In 1592 vertrekken Zeeuwen te paard richting Den Haag met een droom. Ze willen Noord-Beveland terugveroveren. Het is in 1530 overstroomd en na een storm twee jaar later volledig opgeslokt door de zee. Toch zou het kunnen, van de viezige plaat van slib waar kreekjes doorheen krioelen weer een eiland maken, maar er zal betaald moeten worden. Maria van Nassau, een dochter van Willem van Oranje, en raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt horen samen met een handvol andere investeerders de plannen aan, keuren ze na lang aarzelen goed en stellen drieduizend mannen en achthonderd paarden ter beschikking. In vijf zomerse maanden van het jaar 1598 bouwen zij zo’n twintig kilometer dijk. Sindsdien is er eeuwenlang nauwelijks iets veranderd.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Groene-journalist Coen van de Ven en Remy Koens van Follow the Money over de regionaal sterke afname van voorzieningen. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

De aanvankelijke schaapherders maakten plaats voor aardappeltelers. Er ontstonden dorpen en sinds 1830 is het aantal van zevenduizend eilandbewoners min of meer gelijk gebleven. Het enige wat gebeurde was dat de levensstandaard langzaam steeg, het aantal voorzieningen groeide. Vooral de jaren zestig van de vorige eeuw waren belangrijk: er kwam voor het eerst stromend zoet water en pontjes werden verruild voor bruggen. De zes dorpen ontsnapten aan hun isolement en beschikten inmiddels over scholen, huisartspraktijken, politiestationnetjes en andere overheidsdiensten.

‘Dit is toch het maakbaarheidsideaal in optima forma?’ zegt Jan Schuurman Hess in zijn achtertuin. De toneelschrijver en oud-journalist met de uitstraling van een vrolijke schoolmeester wijst enthousiast de eindeloosheid in van uitgestrekte aardappelvelden, naar daar waar ooit modder was. Toch maakt hij zich diepe zorgen over zijn dorp Kats. Voor het eerst in al die eeuwen lijkt een trend op Noord-Beveland zich te keren. De overheid onttrekt zich aan het zicht van burgers en sluipt stilletjes de dorpen weer uit, het eiland af. Sinds het begin van deze eeuw neemt de afstand tot bibliotheken, scholen en zorgvoorzieningen niet af maar toe. Er is nog maar één ‘wijkagent’ voor het hele eiland. Het lokale busje draait op vrijwilligers, net als de Albert Heijn – het kleine buurtsupertje dat weliswaar eigendom is van een multinational wordt gerund door onbetaalde krachten.

Het mysterieuze? Het dorp Kats telt nog grofweg evenveel inwoners als tweehonderd jaar geleden en net zoveel als in de jaren zestig, toen de voorzieningen groeiden. Demografisch zijn er schommelingen maar nauwelijks ingrijpende verschuivingen. Wat vooral lijkt veranderd is de Nederlandse blik op de randen van het eigen land.

De zichtbare overheid verdwijnt uit Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en Follow the Money. Een gezamenlijke turf-actie van beide redacties – op basis van papieren en digitale archieven, stapels rapporten, opgevraagde cijfers bij overheidsinstanties en cbs-statistieken – laat zien dat overheidsvoorzieningen sinds de jaren tachtig afnemen. Zo sloten er in de afgelopen 25 jaar 1410 basisscholen, liepen de afstanden tot ziekenhuizen op en halveerde het aantal rechtbanken. Het aantal bibliotheeklocaties kromp in de afgelopen tien jaar met 28 procent.

Al gebeurt het niet overal in hetzelfde tempo. Plattelandsregio’s zagen hun toegang tot voorzieningen sneller dalen dan Randstedelingen of de bewoners van groeikernen als Zwolle en Eindhoven. Met name Oost-Groningen, Zeeland, Drenthe en grote delen van Friesland leverden flink in – met sociale onrust tot gevolg. Daar waar de voorzieningen het hardst terugliepen, groeien rechts-populistische partijen zoals pvv, Forum voor Democratie en de BoerBurgerBeweging bij elke verkiezing.

Niet alleen was de neergang van voorzieningen in grote stedelijke gebieden kleiner, in drie Nederlandse regio’s werd het zelfs ietsje beter. In de Gooi en Vechtstreek, een aantal zuidelijke gemeenten in Zuid-Holland en het groeigebied rondom Zwolle vonden mensen gemiddeld juist sneller een huisarts, ziekenhuis, school of bibliotheek. In deze gebieden – waar de overheid nabijer werd – waren de vvd en d66 de eerste of tweede partij bij de laatste verkiezingen.

