Veluwse twisten, negen jaar na 11 september

Hoe Allah verscheen in Ede

Ede kwam in het nieuws toen Marokkaanse jongeren op 11 september 2001 feestvierden na de aanslagen in New York. Hoe is het nu? Over gebroken ruiten, rotte eieren en een varkenskop bij de moskee.

Medium ede veldhuizen 7

TOEN OP 11 september 2001 twee vliegtuigen de Twin Towers invlogen, bakte ik zoete broodjes. Ook hartige, overigens, bij een biologische broodjeszaak op Utrecht Centraal. Net achttien was ik, en vol idealen. Toen een klant, vlak voor ik uit zou klokken, meldde dat ‘de Palestijnen met bommen gooien in New York’ [sic], haastte ik me huiswaarts. Mijn ouderlijk huis stond op het eerste als zodanig aangelegde woonerf van Nederland - een enclave van welvarendheid in de verder voornamelijk met flats gevulde wijk Veldhuizen A te Ede. Prins Claus heeft het woonerf destijds nog geopend.

“k Woon in Ede, boze droom/ Het leven is daar saai en sloom/ En tevens woest. En tevens leeg.’ Deze strofe uit Ede, Gelderland van cabaretier Hans Dorrestijn vatte mijn sentimenten ten aanzien van mijn woonplaats wel aardig samen. Talrijk waren de avonden waarop ik met mijn vrienden dit vers reciteerde. ’’t Is geen dorp, ’t is geen stad/ Maar een groot en gapend gat.’

Op de fiets richting Veldhuizen begon ik me langzaam een mening te vormen en toen ik thuis de beelden zag, had ik mijn oordeel klaar. 'What goes around, comes around’, zei ik tegen mijn moeder, met de stelligheid van een nauwelijks wereldwijze adolescent. Ze hadden dít natuurlijk niet verdiend, maar hadden wél een rekening te betalen, die Amerikanen, als neoliberale supermacht en agressor in het Midden-Oosten. Zo dacht ik althans.

Die middag zag ik, driehonderd meter van ons huis, wat Marokkaanse jongens met elkaar rondhangen en een enkele auto toeterend voorbijrijden. Vaste prik op dat bruggetje, ik sloeg er niet eens acht op. De lokale politie zag het rumoer rond de Luynhorstflats aan voor ongepaste feestvreugde en maakte een persbericht. Het ANP nam het over ('Edese jongeren vieren feest na aanslagen in New York’) en zo belandde het bericht die avond op de oververhitte newsdesk van CNN.

Het incident werd een van de vele stemmen in het kretenkoor dat de verwarring van die dagen van commentaar voorzag. Dorrestijn: 'Ze munten uit in herrie maken./ Per man tienduizend decibel./ Een gevoelig oor wordt aangerand./ Daar in Ede, Gelderland.’

In de weken na dit incident, dat later door de betrokkenen overigens flink gerelativeerd is, verschenen opruiende posters en folders in het dorp, waarin een hetze gevoerd werd tegen de islam. De geest was uit de fles. Stemde in de jaren tachtig en negentig nooit meer dan een schamele driehonderd Edenaren op de Centrumdemocraten, sinds de verkiezingen van 2002 zijn er ruim achtduizend inwoners die eerst op Fortuyn en de leefbaren en later op de PVV gestemd hebben. Het gaat om één op de acht kiezers in een gemeente die, inclusief het grote buitengebied, 107.000 mensen herbergt.

Medium ede veldhuizen 3

WAT IS ER met mijn Marokkaanse leeftijdsgenoten van toen gebeurd, sinds die beladen datum? Hoe heeft '11 september’ het leven in Ede veranderd? Ik stap op de trein en ga op zoek.
De Lindenhorst ligt er nog even verwaarloosd bij als negen jaar terug. Het winkelcentrum is regelmatig plaats delict voor de groep jongeren waar het - naar verluidt - om ging, die elfde september. De winkelruiten van winkeliers die over hun gedrag klagen sneuvelen, terwijl die van anderen blijven gespaard. Hier gold tot voor kort nog een samenscholingsverbod, dat door de politie streng werd gehandhaafd.

