‘Altijd komen de westerse journalisten met dezelfde vragen’

Hoe gevaarlijk zijn de Moslimbroeders?

In het Westen wordt de voorkeur van veel Egyptenaren voor de Moslimbroeders vaak gezien als bewijs dat de bevolking nog niet ‘klaar’ is voor democratie. Maar de gewone Egyptenaar heeft goed over zijn keuze nagedacht, zo blijkt uit een bezoek aan het land.

Medium rtr2vna6

CAÏRO - Rhoda is het meest zuidelijke van de twee Nijl-eilanden die Caïro rijk is. In de negentiende eeuw woonden hier pasja’s in weelderige residenties te midden van exotische tuinen. Hun paleizen staan er nog steeds, maar worden tegenwoordig ingeklemd door vervallen appartementencomplexen en het alomtegenwoordige caïreense verkeer. Ook aan het hoofdkantoor van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid, de politieke tak van de Moslimbroederschap, is niet af te zien dat hier een van de rijkste partijen van het land zetelt. Buiten hangt een smoezelige lichtbak met het logo, een vogel en een weegschaal, waarmee de Egyptische kiezer de afgelopen twee maanden is doodgegooid. Er is geen receptie op de begane grond, alleen een kleine deuropening met daarachter een smal trapje omhoog. Zou hier nou dat legendarische perscentrum zitten dat volgens journalisten een oase van efficiëntie is vergeleken met die van de andere nieuwe partijen?
Voordat ik de trap op kan, moet ik eerst een delegatie strak in het pak gestoken westerlingen voor laten gaan die buiten in een geblindeerde Mercedes verdwijnt. Boven aangekomen blijkt dat ik precies tijdens het middaggebed binnenval. Als ik de deur open ligt de volledige persafdeling op de grond geknield richting Mekka. Tarek Farahat, een vriendelijke man met een ringbaadje, excuseert zich. Een verdieping lager wil hij me wel even te woord staan. ‘Sorry dat we de afgelopen weken zo moeilijk bereikbaar waren, maar het was nogal hectisch. We houden de pers graag te vriend. Ik heb liever dat ze ons verhaal aanhoren dan dat ze maar wat verzinnen. Het Westen is nogal bang voor ons. Er bestaan veel misverstanden over de islam.’

Een half uur later verlaat ik het pand met een lijst namen, adressen en telefoonnummers. Nog diezelfde avond sta ik op het eerste verkiezingsevenement van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid in Mohandeseen, een relatief welvarende buurt in West-Caïro. Het is een vrolijke boel. Mannen, vrouwen en kinderen hebben een menselijke ketting gevormd rond een enorm verkeerseiland op het Mustafa Mahmoudplein. Ze zwaaien met vlaggen van hun partij en delen folders uit aan de automobilisten die stapvoets rond het eiland rijden, wachtend tot de enorme verkeerschaos weer in beweging komt. De vrouwen dragen allemaal een hoofddoekje, bij de mannen is opvallend weinig gezichtsbeharing te zien. De meesten dragen een pak. Het tafereel doet denken aan een EO-jongerendag: blijmoedige burgers met een onwrikbaar vertrouwen in hun eigen geloof.

Toch hebben de Moslimbroeders over het algemeen weinig succes in wijken met welgestelde, hoogopgeleide bewoners. In Heliopolis, een vergelijkbare buurt in het noordoosten van de stad, raakten ze de twee zetels die ze met moeite onder Moebarak hadden verkregen in de eerste ronde kwijt aan de liberalen.
De persmedewerker van het evenement is ook hier bijzonder hulpvaardig. 'Heb je informatie nodig? Wil je een interview? Laat maar weten en ik regel het’, zegt hij olijk vanachter een montuurloos brilletje. Zacharias ('noem me maar Zack’) is nog maar een half jaar actief voor de partij en loopt over van enthousiasme, evenals Mohamed Zidan, de organisator van het evenement. Het electorale succes in de eerste ronde draagt ongetwijfeld bij aan hun stemming. Met een brede lach in zijn stoppelbaard vertelt Zidan dat de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid er voor iedereen is. 'We maken geen onderscheid tussen moslims en christenen. Uiteindelijk zijn we allemaal Egyptenaren, we ademen allemaal dezelfde lucht. Wij, de salafisten, de liberalen, wij zijn allemaal één. We moeten samenwerken om een nieuw Egypte te bouwen.’
Mooie woorden, maar dat belette zijn partij niet om analfabete kiezers door het hele land wijs te maken dat de liberale coalitie van het Egyptische Blok een stel atheïsten was. In een land waar 92 procent van de bevolking zichzelf als gelovig beschouwt, is dat de doodsteek voor elke politicus.

