Interview met politiek filosoof Hans Blokland

«Hoe de burger stemt, doet er niet meer toe»

De burger hoeft niet meer na te denken; markt en bureaucratie bepalen zijn keuzen. In deel 1 van zijn trilogie ‹Een rehabilitatie van de politiek› gaat filosoof en politicoloog Hans Blokland na wat er met de «wil van het volk» is gebeurd.

«Politicoloog Robert Dahl heeft eens voor gesteld om een forum naar Grieks model op te zetten. We nemen een steekproef van achthonderd mensen die een jaar lang met elkaar mogen discussiëren over zwaarwegende kwesties als kernbewapening, landbouw en euthanasie. Nadat zij uitvoerig over de kwesties hebben nagedacht en zich goed hebben laten informeren, mogen zij een besluit nemen en dat aan de politiek voorleggen. De regering mag zo'n voorstel dan afwijzen, maar moet dat wel beargumenteerd doen. Bij de volgende verkiezingen kunnen de burgers een regering afstraffen die al te lichtvaardig is voorbijgegaan aan de conclusies van de steekproef-volksvertegenwoordigers. Op die manier stimuleer je het publieke debat, wordt er een geïnformeerd besluit genomen en is er in elk geval geen maatschappelijke discussie die los staat van de beslissingsmacht.»

Een mogelijke oplossing voor de huidige democratische malaise volgens filosoof en politicoloog Hans Blokland. Het publiek moet weer bij de besluitvorming betrokken worden.

Van zijn eerste boek Wegen naar vrijheid verkocht Blokland 1050 exemplaren. «Meer kun je tegenwoordig niet verwachten van een politiek-filosofisch werk», verzucht hij. Hans Blokland betreurt het dat de politicologie in Nederland op sterven na dood is. «De studierichting is in Rotterdam opgeheven terwijl vakken als bedrijfskunde en bedrijfseconomie duizend eerstejaars trekken.» Een typische manifestatie van het marktdenken, meent hij. «Alles wordt langzamerhand gedomineerd door de markt: de politiek, de pers en nu zelfs de universiteiten.»

Het begon bij Blokland met een onbehaaglijk gevoel. Terwijl de immense macht van het bedrijfsleven de overhand neemt, wordt de burger steeds meer gekweld door onmacht: het milieu wordt aangetast, de bio-industrie levert onbetrouwbaar voedsel, bevolkingsgroepen voelen zich buitengesloten, de burger is consument geworden en bijna niemand interesseert zich nog voor de politiek. Kortom, gaat het nog wel goed met onze democratie? Bestaat er nog zoiets als de «wil van het volk»? Het onvermogen van de burger om problemen daadkrachtig op te lossen, leidt tot desinteresse en cynisme. Waar komt deze algehele malaise vandaan? En wat ligt eraan ten grondslag?

Blokland ging op zoek naar een antwoord en schreef Een rehabilitatie van de politiek, een groots opgezette trilogie waarvan het eerste deel, De modernisering en haar politieke gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter deze maand is verschenen. «Mijn ergernis betrof de Europese sociaal-democraten en hun zogenaamde liberale tegenhangers in de Verenigde Staten», vertelt Blokland terwijl hij in zijn flat in Rotterdam een ketel op het vuur zet. «In de afgelopen twintig jaar hebben zij hun principes verloochend. Het waren de socialisten en later de sociaal-democraten die altijd een tegenwicht hebben geboden aan de modernisering. Volgens hen leven wij niet alleen op aarde om zoveel mogelijk te produceren. De sociaal-democraten oefenden politieke macht uit om de blinde processen van markt en bureaucratie tegen te gaan. Zij verzetten zich tegen individualisering wanneer dit leidde tot een kille contractsamenleving van naamlozen en stimuleerden de positieve vrijheid op individueel en politiek niveau. Politiek betekent dit: het vermogen om gezamenlijk richting te geven aan ons samenleven op basis van specifieke opvattingen over het Goede leven en de Goede samenleving. Maar op dit moment zijn ook de sociaal-democraten vervallen tot een sociaal-liberale partij die vrolijk meewerkt aan processen van modernisering. Wat is het resultaat? Terwijl we nog nooit zo rijk zijn geweest en juist nu de kans hebben ons bezig te houden met andere dingen, werken we ons een ongeluk.»

