Ali Smith schreef een verhaal over transformatie © David Levenson / Getty Images

Genoeg mensen zijn iemands zus maar twee zussen, die vormen een eigen entiteit. Dat weet ik uit ervaring. Ik deelde met mijn oudere zus een slaapkamer en voordat we in slaap vielen, hielden we geritualiseerde gesprekken. We brachten een rangschikking aan die we al pratend op elkaar afstemden: welk eten het lekkerst, wie het liefst, enzovoorts. Ik herinner mij een Snoopy-trui en een blauw-wit gestreept jurkje in tweevoud, want ik droeg bij voorkeur dezelfde kleding als zij. Mijn zus was mijn referentiekader.

Hoofdpersoon Anthea uit Meisje ontmoet jongen deelt geen slaapkamer maar een heel huis met haar oudere zus Imogen en ook al zijn ze (jong)volwassen, zussen ben je voor altijd. Weliswaar subtieler, ze blijven een eenheid. Zo heeft Imogen bijvoorbeeld een baantje geregeld voor Anthea bij het bedrijf waar zijzelf werkt, een bedrijf met een dubieuze missie dat flessenwater verkoopt.

Anthea, die moeite heeft een ‘ik’ te zijn, kan niet wennen aan de bedrijfscultuur. Ze wordt verliefd op Robin, een activist(e) nadat ze opmerkt: ‘Zij was de mooiste jongen die ik ooit gezien had.’ Wat een heerlijke zin, een van de vele vrolijke provocaties die het boek rijk is: ‘Ze bloosde als een jongen. Ze had de taaiheid van een meisje. Ze was gracieus als een jongen. Ze was dapper en knap en ruw als een meisje.’ Op een aanstekelijke manier stelt Smith de (saaie) verwachtingen op scherp. Ondertussen gaan de twee kersverse geliefden, Robin en Anthea, op in elkaar (en hun feministische activisme) en is het vooral de buitenwereld die druk is er iets van te vinden.

Zo zijn er de collega’s, door Anthea aangeduid als ‘de kaalkoppen’ vanwege hun identieke haardracht, hun groepsidentiteit in feite. Ze maken humoristisch bedoelde opmerkingen over alles wat neigt naar homoseksualiteit. Iedereen kent ze wel, dergelijke grappen en (mannetjes)groepen.

Ook is er Keith, de baas van het bedrijf, die tijdens een brainstormsessie met zijn marketingteam de onvergetelijke woorden uitspreekt: ‘hoe bottelen we de verbeelding?’ Zoekend naar een lekker verkoopverhaal doelt hij ongetwijfeld op het bottelen van water en waar dat water voor staat. Maar water, klinkt door in Smiths proza, is een eerste levensbehoefte waarop niemand het monopolie zou mogen hebben. Keiths vraag komt daarmee in een kwaadaardiger daglicht te staan: het willen inperken van de verbeelding – eveneens een levensbehoefte lijkt me – toont aan hoe diep commercie en patriarchale structuren met elkaar verweven zijn en hoe ze ons beknotten. Vooral als Anthea later reflecteert: ‘Toen vroeg ik me af waarom in ’s hemelsnaam iemand ooit in de wereld zou staan alsof hij, weliswaar te midden van de weelderige Hangende Tuinen van Babylon, binnen in een klein witgeschilderd vierkant ongeveer zo groot als een enkele parkeerplaats op een parkeerterrein stond, en weigerde daaruit te komen terwijl om hem of haar heen de hele wereld, prachtig, in al zijn verscheidenheid, wachtte.’

Vooral de buitenwereld is druk er iets van te vinden

De veel te magere Imogen ondergaat alles lijdzaam en maakt zich vooral zorgen: ‘(O god, mijn zus is EEN POT)’ of: ‘(Het is volkomen normaal om een pot te zijn of een homoseksueel of wat dan ook. Vandaag de dag kan dat gewoon.)’ en: ‘(Het is de schuld van de Spicegirls.)’ Maar misschien schuilt onder die bezorgdheid iets intiemers. Door verliefd te worden op de moeilijk te definiëren Robin, verbreekt Anthea eenzijdig het zussenverbond. Ze weigert zogezegd de Snoopy-trui te dragen, en wat maakt dat van Imogen? Wiens identiteit is hier eigenlijk aan het schuiven?

