Hoaxcultuur en joel-en-juichjournalistiek

Op internet stond vorige week een bericht dat bewoners van een AZC een koikarper uit een vijver hadden gehaald en hem hadden opgepeuzeld.
Ophef alom. De Geert-fanboys sprongen er bovenop. Doodse stilte van de andere kant.

Dan een bericht op Joop.nl. Het was volgens dat bericht niet waar. Een beheerder van het complex waar de koikarper vandaan gejat was beweerde dat er helemaal geen vijvers met karpers op het terrein waren.
Het gejuich op Twitter van de anti-PVV’ers hield een hele dag aan.
Het was niet waar. Opluchting aan de ene kant. Nijd aan de andere. En een dag erna is het weer andersom.
En eigenlijk doet het waarheidsgehalte er niet toe.
Nonfeiten zijn bijna even nuttig. Als schijnbeweging. Als leugentje om bestwil. Het doel heiligt de middelen.
Het eerste dat sterft in een oorlog is de waarheid. En het is war of words tegenwoordig. Het debat is al zo goed als dood.
Nederlanders kunnen niet meer debatteren of discussiëren.
Het is een verbale loopgravenoorlog en daar lijkt alles in geoorloofd. Framen, selectief citeren, liegen en uitvergroten.
Beide kampen hebben hun DDR-achtige onbezoldigde hijgambtenaartjes klaarstaan om screenshots te maken van tweets van de ergste racistische tokkies of joden of homo hatende immigrantenzoontjes.
Dat alles om te laten zien: kijk eens hoe erg de andere kant is. Als IK er toch niet was om dat aan het daglicht te brengen. Waar zou het land dan zijn?
Voor een normale kijker trappen ze alleen maar de open deur in waarop geschreven staat: ja, in Nederland leven ook een paar duizend racisten en andersoortige imbecielen, surprise surprise.
Toetsenbordhelden met een hoog ‘do ist der Bahnhof’-gehalte. Vaak onder een schuilnaam. Dat is cruciaal. Want het is oorlog, nietwaar. Stel je voor dat de bezetter merkt waar je mee bezig bent. Voor je het weet zit je in een trein oostwaarts.
Maar dat is Twitter.
Maar zoals ik boven aan dit stukje schreef: ook bij het betaalde journaille doen feiten er minder toe dan de bedoeling is bij berichtgeving.
Berichtgeving is iets anders dan opiniërende journalistiek. Het is iets anders dan een column of hoofdredactioneel commentaar. Net als dat je wetenschap en activisme niet door elkaar moet halen.
Als je les geeft aan studenten of het publiek moet informeren over wat er op de wereld gebeurt, dan hoor je je eigen mening stevig op te bergen.
Dat is ingewikkeld soms. Want het is vaak juist de maatschappelijke interesse of betrokkenheid waardoor je één van deze metiers hebt gekozen.
Moeilijk dus. Maar journalistiek of les geven op universiteiten is in principe ook niet weggelegd voor mensen die niks kunnen.
Vorige week werd er op Twitter driftig een filmpje rondgestuurd van juichende journalisten toen het klimaatakkoord werd aangekondigd.
Het was een beetje zoals in het commandocentrum van een ruimtevaartinstelling wanneer er een satelliet succesvol is gelanceerd.
Hoe fijn je het als mens ook moge vinden dat de neuzen qua klimaatbeleid dezelfde kant op lijken te wijzen, een interne glimlach zou bij een journalist toch mogen volstaan, lijkt me.
Of was ook dat filmpje misschien weer een hoax van de rechtsmensen die graag willen benadrukken dat het journaille louter uit linkse activisten bestaat en was de opname vanuit het hoofdkwartier van Greenpeace of Milieudefensie. Ik geloof niks meer. Of soms, heel eventjes.