Hoe de vlam in de pan sloeg

Terwijl overal werd herdacht hoe Europa zich een eeuw eerder in een krankzinnige en verwoestende oorlog had gestort, liepen in de zomer van 2014 de spanningen van dag tot dag op.

Medium oorlogsenthousiasme

Het Israëlisch-Palestijnse conflict leek voor de zoveelste keer uit de hand te lopen, Islamitische Staat hakte hoofden af en na de annexatie van de Krim stond Poetin op het punt Oekraïne binnen te vallen. Toen de opstandige Karpatenkoppen die hij in het oosten van dat land steunde een verkeersvliegtuig uit de lucht schoten, was er terechte woede en verontwaardiging.

Tegelijkertijd hoorde ik allerlei zachtmoedige mensen, die altijd stemden op partijen die het defensiebudget drastisch wensten te verlagen, zeggen dat de maat nú vol was, dat Europa nú een vuist moest maken, dat we niet zo slap mochten zijn als in 1938 in München. Sommigen vroegen zich zelfs af of het niet tijd werd een kruisraket op het Kremlin af te vuren. Wie voorzichtig wees naar de zomer van 1914, toen een incident ook uit de klauwen was gelopen, werd verbaasd aangekeken of voor lafbek uitgemaakt.

Hoe ingewikkeld en onvoorspelbaar internationale conflicten zijn, blijkt uit het feit dat zelfs na een eeuw nog het ene boek na het andere verschijnt waarin een verklaring wordt gezocht voor het uitbreken van de oorlog die inmiddels clichématig wordt aangeduid als de ‘oercatastrofe van de twintigste eeuw’. Veel boeken herkauwen natuurlijk wat we al lang wisten, en zodoende moet je als historicus echt van goede huize komen wil je nog iets wezenlijks toevoegen aan de onoverzienbare berg literatuur.

Een boek over het ‘oorlogsenthousiasme’ van 1914 lijkt dan ook een beetje mosterd na de maaltijd. Niet alleen is inmiddels al lang bekend dat dit enthousiasme zich bepaald niet uitstrekte tot de gehele bevolking, en dat arbeiders en boeren allerminst stonden te juichen om ten strijde te trekken. Het uitzinnige, strijdlustige nationalisme was vooral iets van de middenklasse, én van een handjevol intellectuelen en kunstenaars dat juist kotsmisselijk werd van diezelfde materialistische, zelfgenoegzame en in clichés denkende burgerij. Maar ook over die intellectuelen en over de opstand tegen het als geestloos ervaren rationalisme en het vooruitgangsdenken van de Verlichting is inmiddels een flink bibliotheekje volgeschreven.

Dat ik Oorlogsenthousiasme van Ewoud Kieft niettemin in één ruk heb uitgelezen, wil dus wel iets zeggen. Veel van wat hij schrijft wist ik al, maar hij is erin geslaagd dit onderwerp op een verrassende en meeslepende wijze te behandelen. Nadat hij eerst uitgebreid heeft beschreven hóe in de zomer van 1914 de vlam in de pan sloeg, en hoe allerlei uiterst intelligente, vaak vooruitstrevende en sociaal geëngageerde mensen – denk aan Sigmund Freud, Max Weber, H.G. Wells, Henri Bergson – zich lieten meeslepen in een roes van nationalisme en oorlogsdrift, probeert hij te achterhalen welke ontwikkelingen zich in de voorafgaande jaren hadden voltrokken. In het tweede deel van zijn boek, getiteld ‘Duizend wegen naar het paradijs’, schildert hij in een reeks hoofdstukken die als titel steeds een Europese stad en een jaartal hebben, welke existentiële en spirituele crises verscheidene figuren uit de maatschappelijke en culturele elite tussen 1900 en 1914 doormaakten.

Nobele denkbeelden droegen bij aan de ‘oercatastrofe’

Hij begint zijn panoramisch overzicht op een heuvel bij Ascona, die al spoedig Monte Verità – ‘berg van de waarheid’ – werd genoemd, en waar in 1900 een vijftal idealistische, door Tolstoi beïnvloede jongeren uit de bourgeoisie neerstreken om een commune te vormen waar zij op een eerlijke, natuurlijke manier wilden leven – veganistisch, zelfvoorzienend en bevrijd van burgerlijke en seksistische vooroordelen. Hoewel er al snel een scheuring plaatsvond tussen rekkelijken en preciezen werd de kolonie een commercieel succes en werd ze in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog bezocht door revolutionairen en kunstenaars als Pjotr Kropotkin, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Karl Kautsky, Erich Mühsam en Herman Hesse.

Hoewel zij vermoedelijk over vrijwel alles van mening verschilden, waren al deze zoekers het over één ding eens, namelijk dat de burgerlijke, kapitalistische samenleving door en door verrot was. Deze bestond immers bij de gratie van de uitbuiting en onderdrukking van de meerderheid van de bevolking, was gevangen in hypocrisie en misplaatste preutsheid en pronkte met een cultuur die hol en voos was en slechts parasiteerde op achterhaalde en uitgebloeide vormen. Waar het aan ontbrak was rechtvaardigheid, vitaliteit en echte scheppingskracht.

Deze ideeën leefden niet alleen op de Monte Verità, maar doken overal in Europa op, waar ze zich bovendien telkens op een nieuwe, andere manier verder ontwikkelden. Servische nationalisten die zich verzetten tegen de Oostenrijks-Hongaarse bezetting als Gavrilo Princip werden erdoor aangestoken, maar ook psychiaters als Freud en Jung, en kunstenaars als Majakovski en Franz Marc, en literatoren als Charles Péguy en Ernest Psichari. Sommigen van hen hadden aanvankelijk hun hoop gevestigd op het socialisme, maar raakten teleurgesteld toen het proletariaat meer geïnteresseerd bleek in loonsverhoging en arbeidstijdverkorting dan in een spannende revolutie, zodat zij hun verlangen naar vervoering trachten te bevredigen door middel van religie en/of nationalisme.

Alles bij elkaar ontwikkelde Europa zich in die jaren tot een geestelijk kruitvat, dat in de zomer van 1914 op daverende wijze ontplofte. Uiteraard kende die oorlog tal van oorzaken, maar Kieft laat heel mooi zien welke rol het geestelijk klimaat speelde, en hoe de frustraties en ideeën van een kleine elite ineens bleken samen te vallen met andere krachten, zodat veel nobele denkbeelden uiteindelijk bijdroegen aan het ontstaan van een catastrofe.


Medium kieft oorlogsenthousiasme

Ewoud Kieft, Oorlogsenthousiasme: Europa 1900-1918_, De Bezige Bij, 543 blz., € 22,90_


Beeld: De commune Monte Verità in de heuvels van Ascona, Zwitserland, ca 1900 (Monteverita)