Wie zijn deze jongens, die telkens het nieuws halen met kleine diefstallen, scheldpartijen en brutaliteiten in de buurtbus? 'Het zijn tieners, vooral maar niet uitsluitend Marokkaans, die vallen voor de charme van makkelijk geld en status’, vertelt een van de hulpverleners die met deze jongens te maken heeft en daarom niet met naam en toenaam genoemd wil worden. 'Voor het geld hoeven de jongens het overigens niet te doen. Ze krijgen zo'n 25 tot veertig euro voor een gestolen Xbox van de heler met wie ze zaken doen.’ Met hun gedrag verwerven de jongens niet per se geld, maar vooral een status die ze noch van hun ouders, noch in de moskee of de samenleving kunnen krijgen.

Wie zijn deze jongens, die telkens het nieuws halen met kleine diefstallen, scheldpartijen en brutaliteiten in de buurtbus?

De feestvierende jongeren uit 2001 moeten nu late twintigers of jonge dertigers zijn. Waar zijn die intussen beland? Ik krijg maar weinig medewerking als ik hier al te direct naar vraag. Miloud, de voorzitter van de Marokkaanse vereniging, en zijn stamgast Omar laten niettemin direct geurige thee aanrukken als ik het troosteloze theehuis waar de club resideert binnenstap. Verontschuldigend kijken ze naar de oude, kaartende mannetjes die me in matig Nederlands begroeten: 'Dit is maar een tijdelijke locatie.’ Beide mannen werden geboren in het Veldhuizen van de jaren zeventig. 'Onze vaders werden wakker van de wekker om zeven uur ’s ochtends en gingen pas weer naar huis na de klok van zeven uur ’s avonds.’ Over hun schooltijd praten beiden als over de 'gouden jaren’.

Omar: 'Op de basisschool mocht ik met al mijn Nederlandse klasgenoten mee naar huis om te spelen en werd ik uitgenodigd op alle feestjes. Als tiener en twintiger heb ik heel wat gestapt, gedanst en gedeald.’ Hij lacht vilein: 'Die christenen in Lunteren zijn gek op me. Ik zie vaak moeders achter hun kinderwagen door de stad lopen met wie ik in bed gelegen heb. Ik knipoog dan maar even en zie ze blozen…’ Met in zijn ene hand een mobieltje vol foto’s van zijn kinderen en in zijn andere hand een joint lacht hij over de gang van zaken. 'Ik zou nog steeds nergens anders dan hier willen wonen.’