Ali Smith schreef dit boek als onderdeel van de serie Canongate Myth Series, boeken van uiteenlopende schrijvers die een klassieke mythe hervertellen. Smith koos voor Ovidius’ Metamorfosen, specifiek voor de mythe van Iphis en Ianthe. Robin, die haar activistische leuzen ondertekent met het veelzeggende pseudoniem Iphis07, vertelt Anthea haar versie: het meisje Iphis wordt in het geheim door haar moeder als jongen opgevoed omdat haar vader geen geld heeft voor een meisje. Later worden Iphis en Ianthe verliefd en om het aanstaande huwelijk te laten slagen, verandert de godin Isis Iphis in een jongen. Interessant is dat Robin benadrukt hoe opgelucht iedereen is met deze metamorfose, niet alleen Iphis, maar (als ze het hadden geweten) ook beide families, iedereen in het dorp, het hele eiland Kreta eigenlijk, de goden die op de bruiloft zijn uitgenodigd en, vult Robin aan, de lezers uit Ovidius’ tijd, Ovidius zelf. Zoals bij ieder verhaal, maakt het namelijk nogal uit wie het vertelt. Ovidius zal zijn eigen (heteroseksuele, mannelijke, tijdgebonden) perspectief gehad hebben, net als later de middeleeuwers en wij, met onze 21ste-eeuwse blik.

Ik dacht aan de roman Stone Butch Blues, de cultklassieker van Leslie Feinberg waarin alter ego Jess Goldberg in de jaren zeventig van de VS als butch (een lesbische vrouw met een ‘mannelijk’ voorkomen) probeert te overleven in een diep conventionele maatschappij. Na een heleboel geweld en discriminatie kiest ze ervoor om in transitie te gaan, wat voor nieuwe problemen zorgt. Beide verhalen raken aan een gevoelig thema: de fysieke transitie onder maatschappelijke druk, omdat een vrouw niet van een vrouw kan houden. Let wel, dit gaat volgens mij uitdrukkelijk niet over mensen die transgender zijn, die daar ondanks negatieve maatschappelijke repercussies uiting aan geven. Verwarring omtrent dit onderwerp is makkelijk gezaaid. Je niet als cis-gender identificeren (i.e. je niet herkennen in het heersende vrouw/man-beeld), betekent niet per definitie dat je je dus als transgender identificeert. Smiths interpretatie gaat wat mij betreft dan ook niet zozeer over fysieke transitie of het (afwijkende) individu, dat had een ander boek opgeleverd. Wat centraal staat is juist de reactie van de omgeving: Imogens paniek, het giftige roddelen van de kaalkoppen en het herkauwen van destructieve, patriarchale structuren door kantoortijger Keith.

In het oude Kreta zijn Iphis’ identiteit en haar vrouwelijke lichaam discutabel. Ze zijn eigendom van het collectief. Maar in de hedendaagse versie is de feestelijke uitkomst dat Robin zonder hulp van de goden van een vrouw kan houden, al moet dat wel steeds worden bevochten.

In de eerste plaats is dit een verhaal over transformatie, en alles, ook de stijl, draagt daaraan bij. Heel vanzelfsprekend combineert Smith het informele – kroegpraat, kantoortaal, voicemailberichten, onderbuikgevoelens – met een hoge betekenisdichtheid. Ondertussen verliest de tijd chronologie, wordt er met perspectieven gejongleerd en ontvouwt zich een verhaal in een verhaal. Juist dat paradoxale geeft vitaliteit en het dwingt tot zorgvuldig lezen. Toch werd ik ook weleens op het verkeerde been gebracht door die schijnbaar alledaagse dialogen en raakte ik geïrriteerd de weg kwijt. Wat had die opa met z’n suffragettes er nou mee te maken? Het leek wel of ik geblinddoekt een object aaide, koud, stekelig, om er pas bij de snuit achter te komen dat het om één levend geheel ging, een krokodil om precies te zijn. Dat wat je niet kent, ‘zie’ je niet. Had Smith me toch weer te pakken. Maar ook de manier waarop ze een mythe over metamorfose niet alleen herinterpreteert maar dat herinterpreteren ook thematiseert, draagt bij aan het onderwerp.

Het zijn de beide zussen die transformeren. Mijn eigen perspectief veranderde dankzij Imogen, omdat ik door haar ongemak ineens zag hoezeer onze identiteiten verweven zijn. Een enkele individuele verandering zet als een kettingreactie het collectief in werking, stelt het misschien zelfs ter discussie en dat is potentieel bedreigend. Niemand wil dat er aan zijn/haar/hun identiteit geknaagd wordt. Gelukkig doorloopt de ongelukkige Imogen haar eigen ontwikkeling en wordt de zusterband hersteld. Want het is de liefde die weliswaar aanzet tot verandering maar zelf onveranderlijk blijkt te zijn. Dit verhaal is een ode aan de verbeelding, die intrinsiek fluïde is en als Anthea en Robin hun (transcendente) bruiloft vieren, beloven ze elkaar dan ook: ‘dat we werkelijk verlangden om onszelf te overstijgen’.

Mariken Heitman ontving vorig jaar de Libris Literatuur Prijs voor haar roman Wormmaan