Hoe gaat het met u?

Wij mensen komen elkaar overal tegen, maar elkaar ontmoeten doen wij zelden. Zelfs in het huwelijk wordt de ontmaskering zolang uitgesteld tot de partners weer gescheiden zijn.

Hoe komt het toch dat wij het antwoord op de simpele vraag: ‘Hoe gaat het met u?’ stelselmatig uit de weg gaan? Een echt antwoord op deze vraag geldt zelfs als onbeleefd.
Ons innerlijk zou je met een woning kunnen vergelijken, nu wij ons gemakshalve van kanseltaal bedienen. Waar zijn de tijden gebleven dat onze huizen voor de vreemdeling openstonden? Tegenwoordig zitten ze hermetisch op slot, niet zelden elektronisch beveiligd. Als iemand aanklopt, geven wij niet thuis. Bellen en bonken werkt zelfs averechts. Als wij al opendoen, bedienen wij ons van een veiligheidsketting.
En toch blijkt uit de kijkcijfers dat wij ten diepste geïnteresseerd zijn in datgene wat zich in de medemens pleegt te voltrekken. Hoe leper de presentator, hoe meer hij betaald krijgt om zijn nietsvermoedende slachtoffers het hart uit de borst te rukken. De bladen die je een kijkje in iemands privé-huishouding geven, vliegen de kiosk uit.
Maar een echte, spontane ontmoeting, ho maar! Daar is de moderne mens doodsbang voor.
Vandaar dat hij zijn toevlucht neemt tot God. Die God heet communicatie. Zoals een goede God betaamt, is hij onzichtbaar. Vast staat dat hij niet via engelen, maar via Internet communiceert.