Voorzitter Miloud is de afgelopen tien jaar het lachen vergaan. 'Omdat onze ouders hier puur als werkkrachten werden gezien, hebben ze zich nooit ontwikkeld. Daarom werd ook ik direct naar het lager onderwijs gestuurd en moet ik heel mijn leven ambulances rondrijden. Terwijl ik echt wel meer in mijn mars heb.’ Dat lijkt geen opschepperij te zijn: hij wijdt uitgebreid uit over de geschiedenis van de Nederlands-Marokkaanse betrekkingen. 'We worden met veel meer wantrouwen bekeken dan vroeger, zelfs door de jongens met wie we vroeger in de klas nog lol trapten.’ Zijn ouders werd het wantrouwen op straat inmiddels te veel, zij keerden terug naar Marokko.
De gelovige boeren uit het Rifgebergte die zich veertig jaar terug hier vestigden troffen in Ede structuren aan die weinig verschilden van die uit hun thuisdorp, maar zo waren ingericht dat ze er nooit in thuis zouden geraken. Zo is er de Buurtspraak, een jaarlijkse vergadering voor iedere huis- of grondeigenaar in Veldhuizen, die al sinds 1593 ieder jaar wordt georganiseerd op de derde donderdag van september. Onder het genot van brandewijn met kandij bespreken ze daar de stand van de heide en het welvaren van de schaapskuddes. Ede is weliswaar stedelijker geworden in haar omvang en verschijning, maar mentaliteiten en gebruiken zijn daar niet in mee veranderd. Het was simpelweg niet berekend op een godsdienst waar bijvoorbeeld hypotheken en alcohol taboe zijn.
Veertig jaar nadat de eerste Marokkaanse gezinnen hun intrek namen in de flats van Veldhuizen is de integratie van vooral de nieuwe generatie een eind gevorderd, maar loopt de acceptatie daar nog bij achter. De reactie van de zeventienjarige Robert, vwo-scholier, is exemplarisch voor het sentiment dat vooral bij veel jonge bewoners overheerst. 'Zij mogen hier op zich best wonen en op onze kosten een opleiding genieten. Maar, wie dan problemen maakt moet hier weg. We leiden geen mensen op om ze later bij Opsporing verzocht terug te zien. Bovendien kunnen ze hun diploma beter in Marokko gebruiken. Daar passen ze beter.’
In omliggende, overwegend gereformeerde plaatsen als Lunteren, Harskamp en Otterlo is van overlast geen sprake. Toch is juist hier de autochtone afkeer van 'die islamieten uit Veldhuizen’ het grootst. Appie, de Turkse shoarmaboer op het dorpsplein van Lunteren, vertelt over de impact die deze houding heeft gehad op zijn leven en zijn onderneming. 'Ik was heel lang de enige buitenlander in een christelijk dorp. Dat leverde mij in de begintijd wel wat gebroken ruiten en rotte eieren op. En na de aanslagen in New York en Madrid kelderde mijn omzet de eerste twee maanden met vijftig procent.’ Toch opmerkelijk, denk ik, in een dorp waar men in drie zinnen het verschil tussen hersteld hervormden, gereformeerde bonders en 'gewoon’ gereformeerden weet uit te leggen. In Madrid gaat een bom af, in Lunteren stopt men subiet de frietconsumptie bij de lokale Turk omdat moslims, anders dan protestanten, kennelijk wel één monolithisch blok zouden vormen. 'Ik ga naar de bank hier tegenover, waar alleen maar christenen werken, maar het personeel daar snackt toch ergens anders’, vertelt Appie. 'Soms zíe je mensen echt voorbij lopen, met opgetrokken neus’, lacht hij. Zoals hij eigenlijk alles lachend vertelt. 'Ach, als in mijn dorp in Turkije een christen zou komen wonen, zou ik hem misschien ook wel zo behandelen. Wennen kost tijd.’

Medium ede veldhuizen  1

DE OPENLIJKE ONVREDE met de islamitische nieuwkomers mag dan pas sinds 11 september echt naar buiten gekomen zijn, het verzet tegen de islam als een nieuwe godsdienst in een plaats met meer dan dertig christelijke denominaties doet zich al voor sinds de jaren tachtig. Al in die jaren vatte de Marokkaanse gemeenschap het plan op een eigen moskee te bouwen. Pas eind 2006 ging de eerste bouwsteen de grond in. De aanlooproute naar de bouw van deze moskee, waarbij de plannen naar telkens andere locaties moesten verhuizen, is welhaast tragikomisch te noemen. Bestemmingsplanwijzigingen, een bodemprocedure, brandstichting op de bouwlocatie, een beroep op de bibobwetgeving: geen middel werd geschuwd in een hardnekkig verzet tegen een gebedshuis van een andere godsdienst dan de bekende. De climax was de varkenskop die de bouwlieden bij de opening op de bouwplaats aantroffen.

Uiteindelijk ligt de moskee aan een doorgangsweg, ingeklemd tussen voetbalveld, sporthal en zwembad, net buiten de wijk Veldhuizen. Ook de toewijzing van deze locatie ging niet zonder slag of stoot. De bezwaren betroffen nu eens de horizon van de bewoners aan de overkant van de straat en dan weer het aantal parkeerplaatsen. Pas nu is de Al Mouahidin-moskee een feit. Een fraai gebouw met een ruime gebedsruimte en tal van zaaltjes voor cursussen en de 'zaterdagschool’. Eén bezoeker klampt me na het gebed aan en probeert me te bekeren: 'Ik wil vrienden met jou zijn in het paradijs. Maar, dan moet je wel buigen voor degene die je gemaakt heeft. Ik smeek je: kies alsjeblieft voor de islam! Je kunt je geluk nergens anders vinden dan bij God!’ Na een lang gesprek waagt hij nog één poging: 'Weet je, je mag bij ons nog vier vrouwen hebben ook…’

