Terreur en contra-terreur

Hoe de terreur Israël eronder kreeg

Israël reageert op de Palestijnse terreuraanslagen door op zijn beurt de niet-strijdende Palestijnse bevolking te terroriseren. Daarmee maakt het geen schijn van kans op de overwinning.

Op het eerste gezicht lijkt het een tegenstrijdigheid. Kan de terreur een regionale grootmacht verslaan die over kernwapens beschikt? En dat terwijl Israël de terreur juist zijn macht toont wanneer het de oude stadscentra van Nabloes en Jenin platwalst en bombardeert, drie miljoen Palestijnen belegert en zelfs vrolijk lak heeft aan de oproepen van de machtigste landen ter wereld om zulk bruut geweld te staken? President Bush is door geen enkele regeringsleider zo voor schut gezet als door Sharon, nota beIe de leider van een staat die zijn bestaan dankt aan Amerikaanse steun.

Toch heeft de terreur Israël eronder gekregen. Maar helaas niet zonder de hulp van Israël. Uitgerekend een rechtse regering onder leiding van een man die geïdentificeerd wordt met gebruik van geweld als politiek middel, heeft de terreur aan de overwinning geholpen. Ook andere Israëlische premiers hebben vaak militair geweld ingezet als politiek middel, maar geen van hen is ooit zo sterk vereenzelvigd met deze doctrine als Ariel Sharon. En uitgerekend hij en het politieke establishment onder zijn leiding hebben de terreur geholpen aan een overwinning op Israël.

De Palestijnse terreur heeft Israël drie slagen toegebracht. De eerste is de fysieke. De doden, het bloed, het verlies. Het leven dat ineens, zonder waarschuwing vooraf, wordt weggevaagd. De dood die op je loert zonder dat je weet waar die vandaan komt en waarom die juist op jou loert, de burger.

De tweede slag is de psychologische. Terreur maakt niet alleen dodelijke slachtoffers, ze treft ook de levenden. Ze zaait angst, frustratie, woede en haat. Ze deelt niet alleen fysieke klappen uit, ze treft ook de ziel en het bewustzijn. De kring van haar slachtoffers is dan ook groter dan op het eerste gezicht lijkt. Terreur is een blind wapen. Ze maakt geen onderscheid tussen strijder en burger, tussen een baby in een wieg en iemand in uniform. Ze maakt iedereen tot een potentieel slachtoffer. Alle leden van de samenleving worden erdoor bedreigd, en dat schept een broederschap van potentiële slachtoffers, van de levende doden die rondlopen tot de dood toeslaat. Dit scherpe gevoel leidt tot verblinding: de potentiële slachtoffers krijgen een blinde vlek voor de samenleving waaruit de terrorist is voortgekomen. De haat van het slachtoffer jegens die samenleving is blind, generaliserend en zet hem aan tot reageren. Dan breekt de tijd van de derde slag aan.

De terreur slaat voor de derde keer toe als het slachtoffer de terreur omarmt als manier van reageren. Want wat is het opzettelijk treffen van een niet-strijdende bevolking om een politiek doel te bereiken anders dan terreur? Wat is een blinde of berekenende, maar systematische en herhaalde woedereactie tegen een burgerbevolking anders dan terreur? Sinds anderhalf jaar treft Israël op systematische wijze een vijandige, maar niet-strijdende burgerbevolking. Dat is de trieste conclusie die moet worden getrokken uit de vele rapporten over de maatregelen die Israël heeft genomen met de wegversperringen en de afgrendeling van alle Palestijnse woonplaatsen.

Op last van de Israëlische bevelhebbers zijn woonflats en auto’s die burgers vervoerden beschoten met raketten en opgeblazen met explosieven. Meestal gingen zulke acties gepaard met een filmopname van het doel vanuit de lucht, zodat de aanwezigheid van burgers in de omgeving van tevoren kon worden vastgesteld. Maar de waarde van hun levens is vermalen tussen de raderen van de methode en de woede waarmee Israël tegen de Palestijnse terreur strijdt. Het bestaan van Palestijnse burgers en hun recht op leven zijn van het scherm van het Israëlische bewustzijn gewist.

Ieder fatsoenlijk mens keurt de Palestijnse terreur af. Ieder fatsoenlijk mens moet ook de volgende morele norm erkennen: het feit dat Israël slachtoffer was van terroristische aanvallen geeft het niet het recht met soortgelijke methoden te reageren. De terreur heeft Israël drie slagen toegebracht en ze hebben Israël driewerf overwonnen. De Israëlische samenleving — hoe triest om dit te moeten zeggen — is in de ban van terreur. Ze is niet opgestaan om te zeggen: de doden die hier aan onze voeten liggen zijn ons meer dan genoeg. Laten we ons teweerstellen tegen de pogingen van de terreur om ook onze geest te veroveren en onze handelwijze te bepalen. Het trieste resultaat is dat de Israëlische oorlogsmachine soms handelt als een terreurapparaat. Het gaat niet om enkele onbeheersbare groepen en een religieus fanatisme van enkelingen. Het gaat niet om zelfmoordacties en terreur van zwakken, maar om de terreur van krachtigen, en van een heel staatsapparaat.