Dat is precies de reden waarom de liberale partijen in Egypte zo'n hekel aan de Moslimbroeders hebben. 'Ze zijn niet te vertrouwen. Ze laten zich altijd van hun beste kant zien, maar zodra je je omdraait planten ze een dolk in je rug’, zegt een jonge vrijwilliger van de Egyptische Sociaal-Democratische Partij, een van de drie partijen in het Egyptische Blok. Zijn collega denkt dat als de Moslimbroeders aan de macht komen het gedaan is met de democratie. 'Ze willen de maatschappij zeshonderd jaar terugdraaien’, zegt hij. 'Zeker als ze gaan samenwerken met de salafisten.’
De ideeën van deze andere grote verkiezingswinnaar boezemen veel mensen angst in, en niet zonder reden. Begin november stelde een salafistische sjeik dat 'Europese’ toiletten zondig waren, omdat mannen- en vrouwenbillen via de wc-bril indirect met elkaar in aanraking komen. Als het aan hem ligt worden hurktoiletten (een gat in de grond) verplicht voor elk huishouden. Een andere geestelijke wil een wet invoeren die vaders verbiedt om alleen thuis te zijn met hun volwassen dochters. Ze zouden wel eens in de verleiding kunnen komen. Abdel Moneim Al-Shahat, een van de vers gekozen parlementsleden voor Al Nour (Het Licht), wil alle oud-Egyptische kunst, die hij als afgoderij ziet, in was gieten. Maar de sterkste uitspraak komt van partijgenoot Ishak Al-Huweiny, die het economische verval van Egypte volledig wijt aan het moderne leven. Als Egypte net als in de tijd van Mohammed weer buurlanden binnenvalt, die vervolgens plundert en de bevolking als slaven mee terug neemt, komt het volgens hem weer helemaal goed. De salafisten haalden in de eerste ronde 24 en in de tweede ronde 28 procent van de stemmen. Daarmee zijn ze een aantrekkelijke coalitiepartner voor de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid geworden.
Wat verder bijdraagt aan het slechte imago van de Moslimbroeders onder revolutionairen is de januskop die ze sinds januari 2011 tonen. Zo lieten ze zich aan het begin van de opstand niet of nauwelijks zien. In het Westen werd dit over het algemeen als positief beschouwd, een teken dat de kans op een islamistische machtsovername niet zo groot was. Maar het tegenovergestelde was het geval. Terwijl op het Tahrirplein en in de gevangenissen honderden demonstranten stierven door de kogels, wapenstokken en martelpraktijken van het regime papten de Moslimbroeders achter de schermen aan met de machthebbers. Na de val van Moebarak werd dat de Opperste Raad voor de Strijdkrachten, een orgaan bestaande uit negentien generaals die onder de president prominente posities bekleedden. In feite is in Egypte het oude regime nog steeds aan de macht, minus Moebarak.