Misschien is dít de plaats waar ik de jongens die op 11 september feestend CNN haalden weet te vinden? Als ik tijdens het vrijdagmiddaggebed naar binnen stap, wordt mij verzocht eerst een bestuurslid te bellen en wordt mij verboden om bezoekers aan te spreken. Wie ik vervolgens ook spreek: iedereen weet dat ik in Ede rondloop met vragen. De tamtam heeft zijn werk gedaan. Het is vooral de episode rond de moskee die bij de Marokkaanse gemeenschap het gevoel 'niet welkom’ te zijn heeft veroorzaakt. Daar komt bij dat, zowel door bewoners als de gemeente, de problematiek van probleemjongeren vaak op een hoop met hun godsdienst, de islam, gegooid werd.
Dat stoort Khalid, een van de drijvende krachten van Moslimjongeren Ede, nog het meest. 'Dat gedrag is onacceptabel. Ook wij Marokkaanse moslims willen graag laten weten dat er geen excuus is voor baldadig gedrag. Cliché of niet, maar mijn persoonlijke mening is dat de oplossing in de islam te vinden is. Indien men zou beschikken over de islamitische kennis omtrent de omgangsvormen en gedragscode en het tevens zou praktiseren, dan zouden wij niet te maken hebben met dit soort praktijken. Er zijn namelijk tal van verzen en overleveringen te vinden waarin wordt opgeroepen tot goed gedrag, zowel tegenover moslims als niet-moslims.’
Met de Moslimjongeren Ede beheert hij de website al-iemaam.com, een fraai vormgegeven website die overstroomt van adviezen en vermaningen. In Ede is de groep actief met cursussen, lezingen en congressen, veelal in de splinternieuwe Al Mouahidin-moskee. Soms staan deze activiteiten op gespannen voet met de opvattingen van het moskeebestuur, waarin de oudere generatie zitting heeft. Zo faciliteerde de groep een tijdlang gastlessen van Suhayb Salam, een controversiële salafistische prediker die zou oproepen tot geweld en intolerantie van ongelovigen. Salam, de zoon van een bekende Syrische geestelijke, komt niet meer naar Ede, maar op de website staat wel een lezing over 'islam versus cultuur’ aangekondigd in het even verderop gelegen Arnhem. 'Die lezing gaat over bepaalde verwerpelijke culturele uitingen uit bijvoorbeeld Marokko of Somalië die vaak ten onrechte aan de islam worden toegeschreven’, aldus Khalid.

In weerwil van zijn officiële verhaal - dat de jongerenavonden steeds meer jongelui op de been brengen - lijkt de positie van deze ijverige jongens en meisjes in de Marokkaanse gemeenschap vrij marginaal. Op zijn Facebookpagina doet Khalid zijn beklag: 'Iedere keer dat er te weinig mogelijkheden zijn om lessen te volgen, spreken ze hun ongenoegen uit, maar wanneer de lessen er dan komen, zijn ze nergens te vinden.’ Khalid legt uit: 'In absolute zin is er wel een groei, maar we zijn in verhouding inderdaad maar een klein deel van de hele Marokkaanse gemeenschap.’

Of deze 'beste jongetjes van de klas’ ook betrokken waren bij de feestelijkheden op 11 september 2001 wordt nergens echt duidelijk. Maar wie de talloze etiquettes en adviezen op hun website doorneemt, krijgt niet de indruk dat de door het salafisme beïnvloede groep tot geweld neigt. Wuiven wordt op de website verboden, want is 'een groet voor ongelovigen’, een leugentje op 1 april wordt verketterd, want liegen is 'altijd verboden’. Ook wordt natuurlijk veelvuldig gewaarschuwd voor de verleiding van vleselijke verlangens.

Als in deze kleine, fanatiek gelovige groep ooit al sprake is geweest van sympathie voor religieus gemotiveerd geweld of intolerantie, dan lijkt dat nu veranderd

De site bevat talloze geëmotioneerde betogen over 'de vrede van de Heer’ en je ziet bebaarde mannen luidkeels huilen bij passages uit de koran of bij het zien van een slachtoffer in Gaza. De opzwepende teksten gaan vergezeld van beeld en muziek vol gezwollen pathos. Het doet nog het meest denken aan een evangelicale oproep tot bekering, zoals we die kennen uit de wereld van de televisie-evangelisten.

