het feit dat Hitler zich in een tweefrontenoorlog stortte door ook de Sovjet-Unie aan te vallen.

Als Brit geniet Allen zichtbaar van deze sluwe tactiek: zijn constatering dat de Britten «betere politieke vaardigheden» hadden dan de Duitsers is niet geheel zonder smalen. Het mag de pret in dit boek niet drukken, Allen heeft weer een mysterie opgelost.

Dichter bij huis speelt een ander raadsel dat de gemoederen ook meer dan een halve eeuw na de oorlog nog bezighoudt. Het is bekend onder twee namen: het «Englandspiel» en «Operatie Nordpol». Het gaat om hetzelfde: het verraad van tientallen Nederlandse geheim agenten die bij aankomst in Nederland werden gearresteerd door de Duitsers en daarna gedwongen valse informatie doorspeelden aan de Britse geheime dienst.

Jarenlang hebben historici en journalisten zich suf gepiekerd over de vraag hoe de Britse inlichtingendiensten het zover hebben kunnen laten komen. De in Nederland gedropte agenten hadden immers een systeem afgesproken met hun Britse opdrachtgevers om in geval van gevangenschap in hun morseberichten subtiel de boodschap te versleutelen dat ze gevangen waren.

Hoewel alle gepakte agenten zich aan deze opdracht hielden, bleven de Britten meer agenten sturen. Velen van hen overleefden de oorlog niet, net zomin als de verzetslieden die door deze actie ook werden verraden.

De verklaring na de oorlog, onder anderen door geschiedschrijver dr. Loe de Jong, was dat de Britse geheime dienst eenvoudigweg een stommiteit had begaan. Het hoofd van de Nederlandse afdeling van de Special Operation Executive, Seymour Bingham, kreeg alle schuld.

Maar deze verklaring rammelde. Zo stom kon de ervaren Bingham niet zijn geweest. Bovendien was hij niet de enige die zich met de berichtenstroom uit Nederland bezighield. Verschillende Engelse marconisten viel het wel degelijk op dat er iets mis was met de Nederlandse berichten. Ze gaven dit ook door aan hun meerderen.

De Groningse jurist Jo Wolters werd gegrepen door de schijnbare tegenstrijdigheden van het Englandspiel en ging op onderzoek. Zijn naspeuringen concentreerden zich op de Public Record Office in Londen, de Britse nationale archieven. Daar zijn de afgelopen jaren ultrageheime stukken van de Britse geheime dienst geopend.

Wolters heeft de stukken ingezien en komt tot de conclusie dat de Britten wel degelijk wisten van het verraad in Nederland, maar dat ze op hun beurt de Duitsers voor de gek probeerden te houden door foute informatie terug te sturen. Nergens in de stukken die Wolters onderzocht staat dat met zoveel woorden, maar de documenten van de zogenoemde Double Cross Committee (ook aangeduid als het XX-comité) ondersteunen de conclusie van Wolters.

Toch toont het boek van Wolters minder een smoking gun dan het boek van Allen. Hij heeft nergens een document gevonden waarin letterlijk opdracht wordt gegeven Nederlandse agenten te offeren. Bovendien blijft de vraag onbeantwoord wat de Britten probeerden te bereiken met «Nordpol». Dankzij deze actie konden de Duitsers grote delen van het Nederlandse verzet oprollen. Tientallen kostbare agenten werden onmiddellijk na hun training geofferd. Maar voor wat? Voor deze hoge prijs hebben de Engelsen ogenschijnlijk niets teruggekregen.

Ook gaat Wolters niet al te diep in op de achtergrond van het XX-comité. Deze groep spionnen was opgericht om juist ontmaskerde Duitse spionnen in Engeland van valse informatie te voorzien. Het sturen van eigen geheim agenten met valse informatie behoorde niet tot de normale activiteiten van dit groepje spionnen.

Toch heeft ook Wolters een goed boek geschreven, zij het iets minder leesbaar dan het boek van Allen. Debet hieraan is ongetwijfeld de meer wetenschappelijke opzet van het Nederlandse boek. Wolters is erop gepromoveerd. Het toont onbarmhartig de machinaties van een spionagedienst in oorlogstijd en de berekenende manier waarop agenten soms buiten hun weten worden misbruikt.

Maar in tegenstelling tot het boek van Allen over de zaak-Hess zal Dossier Nordpol de discussie over het Englandspiel niet helemaal doen verstommen. Daarvoor heeft Wolters nog te weinig definitief bewijs kunnen aandragen. Of dat bewijs in de vorm van documenten de komende jaren nog boven tafel zal komen is de grote vraag. Nog steeds zijn sommige documenten uit de Tweede Wereldoorlog gesloten. Een dossier over de betrokkenheid van prins Bernhard bij de affaire King Kong gaat bijvoorbeeld pas in 2017 open.

Voor uitgevers zal de bron van echte mysterieboeken de komende jaren in elk geval nog niet opdrogen.

Martin Allen

Het Hitler-Hess bedrog: Het best bewaarde geheim van WO II

Vertaald door Ed van Eeden en Karin van Gerwen,

uitg. Balans, 380 blz., € 22,50

Jo Wolters

Dossier Nordpol: Het Englandspiel onder de loep

Uitg. Boom, 301 blz., € 25,-