Ho. Stop. Achtung

Steven Hall
The Raw Shark Texts
Cannongate, 426 blz.

De premisse van The Raw Shark Texts: een man wordt wakker en weet niet waar en wie hij is. Dat klinkt niet bijster origineel. De manier waarop debutant Steven Hall (Groot-Brittannië, 1975) dit uitwerkt is dat absoluut wel.

De man – Eric Sanderson blijkt hij te heten – krijgt van zijn psychiater te horen dat dit de elfde keer is dat hij zonder geheugen wakker is geworden sinds zijn vriendin is overleden. En dat hij de briefjes met vreemde opdrachten – ondertekend door The First Eric Sanderson – vooral moet negeren. Dit doet hij natuurlijk niet en hier begint het avontuur.

Ho. Stop. Achtung. Deze recensie wordt onderbroken voor een onontkoombare mededeling. Zoals inmiddels traditie begint te worden, heeft elk seizoen minstens één gehypt debuut. Grote kans dat The Raw Shark Texts er zo eentje is. Nog voordat de roman is verschenen, is hij aan 21 landen verkocht en is er een gelijktijdige releasedatum gepland (1 maart). En dan is er ook de nodige rumour around the brand over de filmrechten van het boek – met als hoogtepunt Nicole Kidman, die Hall persoonlijk opbelde of hij alsje-alsjeblieft de hoofdpersoon wilde veranderen in een vrouw, zodat zij haar kon spelen.

Hall is niet op Kidmans verzoek ingegaan. Eric is een passieve figuur die het allemaal op zich af laat komen. Totdat hij ineens wordt aangevallen door een conceptuele vis, een herinneringen en ideeën etende haai. Eric slaat op de vlucht, op zoek naar de man die de antipode van de haai is, Mycroft Ward. Ward is een veteraan uit de Krimoorlog en heeft zijn persoonlijkheid onsterfelijk gemaakt door deze te implementeren op honderden anderen, die hun ervaringen en kennis delen. Zo zijn eigenlijk alle bonte figuren die Eric tegenkomt dataverzamelaars en taaldeskundigen (‘Mycroft Ward’ lijkt angstvallig veel op Microsoft Word).

The Raw Shark Texts gaat op een symbolische, sciencefictionachtige manier over de impliciete en expliciete gevaren van kennis en ideeën. De enige veiligheid die Eric kan creëren is zich constant te omringen met bandrecorders, zodat elke zin of gedachte geregistreerd wordt en de haai ze niet op het spoor kan komen. De metafoor die Hall complex in elkaar draait is duidelijk; ideeën zijn gevaarlijk. Laat ze niet ontsnappen, want voor je het weet trekken ze aasgieren en roofdieren aan waar je nooit meer van afkomt.

Zulke metaforen vind je nergens in Halls schrijfstijl terug. Als de heldin plots een romantische toespeling maakt op de held, schrijft Hall: ‘Somebody let off a box of fireworks in my stomach.’ Dat is een metafoor die, volgens mij, rechtstreeks uit Harry Potter komt. Nu is er niets mis met Harry Potter, maar voor een boek met deze filosofische, literaire aspiraties is het toch wat kort door de bocht.

De roman is vooral een jongensboek, met spannende momenten en stoere karakters. De overschrijding van metafysische grenzen echoot naar Haruki Murakami, de zelfvermenigvuldiging van Ward doet denken aan agent Smith uit The Matrix en het geheugenverlies lijkt op de film Memento. Maar dat wil niet zeggen dat het niet origineel is. Hall scoort punten met de slimste illustratie van alle hipperdehippe schrijvers van de laatste jaren. Zoals Jonathan Safran Foer in zijn laatste roman een serie plaatjes had die, bij snel bladeren, een man toonde die omhoog viel, zo heeft Steven Hall zijn haai. Op vijftig blanco pagina’s zwemt de haai naar je toe, van een klein vlekje aan de horizon tot een monster dat met open mond, tanden ontbloot, klaar is om toe te slaan.

Toch leest het boek niet als een boek, maar als een sci-fi-actiefilm. Wanneer de hoofdpersoon – Nicolas Cage? Ewan McGregor? – door een onbekende vrouw – Keira Knightley? – gered wordt van de haai volgt een pagina’s lange achtervolging op een motor, terwijl overal bommen afgaan. Als ze eindelijk ontsnapt zijn lopen ze, bedekt door modder en vuil, een winkel in en vragen ze droog aan de verbouwereerde verkoper of hij bandrecorders verkoopt. Heel cool.

Hall schrijft deze laatste scène op in acht regels. Het is precies het type scène dat een regisseur als komische noot gebruikt om zijn publiek bij te laten komen van de adrenalinerush van zo-even. Voor de romantische momenten geldt hetzelfde. Als held en heldin voor het eerst kussen eindigt de alinea, en worden de twee op de volgende pagina naast elkaar wakker, zij waarschijnlijk met de deken heel decent op kinhoogte. Kijkadvies twaalf jaar en ouder.