Als in deze kleine, fanatiek gelovige groep ooit al sprake is geweest van sympathie voor religieus gemotiveerd geweld of intolerantie, dan lijkt dat nu veranderd. Niet dat er positief over, bijvoorbeeld, homoseksualiteit gedacht wordt, maar nergens wordt opgeroepen tot expliciete haat, veroordeling of geweld.
De conferentie die dit najaar de grootste activiteit van de stichting was, handelde niet over jihad, maar over huwelijk en gezin. Khalid spreekt duidelijke taal: 'Helaas hebben we te maken met willekeurige personen die het rolletje van islamgeleerde graag spelen en vervolgens de islam in een negatief daglicht zetten. Dit terwijl ze teksten uit hun context plaatsen en verkeerd interpreteren. Neem dus kennis van betrouwbare bronnen en je zult zelf ontdekken dat de islam geen religie is die met het zwaard is verspreid, of geweld verkondigt.’
De groep jonge Marokkanen die voor problemen zorgt, bezoekt niet geregeld de moskee en doet nauwelijks mee met de ramadan of andere islamitische gebruiken. 'Toch vinden ze wel dat ze eigenlijk geloviger moeten zijn’, zegt de hulpverlener die veel met deze jongens optrekt. 'Ze voelen zich daar soms wel schuldig over, maar het straatleven leent zich niet echt voor goede voornemens. Van huis uit krijgen ze wel een hoop gepreek over zich heen, maar er wordt hun vooral ingepeperd dat ze geen goede moslims zijn als ze geen goede cijfers halen. Dat verlamt eerder dan dat het motiveert.’

De parallellen tussen de grote groep reformatorische christenen in Ede en de Marokkaanse gemeenschap in diezelfde plaats zijn talrijk en treffend. Beide groepen worstelen met het in toom houden van hun tieners, die in de zuipkeet of in de speeltuin - of tegenover elkaar, in het uitgaansgebied - voor overlast zorgen. Beide groepen menen dat de politie en de gemeente hén benadeelt en de ander bevoordeelt, en neigen ernaar om zaken 'in eigen kring’ op te lossen. Beide groepen willen deelnemen in de samenleving, maar menen dat ze tegelijk aan een hogere wet hebben te gehoorzamen die hen verplicht zich op een bepaalde manier te kleden en dingen te doen of te laten.
Dat is misschien wel de grootste ironie van Ede, negen jaar na 11 september. In de drie decennia voor die bewuste datum verliep het samenleven gescheiden, maar relatief rustig, maar nu de integratie meer een feit is barst steeds vaker de bom. Het is juist elkaars toegenomen nabijheid die het samenleven in de weg lijkt te zitten. Ze lijken meer op elkaar dan ze leuk vinden.

ALLES WERD beter in Ede, maar niets werd helemaal goed. De afgelopen jaren werkten zo'n 42 professionals naast - en langs - elkaar aan het welzijn in de buurt. Na negen jaar afwezigheid valt op hoe het aanzien van de buurt langzaam is verfraaid. Maar alle aangeharkte plantsoenen, junglesimulaties in speeltuinen en straatverboden ten spijt zijn de verhoudingen in Ede nog altijd moeizaam.

Een groep jonge christenen uit de buurt heeft onder de naam Hart voor Veldhuizen een 'huiskamer voor de buurt’ ingericht, naast het Marokkaanse theehuis. Hoewel er veel tieners en moeders uit beide culturen op afkomen, reageren de kerken van Ede met weinig enthousiasme op deze poging tot toenadering. De nieuwbouw die het woningaanbod in Veldhuizen - en dus de kleur en afkomst van de bewoners - moest diversifiëren, heeft als onbedoeld bijgevolg dat de overlast zich nu ook naar andere, voorheen rustige wijken uitbreidt. De prachtig gehuisveste moskee en de devote lieden van de Moslimjongeren Ede kunnen verder hoog en laag springen: echte invloed op de groepen met probleemjongeren hebben ze nauwelijks.

