Hitlers buitenlandse beulen

Een ‘schandaal’ en een ‘gemene streek’, donderden Poolse conservatieven eerder dit jaar naar aanleiding van een artikel in het Duitse weekblad Der Spiegel. ‘Hitlers Europese helpers bij de jodenmoord’, luidde de titel.

Van Poolse boeren tot Nederlandse ambtenaren, de nazi’s kregen van alle kanten hulp. Het nationaal-socialisme was geen zuiver Duitse aangelegenheid. Voor die ongemakkelijke waarheid is nu door de berechting van twee buitenlandse beulen meer dan ooit aandacht.
In Aken staat de Nederlandse SS'er Heinrich Boere terecht voor de moord op drie mannen, van wie de nazi’s vermoedden dat ze banden hadden met het verzet. Nog veel groter is de aandacht voor het deze week begonnen proces tegen John Demjanjuk. De geboren Oekraïner wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de moord op 27.900 mensen in het vernietigingskamp Sobibor. De krijgsgevangen soldaat Demjanjuk werkte daar als Hilfswilliger. Had zo iemand een keuze? ‘In veel gevallen luidde het alternatief: verhongeren of aanmelden’, heeft Sobibor-overlevende en medeaanklager in het Demjanjuk-proces Jules Schelvis geschreven.
De grofweg honderdvijftig Oekraïense bewakers in Sobibor werden aangestuurd door dertig Duitse SS'ers. Twaalf van hen stonden in de jaren zestig voor de rechter. Vijf werden er vrijgesproken omdat ze enkel bevelen hadden opgevolgd, Befehlsnotstand. Slechts één kreeg levenslang. Zeggen dat het recht ‘nu eenmaal selectief’ werkt, zoals Max Pam afgelopen weekeinde deed in de Volkskrant, is te makkelijk. ‘Waarom uitgerekend Demjanjuk en niet al die anderen?’ vraagt de ene na de andere commentator in Duitsland zich terecht af.
Toch zijn er goede gronden voor een proces tegen Demjanjuk. Dezelfde Jules Schelvis herinnert zich de wreedheid van de Oekraïners, ‘overijverige en fanatieke bewakers’. De vraag is niet of Demjanjuk berecht moet worden, maar of uitgerekend hij onderwerp moet zijn van wat het Laatste Grote Holocaust-proces is gaan heten. Deze zaak kan wel eens het slotakkoord worden waarmee de juridische verwerking van de shoah eindigt. Historische slotakkoorden blijven lang nadreunen in het publieke geheugen. Was het niet beter geweest ‘een van de eigen mensen aan te klagen’, liefst een kopstuk, zoals de Süddeutsche Zeitung deze week bepleitte?
Zo bezien kan het Demjanjuk-proces niet goed aflopen. Dat hoeft niet te gelden voor het proces tegen de Nederlandse SS'er Boere. Daar staat behalve een hulpje van Hitler ook de Duitse omgang met de Tweede Wereldoorlog terecht. Een halve eeuw kon de in Nederland veroordeelde en ontsnapte Boere ongestoord zijn leven leven. Zijn vrijwillige SS-lidmaatschap maakte hem op grond van een door Hitler afgekondigde maatregel Duits staatsburger. Dus weigerde het naoorlogse Duitsland hem in 1980 uit te leveren aan Nederland. De Duitse aanklager kwam zelfs tot de conclusie dat de door Boere uitgevoerde moorden ‘toelaatbaar en rechtmatig’ waren volgens het in die tijd heersende recht. Het was immers een reactie op het onwettelijke geweld dat het verzet aanwendde tegen de Duitse bezetter. Je moet er maar op komen.
Als de rechter Demjanjuk schuldig verklaart, terwijl tal van hogere nazi’s eerder vrijuit gingen, kan dat opgevat worden als relativering van het Duitse daderschap. Doet hij het omgekeerde, dan laat hij hulp bij de moord op de joden onbestraft. Boere’s rechtszaak biedt betere perspectieven. Boere heeft lang geprofiteerd van de naoorlogse Duitse vergoelijking van het nationaal-socialisme. Door die dubieuze houding aan de kaak te stellen kan Duitsland de critici - denk aan de Poolse conservatieven - tonen dat het werkelijk is veranderd.