Nader bekeken

Hoe breng je klassieke muziek naar het tv-publiek?

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: het klassieke-muziekprogramma Podium Witteman kreeg onlangs felle kritiek te verduren. Ten onrechte.

Omdat ik uit het jaar 65 vóór Facebook stam en weiger me tot Zuckerberg te bekeren, had ik deprimerend weinig vrienden. Dus werd ik lid van ‘Vrienden van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest’. Ineens 14.000 erbij en bijna van adel ook. Waarom zo een eliteclub steunen, terwijl talloze kleine kunstinstellingen sappelen? Ten eerste: ze zijn lang niet mijn enige Goede Doel. Ten tweede: ik steun er een voorziening in eigen buurt mee die zorgt voor gratis toegankelijke lunchconcerten. Ten derde: ze besteden mijn geld ook aan projecten om kinderen en jongeren met klassieke muziek, gebouw en orkest kennis te laten maken – en dat ik als arbeiderskind ooit naar de Volksmuziekschool kon, legde het fundament voor een grote schat in mijn leven. Ten vierde: leden mogen voor een redelijk bedrag soms repetities van het Orkest bijwonen.

Zo zat ik vorige week bij eentje onder de Zuid-Koreaanse dirigent Myung-Whun Chung. Programma: vioolconcert van Brahms en Beethoven 3, Eroïca. Belegen? Daar komen we op terug. Helaas was geniale violist Leonidas Kavakos verhinderd. Als troostprijs kregen we Isabelle Faust. Zoiets als wanneer Cristiano Ronaldo geblesseerd is en wordt vervangen door Lionel Messi. Het was geweldig, vond ik, en dat terwijl ze pas ’s avonds voor het echie zou gaan.

Maar dat programma dus. De kwaliteit van het Brahms-concert is, sinds dirigent Von Bülow het in 1879 een ‘concert tégen de viool’ noemde en virtuoos De Sarasate weigerde ‘er maar wat bij te staan als de hobo de enige melodie van het concert speelt’, inmiddels onbetwist. Ook als het vaak gespeeld wordt. Maar er is iets belangrijkers. Door de bekendheid van sommige muziek herken je, blasé, de kwaliteit ervan soms niet meer. Zeker als je, via radio, cd, soms tv, luistert zonder te luisteren. Een live uitvoering laat bijna altijd nieuwe elementen, stemmen, accenten horen die je het mirakel van het scheppen van iets dat daarvoor nog niet bestond, doen beseffen. Dat gebeurde bij Brahms. En meer nog bij Beethoven. Dus gingen mijn gedachten naar die curieuze BBC-tv-film Eroica (2003) van regisseur Simon Cellan Jones en scenarist Nick Dear, waarin de wereldpremière van die symfonie, Wenen 1804, wordt ‘gereconstrueerd’. In een vorstelijk paleis voor piepklein adellijk publiek. In kleine bezetting integraal gespeeld door het gekostumeerde Orchestre Revolutionnaire et Romantique. De schokervaring door die tot dan ongehoorde klanken (zo anders ook dan Ludwigs twee voorgaande symfonieën) kan niet dichter benaderd. Tv-drama dat de ‘historische sensatie’ teweegbrengt, zelfs als je het ‘verhaaltje’ er omheen niet helemaal gelooft. Tijdens het vierde deel komt bejaarde ‘Papa Haydn’ binnenlopen en zegt na afloop over de muziek: ‘From this day forward, everything is changed.’ Ook als dat niet waar is, is het wel waar. Kijk zelf:

Maar de gedachten gingen ook naar een recent artikel van recensent Merlijn Kerkhof in de Volkskrant over ‘klassieke muziek op de televisie’. Hij vergeleek Tijl B op volle toeren (AVRO/TROS) en Podium Witteman (NTR). Confronteert Ali B. binnen de lichte muze muzikanten uit verschillende genres (Willeke Alberti met Kleine Viezerik bijvoorbeeld) Tijl Beckand zet ‘lichte’ tegenover ‘ernstige’ muze en daagt hen uit respectievelijk iets lichts te verzwaren en iets zwaars te verlichten. Ik kende hem als propagandist al van het eerdere Tiende van Tijl: klassieke muziek voor beginners gebracht door een oprechte liefhebber. Alle pogingen tot educatie, zeker in de kunsten, juich ik vanuit klassiek verheffingsideaal toe en dat die Tiende een racebaan van fragmentjes en anekdotes was, waarin muziek hooguit drie minuten aaneen mocht klinken en er onzinnige wedstrijdjes coloratuur in gedaan werden, het was sympathiek qua bedoeling en het vormde goedaardig amusement dat geen vlieg kwaad deed en wellicht een enkel mens over de streep naar Mozart trok. Aan die kant stond ik al, dus ik keek zelden. Geef mij mijn genotsdrank maar onverdund.

