Kritiek laat Nexus-oprichter koud

‘Ho, ho, meneer Riemen’

Het is de Nederlandse ankerplaats van de internationale intellectuele elite. Maar waarom ligt het Nexus Instituut in Tilburg dan toch zo slecht bij de voorhoede?

OP EEN DRUILERIGE zaterdagmiddag zaten koningin Beatrix, prins Friso en prinses Mabel naast Ruud Lubbers en de ambassadeur van India op de eerste rij in de aula van de Universiteit van Tilburg. Voorjaar 2007. Naast hen zat Rob Riemen, oprichter van het Nexus Instituut, een lange, slanke man, kaal, met een klein rond brilletje, die zojuist met gepaste dankbaarheid de gastspreker van de middag had ingeleid: Sonia Gandhi.
Gandhi, dan fractievoorzitter van de grootste regerende partij in India, matriarch van de belangrijkste politieke dynastie van het subcontinent, is klein van stuk. Ondanks haar hoge hakken - die kort zichtbaar waren onder haar sari toen ze het trappetje naar het podium beklom - kwam ze niet ver boven het spreekgestoelte uit. Haar stem was hees, poreus. Ze sprak zonder heftige retoriek, zonder stemverheffing of grote armgebaren. Maar juist dit integere, fragiele gaf haar gravitas.
Op de tweede, derde en vierde rij zat een peloton hoogleraren en oud-politici als Hanja Maij-Weggen en Yvonne van Rooy. De rest van de zaal zat, uiteraard, tjokvol. Geen toevallige passanten, of het typische publiek dat je op literaire of intellectuele bijeenkomsten ziet - wat ouder, beetje kunstzinnig - maar mensen in pak, die speciaal naar Tilburg waren gereisd. Anderhalf uur luisterde de zaal stil, onder de indruk. Na afloop werden in de foyer de lekkerste muffins ooit op een universiteit geserveerd.
Twee jaar later werd de lezing verzorgd door de gerenommeerde Australische kunstcriticus Robert Hughes, die ooit zijn gevreesde stukken in The Times schreef op een dieet van ‘koffie en speed’. Hij heeft de stem van een grizzlybeer, en spot vrolijk met de ongeremde interesse waarmee Riemen hem ondervraagt. Maar als Hughes eenmaal aan zijn lezing begint, valt de satire weg en spreekt hij over culturele waarden, dat er zoiets als hoge cultuur bestaat en dat we dat niet uit het oog moeten verliezen. 'We shouldn’t, ever, take it for granted.’
Welk Nederlands intellectueel instituut zou nog meer in staat zijn Sonia Gandhi als gastspreker te krijgen, met de koningin op de eerste rij? De geschiedenis van Nexus leest als een sprookje van cultureel ondernemerschap. In 1991 richt Rob Riemen, dan student godgeleerdheid, met hulp van de beroemde uitgever Johan Polak Nexus op, een tijdschrift dat zich ten doel stelt de geest van het Europees humanisme uit te dragen. Drie jaar later zijn er zeven nummers verschenen en maakt Riemen nergens kans op subsidie om het blad boven water te houden. Dan krijgt hij een idee: samen met zijn vrouw, Kirsten Walgreen, sticht hij het Nexus Instituut, dat het doel heeft bekende denkers naar Nederland te halen en op internationaal niveau een publiek debat te organiseren.
Inmiddels gaat er een miljoen euro in het instituut om, er werken acht mensen, naast de jaarlijkse lezing zijn er conferenties, masterclasses, symposia, en is er natuurlijk het tijdschrift waar het allemaal mee begon, dat bijna drieduizend abonnees heeft. Het programma van de conferenties leest als een who’s who in de internationale intellectuele elite: alleen al vorig jaar kwamen George Steiner, Robert Kagan, Dominique de Villepin en Colm Tóibín spreken. Er is waarschijnlijk geen Nederlands intellectueel instituut dat internationaal meer allure heeft, meer prominente sprekers en meer prestige dan Nexus. Maar dat betekent lang niet dat iedereen in Nederland er trots op is.

WAT IS PRECIES het gedachtegoed van Nexus? Het antwoord is waarschijnlijk het best terug te vinden in de twee boeken die Rob Riemen onlangs publiceerde, Adel van de geest (2009) en De eeuwige terugkeer van het fascisme (2010), die elkaar aanvullen als companion readers. Riemen schrijft helder - speels is niet het juiste woord - maar in beide boeken varieert hij in vorm en stijl, waardoor je zelden het idee hebt dat iemand een betoog bij je naar binnen probeert te timmeren. Dat betoog zit er wel degelijk in. In De eeuwige terugkeer van het fascisme associeert hij het fascisme niet zozeer met Freikorpsen en de negatie van de parlementaire democratie, maar met de afkeer van de massamens voor de culturele elite, opgehitst door opportunistische politici. Via De Tocqueville, Mann en Ter Braak trekt hij direct de lijn door naar het Nederland van nu, met Wilders als de belichaming van het nieuwe fascisme.