‘Een van de grote vraagstukken voor de toekomst is regionale solidariteit’, zegt Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (scp). ‘De spanning tussen stad en regio neemt toe. Zeker aan de randen van Nederland zie je problemen zich opstapelen. Het is een pijnlijk sluitstuk van de decentralisatiegolf dat de meest kwetsbare mensen die als eerste bij voorzieningen zouden moeten uitkomen die vaak als laatste vinden. Over die ontstane verschillen in toegang en kwaliteit van voorzieningen zou een debat gevoerd moeten worden: wat is de ondergrens?’

Waar zijn de afstanden tot voorzieningen het grootst?

  1. Zuidwest-Friesland (Friesland)
  2. Zuidoost-Drenthe (Drenthe)
  3. Noord-Friesland (Friesland)*
  4. Delfzijl en Omgeving (Groningen)
  5. Overig Zeeland (Zeeland)
  6. Zeeuws-Vlaanderen (Zeeland)
  7. Noord-Drenthe (Drenthe)
  8. Overig Groningen (Groningen)

Waar namen de afstanden tot voorzieningen het sterkst toe?

  1. Delfzijl en Omgeving (Groningen)
  2. Noord-Friesland (Friesland)*
  3. IJmond (Noord-Holland)
  4. Zeeuws-Vlaanderen (Zeeland)
  5. Zuidoost-Drenthe (Drenthe)
  6. Veluwe (Gelderland)
  7. Oost-Groningen (Groningen)
  8. Zuid-Limburg (Limburg)

De nabijheid tot huisartsen, huisartsenposten, ziekenhuizen, bibliotheken, havo/vwo-scholen, vmbo-scholen en basisscholen. Gemeten in COROP-regio’s over de periode 2007 en 2019 (CBS)
* Inclusief Waddeneilanden

Jan Schuurman Hess ruikt voor het eerst onraad wanneer hij in 2008 van zijn geliefde dorp Kats naar Goes fietst. Twee zwarte tourbussen van het ministerie van Binnenlandse Zaken komen hem tegemoet rijden vanaf de Zandkreekdam, volgepakt met ambtenaren die, zo blijkt uit latere navraag, komen kijken hoe leeg het er is. ‘Oei dacht ik, nu wordt het spannend.’

De oud-toneelschrijver is geen onbekende in Den Haag. Schuurman Hess werkt jaren vanuit Zeeland op een bescheiden contractje voor het partijkantoor van de Partij van de Arbeid, als een soort betaalde luis in de pels die op gezette tijden fel van leer trekt en partijleden met macht aan hun mouwen trekt. Andersom weten partijprominenten hem ook te vinden. Felix Rottenberg en Kim Putters zijn vrienden en met de eveneens bevriende Hans Spekman werkt hij op dit moment aan een boek. Lodewijk Asscher spreekt met dit actieve partijlid uit Kats al sinds hij wethouder was in Amsterdam – en bleef dat doen in zijn jaren als vicepremier.

Dus wanneer hij die bussen ziet rijden, denkt hij meteen aan tal van Haagse nota’s die in die jaren de ronde doen met titels als ‘Krimpen met Kwaliteit’ en ‘Vergrijzing en houdbaarheid’, waarin vragen worden opgeworpen over collectieve uitgaven en of die niet te veel uit de pas beginnen te lopen met belastinginkomsten. Toen Schuurman Hess in Kats kwam wonen was er nog een dokter die langskwam, een mobiel postkantoor en een straatveger die het groen beheerde en een oogje in het zeil hield. ‘Dick onderhield het kerkhof, maar repareerde ook bankjes en ruimde op. Alles wat hem boven de pet ging gaf hij door aan zijn chef. Hij was de ogen en oren van de gemeente.’ Maar zoals alles verdween, verdween ook de straatveger. Na zijn overlijden werd de functie geschrapt.

Lange tijd werd het niet opgemerkt. Bewoners onderhielden vaker zelf het kerkhof of knipten het groen. De piepkleine Prinses Margrietschool in het midden van het dorp werd steeds belangrijker als de plek waar het allemaal gebeurde: het plaatselijke krantje werd er gedrukt, er werden muziek- en toneellessen gegeven en in het aanpalende gymnastieklokaal kwamen niet alleen kinderen maar ook de badmintonvereniging en sportende ouderen.