Blokland komt de keuken uit. In een kooi knabbelt een groot wit konijn tevreden aan een paar blaadjes. De boekenkast staat vol politicologische en filosofische werken, waar onder een rij boeken van en over ideeënhistoricus en politiek filosoof Isaiah Berlin. In zijn proefschrift Vrijheid, autonomie, emancipatie bekritiseerde Blokland onder meer Berlins vrijheidsconcept. In 1995 verscheen een tweede, herziene versie onder de titel Wegen naar vrijheid: Autonomie, emancipatie en cultuurpolitiek in de westerse wereld.

Via de Erasmus Universiteit kon Blokland een tijdlang als gastonderzoeker aan de Yale University in de Verenigde Staten verblijven, waar hij werkte aan zijn trilogie. Daarvoor liet hij zich met name inspireren door het werk van Charles Lindblom en zijn collega Robert Dahl, twee belangrijke naoorlogse politicologen die beiden zijn verbonden aan Yale.

In het eerste deel van zijn trilogie doet Blokland onderzoek naar het werk van de sociologen Max Weber, Karl Mannheim en de econoom Joseph Schumpeter om een beeld te krijgen van de modernisering van de westerse samenleving en de politiek. Hoofdthema is de vraag: wat zijn de gevolgen van de modernisering voor de vrijheid van burgers om gezamenlijk richting aan hun leven te geven? «Aan het begin van de vorige eeuw», zegt Blokland, «schreven Weber, Mannheim en Schumpeter al over de marginalisering van de politiek. Door de industrialisering verandert de mens in een soort machinebediende wiens handelen wordt bepaald door de rationaliteit van de techniek.»

Weber voorspelde dat mensen in toenemende mate in termen van optimale doel-middel-relaties zouden gaan denken: hoe kan een bepaald doel met zo weinig mogelijk middelen worden gerealiseerd? Steeds meer menselijke activiteiten worden opgeslokt door bedrijven en bureaucratische organisaties die gedomineerd worden door die functionele rationaliteit. Dit, gecombineerd met het marktdenken, maakt dat mensen gevangen raken in enorme kooien waarin hun handelen in een richting wordt geduwd zonder dat ze er grip op hebben.

Volgens de Rotterdamse filosoof zijn ook de sombere voorspellingen van Schumpeter uitgekomen. «Schumpeter was op sommige vlakken nog pessimistischer dan Weber. Hij voorspelde een maatschappij waarin de economie wordt beheerst door gigantische, gebureaucratiseerde, oligopolide bedrijven die onder politieke controle worden gebracht. Bureaucratische organisaties die gebaseerd zijn op functionele rationaliteit kunnen niet omgaan met onvoorspelbaarheid, diversiteit en gekte. Ze proberen steeds meer te plannen. Dat geldt op dit moment voor bedrijven, overheden en nu zelfs de universiteiten, die een laatste bolwerk zouden moeten vormen tegen het functioneel-rationeel denken.»

Door de toenemende rationalisering en individualisering wordt de kans dat de burger zich politiek kan organiseren steeds kleiner. Terwijl de ijzeren kooien almaar groter worden, wordt het voor de burger steeds moeilijker om via democratische instellingen invloed uit te oefenen op grote bedrijven en bureaucratische instanties. De democratie gaat over steeds minder en de politiek wordt volledig aan het spel van maatschappelijke krachten overgelaten. Dat levert volgens Blokland een ongelijke strijd op: «Grote kapitaalkrachtige bedrijven zijn veel machtiger dan bijvoorbeeld milieuorganisaties. Ondernemers kunnen hun belangen veel sterker verdedigen omdat ze beschikken over kapitaal en een geprivilegieerde onderhandelingspositie met de politiek. In Amerika bepalen ondernemingen zonder enige democratische legitimiteit de verkiezingsstrijd. Van wie kreeg Bush de grote financiële bijdragen gedurende zijn campagne? En waarom ondertekent hij nu niet Kioto?»

