Groningen en het gas

Hoe een stille ramp een dorp verscheurt

In het Groningse dorpje Overschild, dat boven op een gasbel ligt en bijna volledig wordt gesloopt, trokken de inwoners jarenlang gezamenlijk op tegen de gevolgen van de aardbevingen. Nu zijn ze ingedeeld in drie ‘zones’ en krijgt de één een nieuw huis en de ander niets. ‘Het is een splijtzwam.’

Overschild, september

Jolanda Braam (44): ‘Ik lag net op bed, sluimerend. Ik dacht dat de hond van de trap rolde, hoorde een schreeuw van mijn vriend Mathijn. Ik sprong eruit, zat echt vol adrenaline. Toen was het stil. Het huis kraakte nog een beetje na.’

Klaasje Pen (59): ‘Ik dronk een kop thee in de tuin met mijn zoon, het was zomer. Opeens begon alles om ons heen te schudden. Alsof er een heel zware vrachtwagen langsreed. Na een paar seconden was het weer stil. Dat was de eerste keer dat ik iets voelde.’

Joke Oord (57): ‘Het was donker, zes jaar geleden. Het zal een uur of acht ’s avonds zijn geweest. Ik zat op een rieten ligstoel in de woonkamer, en opeens denk ik: wat gebeurt er? Ik had een grote kamerplant, een beetje palmachtig, die begon enorm te schudden, alsof een van de katten erin was gesprongen, ook alles om me heen schudde, en ikzelf. Ik vond het beangstigend. Het knmi noemde dit later de “aardbeving van Overschild” van 2,4 op de schaal van Richter.’

Henk Kruizenga (77): ‘De eerste beving die we voelden was zo’n tien jaar geleden. Toen zei de nam dat het niet van het gas kwam. Na de zware beving van Huizinge in 2012 konden ze het niet meer ontkennen. Het is altijd maar even, een paar seconden. Ook wel eens midden in de nacht.’

Joke Oord: ‘Ik had nog geen paniek. Er was schade, die heb ik gemeld. Er waren toen al scheuren. Geen grote, maar je zag dat stukken loslieten, in de voegen en in het stucwerk. Ik dacht toen nog: het valt wel mee.’

Klaasje Pen: ‘De eerste schade hadden we in 2013, die hebben we nog eenvoudig met de nam afgehandeld. Schadeherstel is cosmetisch, een wokkeltje ertussen, voeg er weer in. Naar de fundering wordt niet gekeken.’

Jolanda Braam: ‘Soms komt de scheur die hersteld is terug, zoals die daar, die vanaf de hoek naar beneden ging. Daarnaast is een nieuwe ontstaan, en daar ook. Wij hebben wokkels om de hele gevel getrokken, maar die krachten zijn zo sterk, daar kun je je huis niet tegen beschermen. Zelfs gewapend beton breekt.’

***

Klaasje Pen: ‘Toen we voor de eerste keer naar ons huis reden – eind jaren negentig, langs het Eemskanaal, om half negen in de ochtend, er lag rijp over het land, de zon begon te schijnen – keken mijn man en ik elkaar aan en zeiden: “We hebben goed gekozen.” Het was een van de oudste dorpswinkels geweest, de kinderen vonden het spannend. Wij hebben alles zelf verbouwd, vier jaar geleden moesten we nog één hoekje. Toen werden de bevingen heftiger. Ik hoorde al wel verhalen van mensen die in een hevige juridische strijd waren verwikkeld met de nam. Wij hadden nog het idee dat het goed zou komen.’

Joke Oord: ‘Het is een dorp dat bestaat uit één kruispunt, de Grauwedijk loopt er dwars doorheen, op de kruising kun je afslaan naar de Kanaalweg en de Meerweg. Elk huis heeft uitzicht, dat is een van de wezenlijke dingen hier. Er is rust en ruimte.’

Henk Kruizenga: ‘Er was hier eerst alleen riet en moeras. Door de watermolens bij het Schildmeer is de zaak droog getrokken. De eerste boeren kwamen rond 1820. In 1879 richtte mijn grootvader de gereformeerd-vrijgemaakte kerk op, een jaar later kwam ook de Nederlands hervormde kerk.’

Jolanda Braam: ‘Je kunt in dit dorp zijn wie je bent, dat is het leuke. Iedereen is verschillend. Ik was twintig toen we hier kwamen vanuit Den Bosch. Ik had genoeg van het kraken, en wilde een moestuin. Groningen was te gek, leeg, mooi en betaalbaar. Deze woonboerderij ligt net buiten het dorp, we hebben hem helemaal verbouwd, zelfs de gevels vernieuwd. We zijn in Overschild maar met vijfhonderd, de meesten kennen elkaar. En er wordt van alles georganiseerd, volleybal, voetbal, Sinterklaas.’