Door Kerkhofs stuk, waarin tot mijn verbazing Beckand bejubeld en Witteman afgedroogd werd, bekeek ik via Gemist een aflevering van die ‘volle toeren’. Een ‘battle’ tussen zanger Jeroen van der Boom (die met Joling, Fröger en Jan Smit De Toppers vormt) en hoboïst Bart Schneemann, leider van het Nederlands Blazers Ensemble. Net als bij Ali B. zijn ze huiverig, leren elkaar kennen, raken toch een beetje onder de indruk en slaan elkaar uiteindelijk op de schouders en omhelzen. Ondertussen vertellen ze steeds wat er door hen heen gaat. Jeroen maakte een nieuw lied, Onbereikbare liefde, gebaseerd op een fragment uit Prokofjevs Romeo en Julia. Het NBE applaudisseerde blij voor wat ik nogal slap vond. En Schneemann c.s. speelden een verbluffend arrangement van een Van der Boom-liedje. Van der Boom was oprecht onder de indruk. En had op een NBE-concert ook al Les Boréades van Rameau (volgens Beckand ‘een onbekende componist’) indrukwekkend gevonden (wat ik Gerard Joling niet gauw hoor zeggen.)

Deze sandwichformule vindt Kerkhof kennelijk niet alleen geweldig vanwege de muzikale resultaten, maar vooral omdat in zijn ogen ‘de klassieken’ afgaan. Want Schneemann moest Beckand vragen wie van de Toppers eigenlijk René Fröger was (elitaire lul dus), operasopraan Maria Fuselier schrok toen in een feesttent de hit Ik wil seks met die kale klonk (preutse trut) en bas Harry van der Kamp van het Gesualdo Consort droeg een grijs CDA-pak en wist zich geen raad met festivalmuntjes (de sukkel). Oftewel, vind ik, een verdomd populistisch-arrogante benadering van de Hoge Cultuur en haar dienaars. En dat van iemand die in zijn analyse van Podium Witteman Mike Boddé verwijt dat die ‘ongeveer elke uitzending laat merken dat de klassiekemuziekcultuur te stijf en te snobistisch is’(!?) Het is bij Kerkhof kennelijk niet goed of het deugt niet. En dan klaagt hij ook nog dat Boddé daarmee ‘negatieve energie’ aan het programma geeft. Dan breekt mijn klomp helemaal: Boddé is nota bene de geestige, openhartige, hartelijke, intens-muzikale troetelbeer en publiekslieveling van het programma.

Verder: jonge co-presentator Floris Kortie deugt niet omdat door hem pas duidelijk wordt hoezeer Witteman zelf een grumpy old man met een belegen smaak is. Maar als er nou iets kenmerkend is voor Podium Witteman, dan is het de variatie. Variatie binnen wat ik het ‘enge’ terrein van de klassieken noem – van Middeleeuwen tot 21ste eeuw; van piccolo tot contrabas; van kleine tot grote bezetting; van jonge tot hoogbejaarde solisten. Variatie door de vele soorten cross-over, van volksmuziek tot jazz. Variatie door de grote afwisseling binnen elke uitzending zelf. De verrukkelijke huisband Fuse is er belichaming van, maar Kerkhof begrijpt niet waarom die zo vaak moet meedoen en, houd je vast: doordat ze jong zijn, fleurige kleren dragen, bewegen en niet van blad spelen ‘wek je de indruk dat klassieke muziek op de vertrouwde manier te saai is’. En dat zegt de supporter van Beckand, Toppers en smartlappen die Schneemann, Fuselier en Van der Kamp te elitair vindt. En Witteman al helemaal niet moet: te oud en te veel ruimte nemend.

Precies over die spanning tussen jong en oud, tussen saai en opwindend, tussen smaken, tussen genres, maken de presentatoren en gasten regelmatig geintjes. En dat onder aanvoering van diezelfde Witteman die niet alleen van de spot maar ook van de zelfspot is. Kerkhof moet Pauls autobiografische columns niet en vindt het belachelijk dat hij die van autocue leest. Weg met die ouwe meuk. Podium Witteman krijgt de grootste solisten aan tafel en instrument, die zichtbaar genieten van de setting, de losheid, de gein en de oprecht ernstige aandacht voor hun kunst. Het is het beste wat Witteman ooit deed en hij kan toch al zo verdomd veel. Mijn gade is van huis uit amuzikaal. Maar Podium Witteman moet altijd aan: steeds vaker muziek die haar raakt en roert. Ook door de manier waarop die wordt gebracht. Mijn gade wás amuzikaal. Zondag was de laatste van het seizoen. Een heel goeie. Met onder veel meer de kleinzoon van Prokofjev (jawel, die van Jeroen van der Boom), componist, veertiger, die klassieke muziek zowel in muziektempels als nachtclubs en bars brengt om jong publiek te bereiken. Zal ook wel weer niet deugen in de ogen van twintiger Kerkhof. Of juist wel. Geen touw aan vast te knopen. https://www.npo.nl/podium-witteman/07-05-2017/VPWON_1267513


Op 10 september start het nieuwe seizoen van Podium Witteman