De 21 beste romans van de eeuw

Hoe alles samenvalt

Met A Visit from the Goon Squad nam Jennifer Egan afscheid van de mal van de Great American Novel en luidde ze het tijdperk in van de vrouwelijke schrijver.

Jennifer Egan legt bloot hoe de tijd levens vormgeeft © Pieter M van Hattem

Op een boekpresentatie sprak ik met twee vrienden over onze tiplijstjes voor deze nieuwe toplijst. Alle twee hadden ze gekozen voor boeken waarvan ze dachten dat ze over ‘twintig of dertig jaar’ nog gelezen zouden worden. Ik moest denken aan de Amerikaan Yogi Berra, de Johan Cruijff van de honkbalsport, die volgens de overlevering eens zei dat het lastig is om iets te voorspellen, zeker de toekomst.

Het is nog niet zo lang geleden dat Jonathan Franzen en de zijnen hun Great American Novels schreven; klassieke romans die een land wilden beschrijven aan hand van enkele individuen, die de atomen opmaken van zo’n maatschappij. Niemand – lezer, criticus noch uitgever – geloofde werkelijk in een ander soort roman, of toonde er veel aandacht voor.

En toen (de klassieke brugzin van een historicus) schreef Jennifer Egan A Visit from the Goon Squad (2011; de Nederlandse vertaling is Bezoek van de knokploeg) en creëerde eigenhandig een nieuwe mal. Egans ambitie was anders: ze wilde de atoomdeeltjes beschrijven waaruit haar personages zijn opgebouwd. Ze liet in haar boek de uitwerking van de wereld op haar personages zien, in plaats van haar personages die de wereld vormgaven.

Daarnaast brak de roman ook de mal van de literaire loopbaan: het succes van A Visit from the Goon Squad betekende ook de doorbraak van de vrouw als de belangrijkste romanschrijver van de 21ste eeuw, in ieder geval als literaire voorlopers. Het succes van Maggie Nelson, Rachel Cusk, Niña Weijers en Nina Polak kan niet los worden gezien van het succes van Jennifer Egan: de mannen, met hun dominante narratief en sluitende vertelvormen, die opzij werden gezet door een vrouw (en andere minder gehoorden) met andere, veelal uiteenlopende, gefragmenteerde verhalen. En A Visit from the Goon Squad is net zo prachtig en spitsvondig als de titel doet vermoeden. Het boek is zo’n zeldzaam juweel: een vormexperiment dat grote prijzen won én een besteller werd.

Geen enkel hoofdstuk in Egans Pultizerprijs-winnende roman is hetzelfde; het ene is een klassieke eerstepersoonsvertelling, het andere een traditionele derderpersoonsvertelling, maar er zit ook een Vanity Fair-achtige reportage in het boek, en een powerpointpresentatie, en het eerste hoofdstuk betreft bijvoorbeeld een gesprek tussen een jonge vrouw en haar therapeut. Het boek bespeelt veel registers, ernstig, tragisch en grappig, en Egan vermengt vormen en stijlen net zo gemakkelijk als dat ze door de tijd en ruimte vliegt. Het fragmentarische boek, ‘een roman in verhalen’, beslaat de periode van 1970 tot 2020, het grootste deel van de handeling vindt plaats in New York, maar er zijn ook hoofdstukken die zich afspelen in Californië, Italië en Kenia, en Egan voert een ensemblecast op met wisselende personages, die worstelen met kleptomanie, hun comebackplaten (van opgebrande rocksterren) en de opvoeding van hun (licht autistische) kinderen.

Kortom, aan voornoemde ambitie ook bij Egan geen gebrek.

Uiteindelijk krijgt iedereen in Egans boek ervan langs

Langzaamaan ziet de lezer door Egans structuur en haar selectie van belangrijke, doorslaggevende details heen hoe in haar wereld alles met elkaar samenvalt, wat de samenhang is die zij als schrijfster in de wereld ziet en wat voor haar daarbij de bepalende verbanden zijn. In zeker opzicht is de veelkleurige roman een systematische studie van de leef- en verhaalvormen van de mens. Want wat anders is het leven dat wij leiden dan het verhaal dat we onszelf vertellen? En dat we elke dag opnieuw aan onszelf moeten rechtvaardigen?