Henk Kruizenga: ‘Na de oorlog, toen wij jong waren, waren er in Overschild wel twintig winkels, zelfs kleren kon je hier laten maken. Alleen voor een nieuw pak moest je naar de stad. Van alles waren er twee, bakkers, slagers, kruideniers. Een voor de gereformeerden en een voor de hervormden. Alles is gesloten nu. Beide kerken, de basisscholen, het verenigingsleven, de zaakjes. Boeren kregen trekkers en machines, mensen trokken weg om elders te werken. Het is wel pijnlijk. Ik heb de deur van onze kerk mede dichtgedraaid. Mijn vrouw en ik zijn er nog getrouwd.’

Jolanda Braam: ‘Je kon vanaf hier de fakkeltoren zien branden van de gaswinningslocatie. Dat was spectaculair, dan reden we vanaf de stad over de dijk en zagen we die vlammen in de sneeuw boven ons huis uitkomen. Vijftig jaar gas hebben we hier tien jaar geleden nog groots gevierd. We waren er trots op.’

***

Klaasje Pen: ‘In maart 2016 streek de ncg in ons dorp neer. Die was opgericht als buffer tussen bewoners en de nam. Ze hielden kantoor in ons dorpshuis. Toen besefte ik dat het ernst was. Er werd ons verteld dat er iets fundamenteel mis was met onze woningen. Er zou onderzoek komen naar de schade. Je kon het ook zien in het dorp. Ik had huizen steeds schever zien zakken, ook mijn eigen huis. Ik dacht toen nog: ik woon in Nederland, dit wordt opgelost.’

Joke Oord: ‘Mijn leven stond pas op zijn kop toen het huis van de buurvrouw op instorten stond. Ik werd ’s ochtends gebeld, het was een uur of half tien, door het cvw. Ze wilden me bijpraten over de situatie. Ik denk nog: wat attent! Meestal zijn ze niet zo toeschietelijk. “Prima”, zei ik, “ik heb de koffie klaar.” Een uur later zaten er twee mannen aan tafel, ze vertelden dat ze de buurvrouw uit huis hadden gehaald. Ik heb tijdens dat gesprek lang niet aangevoeld waar het naartoe ging, achteraf ongelooflijk. Tot ze zeiden: “Dat betekent dat het voor jou ook onveilig is.” Ze adviseerden me dringend mijn huis te verlaten. “Neem genoeg mee voor het eerste weekend”, zeiden ze.’

Henk Kruizenga: ‘Mijn vrouw is geboren in het huis van Joke Oord aan de Kanaalweg. We kennen elkaar al heel lang. Ik heb het akkerbedrijf later van mijn vader overgenomen en er een melkveehouderij van gemaakt. Later ben ik overgestapt op het fokken van vaarskalfjes voor de export. Onze vier kinderen zijn hier opgegroeid. Ik was altijd actief, ik zat in het bestuur van de school, de kerk, de Pompel, en was jarenlang voorzitter van Dorpsbelangen. Zodra er nieuwe mensen in het dorp kwamen, bracht ik een bloemetje en maakte ze lid. Daar konden ze dan niet onderuit. Nu laat ik het aan anderen over. Ik beheer wel nog steeds de begraafplaats, waar ook mijn ouders liggen begraven, houd de paden schoon, scheer de heg, verkoop graven.’

‘Ik had huizen steeds schever zien zakken. Ik dacht toen nog: ik woon in Nederland, dit wordt opgelost’

Joke Oord: ‘Om half vijf diezelfde middag zat ik in mijn bus, met de konijnen en katten in noodhokken en een weekendtas. Dat was 9 december 2016. Het cvw had een vakantiehuisje aan het Schildmeer geregeld. Die avond had ik nog een afspraak met vriendinnen, ik heb de hele avond gehuild. Het was surrealistisch. De buurvrouw, de gemeente en de nam raakten daarna verwikkeld in een juridische strijd over de vraag wie verantwoordelijk was. Al die tijd mocht ik niet terug. Dat weekend werd maanden.’

Klaasje Pen: ‘Om sterker te staan hebben we in datzelfde jaar dvo opgericht, Dorpsbelangenwerkgroep Versterking Overschild. Sindsdien komen we elke maandagavond in het dorpshuis bij elkaar. Op een bepaald moment schoof ook de gemeente aan, en de ncg. We hebben toen ook een witboek gemaakt. We hadden zoveel vragen, maar kregen geen antwoorden, die hebben we toen zelf uitgezocht.’

