Hoe groen was mijn weide… het milieu van kok eerst grijs en zwart, dan groen

Vorige week, in de affaire-Zestienhoven, heeft de PvdA haar milieugezicht getoond. Het bleek vaal groen te zijn. De partij lijkt nog altijd uit te gaan van een onoverbrugbare kloof tussen milieu en werk. ‘En ik kies voor de werk gelegenheid’, liet Kok weten. Economie en milieu, het zou thema nummer een van de verkiezingen moeten zijn. Maar waar blijft het debat?

De PvdA, aldus het verkiezingsprogramma, vindt dat er de komende vier jaar een maatschappelijke discussie moet komen over een duurzame economie. Een discussie onder leiding van de minister-president. Het is op het eerste gezicht een lachwekkende suggestie, ruim vier jaar nadat alle partijen het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ kritiekloos omarmden. Vier jaar ook nadat het kabinet in de regeringsverklaring stelde dat er een 'structurele verandering van produktie- en consumptiepatronen’ nodig is en nadat zowel het kabinet als bijvoorbeeld de Ser verklaarden dat milieu belangrijker is dan economische groei. Maar misschien kan zo'n discussie toch geen kwaad, gezien alleen al de chaos bij de sociaal-democraten zelve op het moment dat er over een zinloos vliegveld moest worden besloten.
Het was een weinig verheffend schouwspel. PvdA-staatssecretaris Simons die in het kabinet voor een Rotterdams vliegveld is, maar als lijsttrekker in Rotterdam tegen. PvdA-burgemeester Peper van Rotterdam die zich bediende van oudbakken retoriek 'Dan moeten we bij de grenzen de gordijnen sluiten’ om zijn woede over het afblazen van het vliegveld kracht bij de te zetten. Overigens is Nederland soms iets te kies in het buiten beschouwing laten van de privesituatie van politici en bestuurders. Want is Peper niet, meer dan PvdA'er, de partner van Neelie Kroes? Kroes die weliswaar ooit even bekeerd heette voor het milieu, maar inmiddels weer, zoals het een ex-minister van Verkeer en Waterstaat betaamt, slechts een droom heeft: het volplempen van Nederland met vliegvelden, Betuwelijnen en wegen in het kader van 'Nederland distributieland’.
De affaire-Zestienhoven draagt niet bij tot het vertrouwen in de politiek, zo in de aanloop tot de verkiezingen. Maar fundamenteler was toch de uitspraak van Wim Kok dat hij in het geval van Zestienhoven de werkgelegenheid liet prevaleren boven het milieu. Waar vrijwel alle (milieu)economen inmiddels beweren dat werk en milieu niet met elkaar in tegenspraak zijn, zette Kok ze weer als tegenstelling op de politieke agenda. 'Ik kies voor de werkgelegenheid’, sprak hij ferm. Waarmee is gezegd dat degenen die het milieu vooropstellen dus niet kiezen voor werkgelegenheid. Hij bewijst daarmee niet alleen het milieu een slechte dienst, maar ook zijn eigen partij. De achterban van de partij wil immers allebei. Waar CDA en VVD zonder electoraal gevaar economische groei voorop kunnen stellen, en D66 en GroenLinks beide kiezen voor het dusdanig inrichten van de samenleving dat milieu en werkgelegenheid samengaan, heeft de PvdA zichzelf opgezadeld met een ouderwets en funest dilemma. Daarmee kan het prijsschieten op de sociaal-democraten weer beginnen, want hoe de partij ook kiest, het is altijd fout.
Terwijl er juist in het geval van Zestienhoven geen enkele reden was om de keuze te kenschetsen als een tussen milieu en werkgelegenheid. Sterker nog: het was een gelegenheid bij uitstek om te laten zien dat de twee goed te combineren zijn en dat de PvdA die twee ook weet te combineren. De tegenstanders van een vliegveld bij Rotterdam laten zich misschien leiden door milieu-argumenten, maar ze kiezen vooral voor de bouw van (grote) woningen die zorgen voor extra koopkracht in het gebied en daarmee voor werkgelegenheid. (En daarmee, kun je cynisch zeggen, misschien helemaal niet zo voor het milieu, maar dat is een tweede).