De kracht van Egans boek zit niet alleen in de kraakheldere beschrijving van de psychologie van haar personages, maar ook in haar blik op de keten van individuele keuzes die zij maken, geplaatst in hun tijd. Egan volgt vele van haar personages een halve eeuw lang en legt bloot hoe tijd (‘de’ tijd, ‘hun’ tijd) hun levens vormgeeft, welke krachten in de wereld op hen inwerken – hoe de knokploeg hen bezoekt en z’n zin krijgt.

Want dat is de tijd in Egans boek: een knokploeg die het verhaal dat je jezelf vertelt eens even flink opschudt.

En uiteindelijk krijgt iedereen in Egans boek ervan langs. Lou, bijvoorbeeld, een muziekproducent die in drie hoofdstukken opduikt, is in ‘zijn’ eerste verhaal veertig jaar oud (‘ik ga nooit dood!’), rijk (‘ik kan alles krijgen!’) want succesvol (‘en terecht!’), met gouden platen aan de muur, tienermeisjes die achter hem aan zitten en kilo’s cocaïne in zijn broekzakken. Maar in een ander hoofdstuk, zijn laatste, is Lou een oude, eenzame man, die in een ziekenhuisbed op sterven ligt (dat had hij niet gedacht, toen al die tienermeisjes achter hem aan zaten). Egans boek is meer dan een beschrijving van het menselijk ego; het is ook een elegie voor menselijke idealen en ambities: de bloemenkinderen van het San Francisco van 1970 worden in haar roman de gedesillusioneerde volwassenen van het New York van 1990 en hun kinderen groeien in de nabije toekomst weer op in een licht dystopische woestijnwereld van tech-infested Californië.

Maar Egan brengt de aannames van de lezer over het hoe en waarom van deze teloorgang van de levens van haar hoofdpersonages telkens aan het wankelen. Door de vele sprongen in tijd, ruimte en perspectief wordt de lezer beetje bij beetje op de hoogte gebracht van de verhalen van de personages: niet elke ‘slechte’ afloop werd voorafgegaan door ‘slechte’ beslissingen, of in ieder geval door beslissingen die de lezer kan begrijpen, niet elke ‘tijd’ was gedoemd te mislukken. Het boek toont dat het verloop van de levens van de hoofdpersonen het gevolg is van een complex ‘systeem’ van factoren, dat de toekomst voorspellen ingewikkeld is, maar het verleden ontrafelen ook, zelfs als je dat verleden zelf doorleefde – of als lezer meemaakte.

Want dat is, naast de samenhang van het fragmentarische, het ter sprake brengen van de veronderstelde neutraliteit van ‘de wereld’, en de emancipatie van minder gehoorde stemmen, het vierde wonder van A Visit from the Goon Squad: Egan maakt het haar lezer onmogelijk om in simpele, eenduidige zinnen over haar hoofdpersonages te denken. Ze verplicht de lezer ertoe een ander, een personage, net zoveel speelruimte en begrip te verlenen als de lezer normaal gesproken alleen voor zichzelf houdt – en heel soms voor zijn geliefden, familie en vrienden. Veel ellende blijkt niet enkel het gevolg van individuele keuzes of individuele trauma’s, maar van een keten van allerlei (ook andermans!) keuzes en kwetsuren, gebonden aan strikt toevallige omstandigheden die wel heel bepalend blijken te zijn, de momenten en de (maatschappelijke, persoonlijke) verhalen die ons vormen.

Egan neemt menselijk falen niet als het eindpunt, maar als beginpunt van waaruit ze bij de oorzaken ervan terechtkomt in de wereld búiten haar personages. Zo maakt ze de wereld groter, niet kleiner, dan haar personages.


Philip Huff is schrijver. Naast Egan noemde hij Gerbrand Bakker, Boven is het stil; Anne Enright, The Green Road; Percival Everett, Erasure en Joseph O’Neill, Netherland
(2011)