Joke Oord: ‘Achteraf is het wel bizar. Ik ben redelijk zelfstandig, maar ik was lamgeslagen. Ik ben goed door de bodem gegaan, had veel nachtmerries. Dat mensen me ’s nachts kwamen slaan, in elkaar kwamen trappen. Het was traumatisch. Ik was midden vijftig, had geen baan op dat moment, anders was ik in de ziektewet terechtgekomen. Na drie maanden voelde het cvw zich niet meer verantwoordelijk en werd ik overgedragen aan de gemeente. Ik ben toen op de oprit voor mijn huis gaan wonen in een woonunit. Het was afschuwelijk, maar ik leefde weer bij mijn kas en mijn tuin, kon door de ramen naar binnen kijken.’

Klaasje Pen: ‘We hebben in al die jaren bussen vol bestuurders hier gehad, het hele cabaret, minister Kamp, minister Wiebes, minister Ollongren, ambtenaren en Kamerleden die langskwamen en vertelden hoe erg het voor ons was, die oh en ah riepen. Maar er gebeurde niets.’

Henk Kruizenga: ‘Zijn we te lief hier? Dat denken we wel eens. Wij hebben met dvo een keer een hele avond acties zitten bedenken. Maar we zijn allemaal nuchter. Heeft het zin?’

***

Klaasje Pen: ‘De bewoner staat voorop, werd steeds gezegd. De Meerweg werd aangewezen als pilotproject omdat we allemaal particulieren waren. Er werden afspraken gemaakt, er waren keukentafelgesprekken. Er werd gezegd: volgende maand gaan we beginnen met inspecties, maar constant werd het uitgesteld. We werden er moedeloos van. Uiteindelijk kwamen ze eind 2016. Een hele dag liepen deskundigen rond door ons huis, bekeken alles, inclusief de fundering.’

Joke Oord: ‘Na negen maanden, op 25 juli 2017, werd het buurhuis gesloopt en kon ik naar huis. Direct daarna is mijn woning geïnspecteerd.’

Klaasje Pen: ‘In het dorpshuis werd een paar maanden later ons versterkingsadvies uitgedeeld. Ik zag in ons rapport direct dat er veel schade was. Hans Alders, de nationaal coördinator, liep daar ook rond. Hij zei: “Jullie huis moet gesloopt.” Nee! dacht ik. Het was zo erg. Vrijwel de hele Meerweg moet weg. De overbuurvrouw moest huilen.’

Jolanda Braam: ‘In november 2017 is de inspectie hier geweest, ze hebben met tien mensen alles onderzocht. Het was dezelfde tijd dat we om de haverklap door de gemeente naar het dorpshuis werden geroepen om mee te denken over de dorpsvernieuwing. Daarna werd het heel lang stil. We hoorden een half jaar later via de media dat minister Wiebes die versterking stopte en dat alles gepauzeerd werd. Er zou een nieuw plan komen. Weer een half jaar later werden we door de ncg weer naar het dorpshuis geroepen. Hans Alders was toen al opgestapt. Daar werd uitgelegd dat versterken oude stijl niet meer zou gebeuren. Dat was een enorme klap.’

Joke Oord: ‘De grens is getrokken bij mensen die hun versterkingsadvies al hadden gekregen. In het buitengebied, waar Jolanda en Henk wonen, hadden mensen al wel een inspectie gehad, maar daar was het advies nog niet geschreven. De 120 huizen binnen de bebouwde kom worden nu versterkt of vernieuwd, de 130 woningen in het buitengebied niet. Daar gebeurt nog niks. Wiebes zegt: “Ik moet ergens een grens trekken.” Dat snap ik, maar niet midden in ons dorp. Dat is onterecht.’

Klaasje Pen: ‘De Meerweg valt in batch 1467, bij ons komt het geld voor het bouwbudget direct van de nam. Wij moeten functioneel vergelijkbare woningen bouwen. Als je drie slaapkamers hebt van drie bij vier, krijg je dat terug, wil je grotere kamers, dan moet je dat zelf bijleggen. Dat geldt voor alles, wil je geglazuurde dakpannen en heb je dat nu niet? Idem. In batch 1588 heeft de gemeente de regie overgenomen. Zij krijgen een zak met geld.’

Joke Oord: ‘Tachtig procent van de dorpskern wordt gesloopt. Wij aan de Kanaalweg, en ook de Grauwedijk, vallen in batch 1588. Bij ons loopt het betalingsproces via de overheid, we hoeven niet zoals 1467 te dealen met de nam. Wij hebben een budget gekregen op basis van een prijslijst. Wij hebben niet meer geld, zoals sommigen denken, wel meer vrijheid.’