Bedoeld of niet, met zijn uitspraken naar aanleiding van Zestienhoven zet Kok tevens de toon ten opzichte van D66. Nu D66 zich, met de aanscherpingen van het verkiezingsprogramma, nadrukkelijk profileert als een partij die het milieu serieus neemt, kan de PvdA twee dingen doen. Ze kan zich op haar beurt druk gaan maken over haar milieu-imago, of ze kan zich tegen D66 gaan afzetten door te wijzen op de tegenstelling tussen werkgelegenheid en milieu. Wim Kok lijkt zijn keuze al gemaakt te hebben en deed het programma van D66 ogenblikkelijk af als 'jongensdromen’. Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckmanstichting, noemt het 'reuze beroerd’ als de partij inderdaad de tegenstelling tussen milieu en werkgelegenheid nieuw leven gaat inblazen in een poging zich van D66 te onderscheiden. Maar de strijd is nog niet beslecht, zo bleek afgelopen vrijdag tijdens een vergadering van het PvdA-partijbestuur. Koks houding wordt hem door veel partijbestuurders niet in dank afgenomen.
Twee dagen daarvoor al vond een ware botsing van wereldbeelden plaats. Het was de woensdag na de dinsdag waarop de Tweede Kamer tegen alle verwachtingen in het kabinet terugfloot en daarmee waarschijnlijk de doodklap toebracht aan het Rotterdamse vliegveld. Die woensdag kwamen in de werkkamer van Wim Kok economen, gedeputeerden en milieubeschermers bijeen om met Kok te brainstormen over het dilemma milieu of economie. De brainstorm was al veel eerder belegd, maar kreeg extra scherpte en belang door de kwestie-Zestienhoven. Blijkbaar voelt Kok zelf ook aan dat hij wel wat extra scholing kan gebruiken. Hij is nu eenmaal van de generatie sociaal-democraten die het milieu alleen maar kent van horen zeggen, zo bleek ook toen hij onlangs bij de Amsterdamse zender AT5 een uur de tijd kreeg om interviewer Van Gogh te verleiden op de PvdA te gaan stemmen.
De aanwezigen die woensdagmiddag probeerden de PvdA-voorman ervan te overtuigen dat werk en milieu echt niet met elkaar in tegenspraak hoeven zijn, maar dat dit wel een andere inrichting van de samenleving vraagt. Een van de mensen rond de tafel was Hans van der Vlist, PvdA-milieugedeputeerde in Zuid-Holland. De volgende dag zou hij tijdens een symposium in Wageningen onomwonden stellen dat er bij veel grote projecten eigenlijk helemaal geen afweging tussen milieu en werkgelegenheid wordt gemaakt: de projecten worden er gewoon doorheen geramd.