Aangezien de legerleiders wel wat steun onder de bevolking konden gebruiken, gooiden ze het op een akkoordje met de Broeders. Bij het referendum in maart vorig jaar, waarbij de bevolking mocht besluiten of ze de grondwet uit 1971 van dictator Anwar Sadat voorlopig wilde behouden, kregen ze alle ruimte om via hun scholen en gebedshuizen de uitslag naar hun hand te zetten. 77 procent van de bevolking stemde uiteindelijk voor, waarna de Broeders samen met de militaire top tientallen amendementen naar eigen goeddunken mochten toevoegen aan de bestaande grondwet.
Maar de relatie bekoelde halverwege november toen het leger aankondigde dat de nieuwe constitutie, op te tekenen na de huidige verkiezingen, seculier zou zijn. Dit gebeurde vlak nadat de krijgsmacht een bloedbad had aangericht bij een Koptische demonstratie. Aangenomen wordt dat ze zich voor het Westen willen voordoen als hoeders van de godsdienstvrijheid, om hun imago wat op te poetsen. Hierop gingen de Moslimbroeders en salafisten massaal de straat op om te protesteren tegen het voornemen. Liberale en linkse partijen, die helemaal van het militaire bestuur af wilden, sloten zich aan bij de demonstratie. Toen de boel echter uit de hand liep, nadat de strijdkrachten de volgende dag overgebleven actievoerders met geweld van het plein probeerden te verwijderen, trokken de Broeders zich snel weer terug. Met een grote overwinning binnen handbereik wilden ze niet riskeren dat de verkiezingen afgeblazen zouden worden.
Terwijl het internet bol stond van verontwaardiging over het meedogenloze optreden van de veiligheidstroepen, die meer dan veertig man om het leven brachten, besloten de Moslimbroeders zout in de wonden te strooien door niet het leger maar de demonstranten te veroordelen. En dat werd ze niet in dank afgenomen. In de laatste week voor de verkiezingen liepen veel gelovige twijfelaars over naar de liberale partijen.
Ook op de verkiezingsdagen lieten de Broeders zich niet van hun beste kant zien. Terwijl de reglementen duidelijk verboden om op de dag zelf nog campagne te voeren, stonden ze overal in het land met standjes naast de stemlokalen om analfabete kiezers te 'helpen’ bij het maken van hun keuze. Op de meeste plaatsen lieten de autoriteiten dit gewoon toe. In enkele gevallen kregen ze zelfs hulp en mochten ze de stroom van hun laptopjes uit de stemlokalen tappen.

HOE GAAN de Moslimbroeders dit goedpraten? Twee weken na mijn eerste bezoek reis ik wederom naar het hoofdkantoor, voor een interview met dr. Khaled Hanafi. Sinds de eerste verkiezingsronde bezet de 59-jarige arts een parlementszetel voor de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid en mag hij namens hen het woord voeren. Bij het handen schudden lijkt hij zo van een van de talloze verkiezingsposters gestapt te zijn die de laatste weken door de hele stad hingen. Net als bijna alle mannelijke kandidaten draagt hij een net pak, heeft hij kort, grijzend haar, een strak getrimd baardje en een zalvende glimlach op zijn gezicht.
Dr. Hanafi ontkent stellig dat zijn partij een verbond heeft gesloten met het leger. 'Het is niet zo dat we altijd op één lijn zitten. Toen de Opperste Raad voor de Strijdkrachten aankondigde voor onbepaalde tijd te willen blijven zitten, zijn we meteen de straat op gegaan en daarna nog verschillende malen. Maar bij het referendum stonden we inderdaad aan dezelfde kant. Een overwinning voor de ja-stemmers zou betekenen dat er snel verkiezingen zouden komen en de stabiliteit terug zou keren.’

Maar waarom kozen ze in november dan de kant van het leger, dat vreedzaam betogende burgers om het leven bracht? 'Als je wilt protesteren moet je wel een goede reden hebben. Demonstraties onderbreken de dagelijkse gang van zaken en veel mensen hebben er last van.’ Op de tegenwerping dat een bloedbad van het leger toch een legitieme reden was om te demonstreren, begint hij ongemakkelijk aan zijn ooglid te trekken. 'Dat heeft het leger niet gedaan. Er was een onbekende partij bij betrokken die als doel heeft chaos te creëren.’
Ook aangaande het gedrag van zijn partij tijdens de verkiezingen gaat de politicus in de ontkenningsmodus. 'Heb je het zelf gezien dan?’ vraagt hij. Ik beaam dat ik het met eigen ogen heb gezien, bij alledrie de stemlokalen die ik die dag bezocht. 'Dat waren incidenten’, werpt hij tegen. 'Er zijn tienduizenden stemlokalen door het hele land.’ Doordat het leger geen internationale inspectie toeliet, kwam het toezicht op de verkiezingen terecht bij een relatief klein aantal vrijwilligers. Ook zij meldden vanuit het hele land onoorbaar gedrag van de Moslimbroeders.
Volgens het parlementslid is de westerse angst voor de Moslimbroederschap onterecht. 'Wie met ons praat weet dat we niets te verbergen hebben.’ Dat laatste is nog maar de vraag, maar het klopt dat de organisatie vaak verkeerd wordt afgeschilderd. De media duiken steevast terreurdaden van de Moslimbroeders op uit het verleden. Ook wordt keer op keer gemeld dat sommige leden van Hezbollah en Hamas voormalige Broeders zijn. De implicatie is duidelijk: als ze aan de macht komen, dan staat het voortbestaan van Israël op het spel en kan het Westen enige vorm van invloed in Egypte wel vergeten. Een islamitische machtsovername zou Amerika nooit tolereren.

