Opheffer

Hoe film ik een onthoofding?

Opeens kon ik de onthoofdingen op internet niet meer vinden. Dus ik moet weer uit mijn herinnering putten. Jammer. Iemand zien onthoofden of iemand zien doodschieten, is eigenlijk weinig spectaculair wanneer je niet beseft dat het hier «de werkelijkheid» betreft. Je zou, bij wijze van spreken, de cameraman wat adviezen willen geven.

«En nu een close-up, dan weer een totaal, dan weer een half totaal van het slachtoffer, dan de moordenaar die z’n kap over z’n gezicht doet, dan weer het slachtoffer, het mes iets langer close, two-shot slachtoffer en moordenaar, et cetera.»

Er is een theorie die zegt dat film, en met name de close-up, ons eerder heeft verblind dan ons beter heeft doen zien. Immers: de camera kijkt voor je, het oog heeft minder te doen. Vroeger kon de indiaan aan een boom zien welke dieren er langs waren gekomen, of hij een voedselrijk gebied zou betreden, welke insecten er waren en nog van dat soort zaken uit het handboek van Old Shatterhand. Nu ziet hij een boom en hij ziet andere dingen: kapitalisten, een reservaat, oranjestrepen op een wang die van een voetbalsupporter uit Holland blijken te zijn. Camera’s — televisie en film — zijn extra ogen.

We weten al dat die «extra ogen» niet de werkelijkheid laten zien, maar een keuze die «een werkelijkheid» moet suggereren. Je begeeft je daarmee op vreemd terrein als het gaat om macht en invloed.

Wat doe ik als ik een speelfilm maak van een onthoofding? Ik zorg er dan voor dat die onthoofding een belangrijk onderdeel is van het verhaal, anders hoef ik het niet eens te laten zien, maar kan ik het laten vertellen («Jan is onthoofd, dat kan zo niet langer»). Dat verhaal moet bestaan uit een aantal conflicten, anders wordt die onthoofding maar niet belangrijk. Pas als ik daaraan en aan nog een paar andere voorwaarden heb voldaan, heb je de mogelijkheid dat ik een cinematografisch invloedrijke onthoofding heb laten zien waar ik, letterlijk, iets mee vertel.

Wanneer ik een waargebeurde onthoofding film als politiek pamflet of als middel om iets gedaan te krijgen — macht uit te oefenen —, dan verlaat ik alle narratieve structuren en gebeurt er iets paradoxaals: de gruwelijkheid van de onthoofding verplettert de boodschap. Je wil er letterlijk niet naar kijken. Daarom heeft het eigenlijk geen zin om films van onthoofdingen op internet te zetten als machtsmiddel of als wapen. Een speelfilm heeft dat wel. Michael Moore beïnvloedt meer de Amerikaanse politiek dan al-Qaeda met een onthoofding.

Shakespeare en Tarantino komen altijd dit probleem tegen: «Hoe maken we geweld indrukwekkend?» Dat is niet eenvoudig. Wanneer iets te gruwelijk wordt, verliest de film het aan verhaal want dan wint die gruwelijkheid. Maar soms moet het meedogenloos zijn. Tarantino heeft daar in Pulp Fiction een geweldige oplossing voor gevonden: hij laat de moordenaar als hij moordt citeren uit de bijbel.

Shakespeare deed het door alle gruwelijkheden niet op het toneel te laten zien, maar door erover te laten vertellen. Vechten op het toneel is bijna altijd stom.

Als er een onthoofding is, doen wij uit beschaving en fatsoen iets eigenaardigs: we laten de feitelijke onthoofding buiten beeld. Wat er dan gebeurt is dit: de onthoofding wordt daadwerkelijk uitgevoerd in onze geest. Wij completeren het verhaal. Dat heeft veel meer invloed dan het laten zien van die onthoofding. Die is namelijk te gruwelijk. Het zou verstandig zijn als de NOS die onthoofding gewoon in het journaal zou laten zien — maar niemand zal die beslissing nemen. Ik ook niet. Maar in feite vertellen wij dan dus de boodschap sterker dan de onthoofders zelf doen; wij helpen ze.