Zo pessimistisch als De eeuwige terugkeer is, zo hoopvol is Adel van de geest, dat leest als een pleidooi voor de (her)schepping van een intellectuele elite, die de klassieke idealen van het Europese humanisme uitstraalt: schoonheid, waarheid, wijsheid. Adel van de geest heeft een ingenieuze, bijna literaire opzet. Riemen geeft geen encyclopedische definitie van zijn term, maar maakt deze invoelbaar door onder meer een levensschets te geven van Thomas Mann en diens reactie op de politieke ontwikkelingen na de Eerste Wereldoorlog, door een denkbeeldig gesprek tussen Socrates en een groep Grieken weer te geven, en zich in te leven in de Italiaanse verzetstrijder Leone Ginzburg, die in februari 1944 in zijn cel op zijn dood wacht en voordat hij in de handen van zijn nazibeulen valt in een brief zijn geliefde Natalia voorhoudt om altijd de waarheid te spreken, rechtvaardig te zijn en dapper te blijven.
Het zijn twee tegentijdse boeken, boeken die buiten de actualiteit staan en toch onmiskenbaar over deze tijd gaan. In tegenstelling tot nagenoeg alle andere recente essaybundels haalt Riemen geen nieuwsberichten aan en gebruikt hij geen grappige voorbeeldjes uit speelfilms of comedyseries om zijn punt te illustreren. Zijn referentiekader bevat louter de dichters en denkers van de klassieke oudheid, tot aan de grote romanciers uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Waar Nexus geen beginselprogramma heeft, daar zijn deze twee boeken vrijwel één op één te lezen als het geestelijk motto van het instituut: Bildung en humanisme verheffen de mens boven de banale behoeftebevrediging.
De recensies waren op z'n minst vijandig; zeldzaam hard en vol op de man. Jonathan van het Reve noemde Riemens idee dat je Wilders beter kunt begrijpen als je hem aanspreekt op wat hij is, een fascist, in Vrij Nederland 'echt totale onzin’, immers 'voor analyseren van bijvoorbeeld het paargedrag van parkieten is het woord “parkiet” volstrekt overbodig’. Elma Drayer stelde in Trouw dat Riemens redeneertrant 'sprekend op die van de gewraakte partijleider zelve’ lijkt. Nadat Arnold Heumakers De eeuwige terugkeer zeer negatief had besproken in NRC Handelsblad noemde NRC-columnist Afshin Ellian Riemen een 'discussiemakelaar’ en 'een publiciteitsgeile geest’.
Misschien de vetste veeg uit de pan kwam van voormalig VVD-leider Frits Bolkestein op de opiniepagina van de Volkskrant. Na een niet heel coherent betoog over de opkomst van het fascisme in de jaren twintig en waarom er geen parallel met de huidige tijd zou zijn - 'Freud heeft Mussolini een van zijn boeken gestuurd met de opdracht: “Van een oude man die in de Duce de held van de cultuur begroet.” Heeft Wilders een dergelijk boek van een vooraanstaande intellectueel ontvangen?’ - werkte Bolkestein naar zijn uitsmijter toe: 'Door Wilders met het fascisme in verband te brengen, trivialiseert Riemen het werkelijke fascisme. Mussolini was nog wel wat anders dan de leider van de PVV. Rob Riemen moest zich schamen zo veel onzin de wereld in te sturen.’
Hier kun je bijna niet anders dan toch even stilstaan bij iets dat in het PVV-programma staat, in het hoofdstuk Kiezen voor onze cultuur: 'Op 4 mei herdenken wij de slachtoffers van het (nationaal)socialisme.’ Riemen merkt dit PVV-citaat zelf op in zijn pamflet: 'Het staat er echt: (nationaal)socialisme! Zet het woord nationaal tussen haakjes en de nadruk komt te liggen op… socialisme! Hitler blijkt een socialist te zijn en dus zijn de slachtoffers die we op 4 mei herdenken eigenlijk de slachtoffers van het socialisme.’ Als Bolkestein zich kwaad maakt over verdraaiingen van historische gegevens, waar hij Riemen van beschuldigt, dan waren zijn pijlen beter gericht op de PVV, die blijkbaar de holocaust bij extreem-rechts vandaan haalt en naar links probeert te duwen. Gotspe!
Enfin, dit terzijde.