WIE NAAR de geschiedenis van de Moslimbroeders kijkt, ziet dat hun doelstellingen een product zijn van situaties die in de loop van de tijd veranderden. De organisatie werd in 1928 opgericht door Hassan Al-Banna. Egypte was in die tijd een protectoraat van Engeland, dat het land misbruikte als katoenplantage voor de eigen textielindustrie en daarnaast het Suezkanaal had ingenomen. Al-Banna werkte als leraar in Ismalia, waar ook de Suez Canal Company was gevestigd. Hij zag dat alle belangrijke functies in de stad bekleed werden door Europeanen, die zich van de islamitische zeden en gebruiken niets aantrokken. De Egyptenaren zelf waren arm, ongeschoold en hadden de slechtste baantjes, alsof ze gastarbeiders in eigen land waren. Door middel van scholing en liefdadigheid probeerde Al-Banna het lot van zijn landgenoten te verbeteren en de islam in zijn waarde te herstellen. De antiwesterse retoriek die hiermee gepaard ging, hield rechtstreeks verband met de Britse bezetting.

Zo'n 25 jaar later was de Moslimbroederschap een belangrijke politieke factor geworden. Gamal Abdel Nasser, de eerste dictator van het land, meende de Broeders met tienduizenden tegelijk gevangen te moeten zetten om zijn machtspositie te behouden. Overgebleven kopstukken werden geliquideerd of op andere manieren monddood gemaakt. Nassers meedogenloze vervolging radicaliseerde een hele generatie Broeders, die terugsloegen met aanslagen op hoge ambtenaren uit Nassers bewind. Hun haat voor de president was zo groot dat ze in 1966 zelfs banden aanknoopten met de CIA, om de mogelijkheid te bespreken van een staatsgreep, die door hen uitgevoerd zou moeten worden. Dat dit zou inhouden dat ze na de machtsovername een pro-Amerikaanse politiek zouden moeten voeren, was kennelijk geen probleem.
Begin jaren zeventig zwoer de organisatie het geweld af en liet Nassers opvolger Anwar Sadat veel Moslimbroeders vrij. Terwijl andere bewegingen doorgingen met aanslagen plegen, kregen de Moslimbroeders langzaam maar zeker een voet tussen de deur bij de regering. Sinds 1984 maken ze deel uit van het parlement, waar ze met een conservatieve agenda hun stempel wisten te drukken op verschillende wetten. In 2005 wonnen individuele kandidaten van het genootschap maar liefst twintig procent van de zetels, hoewel ze als politieke partij verboden waren. Om herhaling te voorkomen zette het regime bij de verkiezingen van 2010 de Broeders weer en masse gevangen en werd de uitslag naar de hand van de machthebbers gezet. Maar dat bleek een vergissing. Moebaraks laatste verkiezingsfraude werd een van de belangrijkste aanleidingen voor de revolutie, die een paar maanden later tot zijn val leidde.