Het was dit schooltje dat eind jaren tachtig Schuurman Hess en zijn toenmalige vrouw naar Kats had gelokt. Op huizenjacht in de kleine straatjes van Kats ontmoetten ze het voltallige schoolbestuur: de hoofdmeester en twee juffen, die hen trots de drie klaslokalen lieten zien die uitkwamen op één gemeenschappelijke ruimte. Kinderen van alle leeftijden zaten er kriskras door elkaar. Het was ‘hoofdmeester Leen’ er veel aan gelegen dat het jonge stel voor Kats koos: met hun komst zou de kritieke ondergrens van 23 leerlingen gehaald worden, het zou betekenen dat ze mochten bestaan.

Het werd er alleen maar beter. De school werd meermaals uitgeroepen tot ‘beste kleine school’, het leerlingenaantal begon langzaam aan een klim omhoog. De school werd ook steeds belangrijker. Geen vuiltje aan de lucht dus, totdat die ambtenaren in hun bussen Kats vonden.

In 2011 hoort het dorp voor het eerst dat de school moet sluiten. Onderwijsrapporten hebben bepaald dat voor kwalitatief onderwijs er minstens honderd leerlingen nodig zijn. In heel het land luidt het de sluiting van negenhonderd scholen in. Schuurman Hess wordt kwaad en begint zich te verzetten. Hij verschijnt op Omroep Zeeland, in de lokale kranten en kort daarna stromen berichten uit heel Nederland binnen. Uit het Friese Gaastmeer, uit het Limburgse Schin op Geul, het Groningse Pieterburen en tal van andere dorpen met kleine scholen. Er ontstaat een ‘schooltjesstrijd’, er worden petities naar Kamerleden gebracht en er komt een stichting. Een aantal schooltjes wordt gered, maar voor Kats haalt het niets uit. ‘Wij verloren de strijd’, zegt Schuurman Hess. ‘Toen dit dorp in 1598 werd opgericht kwam er eerst een school en daarna pas de kerk. Er is hier eeuwenlang onderwijs geweest maar dat is nu over.’

In de zomer van 2013 sluit de Prinses Margrietschool op de laatste dag voor de zomervakantie haar deuren, deze keer voorgoed. Het dorp telt dan ongeveer vijftig kinderen, twee keer zoveel als toen Schuurman Hess er kwam wonen, maar zij fietsen naar andere dorpen.

©Jorik van Essen / Follow the Money

De rest van Zeeland bleef ook niet gespaard. Sinds 1997 sloten er zestig basisscholen in de provincie, er werden er nul geopend. In ons onderzoek is het de provincie met de grootste afstanden tot onderwijs. Noord-Beveland is zelfs de gemeente waar de gemiddelde afstand tot een bibliotheek het grootst is in Nederland: bijna vijftien kilometer. De dichtstbijzijnde vmbo-school is ongeveer net zo ver fietsen en voor een huisartsenpost of ziekenhuis zul je achttien kilometer moeten afleggen. Die afstanden waren al groot, maar namen in de afgelopen vijftien jaar verder toe.

In Noord-Beveland is de afstand tot een bibliotheek of de dichtstbijzijnde vmbo-school bijna vijftien kilometer. Voor een huisartsenpost of ziekenhuis moet je achttien kilometer afleggen

Al is de teruggang in Zeeuws-Vlaanderen nog nijpender: daar sloot twee weken geleden opnieuw een huisartsenpost voor de nacht, de volledige grensstrook is aangewezen op de post in Terneuzen. De nos berichtte in diezelfde week dat er één coronatestlocatie was, waardoor Zeeuwen die daar moeten testen voor toegang soms meer dan een half uur onderweg zijn.

‘Een ander voorbeeld is de rechterlijke macht’, zegt Han Polman, commissaris van de Koning. ‘Er wonen honderdduizend mensen in Zeeuws-Vlaanderen maar de rechtbank is daar weggetrokken.’ Bewoners van deze rand van Nederland moeten afreizen naar Middelburg – en tol betalen – of als de zaak te complex is naar Breda. In 2013 kromp in Nederland het aantal rechtbanken van negentien naar elf, het aantal gerechtshoven van vijf naar vier. Van de 55 politiebureaus in Zeeland die er in 1980 nog waren zijn er nu nog maar veertien over. ‘Als gezag op grote afstand komt te staan vanwege efficiency-redenen, dan verlies je uiteindelijk ook gezag.’