Volgens de politicoloog Lindblom heeft het bedrijfsleven in de huidige democratieën een geprivilegieerde positie. Grote bedrijven zijn in staat de politiek te chanteren en zo belastingverlaging, versoepeling van ontslagrecht, subsidies, en goede vestigingsvoorwaarden af te dwingen.

Blokland: «Philips chanteert de Nederlandse overheid permanent door steeds haar activiteiten te verplaatsen. Democratisch gekozen politici zijn voor hun publieke legitimiteit afhankelijk van het functioneren van de economie. Maar op die economische processen hebben ze steeds minder invloed. In een van hun vroegere werken stellen Dahl en Lindblom de vraag welke menselijke activiteiten je aan de markt moet overlaten of juist door de politiek moet laten sturen. Volgens hen bestaan er natuurlijke monopolies, zoals bijvoorbeeld de spoorwegen, waarvan het zinloos is om in markttermen te gaan denken. In hun tijd vonden er debatten plaats waarin per sector zorgvuldig werd nagegaan wat men ermee wilde bereiken. Bij de privatiseringsgolf die nu over Nederland spoelt, maken politici nauwelijks rationele afwegingen over de mogelijkheden en doeleinden van zo'n privatisering. Men gaat er gewoon vanuit dat de markt klantvriendelijker, goedkoper en dus beter is.»

Waar komt dat sentiment vandaan? Blokland is ervan overtuigd dat de val van de Muur hier een enorme invloed op heeft uitgeoefend. Het Oostblok zakte in elkaar, het socialisme had gefaald, dus het liberalisme was de eindoverwinnaar van de geschiedenis.

Blokland: «Ik vind dat nog steeds een merkwaardige hersenkronkel. Wat had de sociaal-democratie in godsnaam te maken met de centrale planeconomie in Rusland? Rechts heeft de ineenstorting van het Oostblok succesvol benut om alles wat links is in het Westen in diskrediet te brengen. De huidige krachten achter de verheerlijking van de markt zijn gigantisch, maar de diversiteit neemt af. Zo neemt ook de kwaliteit van de samenleving af, simpelweg omdat er niet meer wordt geëxperimenteerd met alternatieven. Democratie heeft diversiteit nodig: alleen dan kan men met elkaar in discussie gaan over de juiste manier van samenleven.»

Hij vraagt zich af welke ideeën er nu nog op de publieke agenda terechtkomen. Het publieke debat is verengd en er zijn nauwelijks alternatieve stemmen te horen. Blokland: «Iemand als Ralph Nader krijgt zelfs niet de gelegenheid om te debatteren met Bush en Gore. En presidentskandidaten houden er vergelijkbare ideeën op na. Hetzelfde is hier aan het gebeuren: politieke partijen veranderen steeds meer in een uitzendbureau voor politici. PvdA is Kok. Weber schreef hier honderd jaar geleden al over en nu, met de val van de Muur, is het hele proces versneld.»

Wat kunnen we onder deze omstandigheden nog verwachten van de stem van het volk?

Blokland: «Weber en Schumpeter waren allebei al treurig gestemd over de capaciteiten van het electoraat. Ze spraken over een Stimmungs-democratie waarin de kiezers zich laten leiden door hun emoties. Alleen wanneer mensen zelf worden geraakt door de consequenties van politieke besluiten en de indruk hebben dat zij invloed kunnen uitoefenen, voelen ze zich geroepen om zelf een weloverwogen beslissing te nemen. Nu de schaal van de democratie toeneemt — eerst door vorming van natiestaten en nu door grensoverschrijdende instanties als de EU — groeit ook het idee dat wij via democratie nauwelijks invloed uitoefenen op de politieke en economische ontwikkelingen. Ons verantwoordelijkheidsgevoel neemt af, want hoe de burger stemt, doet er niet meer toe.»

