Hoe belachelijk is enneus heerma?

Is er eigenlijk een dagblad in Nederland dat zich de afgelopen dagen niet over die arme Enneus Heerma vrolijk heeft gemaakt? Het Parool was zo ongeveer de enige krant die de CDA-fractieleider in bescherming nam. Niet om de kwaliteit van zijn politieke opereren - daar valt inderdaad wel iets op af te dingen -, maar om de wijze waarop de man botweg door regering, volksvertegenwoordigers en de perstribune is uitgelachen. ‘Hier was sprake van een verruwing in het parlementaire debat die haar weerga niet kent.’ Aldus de Amsterdamse krant, verschijnend in een gemeente die zich Heerma nog herinnert als een voortreffelijk wethouder van economische zaken. Zoals Heerma zich trouwens navenant voortreffelijk weerde toen hij tussentijds zijn brekebenerige partijgenoot Gerrit Brokx moest vervangen als staatssecretaris van huisvesting.

Zo'n beroerde politicus kan die man dus onmogelijk zijn.
Niettemin, Heerma is zelfs in zijn eigen, geestverwante, protestant- christelijke Trouw op komisch bedoelde wijze neergezet als ‘een bekommerde huisvader uit de provincie, die zich zorgen maakt over de onveiligheid op straat, de drugsoverlast, de krappe beurs van de bijstandsmoeder met kinderen en de ontwrichting van het gezinsleven’. Dat ontwrichte gezinsleven doet inderdaad wat oudbakken aan, maar voor de rest is het ook uit deze woorden niet duidelijk wat er zo belachelijk aan Heerma is. Zijn optreden wellicht, dat inderdaad minder gepolijst oogt dan dat van menig volksvertegenwoordigende gladakker en in elk geval sympathieker (en inhoudelijker) is dan de praatjesmakerij van zijn voorganger-fractieleiders.
Elco Brinkman bijvoorbeeld, die zo onwaarachtig was dat zelfs zijn eigen CDA-achterban niet in hem geloofde, waardoor de partij is gedecimeerd. Of Ruud Lubbers, niet te vergeten, de Macchiavelli van de Krimpenerwaard, die er zijn hele leven niet in is geslaagd om een begrijpelijke zin te formuleren.
Daarmee vergeleken is zo'n Heerma zo gek nog niet. In de weinige genadiglijke momenten die hem door de openbare mening worden gegund, wordt gewezen op het feit dat hij de zwaarste politieke betrekking van het land heeft. Hij bedrijft immers frontvorming tegen een regeringsbeleid waarover hij, op wat nevengeschikte levensbeschouwelijke punten na, eigenlijk niet ontevreden kan zijn. Vandaar al die kunstmatige opwinding achter het spreekgestoelte, opwinding waarin niemand kan geloven, ook zijn eigen christelijke achterban niet.
Verder is het leiden van een fractie, laat staan het leiden van de oppositie, een vak dat je moet leren. Zoals bijvoorbeeld blijkt uit de casus- Bolkestein, de man die in zijn eerste ambtstermijn eveneens het nationale lachsucces is geweest, maar die zich inmiddels redelijk in het politieke handwerk heeft weten te bekwamen.
Bij de algemene beschouwingen moet Heerma het nog even op eigen kracht zien te redden. Maar daarna krijgt hij steun, zo heeft de CDA-fractie besloten. Zijn vleugeladjudanten worden Wim Deetman en Jaap de Hoop Scheffer.
Is daarmee de steen der wijsheid gevonden? Het valt te betwijfelen. Deetman, Heerma’s hoop in bange dagen, herinneren wij ons maar al te goed uit de jaren waarin hij met dramatisch weinig succes het ministerie van Onderwijs heeft geleid. Zoals De Hoop Scheffer voornamelijk bekendheid geniet omdat van hem nu al maandenlang wordt gezegd dat hij zijn fractieleider uit de luwte gaat houden.
Als Enneus Heerma een bleekneus is, is hij een bleekneus te midden van bleekneuzen. Zijn fractie heeft opmerkelijk weinig kleur en de politieke en intellectuele kwaliteit is ook al niet om naar huis te schrijven.
Hoe komt dat toch? Worden die christenmensen zoveel slechter opgevoed? Is het christelijk onderwijs zoveel beroerder van kwaliteit? God mag het weten. Niettemin, probeer in uw naaste omgeving eens uit hoeveel mensen drie CDA-kamerleden weten op te noemen. Het resultaat is gegarandeerd desastreus, ook als men deze vraag stelt aan mensen die belangstelling voor ’s lands politiek hebben. Met veel geluk bedenkt de ondervraagde de naam van Yvonne van Rooy, ooit de kroonprinses van Lubbers, waarna werkelijk niets meer van haar is vernomen. Voor de rest is het een galerij van onbekenden. Agnes van Ardenne-van der Hoeven? Berry Esselink? Ali Doelman-Pel? Gerrit de Jong? Nel Mulder-van Dam? Maxime Verhagen? Zij bewegen zich nu al meer dan een jaar (vaak langer) op het Binnenhof, zij zijn uitgebreid aan het woord gekomen bij de Betuwelijn, het mestoverschot en de defensiebegroting, het zijn ongetwijfeld brave vaderlanders - maar zij zijn onzichtbaar.
Daarmee vergeleken is Enneus Heerma een kampioen, een verbale prijsvechter, met standpunten die heel wat minder wereldvreemd zijn dan zijn critici in hun agnostische waanwijsheid geneigd zijn aan te nemen. Het probleem is dan ook niet Heerma, het probleem is de partij van Heerma, in permanente sluimertoestand schijnopponerend in het midden van het midden.
Eigenlijk heeft die partij, niet buigend naar links en niet buigend naar rechts, nooit een echte ideologie gehad, behalve een lichtelijk verouderd politiek instrument als de Heilige Schrift, deel I en II. Maar zolang er werd geregeerd (soms met rechts, soms met links) is dat nooit erg opgevallen.
Echter, opponeren is heel wat moeilijker dan regeren, een feit dat zich thans op de rug van de arme Enneus Heerma dreigt te ontladen. En als premier Kok op zijn beurt zo nodig de kus des doods wenst uit te delen door in het belang van de democratie een zo vitaal mogelijke oppositie te bepleiten, moge hij tegelijkertijd bedenken dat de democratie er evenmin bij is gebaat als de oppositieleider, een serieus en eerlijk man, met al zijn houterigheid en onhandigheden, publiekelijk met zijn neus door de stront wordt gewreven.