Polman wijst naar de jaren tachtig als oorzaak voor de verdwijnende overheid in zijn provincie. ‘Sindsdien zijn we gaan geloven dat efficiency, het concentreren van grootschalige voorzieningen, goedkoper is. Dat viel samen met gesimplificeerde verdelingsmodellen vanuit Den Haag waarbij stedelijk denken leidend was: dan kijk je alleen nog maar naar inwonersaantallen, maar vergeet je dat bezuinigingen ook effect hebben op gemeenschapszin en ontplooiingskansen.’

Hij wijst op het boek Een klein land met verre uithoeken, waarin geograaf Floor Milikowski laat zien hoe de Nederlandse overheid vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw bewust kiest voor een ‘don’t back the losers, pick the winners’-strategie: investeer in die gebieden waar het goed gaat en bekommer je minder om de rest. Waar het kabinet-Den Uyl nog inzette op actief spreidingsbeleid stroomt vanaf nu het geld vooral naar stedelijke gebieden die mondiaal concurrerend zijn.

Wie het kantelende Haagse denken wil begrijpen, kan er de vorig jaar verschenen memoires van toenmalig minister van Financiën Onno Ruding op naslaan. In een even hilarische als illustratieve scène beschrijft hij het geknetter tussen hem en de toenmalige commissaris van de Koning in Groningen. Tijdens een informeel gesprek zegt Ruding tegen hem: ‘Iemand heeft mij gesuggereerd dat de beste manier om politiek van het spreidingsbeleid naar Groningen af te komen, is de hele provincie Groningen diep los te hakken van de rest van Nederland en dan, als er een zuiderstorm opsteekt, alles richting Noordpool te laten wegdrijven.’ Terwijl de commissaris hem verbaasd aanhoort, voegt Ruding toe dat hij het idee ‘interessant’ had gevonden maar wel onder één voorwaarde: dat de commissaris van de Koning op die dag in Groningen zou zijn zodat hij kon meedrijven naar de Noordpool.

In diezelfde jaren beklaagt Ruding zich over de ‘Tante Truus-mentaliteit’ die zich meester heeft gemaakt van de Nederlanders. ‘Werklozen wonen liever in de buurt van tante Truus dan te verhuizen’, zegt hij tegen Het Vrije Volk. Banen moeten niet langer naar hun woonplaats worden gebracht, zij moeten zelf maar verhuizen om aan de bak te komen. Het markeert een kantelpunt in denken waarbij het adagium ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’ geestelijk wordt losgelaten. Een onderwerp dat zelfs binnen het kabinet tot fel debat leidt. Ruding voert met tegenzin de restanten van spreidingsbeleid uit maar vindt het samen met zijn collega-minister Neelie Kroes ‘onevenredig duur’, soms zelfs een vorm van ‘kapitaalvernietiging’.

Zijn uitspraken over de Tante Truus-mentaliteit leiden in de jaren tachtig tot linkse stormen van kritiek. Vooral pvda-leider Joop den Uyl valt Ruding scherp aan met onder meer een motie van treurnis die geïnterpreteerd mag worden als motie van wantrouwen. Een achterhoedegevecht, stelt Ruding genoegzaam vast in zijn memoires.

In ieder geval in cijfers klopt dat. In de paarse jaren negentig wordt de ingezette ontmanteling van de overheid voortgezet. Niet alleen wordt er geprivatiseerd, er wordt vooral ook gefuseerd. De Gemeentelijke Politie en de Rijkspolitie worden in 1993 één politieapparaat met 26 korpsen. Uit ons archiefonderzoek blijkt dat dit gepaard gaat met grootschalige sluitingen van politiestations in heel het land, maar vooral in de provincie. In Zeeland verdwijnt tussen 1980 en nu 74 procent van de politiegebouwen, in Friesland 66 procent. In Zuid-Holland sluit ‘slechts’ 27 procent.

In diezelfde tijd wordt er ook voor het eerst fors bezuinigd op bibliotheken. ‘In 1998 hebben ze bedacht: het gaat slecht met de bibliotheken, laat ze maar samengaan en de kleintjes opslokken’, zegt een onderzoeker van de Koninklijke Bibliotheek. Het aantal ‘bibliotheekorganisaties’ loopt in de jaren daarna terug van 540 naar 116, als de fusiegolf is voltooid in 2008 zijn er nog 1080 vestigingen open. Inmiddels is daarvan meer dan een vijfde alsnog verdwenen.

Waar zijn de onderwijsafstanden het grootst?