Toch doet de verontwaardiging binnen en buiten de partij over Koks houding wat hypocriet en symbolisch aan. Of het moet zijn dat de discussie over Zestienhoven de milieugemoederen in de PvdA eindelijk heeft wakkergeschud. Want wat nu plotseling een discussie is, was de afgelopen jaren gewoon PvdA-beleid. Ongemerkt en nauwelijks bekritiseerd, zeker niet vanuit de eigen partij, keerde de PvdA de afgelopen jaren het milieu de rug toe. Wat een kleine vijf jaar geleden, op het hoogtepunt van de milieumode, zo mooi begon met de nota Honderd over groen, bleek vergeten zodra de werkloosheid begon op te lopen. De PvdA ging back to basics en greep in een angstige reflex terug op het bekende: werkgelegenheid cree"ren door grote infrastructurele projecten uit de grond te stampen: wegen, vliegvelden, spoorlijnen, havens. Want werk, dat zijn mannen die met cementzakken sjouwen. En daarmee spoorden de sociaal-democraten lekker met het CDA. Geen kwaad woord van de PvdA toen de Kamer afgelopen zomer beloot het jaarlijkse budget voor wegen met vijftig procent te verhogen. En zelfs geen 'aantekening’ van Alders toen het kabinet afgelopen december besloot dat Schiphol drie keer zo groot mag worden. Milieuhoogleraar Lucas Reijnders: 'Het is weer de tijd van het biefstuksocialisme. Alles wat op een stuk beton lijkt is weer fantastisch en goed voor de werkgelegenheid.'Van veel groter belang voor 'duurzame ontwikkeling’ dan de beslissing over Zestienhoven, was het kamerdebat dat op diezelfde dinsdag 8 februari plaatsvond over het Fonds Economische Structuurversterking. Een slaapverwekkende naam waarachter echter dertig miljard gulden schuilgaat. Geld dat de komende vijftien jaar beschikbaar komt door de verkoop van aardgas en van staatsbedrijven als de PTT. Het is op zichzelf al opmerkelijk: vlak voor het einde van de rit wil het kabinet wettelijk vastleggen waar regeringen tot aan het jaar 2010 het grootste deel van de financie"le ruimte aan moeten besteden. Wat het kabinet betreft, met Andriessen en Kok in de hoofdrol, is het duidelijk: verkeer en vervoer. D66, GroenLinks en jawel de kleine rechtse partijen pleitten ervoor om het Fonds Economische Structuurversterking om te vormen tot een Fonds Duurzame Ontwikkeling, waarvan het geld wordt besteed aan investeringen die zowel de werkgelegenheid als het milieu ten goede komen. Onzin, vond Kok, en trouwens: ieder project in Nederland wordt toch getoetst op de milieu-effecten? Van de acht miljard die de komende jaren beschikbaar is, wordt, als het aan het kabinet ligt, 85 procent besteed aan verkeer en vervoer, de rest aan technologie en bodemsanering. De Kamer beslist 22 februari.
Wim Hafkamp, hoogleraar milieu-economie in Tilburg en adviseur van de PvdA op milieugebied, hekelt het huidige economische scenario. 'Op het moment dat de oppositie het in verband met dat fonds had over natuurbouw en energiebesparing, werd Kok boos en riep hij dat het hier om een infrastructuurfonds ging. Heel typerend. Alsof economische versterking alleen bestaat uit wegen en mainports. Als het je ernst is met duurzame ontwikkeling, heeft dat consequenties voor de aard van je infrastructuur, want die is allesbepalend voor de aard van de economische ontwikkeling. De infrastructuur waar men nu mee bezig is grijs en zwart, beton en asfalt stuurt de economie dus in de verkeerde richting.’
Veel van de grote infrastructurele projecten die op het programma staan, zijn louter prestigeprojecten, meent Hafkamp. Er is eerst een project, en vervolgens worden er diverse redenen verzonnen waarom dat project, of het nu Zestienhoven, de Betuwelijn of 'Nederland distributieland’ heet, er moet komen. Hafkamp: 'Ik ben natuurlijk de laatste om te zeggen dat er geen werkgelegenheid nodig is. Maar begin dan bij die werkgelegenheid en ga vervolgens kijken wat daarvoor de beste oplossingen zijn en niet andersom.’
De Betuwelijn vervoert in het jaar 2010 volgens de planning 29 miljoen ton van de totale 1100 miljoen ton die er tegen die tijd wordt verplaatst. Tel uit de milieuwinst. PvdA-gedeputeerde Hans van der Vlist van Zuid-Holland zei op het eerder genoemde symposium ook dat niemand nog weet of er ooit vracht over zal worden vervoerd, omdat de vervoerders de vrije keus houden en het vrachtverkeer geen strobreed in de weg wordt gelegd.
