Hit and run in Libië

DE SLAG OM de hearts and minds heeft Moammar Kadhafi lang geleden reeds verloren. Maar zijn geld en wapens heeft hij nog. Is dat afdoende om het bonte rebellenleger in het oosten van Libië op de knieën te dwingen? Toen ze zich met hun pick-uptrucks met kalasjnikovs van de olieraffinaderij van Ras Lanuf meester maakten en zich heimelijk al in Tripoli waanden, vond de Gids van de Jamarihya het mooi geweest. Vanuit Sirte zond hij vliegtuigen, schepen en tanks en dwong de opstandelingen tot een smadelijke aftocht. Vanuit Tripoli liet Kadhafi buitenlandse journalisten invliegen die ter plekke konden vaststellen dat de stad inderdaad van ‘staatsondermijnende elementen’ was 'gezuiverd’.
Inktzwarte scenario’s doen sindsdien de ronde. Zo zou het slechts een kwestie van dagen zijn eer de stad Ajdabiya door regeringsgezinde troepen wordt ingenomen. Niet alleen ligt daarmee de weg naar rebellenbolwerk Benghazi open, ook heeft Kadhafi daarmee de mogelijkheid de opstandige regio te omsingelen aangezien hij vanaf Ajdabiya via de onderliggende woestijnweg in een ruk kan doorstoten richting de Egyptische grens. Vanaf dan is het nog maar een kwestie van tijd eer de Libische opstand is gebroken.
Toch valt hierop wel het een en ander af te dingen. Zo is Ras Lanuf in werkelijkheid niet meer dan een onbeduidende nederzetting langs de duizend kilometer lange kustweg die Tripoli met Benghazi verbindt. Ajdabiya en Benghazi zijn daarentegen forse steden die Kadhafi straat voor straat zal moeten veroveren. Of zoiets lukt is zeer twijfelachtig, want de bewoners, zeker die in Benghazi, weten tegen wie ze in opstand zijn gekomen. Voor hen is er geen weg meer terug en is het vechten of sterven. De wil en de wapens hebben ze. De achterliggende regio, met daarin steden als Al Bayda en Darnah, is heuvelachtig en leent zich bij uitstek voor een slepende guerrillaoorlog. Op Kadhafi buitgemaakte tanks werden hier in ieder geval al in ruime getale ingegraven. Toevoer van levensmiddelen kan gezien de erbarmelijke staat van de Libische marine eenvoudig via zee plaatsvinden mocht de grens met Egypte worden afgesneden.
Ook bij de operationaliteit van Kadhafi’s overige wapentuig kunnen vraagtekens worden gezet. Wie goed oplet, ziet dat de bommen steeds door dezelfde twee vliegtuigen worden afgeworpen en het valt niet uit te sluiten dat er slechts een handjevol piloten is op wie Kadhafi werkelijk kan rekenen. Hoeveel troepen hij in het veld heeft, valt lastig te zeggen, maar uit niets valt op te maken dat hij een leger op de been heeft dat een volwaardige stad kan binnenvallen, laat staan consolideren.
Net als de rebellen lijken daarom ook de troepen van Kadhafi aangewezen op een strategie van hit and run. De herovering van de olieraffinaderij in Ras Lanuf was belangrijk, al was het maar om eens iets anders op de Libische staatstelevisie te kunnen tonen dan het obligate gezwaai met groene vlaggen. Wat dreigt is geen Blitzkrieg, maar een impasse met onzekere uitkomst.