Anno 2012 is de Moslimbroederschap een invloedrijke, welvarende organisatie met zakelijke belangen en afdelingen over de hele wereld. Door Amerika tegen zich in het harnas te jagen zouden ze veel op het spel zetten. En in Amerika zijn ze zich daar goed van bewust. 'De Moslimbroeders hebben twee gezichten’, zegt Ammar Ali Hassan. De politicoloog is een dagelijkse gast op On TV, een van de nieuwe politieke tv-zenders die Egypte sinds de revolutie rijk is. 'Het ene is anti-imperialistisch en dient om hun achterban te paaien. Het andere is kapitalistisch en wil de Verenigde Staten graag te vriend houden. Al in de tijd van Moebarak kwamen de Broeders er regelmatig op bezoek.’
Sinds de val van de dictator zijn die banden flink aangetrokken. In 2011 kwamen de Amerikanen drie keer langs, en daarbij stuurden ze niet de minsten. Begin december maakten de Moslimbroeders op hun website bekend dat John Kerry op visite was geweest. Onder een foto, waarop de voormalige presidentskandidaat gezellig keuvelt met partijleider Mohammed Morsi, stond dat de Broeders van plan zijn alle handels- en vredesverdragen gewoon te prolongeren als ze aan de macht komen.

Van persagent Tarek Farahat hoor ik later dat ze in diezelfde week half Europa op bezoek hebben gehad. Fransen, Zweden, Zwitsers, Spanjaarden, allemaal kwamen ze langs om de verkiezingswinnaars het hof te maken. Hoewel het aan de meeste westerse media voorbij ging, doet Amerika niet geheimzinnig over de ontmoetingen. In een reactie op een vergelijkbaar bezoek aan de Moslimbroederschap begin oktober meldde Hillary Clinton aan het Egyptische tv-station Al-Hayat dat haar regering bereid was samen te werken met 'elke partij die de mensenrechten en de grondbeginselen van de democratie respecteert’.

Maar ook wie dat niet doet kan gewoon zaken doen met Amerika. Fundamentalistisch of niet, zolang er geld verdiend kan worden doet men niet moeilijk. Sinds Saoedische vorsten in de jaren twintig contact zochten met Amerikaanse oliemaatschappijen om voor hen boringen uit te voeren, is Saoedi-Arabië een van de belangrijkste olieleveranciers van de Verenigde Staten. Dat vrouwen er zonder mannelijke begeleiding de straat niet op mogen, geen auto mogen rijden, homo’s hun leven niet zeker zijn, op overspel steniging staat en op diefstal hand afhakken, is voor Amerika nooit een probleem geweest. Ruim een jaar geleden maakte de regering van Barack Obama bekend dat ze de komende tien jaar voor zestig miljard dollar aan wapens gaat leveren aan de oliestaat, een van de grootste wapendeals uit de geschiedenis.
'Ook Amerika heeft twee gezichten’, zegt Ammar Ali Hassan. 'Het bekommert zich in theorie om democratie, vrijheid en mensenrechten. Maar de ware belangen krijgen altijd voorrang, zoals olietoevoer, Israël, terrorismebestrijding en vrije doorvaart door het Suezkanaal. Zolang de Moslimbroeders die zaken kunnen waarborgen, mogen ze verder doen wat ze willen.’

Medium rtr2v7xm

DE MOSLIMBROEDERS hebben de overwinning in de eerste drie rondes van de verkiezingen te danken aan hun populariteit onder de bevolking. Zelfs hun vijanden zijn het erover eens dat hun gedrag op de verkiezingsdagen hooguit een paar procent aan extra stemmen heeft opgeleverd. Dankzij hun scholen, ziekenhuizen en liefdadigheidsinstellingen door het hele land kunnen ze doelgroepen bereiken waar andere partijen alleen maar van kunnen dromen.
Maar dat is niet de enige reden. Voor veel kiezers is de islam de enige ideologie waarop ze nog kunnen vertrouwen. De drie sterke mannen die het land tot dusverre regeerden, deden dat allen vanuit een andere visie. Nasser was een socialist, Sadat een kapitalist en Moebaraks Nationale Democratische Partij was in naam liberaal. Allen beloofden ze een einde te maken aan de armoede en de welvaart gelijk te verdelen onder alle Egyptenaren. In feite waren ze alledrie slechts bezig hun eigen zakken te vullen. Hoe goed de intenties van de nieuwe linkse en liberale partijen ook mogen zijn, ze dragen de last van het verleden mee. De enigen die al die tijd wel over de brug kwamen, waren de Moslimbroeders. En daar plukken ze nu de vruchten van, met een trouw electoraat.