Voor een doeltreffend milieubeleid zijn vanuit de overheid twee dingen nodig: milieu moet een prijs krijgen en bij overheidsuitgaven moet duurzaamheid voorop staan. Dat laatste wordt eigenlijk alleen, en dan nog maar ten dele, erkend door D66 en GroenLinks. Over het eerste zijn alle partijen, tot en met de VVD aan toe, het eens. 'Ecologisering van de belastingen’ is het nieuwe toverwoord: minder belasting op arbeid, meer op vervuilende activiteiten en produkten. Doch volgens de meeste partijen, en zeker volgens het kabinet, kan het alleen in Europees verband. Die 'financiele ecologisering’ dreigt daarmee een alibi te worden om verder niks te doen. Het is immers de oplossing voor alle kwaad: als kerosine eenmaal duurder is, wordt er vanzelf minder gevlogen dus hoef je niet tegen de uitbreiding van Schiphol als zodanig te zijn. Geef het een prijs en de markt lost het wel op.
De afgelopen vier jaar heeft het kabinet, en daarmee de PvdA, van die 'financiele ecologisering’ niets gebrouwen. Het mislukken van het milieubeleid van dit kabinet wordt vaak geweten aan de zwakte van Alders en aan de macht van de drie CDA-ministers die hem voor de voeten lopen: Maij, Bukman en Andriessen. Maar het is Wim Kok die als minister van Financien de eerste zeggenschap heeft over die 'financiele prikkels’ waar zijn eigen partij zo enthousiast over is en die er de afgelopen vier jaar niet kwamen. En het was Kok die de door de commissie-Wolfson voorgestelde energieheffing torpedeerde en daarmee zijn collega Alders als een baksteen liet vallen. Hafkamp: 'Kok is van de generatie van de issue by issue-politici. Een paar jaar geleden kwam het milieu aanrollen en omarmden ze het, en nu is het weer voorbij. Dat geldt ook voor mensen als Peper en Van Thijn, en net zo goed voor bijvoorbeeld Braks.’
Het Centraal Planbureau berekende dat een beperkte energieheffing 15.000 tot 36.000 banen netto oplevert. Het CPB berekende ook dat het verkiezingsprogramma van GroenLinks de enige partij die er van uitgaat dat Nederland een energieheffing invoert zonder op de rest van Europa te wachten ongeveer evenveel banen oplevert als de programma’s van de andere partijen. Het was voor het eerst dat GroenLinks de plannen liet doorrekenen en de uitslag werd met angst en beven tegemoet gezien, maar nu de uitslag eenmaal positief is, dient het als het bewijs dat werkgelegenheid en milieu goed samengaan: door energie duurder te maken worden machines vervangen door mensen. Overigens zijn de 80.000 banen per jaar waar het CPB bij het GroenLinks- programma op uit kwam, lang niet alleen het gevolg van een energieheffing, maar ook van het stimuleren van deeltijdwerk. De meeste economen zijn het er inmiddels over eens dat er geen tegenstelling hoeft te zijn tussen milieu en werkgelegenheid, maar dat milieu en werkgelegenheid wel ten koste gaan van de koopkracht. Niet voor niets lanceerde CNV-voorzitter Westerlaken het plan om koopkrachtbeperking te verbinden aan investeren in milieu. Een plan dat van links tot rechts is omarmd, maar waarvan politiek en werkgevers in de praktijk alleen het eerste deel hebben opgepikt.
Toch is het gevaarlijk om milieubeleid altijd te koppelen aan het creeren van werkgelegenheid, vindt Pieter van Driel, schrijver van de studie Ecologische modernisering van de Wiardi Beckmanstichting. 'Door werkgelegenheid als voorwaarde te stellen maak je het milieubeleid uitermate kwetsbaar. Ik vind het ook irritant: bij maatregelen in bijvoorbeeld de gezondsheidszorg zeg je toch ook niet: we doen het alleen als het banen oplevert?’ Sommige bedrijven en bedrijfstakken zullen milieu-eisen aangrijpen om machines te vervangen door mensen, maar andere zullen hun machinepark dusdanig moderniseren dat ze niet alleen schoner zijn maar ook minder mensen nodig hebben.