Jolanda Braam: ‘Iedereen in het dorp is nu bezig met architectentekeningen en de eerste subsidies. Met de huizen die buiten de bordjes liggen, wordt nog niets gedaan. Juist de boerenfamilies die hier al generaties lang wonen, vallen buiten de boot. Ze zijn heel belangrijk voor het leven in Overschild. In de dorpskern woont veel import. Sommige mensen hebben twee jaar geleden een huis gekocht voor een habbekrats en krijgen nu een paar ton voor nieuwbouw. Dat is wrang.’

Klaasje Pen: ‘Wiebes bracht de gaswinning naar beneden en dus kon de versterking wel een tandje minder. Hij wekt de indruk dat het nu geregeld is. Het klinkt geweldig. Het framen gaat hem erg goed af, maar de schades aan onze huizen zijn hiermee niet verholpen.’

Jolanda Braam: ‘Wij vallen nu in het nieuwe systeem, via een computermodel van de nam, het hra-model, is berekend dat ons huis een lichtverhoogd risico heeft, P90. Verder weten we niks.’

Henk Kruizenga: ‘Wij zouden het eerste kwartaal van 2018 ons versterkingsadvies krijgen. Daar wachten we nu nog steeds op. We weten dat we P50 zijn, de hoogste risicogroep, maar volgens de nam komt dat niet door de aardbevingen. De boerderij is 150 jaar oud! Er waren nooit problemen. Wij hebben een verweer geschreven met onze zienswijze. Je blijft in onzekerheid, dat is het punt.’

Klaasje Pen: ‘Mensen zeiden: je krijgt toch een fijn huis? Maar ik héb al een fijn huis. Ik heb geen keuze. Ik heb heel lang het gevoel gehad: als ik nu naar bed ga en morgen wakker word, is het gewoon een akelige droom geweest. Het gaat je voorstellingsvermogen soms aardig te boven.’

‘Sommigen hebben recent voor weinig een huis gekocht en krijgen nu een paar ton. Dat is wrang’

Henk Kruizenga: ‘Ons schaderapport telt nu driehonderd pagina’s. We hebben scheuren en verzakkingen. Laatst hadden we er weer een in de muur, van anderhalve meter, we hebben de schade gemeld en kregen een brief dat de wachttijd vijftien maanden is. We mogen hier graag wonen, maar als er een andere keus was zou ik hier niet blijven. We vergaderen al meer dan drie jaar met dvo, met de gemeente en met de ncg. Wij zitten er nog steeds in, aan de Meerweg hebben mensen al nieuwe huizen uitgezocht. Joke Oord aan de Kanaalweg is nog verder. Wij wonen vlakbij. Het is moeilijk voor ons. Als Wiebes zegt dat de gaskraan in 2022 helemaal dichtgaat, gaat hij ons misschien helemaal niet helpen.’

***

Klaasje Pen: ‘Het kantelpunt was het moment dat het ontwerp van de architect in de mail zat. Mijn man en ik dachten opeens: wow, dit zou het kunnen zijn. Het aangezicht van het huis wordt wel anders, maar toch herkenbaar met strepen op de gevel. We wisten alleen dat we weer een grote schuur wilden en “passief bouw”, een duurzame manier van bouwen waarbij je eigenlijk geen verwarming nodig hebt.’

Joke Oord: ‘Ik krijg een huis waar ik nooit meer weg wil. Ik heb al een derde gesprek met mijn architect gehad, zijn bureau is gespecialiseerd in bio based en circulair bouwen. Ik wil een huis naar de tuin gericht, duurzaam, levensloopbestendig, en gasvrij natuurlijk. En ik ga mijn oude huis recyclen, de houten vloer verwerken in keukenkastjes bijvoorbeeld.’

Klaasje Pen: ‘Ik durf nog niet te zeggen wanneer we gaan bouwen. Ik weet nog niks. Volgens de planning moet het definitieve ontwerp in november klaar zijn, dan moet de nam het budget goedkeuren, dan zijn we weer vier maanden verder, dat gaat vast langer duren, en er zijn nog geen wisselwoningen. Het lijkt erop dat batch 1588 eerder kan beginnen.’

Joke Oord: ‘Ik hoop in mei. De aannemer staat klaar. Sommige mensen uit de straat zijn al verder dan ik. We zitten hier de komende vijf tot tien jaar in een bouwput.’