Je kunt speculeren over wat er achter die vijandige reacties zat: misschien was het boek echt zo slecht (maar waarom kreeg het dan zo veel aandacht en verkoopt het zo goed?), misschien speelde er iets anders. De eeuwige terugkeer heeft, in zijn poging buiten de tijd de staan, zeker iets kwetsbaars. Het pamflet is een verzameling van citaten van grote denkers over de oorsprong van het nationalisme en nihilisme in de negentiende eeuw en het daaruit voortvloeiende fascisme in de twintigste; maar over de opkomst van het fascisme bestaat bepaald geen academische consensus, en voor elk citaat van Riemen waarin A wordt gezegd, kun je net zo makkelijk een citaat vinden waarin B wordt gezegd.
Iets anders stipte Rob Hartmans aan in De Groene Amsterdammer in een essay over Adel van de geest: 'Van een zeker elitarisme val ik dus niet vrij te pleiten, maar tegelijkertijd krijg ik jeukende uitslag als ik een tv-interview met George Steiner zie of het programma van de volgende Nexus-conferentie op de deurmat ploft. Er is een slag intellectuelen dat mij weerzin inboezemt, en dat ik doorgaans afdoe met de term snobisme.’ Uiteindelijk kwam Hartmans tot een positief oordeel over Adel van de geest, maar pas nadat hij, in zijn eigen woorden, 'stevige vooroordelen’ had overwonnen.

OP EEN INTERVIEWVERZOEK reageert Riemen vrijwel per omgaande. Ja, hij wil graag met De Groene Amsterdammer praten, maar, schrijft hij, 'slechte ervaringen met enkele van je collega’s leren dat ik inzage in tekst wil hebben voor publicatie en dat ik me het recht moet voorbehouden publicatie van het interview te weigeren’. Al voegt hij eraan toe dat dat deze keer vast niet nodig zal zijn. Later mailt Riemen nog een keer: 'Kom aub wel op tijd.’
Precies op tijd stevent Riemen door de deur van café Pilkington’s in ’s-Hertogenbosch, en marcheert meteen door naar zijn vaste tafel. Hij is hier kind aan huis. Als Riemen eenmaal zit, valt de zakelijke houding weg en blijkt hij zeer toegankelijk en geïnteresseerd in zijn gesprekspartner. Riemen draagt fraaie, (Italiaanse?) schoenen en een trui van een verfijnd soort wol, hij spreekt in volzinnen die hij kracht bijzet met grote armgebaren, zo enthousiast dat je een paar keer vreest dat hij met zijn linkerhand door de glazen pui heen zal gaan.
Riemen heeft, zegt hij, een missie.
'Ik ben afgestudeerd in de godgeleerdheid, op Doktor Faustus van Thomas Mann en Moses und Aron van Arnold Schönberg. Cum laude. Ik wist toen al dat ik niet geschikt was voor alles dat kerkelijk was, verre van. Maar ik wist dat ik voor alles vrij wilde zijn. Mijn mentor was Johan Polak, die vond dat we na de Tweede Wereldoorlog en de vernietiging van het Europese jodendom in Europa in cultureel opzicht terecht waren gekomen in de Middeleeuwen. Hij was vrij pessimistisch. Het enige dat ons kon redden, zei Johan, is de seculiere kloostercultuur waarin kleine groepjes mensen die beseffen wat waarde heeft, dat probeert te beschermen en door te geven. Daar wilde ik met Nexus een vorm voor vinden.
Al spoedig kwam ik na de oprichting van het tijdschrift tot de conclusie dat ik het alleen zou redden als ik meer zou doen dan het tijdschrift alleen, want met een idee, leert Plato ons al, kun je verscheidene dingen doen. Dus kwam ik op het idee, samen met mijn vrouw, om een instituut op te richten dat beroemde sprekers naar Nederland haalt. Die zouden publiciteit genereren, publiciteit genereert geld - het was een marketingtruc.
Tien jaar lang is dat een uphill fight geweest. Ik wist: dit moet altijd onafhankelijk zijn, dit moet nooit in een hokje kunnen worden gestopt, dit moet per definitie internationaal zijn, dit moet iets zijn dat de geest van het Europees humanisme ademt en uitstraalt en on-Nederlands zal zijn - en dan weet je ook dat je hier weinig vrienden maakt of op steun hoeft te rekenen. Maar gaandeweg groeide die steun toch, en het respect, en onze middelen om aan geld te komen.’