De milieubeweging gaf de PvdA (en GroenLinks overigens ook) er een tijdje geleden van langs omdat er geen milieukundige kandidaten op de lijst staan. Het is op z'n minst opmerkelijk dat, behalve Alders, de drie mensen die het milieubeleid van de fractie volgens de PvdA moeten gaan trekken, allemaal economen zijn: Rick van der Ploeg, Ruud Vreeman en Ferd Crone, van wie zeker de eerste twee van milieu geen kaas hebben gegeten. Het bevestigt de door Van Driel geuite vrees dat het milieudebat louter in economische termen zal worden gevoerd. Overigens is het bij het CDA nog een veelvoud droeviger: Lubbers wist tijdens het verkiezingscongres niemand anders dan staatssecretaris Heerma te noemen als milieuman bij uitstek. Blijkbaar onder het motto: volkshuisvesting en milieu vallen onder een ministerie, dus zal hij wel eens van milieu hebben gehoord.
In diverse toekomstscenario’s constateert het CPB dat de grote energie- en mobiliteitsafhankelijkheid van de Nederlandse economie een bedreiging vormt. Een dergelijke constatering biedt een aanknopingspunt om de discussie die op dit moment volop woedt over de toekomst van de Nederlandse economie, te verbinden met de milieudiscussie. Maar degenen die op dit moment het economiedebat voeren, lijken van het woord milieu zelfs niet te hebben gehoord. Dat geldt voor de economen die in NRC Handelsblad discussieren, en dat geldt vooralsnog ook voor het 'nationale economiedebat’ dat minister Andriessen van Economische Zaken organiseert en dat eind maart moet uitmonden in een massale brainstorm van economen, sociale partners en EZ-topmensen in het Evoluon. Bij dit 'Koos Clintondebat’, zoals het ook wel wordt genoemd, wordt tot nu toe nog met geen woord over milieu gerept. Als het de PvdA ernst is met de maatschappelijke discussie over een 'Duurzame economie 2010’ zoals in het verkiezingsprogramma staat aangekondigd, zal ze reuze snel moeten zijn, want de economen zijn al bijna uitgediscussieerd.
En wordt het allemaal beter als straks D66, bijvoorbeeld samen met CDA en PvdA, deelneemt aan de regering? Dat is zeer de vraag. En niet alleen omdat het CDA in dat geval fors dwars zal liggen. Van Mierlo wijdde in zijn speech voor het afgelopen verkiezingscongres precies vier zinnen aan het milieu. Anders dan het gejuich over het 'milieucongres’ van D66 doet vermoeden, was het milieubeleid in het concept-verkiezingsprogramma van die partij ronduit slap te noemen. Het waren de leden die er een ruk naar groen aan gaven. En het is dus maar zeer de vraag in hoeverre Van Mierlo en de zijnen zich daar straks bij de formatiebesprekingen hard voor zullen maken. Het congres was nog niet eens afgelopen toen Van Mierlo al tegenover de camera’s verklaarde dat de eisen die het congres stelde misschien 'een gepasseerd station’ zijn en dat je natuurlijk altijd te maken hebt met 'geven en nemen’.
De twee keren dat D66 deelnam in het kabinet, blonk de partij in elk geval bepaald niet uit in milieuvriendelijkheid. Terlouw onderscheidde zich als minister van Economische Zaken vooral door het bouwen van overbodige en milieuvervuilende kolencentrales, Lambers-Hacquebord was een zeer gemiddelde staatssecretaris van Milieu, en Zeevalking legde zoals iedere minister van Verkeer en Waterstaat vooral wegen aan. Over de prominente D66'ers die rondzingen als mogelijke bestuurders Rinnooy Kan, Dik en Doctors van Leeuwen valt veel te zeggen, maar niet dat milieu in hun vocabulaire voorkomt.