Jolanda Braam: ‘Het is niet dat je het een ander niet gunt, maar je wilt het zelf ook. Iedereen zit in zijn of haar eigen proces, ook de meeste mensen van dvo. Ze maken zich druk over hun eigen prijslijst, hun eigen ontwerp. Ik ben bang dat wij in het buitengebied vergeten worden. We zijn laatst weer in kleine clusters naar het dorpshuis geroepen, zit je daar weer, gaan ze weer vertellen dat ze niet weten wat er gaat gebeuren. Er is zoveel boosheid.’

***

Joke Oord: ‘Door de overheid is het dorp in drieën gedeeld en krijgen we opeens vetes. Zo mag je niet met burgers omgaan, het was hier goed, dit is een splijtzwam. Mensen buiten de bebouwde kom kregen dezelfde beloftes als wij. Op dvo-vergaderingen zeg ik nu dat de procedures bij mij goed verlopen, maar ik kan gewoon niet enthousiast zitten zijn, dat is onmenselijk.’

Klaasje Pen: ‘Zij hebben net zoveel schade als wij, ze zitten met dezelfde ellende. Maar zij hebben helemaal niks. Wat voor pad zij nog moeten bewandelen, ik kan het me niet voorstellen.’

Henk Kruizenga: ‘Wij gunnen mensen een nieuw huis, maar we willen er ook graag bij horen. Klaasje is bang dat het dorp uit elkaar wordt gespeeld. Daar zijn wij ook bang voor.’

Jolanda Braam: ‘Die afgunst. Ik weet zeker dat sommige mensen dat niet trekken, die zijn superkwaad. Dan wordt het heel lastig hoor om daarna met elkaar leuk te volleyballen. Of dat biertje te drinken in het dorpshuis. Ik denk echt dat het een groot probleem wordt.’

Klaasje Pen: ‘We zijn gelijkwaardig begonnen, vanuit dezelfde positie, nu hebben we dat opeens niet meer. Ook 1467 en 1588 zitten er anders in. De gezamenlijkheid haal je weg. Het zorgt voor een sociale scheur in het dorp. Hoe gaat Jolanda zich voelen als ik tegen haar zeg: “Goh, kom eens in mijn nieuwe huis kijken.”’

Joke Oord: ‘Ik hoor via via dat mensen jaloers zijn, ook in buurdorpen. Zo van: “Jullie krijgen zomaar een nieuw huis.” Alsof wij erom gevraagd hebben. Voor het hele dorp is dit proces traumatisch. Er is zoveel frustratie, om het wachten, de onduidelijkheid, de beloftes die niet nagekomen worden. Je kunt mensen niet gekker krijgen, eerst hoop geven en dan de stekker eruit trekken.’

Klaasje Pen: ‘We kunnen er niet aan ontsnappen, je woont hier, het is er altijd, het hangt boven je hoofd, ga je naar een verjaardag, dan komt het na elk gesprek toch weer op tafel.’

Jolanda Braam: ‘Al die stress is ook niet goed voor je huwelijk. Je gaat er verschillend mee om.’

Henk Kruizenga: ‘Ik had deze stroperigheid niet verwacht. Ik wil bewust niet schelden op de overheid. Ik neem aan dat iedereen zijn best doet. Ik denk wel eens, ik leg het bijltje erbij neer. Ik ben in mijn hart wel kwaad. Ik uit dat niet zo. Minister Kamp zei tegen mij: “Meneer Kruizenga, geld is het probleem niet, er is genoeg.” Maar alles gaat over geld. We willen onze levensvreugde niet laten verpesten. Maar ik word wel feller. Het duurt zo lang. We hebben al meer dan drie jaar gepraat en we weten nog niks. Het kost veel energie. Wij zijn 77, we willen eigenlijk weg, naar een plek waar geen aardbevingen zijn. Zonder deze problematische situatie.’

Jolanda Braam: ‘Ik ben bang dat de sfeer, die Groningen mooi maakt, om zeep wordt geholpen. Overal die moderne huizen, die Vinex-wijken.’

Henk Kruizenga: ‘Met verandering hebben wij minder moeite. Het is nu ook al anders dan vroeger. En een paar monumenten blijven, zoals de kerken. Je zult eraan wennen, als je je maar goed voelt in je huis.’


Afkortingen

CVW
Centrum Veilig Wonen. Voor schadeafhandeling en versterking van woningen. Werkt in opdracht van de NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Wordt eind 2019 opgeheven.

NCG
Nationaal Coördinator Groningen. Samenwerkingsverband van zes Groningse gemeenten, de provincie Groningen en de rijksoverheid. Heeft de regie over het aardbevingsbestendig maken.

HRA-model
Hazard and Risk Assessment. De NAM berekent per gebouwtypologie het risico.