Mooi is niettemin het verhaal van het Edese zaalvoetbalteam dat onlangs onaangenaam werd verrast door de aanwezigheid van zo'n dertig jonge Marokkanen die de voetballers met eieren en rotte tomaten bekogelden en allerlei nare leuzen riepen. De beheerder van de sportzaal ontstak in woede, sloot alle deuren af en voerde de jongens een voor een naar buiten. Daar ontstond een handgemeen, waarbij de eigenaar de jongens - naar eigen zeggen - stuk voor stuk hardhandig een lesje leerde. Een dag later stonden de jongens bij de beheerder op de stoep. Hij maakte zich op voor een nieuw rondje matten, toen hij hoorde dat de ouders van de jongeren de groep hadden opgedragen het 'goed te maken’. Zo kon een nieuw begin worden gemaakt.

Terwijl ik op het perron van het intercitystation op mijn trein naar Amsterdam wacht, klinken de opzwepende beats van een aantal Noord-Afrikaanse trommelaars door de fietsershal. Een enkeling kijkt geïrriteerd hun kant op of schuifelt wat ongemakkelijk met de tas tussen de benen, wachtend tot het rumoer verstomt. Op het perron staat een uitgelaten groep reformatorische studenten, dames in rok, heren in pak, die de muziek geamuseerd beluisteren en na afloop met een groot applaus belonen. Nu is aan hen de beurt: ze zetten een studentikoos lied in, wat weer wordt beantwoord door getrommel. Voor even lijkt Ede een multiculturele idylle, maar wat me voornamelijk bijblijft van mijn sentimental journey naar Ede is dat 11 september de bron van een boel verwarring en wantrouwen bij alle bewoners geweest is.

Zelf verruilde ik al snel na 11 september de heidegrond voor de hoofdstad. Het leven was me er, in de woorden van Hans Dorrestijn, simpelweg te saai en te sloom. In Ede, niet alleen geografisch het middelste punt van ons land, overheerst een wereldbeeld waarin het Hollands adagium 'doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’ meer dan waar dan ook opgaat. Ik begrijp ze dus ergens wel, die jongens en meisjes die vechten voor een stijl of een status waarmee ze zichzelf kunnen zijn in een wereld die enerzijds van hen verlangt dat ze zich conformeren aan geldende normen, maar waarin ze anderzijds voor eeuwig en altijd 'de ander’ lijken te blijven.
De Marokkaanse meisjes eisen met hun hippe hoofddoeken hun islam voor zichzelf op. De tienerjongens verwerven met hun scooters en stoere praat voor even de stijl van de straat. De grote meerderheid wordt daarna 'serieus’, een kleine minderheid, zo'n vijf procent, groeit uit tot crimineel. De serieuze moslimjongeren uit de moskee herdefiniëren de wortels van hun godsdienst in een niet-islamitisch land, dat ze niettemin hun thuis noemen. Ze zullen zeker wel eens iets geks roepen, maar trouwen, lezen, studeren en baren er intussen op los en zijn maar moeilijk als terreur-apologeten weg te zetten.

Bovendien: juist dat wat afwijkend, onverdraaglijk of onbegrijpelijk is, moet in het volle licht van de publieke aandacht staan en van alle kanten worden bevraagd. Alleen zo heeft een samenleving van 'allemaal anderen’ toekomst. Als dat in het weerbarstige Ede lukt, lukt het overal. Maar, als het in Ede niet lukt, lukt het nergens. Als één groep weet hoe het is om jezelf te blijven in een wereld die een andere kant op beweegt, dan is het immers het orthodox-protestantse smaldeel van de bevolking wel. Misschien is het tijd voor een protestants bakje koffie met een Marokkaanse zoete koek.


1) Een boer uit Lunteren (m.), een van de dorpen in het buitengebied van Ede, shopt voor zijn avondmaaltijd in de Turkse halal-supermarkt aan de Lindenhorst

2) De Lindenhorst in Ede-Veldhuizen. Turkse vrouwen komen uit de halalsupermarkt in Veldhuizen A. De Nederlandse vader komt uit Veldhuizen B, het deel van de wijk waar koopwoningen staan

3) Veldhuizen A kent haar eigen -soms explosieve- samenstelling. Een Nederlands paar aan de Kranenburg zorgt met z'n tuin voor een typisch autochtoon tintje in het straatbeeld