Wat kenmerkte die uphill fight? In ieder geval de media, die nooit enthousiast op Nexus hebben gereageerd. Over de reacties op Adel van de geest zegt Riemen: 'In eerste instantie wilde ik het niet eens in Nederland uitbrengen, er waren al vertalingen in het Engels, Frans, Duits, Spaans, Roemeens, noem maar op - ik wist wel hoe men hier zou reageren. Maar toen zei een wijze vriendin van me: “Maar voor wie schrijf je nou? Voor je critici of voor je lezers?” Dat was een “aha-moment”. Het is gepubliceerd, de besprekingen waren conform mijn voorspellingen, maar inmiddels zijn er twintigduizend exemplaren verkocht in anderhalf jaar tijd.’
Over recensies in het algemeen: 'Ik lees boekbesprekingen diapositief: als het positief is zal het boek wel slecht zijn, als het negatief is zal het boek wel goed zijn.’
Over de bezuinigingen op kunst en cultuur: 'Er moet geen tweehonderd miljoen af. Dat is een vorm van publieke criminaliteit. Er moet tweehonderd miljoen bij. Er moet vijfhonderd miljoen bij! Waarom zien mensen niet dat de oorsprong van de crisis, het gebrek aan verantwoordelijkheid en moreel besef van bankiers en bestuurders, direct terug te voeren is op het gebrek aan morele opvoeding? We hebben de intellectuele infrastructuur die mensen geestelijk kan opvoeden jarenlang verwaarloosd en dit is het gevolg.’
Wanneer je met Riemen spreekt valt één ding op: hij is beangstigend oprecht, er is geen ironie, er zijn geen cynische grapjes. Het geeft hem een bepaalde intensheid die je zelden ziet bij een Nederlandse intellectueel. Eigenlijk kan hij er zijn schouders over ophalen, over de ontvangst van zijn boeken. Want hoe je het ook wendt of keert: de boeken zijn succesvol, verkopen bij tienduizenden en worden in het buitenland met lof overladen. Hij lanceerde deze week in het prestigieuze Instituto Italiano per gli studi storici van Benedetto Croce de Italiaanse uitgave van Adel van de geest, en zojuist heeft Yale University Press zijn fascisme-pamflet gekocht, om het in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada uit te geven.
In feite, zegt Riemen, passen de koele ontvangst die Nexus krijgt in de media en de negatieve recensies van zijn boeken precies in zijn stelling over de Nederlandse, intellectuele elite: 'Ik schrijf in mijn fascisme-essay: “We hebben te maken met een ontkenning”, en warempel, wie rennen als eerste naar voren om, en masse, die ontkenning te ontkennen: de intellectuelen. Achttienduizend mensen hebben nu mijn pamflet gekocht, ik heb meer dan duizend e-mails mogen beantwoorden van lezers die zeggen: “Hè hè, eindelijk iemand die het durft te zeggen.” En hoe reageert de Nederlandse elite? Die zegt: “Ho, ho, meneer Riemen, dat kun je zomaar niet zeggen.” En het enige wat vervolgens verder in de krantenkolommen gebeurt, is dat er een soort schijnintellectualisme wordt bedreven door de terminologie te analyseren - is het populisme, nieuw-rechts-populisme, radicaal-populisme? En de essentie wordt gemist!
Wat ons nu overkomt, is onze eigen schuld. We hebben geen denkende elite meer. De laatste decennia mocht niets meer te moeilijk zijn en zijn de intellectuelen het trivialisme gaan verheffen. Alles is postmodern, cultuurrelativistisch; niets heeft nog betekenis, alles is even belangrijk of onbelangrijk, “het doet er allemaal niet toe” en ondertussen schrijven we boekjes over Plato en Kant op een manier waarop iedereen het kan lezen. Dat niets moeilijk mag zijn, lijkt democratisch, maar is het niet. Het huidige fascisme heeft alles te maken met deze vorm van trivialisering.
Als zo'n elite zichzelf opheft, creëer je een vacuüm waarin mensen als Wilders omhoog komen. In de jaren negentig dachten we dat bankiers de helden van de samenleving waren, onze kwaliteitsmedia zijn verpopulariseerd. Zij - de intellectuelen, de essayisten en columnisten - snappen heel goed dat deze boeken ook een aanklacht tegen hen zijn. Als ik recensent of columnist was geweest, zou ik me ook tegen dit boek hebben verzet. Want waarom heeft meneer Heumakers geen boek over de PVV geschreven? Waar was meneer Jonathan van het Reve? Waar waren alle intellectuelen de afgelopen jaren toen je al van verre kon zien dat Nederland politieke dwaalwegen inslaat?’
'Weet je wat het is?’ zegt Riemen bij het weggaan. 'Voor Nexus hebben we de media echt niet meer nodig. Onze lezingen en conferenties zijn met meer dan duizend bezoekers uitverkocht. En wat mezelf betreft: er gaat een directe intercity van ’s-Hertogenbosch naar Schiphol. Nederland is letterlijk en figuurlijk te klein om een echte elite te vinden.’