  1. Overig Zeeland (Zeeland)
  2. Zuidwest-Friesland (Friesland)
  3. Zeeuwsch-Vlaanderen (Zeeland)
  4. Zuidoost-Drenthe (Drenthe)
  5. Delfzijl en Omgeving (Groningen)
  6. Noord-Friesland (Friesland)*

De nabijheid tot bibliotheken, havo/vwo-scholen, vmbo-scholen en basisscholen. Gemeten in COROP-regio’s tussen 2007 en 2019.
* Inclusief waddeneilanden

Waar zijn de zorgafstanden het grootst?

  1. Noord-Friesland (Friesland)*
  2. Zuidwest-Friesland (Friesland)
  3. Overig Groningen (Groningen)
  4. Zuidoost-Drenthe (Drenthe)
  5. Noord-Drenthe (Drenthe)
  6. Delfzijl en Omgeving (Groningen)

De nabijheid tot huisartsen, huisartsenposten en ziekenhuizen. Gemeten in COROP-regio’s over de periode 2007 en 2019 (CBS).
* Inclusief waddeneilanden

‘Hoe houden wij hier het vertrouwen, het gezag en de kennis op orde?’ vraagt Polman zich hardop af in zijn kantoor in het provinciehuis in Middelburg. Toen hij in 2013 als commissaris aantrad was het proces van terugtrekking door de rijksoverheid nog altijd in volle gang. De Belastingdienst, het Kadaster en het OM verlieten stuk voor stuk Zeeland en namen zestienhonderd voltijdsbanen mee. ‘Alles verdween.’ Maar keer op keer werd hem verzekerd: maakt u zich geen zorgen, er komt een marinierskazerne voor terug. Toen in 2020 bekend werd dat die toch niet kwam en dat dit in Haagse binnenkamers al maanden bekend was, ontstak de provincie in woede. ‘Er is schandalig met ons omgegaan’, zegt Polman. ‘Dat er achter onze rug om in het geheim al werd onderzocht hoe het er niet kwam, terwijl wij oefenterreinen gereed aan het maken waren, infrastructuur aanpasten en bedrijven verplaatsten.’

Maar het heeft ook iets positiefs gebracht. ‘Voor het eerst in mijn rol zat ik direct aan tafel met het kabinet en had ik betrokken ministers aan de lijn, dat was tot dan toe niet gelukt.’ Er werd een ontwikkelingspakket van zevenhonderd miljoen euro voor Zeeland uitonderhandeld, waaronder een zwaarbeveiligde gevangenis, een extra beveiligde rechtbank en een expertisecentrum voor georganiseerde criminaliteit. ‘Soms heb je een heftige crisis nodig om zaken in beweging te brengen’, zegt Polman. Teleurstellend is het wel; waarom had Den Haag nu pas oog voor de provincie en waarom in een sfeer van onderhandelingen? ‘Wij moesten onderhandelen alsof wij bedrijven zijn, dat is toch vreemd?’

In het essay Zo kan het wél, dat dit voorjaar verscheen bij het Montesquieu Instituut, worden ook die korzelige verhoudingen aangestipt. ‘Wie goed kijkt naar de afgelopen kabinetsperiodes ziet dat de relatie tussen centrum en periferie steeds sterker transactioneel en voorwaardelijk is geworden’, schrijven bestuurskundige Caspar van den Berg en politicoloog Herman Lelieveldt. Het kabinet-Rutte III heeft de blik na decennia van afwezigheid weer voorzichtig op de provincie gericht, maar de houding is nog altijd zakelijk. De 950 miljoen euro die het kabinet als eenmalige impuls beschikbaar heeft gesteld voor gebieden die het moeilijk hebben, wordt uitgedeeld via regiodeals. ‘Kunnen we de contractuele relatie tussen centrum en periferie vervangen door eentje waarbij we erop vertrouwen dat regio’s zelf kunnen bepalen welke keuzes het meest beloftevol zijn?’

De tijd dringt, volgens Polman. ‘Wij bespreken nu systeemvragen, maar systemen worden gevoeld door burgers. Zij zien dat hun provincie ruzie moet maken of hard moet onderhandelen, daar kleeft een risico aan. Als mensen voelen dat er landelijk niet naar ze geluisterd wordt, dan keren zij zich af. Het gaat te langzaam, maar in Den Haag begint het besef te groeien dat de randen van Nederland zich dreigen af te keren.’