Maar wie zijn dat eigenlijk? De uitslag wijst erop dat niet alleen armen en analfabeten op de Moslimbroeders hebben gestemd. Voor mijn tweede campagnebezoek besluit ik een kijkje buiten de hoofdstad te nemen, waar de Broeders van oudsher de meeste aanhang hebben. Met zijn kleine half miljoen inwoners in de noordelijke Nijldelta is Tanta misschien niet wat wij als platteland zouden beschouwen, maar vergeleken met Caïro is hier nog duidelijker te zien hoe de dictatuur sinds 1952 heeft huisgehouden. Vervoer vindt nog gedeeltelijk per ezel plaats en in de slechtste wijken ligt het vuilnis metershoog aan weerszijden van de hobbelige, onverharde straten opgestapeld. Ratten kruipen er met tientallen tegelijk doorheen. Hier wonen de mensen die zestig jaar lang door het regime in de steek zijn gelaten.
Mijn gids is Mohamed Maysara, een 24-jarige in Caïro wonende ingenieur die in Tanta is geboren. Ook hij stemt op de Moslimbroeders. Niet alleen omdat hij religieus is, ook omdat er in zijn geboorteplaats weinig alternatief is. In de korte tijd die er was om partijen op te zetten, hebben de liberalen in dit soort uithoeken weinig geschikte mensen kunnen vinden die zich kandidaat wilden stellen. Vanavond wordt op het centrale plein een bijeenkomst van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid gehouden in een enorme feesttent. Op een podium zitten de kandidaten die zo gaan spreken. De tent zit nokvol met lokaal publiek. Hier zijn weliswaar meer niqaabs en baarden te zien dan in Caïro, maar het publiek is van alle rangen en standen. Mannen zitten gescheiden van de vrouwen, die allen vriendelijk aangeven mij liever niet te woord te staan.

'Van alle partijen zijn zij de enige met regeerervaring’, zegt Mohamed Abdel Nabi, een boer uit de directe omgeving van Tanta. 'Ik heb zelf gezien wat ze allemaal voor de bevolking doen. Ik weet dat mijn stem bij hen in goede handen is.’ Maher Kandil, een andere boer, vult hem aan: 'In mijn dorp hebben ze een ziekenhuis gebouwd en gezorgd dat er schoon drinkwater kwam.’ Ahmed Al-Ghar, professor aan de tandheelkundige faculteit van de Universiteit van Tanta: 'Ze doen wat de regering eigenlijk zou moeten doen. Ze bekommeren zich om weduwen en zorgen ervoor dat hun kinderen naar school kunnen. Ze helpen de mensen die het bewind links laat liggen in hun eigen ziekenhuizen, ook als ze geen geld hebben.’ 'Ze zorgen voor brood, huisvesting, kleding en werk’, zegt Medhat Ge'eissa, ingenieur bij een bouwbedrijf.
Behalve hun politieke ervaring en hun zorg voor de bevolking blijkt ook hun geloofwaardigheid een belangrijke reden om voor de Moslimbroeders te kiezen. 'Ze zijn tachtig jaar lang door de machthebbers tegengewerkt en hebben altijd voet bij stuk gehouden. Ik heb respect voor ze en vertrouw ze’, zegt een medewerker van de belastingdienst.

