Hoe de tech-elite de politieke macht het zwijgen oplegde

Is het offline halen van een raaskallende president die een woedende menigte aanzet tot het bestormen van een democratisch instituut censuur? Terwijl het Capitool vorige week werd belaagd bleef Donald Trump ophitsend twitteren. Twitter, dat al langer met de president in zijn maag zat, besloot zijn account definitief op te schorten. Van Facebook kreeg hij een tijdelijke blokkade. Voor progressieven voelde dat misschien als een overwinning: de gevaarlijke autoritair houdt eindelijk zijn mond. Maar zij die nu juichen voor een bedrijf dat ‘zijn verantwoordelijkheid’ heeft genomen, juichen onbedoeld ook om de greep die het surveillancekapitalisme heeft op ons publieke debat online.

Natuurlijk, je kunt het weren van een president van je platform verantwoorden door te wijzen op de gebruikersvoorwaarden. Als een privaat bedrijf vindt dat iemand handelt in strijd met de huisregels, dan mag het die gebruiker toch weigeren? Zo’n opstelling zou selectieve blindheid zijn voor de groeiende macht van die techbedrijven. Mag een bedrijf dat inmiddels een van de monopolisten is geworden van het online gesprek de voorwaarden voor dat gesprek eenzijdig opstellen buiten de samenleving om?

Twitter en Facebook bleken behoorlijk slechte moderatoren

Het antwoord is ja en dat is de schuld van die samenlevingen en hun politici zelf. Tijdens de vijf jaar waarin voor Brexit werd gestemd, verkiezingen gekaapt werden en hate speech en complotten mensen tot waanzin dreven, bleven beleidsmakers in Den Haag, Brussel en andere hoofdsteden volharden in de riedel dat ‘tech-platformen hun verantwoordelijkheid moeten nemen’. Zij moesten maar ingrijpen, zij hadden deze doos van Pandora tenslotte zelf geopend.

Maar Twitter en Facebook bleken behoorlijk slechte moderatoren. Oproepen tot geweld tegen minderheden in Myanmar en India bleven staan terwijl blote borsten fel werden bevochten. En is Hezbollah een terroristische organisatie (volgens de Amerikaanse regering wel) of een legitieme politieke partij (in Libanon)? Dit soort ingewikkelde vragen overlaten aan beursgenoteerde bedrijven zonder democratisch mandaat heeft geculmineerd in wat wij vorige week zagen: de tech-elite in Silicon Valley in de vorm van Twitter legde de politieke macht in de persoon van Trump het zwijgen op. Het onderstreepte de status quo zoals die is geworden: wie zich wil mengen in het debat online zal zich moeten neerleggen bij de grillen en regels van een handvol bedrijven. Die invloed reikt verder dan het eigen platform. Deze week bleek opnieuw dat nieuwe sociale-media-initiatieven die een poging doen te concurreren met de reeds bestaande platformen, worden geweerd uit de App Store van Apple en de Play Store van Google. Amazon zette de servers uit van een conservatief alternatief voor Twitter. Zo saboteerden ze de alternatieve podia, in de praktijk vergaarbakken van extremisten, waar weggestuurde gebruikers alsnog van zich willen laten horen.

Als we de definitie hanteren dat censuur het weren is van geluiden uit de publieke ruimte door een macht die daartoe in staat is, dan is dit soort monopolistengedrag in combinatie met het blokkeren van de Amerikaanse president de perfecte illustratie. Als techbedrijven iemand het podium ontzeggen dan is die persoon – in de betrekkelijke ruimte van het internet – wel degelijk monddood. Dat terwijl censuur op zichzelf een goede daad kan zijn. In the heat of the moment de oorlogshitser het zwijgen opleggen kan erger voorkomen en zelfs mensenlevens sparen. Geen mensenrecht is absoluut, ook vrije meningsuiting niet wanneer het botst met het recht op leven. De echt ingewikkelde vraag die boven de blokkade van Trump hangt is dus niet óf censuur heeft plaatsgevonden, maar wie die had mogen opleggen.

De Russische oppositieleider Aleksej Navalny twitterde al een voor de hand liggende suggestie: richt een comité op waarvan de leden bekend zijn, waarvan beslissingen transparant zijn en waartegen beroep mogelijk is. De tweets van Navalny waren gericht aan Twitter-ceo Jack Dorsey. Laten we hopen dat niet hij maar politici deze adviezen opvolgen. Het zou een eerste stap zijn in het terugveroveren van het democratische gesprek op surveillancekapitalisten.