De woede heeft Den Haag al lang bereikt. Wanneer Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging zegt op te komen voor ‘mensen op het platteland die moeten smeken of alsjeblieft de bibliotheek of het zwembad mag openblijven’, dan legt ze de vinger op een pijnlijke trend die al decennia gaande is. De bibliotheek is juist op het platteland verdwenen of verruild voor ‘afhaalpunten’. Tussen 1999 en nu groeide het aantal vrijwilligers van 6760 tot 22.627 – die groep is drie keer zo groot als het aantal betaalde krachten.

Niet alleen voor de BoerBurgerBeweging is het afbrokkelende platteland een thema, op de fractiekamer van Forum voor Democratie slingert het essay Microfobie van Kamerlid Pepijn van Houwelingen rond, waarin hij van leer trekt tegen fusies, herindelingen en schaalvergrotingen die voorzieningen bij burgers hebben weggehaald. ‘Men verliest de controle op een stuk van het eigen leven en wordt in dat opzicht dus ook minder vrij.’

Op grote afstand van Den Haag rijdt Arthur van Dooren in zijn groenblauwe Mercedes langs het Pekelderdiep, het gekanaliseerde riviertje dat door Pekela stroomt. De lokale pvv-fractieleider kent de uitslagen van de laatste Tweede-Kamerverkiezingen goed: 23 procent van de dorpen hier stemde op zijn partij. Hij wil laten zien waarom. Het langgerekte veendorp is mooier dan jarenlange negatieve berichtgeving doet vermoeden, het is er groen, er staan oude huizen langs het kanaal en de uitzichten zijn, net als in Zeeland, eindeloos. Toch is het verval amper te ontkennen. Van Dooren remt zo nu en dan om te wijzen op dichtgetimmerde luiken en winkelpanden die zijn verworden tot rommelige opslagschuren, hij wijst op het wat hem betreft slecht bijgehouden groen.

Fusies, herindelingen en schaalvergrotingen haalden de voorzieningen bij burgers weg. ‘Men verliest de controle op een stuk van het eigen leven en wordt in dat opzicht dus ook minder vrij’

Boos kan Van Dooren worden over de vele kapotte bruggen – 42 in totaal – waarvan de onderhoudskosten zich dusdanig hoog hebben opgestapeld dat ze niet meer open kunnen. Deze zomer nam de gemeente met tegenzin een pijnlijk besluit: er ging een streep door het vaarseizoen, toeristen varen niet meer langs.

Vier jaar geleden besloot hij iets te doen aan de trend van verloedering. Samen met zijn broer, conciërge op een middelbare school, tuigde hij op eigen houtje een lokale fractie op. Met de landelijke partijtop was en is nog altijd nauwelijks contact. ‘Wij zijn nog nóóit in Den Haag geweest sinds wij dit doen.’ Geert Wilders ontmoette hij slechts twee keer. In Groningen poseerden ze samen voor een wervende foto, al was er tijdens de campagne geen geld om die te verspreiden. De partij is straatarm dus toen Van Dooren de fractie vier jaar geleden inschreef, bekostigde hij alles zelf met zijn broer. Ze veroverden uit het niets ieder een zetel en hopen op meer bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.

Aan de rand van het dorp zet Van Dooren zijn auto opnieuw stil, deze keer voor de hondenrenbaan waar nog altijd wedstrijden worden gehouden. Hij wijst naar het lege veld aan de overkant. Daar stond jaren geleden nog een asielzoekerscentrum, toen het dicht ging was de gemeenteraad zelfs boos dat het verdween. ‘Migratie is hier helemaal geen thema’, zegt de pvv’er. ‘Voor ons draait het volledig om voorzieningen en leefbaarheid.’

©Jorik van Essen / Follow the Money

‘Ik heb heel vaak mensen zich hardop horen afvragen hoe het kan dat de pvv en Forum voor Democratie winst boeken in gebieden waar je geen migrant tegenkomt. Maar dat is eigenlijk heel goed verklaarbaar’, zegt hoogleraar bestuurskunde Caspar van den Berg van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met onderzoeker Annemarie Kok publiceerde hij vorige maand in opdracht van het ministerie van Landbouw een zeer lezenswaardig onderzoek: Regionaal maatschappelijk onbehagen. Daarin wijzen ze op een even voor de hand liggende maar te weinig opgemerkte verschuiving in het politieke landschap: de populistische revolte kwam begin deze eeuw op in steden in het centrum van het land, maar heeft zich verplaatst naar de randen.