Bestaat er dan een oplossing voor de huidige malaise? Kan de democratie worden hersteld?

«Ten eerste moet je per wet verbieden dat bedrijven geld besteden aan het beïnvloeden van de publieke opinie. Bedrijven hebben geen stemrecht, het zijn geen natuurlijke rechtspersonen. Waarom zij publieke middelen kunnen gebruiken om de opinie te beïnvloeden is volstrekt onhelder. Voor zover ik weet is er geen enkele democratische theorie te vinden die hier een rechtvaardiging voor geeft.»

Wellicht dat ook de schaalvergroting van democratische processen zou moeten worden tegengegaan?

«Je zou inderdaad kunnen voorstellen dat we zo veel mogelijk decentraliseren en beslissingen op een zo laag mogelijk niveau laten plaatsvinden. Daardoor kunnen burgers meer participeren en hun eigen stem laten horen. Maar binnen een democratie is een van de dilemma’s: hoe lager het niveau, hoe minder overblijft om over te beslissen. We kunnen in mijn huis een bijeenkomst gaan houden, maar de kans dat we daarmee invloed kunnen uitoefenen op Philips is dan gering. In Brussel kunnen we een daadkrachtiger besluit nemen over het milieu of de landbouwpolitiek dan op nationaal niveau. Hoe hoger het niveau, des te invloedrijker de beslissingen. Maar tegelijkertijd leg je daarmee de invloed van het individu aan banden. Hoe weeg je dit tegen elkaar af? We zullen het per onderwerp moeten bekijken.»

Blokland vindt dat burgers gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het levend houden van de democratie en dus mogen worden aangesproken op hun plicht om het publieke debat gezond te houden. «Je kunt stemrecht verplicht stellen, maar dat garandeert niet dat mensen zich in de politieke kwesties hebben verdiept. Datzelfde probleem heb je bij een referendum. Democratie werkt als je na een gezamenlijk debat een gezamenlijk standpunt bereikt. Een referendum is niet meer dan het tellen van koppen. Er is geen enkele garantie dat het besluit dat uiteindelijk genomen wordt, weloverwogen en geïnformeerd is geweest. Het referendum over de opdeling van Rotterdam is volgens mij stuk gelopen omdat de stadspartijen een poster in de stad hadden opgehangen met een foto van Bram Peper. Er stond zo'n soort tekst bij van: dit is Bram Peper, hij wil Rotterdam opheffen. Dat is hetzelfde als dat je een poster ophangt met de tekst: we laten Feyenoord degraderen.»

Hebben de burgers in de huidige democratieën nog wel de behoefte om gezamenlijk inhoud aan hun leven te geven?

«Misschien heeft Weber gelijk gekregen. De onttovering van ons wereldbeeld heeft de maatschappelijke consensus ondergraven en zorgt ervoor dat mensen zelf hun waarden moeten formuleren. Dat kunnen we steeds minder goed en daarom rennen we maar achter de volksmenners aan. Tegelijkertijd voorspelde Weber dat de burgers, die langzamerhand opgesloten raken in de kooien van markt en bureaucratie, steeds minder te kiezen hebben. Dus waarom zouden we ons druk maken over het feit dat we zelf geen inhoud meer aan ons leven kunnen geven?

Eigenlijk zijn we, zoals Weber voorspelde, transcendentaal dakloos geworden. Door de voortdurende rationalisering is de burger steeds minder in staat zijn eigen waarden te kiezen. Te gelijkertijd denken we dat we nog nooit zo vrij zijn geweest. Maar in feite hoeven we niet meer te kiezen, er wordt al voor ons gekozen. We voelen ons niet dakloos, want de markt en bureaucratie hebben het vacuüm voor ons opgevuld.»

Hans Blokland, Een rehabilitatie van de politiek 1 – De modernisering en haar politieke gevolgen: Weber, Mannheim en Schumpeter. Uitg. Boom, ƒ54,95