DEZE MENSEN spreken uit ervaring en lijken over hun keuze te hebben nagedacht. Toch wordt de Egyptische voorkeur voor de Moslimbroeders in het Westen vaak gezien als een bewijs dat de bevolking nog niet 'klaar’ is voor democratie. Het Westen ziet liever geen islamisten aan het roer. Islam en democratie, zo klinkt het vaak, gaan nu eenmaal niet samen.
Wordt Egypte straks daadwerkelijk een religieuze dictatuur? In het verkiezingsprogramma van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid staat dat ze een op de islam gebaseerde maatschappij willen. Wat houdt dat precies in? Volgens dr. Khaled Hanafi maakt de islam geen onderscheid tussen politiek en religie, ze zijn één en hetzelfde. 'Wij halen onze politieke grondslagen uit de islam. Je kunt ze niet scheiden, zoals in Europa. Maar dat wil niet zeggen dat we een theocratie voor ogen hebben, zoals in Iran. Wij houden vast aan democratische principes. Als de kiezers niet tevreden zijn met een partij of president, dan moeten ze weer van hem af kunnen.’
Over de vrees van liberale partijen dat de Broeders vrouwen gaan dwingen een hoofddoek te dragen, alcohol gaan verbieden en christenen zullen onderdrukken, zegt de arts: 'De islam respecteert de persoonlijke keuzes van mensen. Je mag dragen, eten, drinken en zeggen wat je wilt. Maar we staan wel achter ons gedachtegoed. Dat zullen we gaan promoten, maar we zullen de mensen nooit iets opdringen.’

MOAZ Abdel Kareem is ex-lid van de Moslimbroeders. Op zijn verzoek spreken we een dag later af in het Semiramis, een vijfsterrenhotel aan de oever van de Nijl. Na een half uur wachten komt er een vlotte jongeman met een hoornen brilletje en een lange wollen jas de lobby binnenlopen. 'Eigenlijk ben ik mijn hele leven lid geweest van de Moslimbroederschap’, zegt de 28-jarige apotheker als we hebben plaatsgenomen aan een tafeltje met uitzicht op het water. 'Mijn ouders waren dat ook. Ik deed vanaf mijn vijfde jaar mee aan liefdadigheidswerk en festiviteiten. Vanaf mijn zestiende woonde ik vergaderingen bij en na mijn afstuderen werd ik medewerker van de pr-afdeling. Als actief lid van de jeugdafdeling sprak ik wekelijks met de kaderleden.’

Maar waarom is hij er dan uitgestapt? Moaz: 'De leiding bestaat uit oude mannen van wie velen in de gevangenis hebben gezeten. Het regime is er in de loop der jaren in geslaagd hen te temmen. Ze willen wel verandering, maar heel langzaam. De jeugdafdeling wilde, net als de rest van de jonge Egyptenaren, een revolutie. Na het aftreden van Moebarak zouden wij meer inspraak krijgen, maar zelfs over de kleinste beslissing moest de leiding minimaal een week nadenken. Alles moest volgens de interne richtlijnen van de organisatie lopen, we kwamen geen millimeter vooruit.’
Uit onvrede met de oude garde sloot een groot deel van de voormalige jeugdafdeling zich aan bij de Egyptische Stroom, een nieuwe politieke partij waarin ook veel seculiere revolutionairen zitten. Sinds twee maanden heeft ook Moaz zich bij hen gevoegd en dat betekende dat hij geen lid meer mocht zijn van de Broederschap.
Hoe denkt Moaz over de huiver die het Westen heeft voor zijn voormalige partijgenoten? 'Het is een organisatie voor moslims’, zegt hij. 'Ze hebben geen ambitie om andersdenkenden iets op te dringen. De bevolking zal dat ook nooit accepteren, zeker niet nu ze net van Moebarak af zijn. De Moslimbroeders weten dat heel goed.’

Cynici brengen daar tegenin dat de bevolking van Iran evenmin zat te wachten op een islamitisch regime, maar daar nu wel mee opgescheept zit. Toch gaat die vergelijking niet helemaal op. Ayatollah Khomeini werd bijna unaniem door het volk gesteund. Zelfs seculiere liberalen zagen hem als de man die Iran van het repressieve bewind van de sjah kon bevrijden. Zo'n status hebben de Moslimbroeders niet. Toen Khomeini de macht greep, deserteerden de soldaten in groten getale en stond de legerleiding machteloos. Na tien dagen moesten ze zich overgeven. Daarna stemde de bevolking in een referendum massaal voor een islamitische republiek, al wisten ze niet goed wat dat precies inhield. Kort daarop kreeg de geestelijk leider beschikking over milities om de islamitische leefregels aan zijn onderdanen op te leggen. Ook dat staat volgens Moaz haaks op de situatie in zijn land. 'De Moslimbroeders hebben geen militante tak en het leger staat recht tegenover ze. Ook zij zullen een islamitische staat nooit accepteren. Zelfs al zouden de Broeders het willen, ze maken geen schijn van kans.’