De terreur heeft ertoe geleid dat de staat Israël zichzelf radicale en onuitvoerbare oorlogsdoelen heeft gesteld. De centrale stroming in de gevestigde orde van de Israëlische politiek heeft aangezet tot de herovering van de Palestijnse gebieden en de vernietiging van de Palestijnse Autoriteit om de weg te effenen voor de opkomst van een alternatief Palestijns bestuur. Radicalere vleugels hebben opgeroepen tot de deportatie van de Palestijnse bevolking en gehele of gedeeltelijke annexatie van de bezette gebieden. Door misbruik te maken van het psychologische effect van de Palestijnse terreur op het brede publiek heeft de Israëlische regering een onwettige handelwijze omhelsd. Het doel ervan is, volgens Sharon, een alternatieve Palestijnse leiding in het zadel te helpen die bereid is haar «royale» aanbod te accepteren: een langdurig staakt-het-vuren en een verzameling Palestijnse entiteiten met beperkte soevereiniteit, die omringd zijn door joodse nederzettingen.

N×ch Sharon, noch Barak, noch de politieke kampen onder hun leiding hebben ingezien dat het hier gaat om een nationale bevrijdingsoorlog van het Palestijnse volk tegen de Israëlische bezetting van de gebieden die in 1967 zijn veroverd. Onder invloed van de terreur hebben ze de redenering ontwikkeld dat het gaat om een oorlog om het voortbestaan van de staat Israël. Onder invloed van de terreur heeft het Israëlische politieke establishment het Palestijnse bestuur en zijn leider Arafat gedemoniseerd om de weg te bereiden voor de vernietiging van de Palestijnse Autoriteit en de verdrijving van haar leider, in geval hij niet gedood zou worden.

Onder invloed van de terreur heeft de Israëlische samenleving die opvattingen omhelsd, in al hun lelijke uitingsvormen: een toename van de verbale en politieke steun voor deportatie van de Palestijnen, intolerantie jegens andere meningen, morele afstomping. In tegenstelling tot wat de burgers van de Verenigde Staten en president Bush voor de Afghaanse burgers hebben gedaan, heeft het Israëlische volk de Palestijnse bevolking geen voedsel, medicijnen of humanitaire hulp geleverd. Erger nog, Israël heeft geen echte poging gedaan een halt toe te roepen aan de gruwelijke verschijnselen en de oorlogsmisdaden waarmee de inval van het Israëlische leger in de Palestijnse steden en gebieden gepaard is gegaan.

De politieke en morele verblinding van de Israëlische samenleving maakt haar ook blind voor een ander verschil tussen de oorlog in Afghanistan en de oorlog van Israël tegen de Palestijnse onafhankelijkheid. De oorlog die Israël voert, is overduidelijk een oorlog uit keuze. Osama bin Laden heeft de Verenigde Staten nooit een vredesaanbod gedaan, maar de Palestijnse nationale beweging heeft Israël al aan het eind van de jaren tachtig een vredesvoorstel voorgelegd. Tegenwoordig is dat vredesvoorstel niet alleen Palestijns, maar pan-Arabisch. Eind maart hebben alle Arabische staatshoofden op een historische topconferentie het vredesplan van de Saoedische kroonprins Abdallah goedgekeurd.

De Israëlische regering heeft er al het mogelijke aan gedaan om het Arabische vredesinitiatief af te wijzen. In feite is ze een oorlog begonnen om het plan van tafel te vegen en op de valreep een andere agenda door te voeren, net voor het naar haar inzicht te laat zou zijn. Het Arabische vredesplan dreigde dat proces te dwarsbomen, en daarom gaf Sharon geen gehoor aan de verzoeken van Bush en Cheney om Arafat uit zijn belegerde hoofdkwartier te laten vertrekken naar Beiroet en met de vredesboodschap terug te keren. De misdadige terreuraanslag op het hoogtepunt van de top in Beiroet was als olie in de raderen van de Israëlische oorlogsmachine.

In de oorlog die Israël voert om de terroristische infrastructuur te verdelgen, maakt het geen schijn van kans op de overwinning. De terroristische infrastructuur bevindt zich namelijk in de hoofden van de Palestijnen, die onafhankelijkheid nastreven in de sinds 1967 bezette gebieden. Onder invloed van de terreur laat Israël ook dat nauwelijks tot zich doordringen.

Israël vergist zich ook door de Palestijnse aanwending van terreur en het recht op zelfbeschikking door elkaar te halen. Het feit dat de Palestijnse nationale beweging terreur aanwendt om de nationale bevrijding te bevorderen, ontneemt het Palestijnse volk niet zijn recht op zelfbeschikking. Op precies dezelfde manier doet het feit dat Israël een Palestijnse burgerbevolking treft niet af aan het bestaansrecht van de staat Israël.

Maar door te zwichten voor de terreur maait Israël wel de grond weg onder zijn eigen argumenten tegen het gebruik van terreur door de Palestijnse nationale beweging. Waarop kan de Israëlische redenering tegen de Palestijnse terreur dan nog stoelen? Op wat voor morele en feitelijke grondslag kan die Israëlische redenering dan nog gevestigd worden? Zelfrechtvaardiging is niet hetzelfde als rechtvaardigheid en eerlijkheid. Tot mijn spijt wil Israël dat nauwelijks begrijpen.

Vertaald uit het Hebreeuws door Ruben Verhasselt