‘De reactie op de Fortuyn-revolte was vooral meeleven met de boze burger, dat geluid overnemen en vertolken. Tegelijkertijd werd Nederland nog steeds bestuurd aan de hand van spreadsheets, waarbij de vraag steeds was: waar kan de overheid een stap terug doen?’ zeggen Van den Berg en Kok. Volgens hen zwommen politici zo de ‘Fortuyn-fuik’ in, terwijl ze reageerden op een populistisch antimigratie-sentiment in steden, kwijnden de voorzieningen weg aan de randen van Nederland en misten ze de voedingsbodem voor nieuw onbehagen.

‘Ik ben diep bezorgd over het ontstaan van een tweedeling tussen het platteland en de Randstad’, zegt René Paas. De commissaris van de Koning in Groningen, en daarmee een verre opvolger van de man die Onno Ruding wel wilde laten wegdrijven naar de Noordpool, heeft even getwijfeld of hij ons te woord wilde staan. ‘Ik ben er enorm op gebrand dat wij het stigma kwijtraken. Ik wil juist vertellen welke kansen hier liggen en dat Nederland niet moet lijden aan het idee dat dit een groot land is. Nederland is een klein land waarin elke hoek meetelt.’

Tussen 1980 en nu sloten als gevolg van politiefusies steeds meer politiegebouwen hun deuren

Friesland Zeeland Zuid-Holland
1980 76 55 139
1990 93 67 155
2000 onbekend onbekend 144
2010 28 onbekend onbekend
2021 26 14 101

Afname in procenten: Friesland 66, Zeeland 74, Zuid-Holland 27

Tegelijkertijd kent ook hij ‘de kaartjes’ met problemen in Nederland, hij heeft ze geprint op tafel liggen: obesitas, energie-armoede, ov-armoede, werkloosheid. ‘Al die kaartjes zien er hetzelfde uit. Ze beginnen met donkerrode vlekken in Delfzijl en lopen langs de grens tot aan Emmen. Het zijn plaatsen waar de problemen het grootst zijn maar waar tegelijkertijd mijn wethouders van Financiën onlangs een maagzweer kregen.’ Zij ontvingen het nieuws dat ze minder geld krijgen uit het gemeentefonds. ‘Vooral een aantal net heringedeelde gemeenten gaan meteen diep het rood in.’

Uit een analyse van gemeenten die fuseren blijkt dat zij er slecht in slagen om voorzieningen vast te houden. In de jaren na herindeling daalt vrijwel over de hele linie het aantal zichtbare publieke diensten. ‘De neiging om je eigen theater, zwembad en bibliotheek te verdedigen valt weg’, zegt Paas. ‘Ik denk dat de rek qua herverdeling er wel uit is. Je ziet ook een democratisch tekort ontstaan: het zijn zoveel kilometers, je moet heel ver rijden naar het gemeentehuis. Het gevoel van nabijheid, het idee van coherentie, is weg.’

Een wethouder van de pas gefuseerde Groningse gemeente ’t Hogeland zegt dat hij 86 euro per inwoner minder krijgt. En dat in een tijd waarin hij acht miljoen euro moet bijleggen om een gat rondom de jeugdzorg te dichten. Hij bezuinigt op wegonderhoud, heeft twee panden afgestoten – waar twee bibliotheken in zaten – en toekomstplannen stopgezet. De onvermijdelijke kaalslag die dat veroorzaakt is zichtbaar in de provincie. In de afgelopen tien jaar halveerde het aantal bibliotheken met een eigen gebouw, er zijn 79 basisscholen minder dan in 1997 en door het sluiten van ziekenhuizen komen de regio’s Delfzijl én Oost-Groningen allebei voor in de top vijf van regio’s met de grootste afstand tot zorg.

Arthur van Dooren kan het ziekenhuis in de verte aanwijzen. Het puntje van het dak steekt nog net boven de weilanden uit, al betekent dat allerminst dat de ambulance op tijd bij zijn huis kan zijn. Toen zijn buurvrouw onlangs een hartaanval kreeg, was de ambulance er na 22 minuten. Zeven minuten meer dan wettelijk bepaald. De ambulance-aanrijtijden in Groningen lopen al jaren langzaam op.

Op het provinciehuis kennen ze inmiddels alle argumenten die de teruglopende voorzieningen verklaren. Ze hangen volgens René Paas allemaal samen met rendementsdenken: wie laat er nou een lege bus rijden? Wie houdt er een bibliotheek open waar mensen nog maar weinig komen? ‘Dat argument is een vicieuze cirkel. Als je voorzieningen uitholt, dan wordt de drempel hoger om er gebruik van te maken. In sommige delen van het land is het misschien dunner bevolkt, maar wij spreken niet voor niets over publieke voorzieningen: het betekent dat ze toegankelijk moeten zijn voor iedereen.’

