Profiel: De musical ‘Balkenende’

Hoe een musical meestal eindigt

Binnen een half jaar zijn we alles over hem te weten gekomen.

Zijn geboorteplaats: Kapelle-Biezele, Zeeland.

Zijn levensbeschouwing: gereformeerd.

Zijn burgerlijke staat: gehuwd – met Bianca.

Kinderen: een dochter, Amelie.

Hobby’s: musicals, skiën, galeriebezoek.

We weten ook welke musicals: Evita, Cats, en De ondergang van de Titanic.

Jan Peter Balkenende (vroeger alleen Peter), destijds Gods geschenk aan een ernstig verdeeld CDA. Hij is ‘hoogleraar christelijk-sociaal denken over economie en maatschappij aan de Vrije Universiteit’. Binnenkort premier?

Eduard Kimman, VU-hoogleraar economische ethiek, deelt al vijftien jaar een kamer met hem: ‘Ja, hij kan premier worden: hij lijkt in denkkracht en sociale intelligentie op Lubbers. Die was 43 toen hij premier werd, Jan Peter is 45.’

In zijn jongste publicatie Anders en beter lezen we een mooi staaltje van dat christelijk-sociale denken. Balkenende spreekt daarin over ‘De wederopbouw na Paars’. De wederopbouw – dat was natuurlijk een antwoord op De puinhopen van Paars van Pim Fortuyn. Eerst puinhopen, dan wederopbouw door Jan Peter. Een poging tot christelijke humor. Maar de christelijk-sociale denker sloeg enigszins de plank mis, omdat hij een woordspeling liet prevaleren boven de werkelijke inhoud. Wederopbouw?

Die term werd in Nederland gebezigd na vijf jaar Duitse bezetting, toen Rotterdam letterlijk in puin lag, de democratie opnieuw opgestart moest worden en onze economie in de vernieling lag, toen Marshall-hulp geboden was en wij de krankzinnige moord op onze joodse landgenoten betreurden. Toen was wederopbouw noodzakelijk. Meende Jan Peter soms dat die tijden terug waren? Nou nee. Hij sprak over ‘structurele tekortkomingen’, en kwam met het bekende lijstje: wachtlijsten in de zorg, onvervulde vacatures in het onderwijs, de veiligheid onder druk omdat politie en justitie overbelast zijn, de files… Tuurlijk, schandalig allemaal, maar heeft Balkenende met zijn hooggeleerde blik geconcludeerd dat dit een ‘wederopbouw’ van ons land rechtvaardigt? Hij constateerde zelf dat er ‘zeven vette jaren voor Paars’ waren geweest.

Het is eerder een voorbeeld van de houterigheid van Balkenende, of een vorm van dat modieuze begrip ‘demonisering’.

Eduard Kimman: ‘Hij is misschien een pragmaticus. Maar absoluut geen machiavellist. Dat komt waarschijnlijk door moeder Toos, de onderwijzeres. In de vijftien jaar dat ik Jan Peter ken, heb ik hem nooit anders gezien. Niet toen hij promoveerde, niet toen hij trouwde en niet toen hij hoogleraar werd. Noem het kleurloos, maar die indruk maakt hij op mij niet. Hij is Brits, zou je kunnen zeggen, ook wat humor betreft. Je zult hem nooit dronken zien, maar dat lijkt mij goed voor een leider.’

Maar er liggen een paar gevaren op de loer, vinden zijn wetenschappelijke CDA-vrienden. ‘Hij zal jong en oud binnen het CDA moeten binden. De vraag is: wat wil oud en wat wil jong? Wil oud met de LPF?’

Ab Klink, van het wetenschappelijk bureau van het CDA: ‘De verliezende partijen die vasthouden aan de babyboomgeneratie hebben zichzelf in de voet geschoten. Het CDA heeft dat probleem al gehad. Jan Peter zal niet de fout maken om de oudere generatie buiten te sluiten. Daarbij was Jelle Zijlstra zijn godfather. En Aantjes ziet hem als zijn petekind.’

Klink roemt eveneens Balkenendes ‘behoorlijke dosis pragmatisme. Hij is principieel, maar maakt niet van elk punt een principe.’

Kortom, iedereen vol lof over Jan Peter. Maar er dreigt een ander gevaar: het toegeven aan mode. Je merkt het aan zijn taalgebruik. Na zijn verkiezingsoverwinning sprak hij over ‘best een beetje een dubbel gevoel’. Tevens kan hij unisono met Mat Herben van de LPF het woord ‘respect’ uitspreken alsof het een psalm betreft. In zijn boek praat hij over ‘nieuw elan’, ja, zelfs over ‘een andere aanpak’, en gebruikt hij – hij die tot zijn eigen ergernis werd gezien als de vader van Harry Potter – het woord ‘onttovering’, rechtstreeks uit het werk van J.K. Rowling.

Over mode gesproken: een krukkig taalgebruik met stuntelige metaforen, onbeholpen clichés en een beperkt Nederlands vocabulaire begeleiden zijn trots gedragen gereformeerde persoonlijkheid. Misschien verklaart dat wel zijn ‘betrouwbare’ imago. Hij spreekt, als hij niets te zeggen heeft, in oneliners: ‘We moeten respectvol en vreedzaam naast elkaar leven.’ Maar zo dra het aankomt op inhoud – en dat zegt hij toch na te streven – vervalt hij in Haags jargon, vermengd met de taal van een slordig uit het Engels vertaalde jeugdbijbel. Jan Peter Balken ende over de samenleving: ‘“It takes a village to raise a child”, is een oud Afrikaans gezegde. (…) Het beeld van een dorp gebruikt Hillary Clinton voor de samenleving en het netwerk van mensen om kinderen heen. In de moderne samenleving met een grote mobiliteit, hebben de directe contacten en relaties van een dorp of stad(swijk) een veel diffuser karakter gekregen. (…) De moderne village of gemeenschap wordt niet meer begrensd door de dorpsgrenzen en is door de informatisering globaler en virtueler geworden.’ En zo reutelt het bladzij na bladzij verder.

Vreemd genoeg is Balkenende – de man die politiek het dichtst bij Fortuyn stond – in alles diens tegendeel. Hij is geen groot redenaar, moet het niet hebben van zijn uiterlijk, draagt geen Italiaanse pakken en zijn gedachtegoed wordt niet geïnspireerd in de darkroom. Misschien blijkt daaruit wel Balkenendes grootste kwaliteit: zijn fantastische aanpassingsvermogen. Want dat beeld rijst toch op als je leest wat zijn vrienden over hem zeggen. ‘Een bruggen bouwer’, is een term die door Kimman, Klink, Aantjes en Van den Toren wordt gebruikt.

In de koningsstrijd tussen Marnix van Rij en Jaap de Hoop Scheffer handhaafde hij zich door zijn aanpassingsvermogen; hij laveerde door de problemen, en tot op heden weet niemand welke positie hij in die kwestie had.

Is dat vermogen genoeg om premier te zijn van een kabinet met een losgeslagen LPF en een aangeslagen VVD? Hoe hou je daarin je christelijk-ethische normen en waarden overeind? En wat zou er zijn gebeurd als Balkenende daadwerkelijk aan het debat had meegedaan, als hij zijn ideeën concreet naar voren had moeten schuiven en men kon horen hoe hij zijn maatschappelijke visies formuleerde?

De musical Balkenende begint met een succes verhaal – we weten hoe zo’n verhaal eindigt.