Ook niet als ze gaan samenwerken met de andere grote islamistische winnaar? 'De salafisten zijn concurrenten van de Moslimbroeders op het religieuze vlak. Het zijn geen vrienden. De Broederschap heeft veel politieke ervaring, ze kunnen compromissen sluiten en deals maken. De salafisten komen net kijken. Ze komen met krankzinnige plannen die niet eens grondwettelijk zijn. Ik zie het niet zo snel gebeuren.’
Voordat de Moslimbroeders enige invloed krijgen, moet eerst het leger nog aftreden. En het ziet er niet naar uit dat het dat vrijwillig zal doen. Met een aandeel in de Egyptische economie van naar schatting veertig procent hebben ze veel te verliezen. Terwijl de verkiezingen nog bezig zijn, proberen ze de macht van het parlement al te beknotten. Ook hebben ze het afgelopen jaar laten zien niet onder de indruk te zijn van een groepje demonstranten. Wie zijn mond durft open te doen wordt gevangen gezet, gemarteld of gedood. Wil de harde kern van de revolutionairen, die slechts een fractie van de bevolking vormt, de strijdkrachten op de knieën krijgen, dan zullen ze de hulp nodig hebben van een sterkere partij. De kans is groot dat de Moslimbroeders voor hen de kolen uit het vuur moeten halen.

'Vroeg of laat zal het tot een confrontatie komen’, zegt Moaz. 'Ze zullen de macht opeisen die het volk hun gegeven heeft.’ De weigering van de Broederschap om deel te nemen aan de civiele raad, die is opgezet door de militaire top, lijkt een teken dat ze, gesterkt door hun electorale succes, een conflict met het leger niet langer uit de weg gaan. De raad, die uit vertegenwoordigers van verschillende bevolkingsgroepen bestaat, heeft in theorie de taak om het leger van advies te dienen. Maar velen zien de raad als een orgaan waarmee de legertop buiten het parlement invloed wil blijven uitoefenen.

WAT HET WESTEN ook mag denken, de Moslimbroederschap lijkt de enige partij te zijn die het land aan een democratie kan helpen. Maar wat gaan ze doen als het leger weigert de macht over te dragen? 'Dan zullen we ze moeten dwingen’, zegt dr. Khaled Hanafi. 'Dat zal op vreedzame wijze gebeuren, net als de revolutie. Dan gaan we met z'n allen de straat op.’ Hij moet lachen om dat laatste. Hij vertrouwt erop dat het leger de macht netjes zal afstaan. Hij heeft een achterban van minstens twintig miljoen mensen.

Aan de vooravond van de verkiezingen weet een jonge vrouw op het Tahrirplein de situatie in Egypte treffend te verwoorden. 'Ik word helemaal gek van die westerse obsessie met de Moslimbroeders. Omdat ik geen hoofddoek draag en Engels spreek, komen journalisten altijd op mij af. En altijd komen ze weer met dezelfde vragen: ben je niet bang voor de Moslimbroeders? Ben je niet bang dat je zo meteen een hoofddoek moet dragen? Nee, we hebben wel grotere problemen aan ons hoofd. Zolang het leger blijft zitten, zal er geen werkende democratie zijn. Zodra we dat wel hebben en de Broeders komen aan de macht? Geen probleem. Als ze het verknallen worden ze er vanzelf op afgerekend. En dan zijn we er na vier jaar gewoon weer van af.’


Beeld: (1) Aanhangers van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid van het Moslimbroederschap houden een mars om Hamas leider Ismail Haniyeh te verwelkomen, 26 december 2011 (Mohamed Abd El-Ghany/Reuters). (2) Posters voor de Salafi partij Al-Nour en de Moslimbroederschap’s Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid bij een stembureau in Beheira (Amr Abdallah Dalsh/Reuters).