Vraagstukken over voorzieningen worden steeds meer een vraagstuk over gelijke behandeling, stellen ook Annemarie Kok en Caspar van den Berg. Zij sluiten hun rapport over regionaal onbehagen af met een oplossing: tuig een ‘bijdetijds stelsel van generieke voorzieningen’ op. Heel concreet: heropen op grote schaal bibliotheken, met ook een ontmoetingsfunctie. Investeer juist wel in betaalbaar openbaar vervoer, in snel internet en in wijkagenten. Bied in heel het land laagdrempelige basale geestelijke gezondheidszorg aan. Verrijk elke gemeente met bemenste loketten voor hulp bij papierwerk. ‘Het is tijd om hier op een vrij principiële manier naar te kijken’, zegt Van den Berg. ‘Als je echt iets wil doen aan het onbehagen, doe het dan onorthodox en geef het signaal af dat je als overheid er in heel Nederland bent.’

Hoe dat een oplossing kan zijn is terug te horen in de woorden van de pvv-voorman van Pekela. Terwijl zijn partijleider Geert Wilders blijft hameren op immigratie, islam en kosmopolitische tegenstanders als Sigrid Kaag, maakt Van Dooren zich bij de komende gemeenteraadsverkiezingen zorgen over het behoud van het buurthuis, het vasthouden van onderwijs – ‘daar heb je een bibliotheek bij nodig!’ – en een zoektocht naar banen. Met die beloftes gaat hij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen in. Gevraagd of dat niet verdacht veel lijkt op een klassiek pvda-verhaal moet hij schaterlachen achter het stuur. ‘Nou, dan is dat een prima programma, maar dat is hier nooit uitgevoerd.’

©Jorik van Essen / Follow the Money

Jan Schuurman Hess is een sociaal-democraat en zal dat altijd blijven, maar in 2010 begon hij zelf ook het vertrouwen te verliezen. Hij besloot te gaan lopen. Hij stippelde een route uit dwars door Nederland om uit te vinden waarom mensen zo teleurgesteld zijn, waarom ze op de pvv hebben gestemd. Hij trok langs gesloten cafés, gefrustreerde mensen die in de clinch liggen met op afstand geplaatste uitvoeringsorganisaties en failliete mosselvissers. Een van die vissers kwam, nadat Schuurman Hess zijn indrukken had opgeschreven en uitgegeven als Voettocht naar het hart van het land, aan de deur om te vragen of hij een emmer mosselen mocht ruilen voor een boek.

Ook die man had op Wilders gestemd. Het vormt de pijnlijkste conclusie die als een rode draad door het boek loopt. ‘Het openbaar bestuur is losgezongen van de mensen waarvoor het beloofde op te komen’, zegt Schuurman Hess. ‘De pvda is in Nederland, net als andere middenpartijen, versmolten met dat bestuur.’ Zelfs op Noord-Beveland is dat het geval. Tijdens de schooltjesstrijd staat de Zeeuwse pvda niet naast hem, ze verdedigen zelfs een volgende fusie waarbij de overgebleven basisscholen opgaan in één grote school. Op Noord-Beveland wordt kennis dan niet langer gespreid over het eiland.

Voor Kats maakt het nog maar weinig uit, het is een slaapdorp geworden. ‘Het echt erge, het verschrikkelijke, is dat de overheid zich terugtrekt en tegelijkertijd ons niets teruggeeft’, zegt Schuurman Hess in zijn met boeken gevulde werkkamer. Hij heeft uren geanimeerd verteld en zit inmiddels naast zijn stoel verdrietig op de grond. ‘Toen ik naar de wethouder ging en zei: “Geef ons dan in godsnaam één lokaal!”, mocht zelfs dat niet.’

Ze hadden er een vrijwilligersbibliotheek van willen maken, een plek waar kinderen huiswerkgroepjes konden vormen. Maar het pand moest verkocht. In het oude schoolgebouw woont nu een financieel bewindvoerder. Op het stoepje dat een oprit is geworden, staan een zwarte sportwagen en een gigantische camper. Met een elektrische bakfiets laat de man aan de rand van het dorp, dat weinig meer is dan een verzameling huizen, zijn twee honden uit.