Hoe hard rent de Jezuschristushagedis?

Bibi Dumon Tak, met tekeningen van Fleur van der Weel
Bibi’s bijzondere beestenboek
Querido, 86 blz., € 10,- (8+)

Kate Schlingemann, met illustraties van Eline van Lindenhuizen
Spindingen
Luister, 86 blz., € 19,90 (8+)

De kinderboekenweek begint dit jaar op 4 oktober, Werelddierendag, en heeft daarom als thema ‘De leeuw is los: boeken over dieren’. Dierenverhalen bestaan al zolang er literatuur bestaat. De Griekse dichter Aesopus was niet de eerste en niet de laatste die dieren in zijn fabels gebruikte om eigenaardige en hinderlijke menselijke gewoonten te becommentariëren. En nergens zijn dieren zo populair als in strips (Donald Duck, Rupert Bear, Heer Bommel) en kinderboeken. De wind in de wilgen van Kenneth Grahame, Beatrix Potters Peter Rabbit, Babar het olifantje van Jean de Brunhoff en Max Velthuis’ Kikker-_boeken zijn slechts enkele van de ontelbare dierenklassiekers voor kinderen.
In de meeste van die soms wat moralistische vertellingen, als ook in veel recente dierenverhalen, gedragen de dieren zich als mensen. Maar er zijn ook boeken waarin dieren, al dan niet pratend, zich als echte dieren gedragen: puur vanuit hun instinct. Het mooi vormgegeven en doordachte _Spindingen
van Kate Schlingemann is zo’n boek. In vijftien korte, licht filosofische verhalen die aan Toon Tellegens dierverhalen doen denken, vertelt Schlingemann over de alledaagse belevenissen van een spin. Als een echte spin in het web eist ze in ieder verhaal de hoofdrol op, met insecten als een horzel, lieveheersbeestje, sprinkhaan, pissebed en oorwurm als bijfiguren. Iedereen die te dicht langs het web vliegt, wordt door de gastvrije vrouw des huizes letterlijk en figuurlijk ingepakt. Dit leidt tot hilarische situaties en geestige dialogen.

‘Bleef het lieveheersbeestje ook eten?/ “Ik ben er toch,” zei het lieveheersbeestje gelaten, “dus waarom ook niet?”/ “Wat eten we eigenlijk” vroeg de horzel, die trek had gekregen./ Hij had wel zin in een stevig groen blaadje of een romig soepje. Maar de spin keek hem zo begerig aan dat hij er niet om durfde te vragen./ “Wat eet jij zoal?” vroeg het lieveheersbeestje aan de spin./ “Alles wat vliegt,” zei de spin.’

Schlingemann speelt niet alleen een heerlijk spel met de werkelijke eigenschappen van haar diverse ‘spindingen’, ook met woorden goochelt ze naar hartelust. Figuurlijk taalgebruik dat betrekking heeft op diergedrag neemt Schlingemann vaak zodanig letterlijk dat de dieren in haar spinsels van ‘raven die kunnen vliegen, maar vliegen die niet kunnen raven en spinnen die kunnen mieren, maar mieren die niet kunnen spinnen’ verstrikt raken en er ‘tureluurs’ van worden. De verfijnde, kleurrijke illustraties van Eline van Lindenhuizen versterken de humor van dit boek.

Bibi Dumon Tak, geprezen om haar literaire non-fictie voor kinderen (Het koeienboek) is de schrijfster van het kinderboekenweekgeschenk dit jaar. Samen met illustrator en grafisch vormgever Fleur van der Weel maakte ze daarnaast met Bibi’s bijzondere beestenboek een uniek boek waarin een veertigtal dieren op telkens een dubbele pagina wordt geportretteerd.

Dumon Tak brengt de gekste wetenswaardigheden te berde over bekende en minder bekende beesten als de prieelvogel, gekko, poolvos, vampier en de Jezuschristushagedis, die op twee poten rennend over het water wegvlucht van zijn vijand. De heldere, grappige en soms poëtische teksten maken dat je staat te kijken van de geheime schatten van het dierenrijk. Zo zijn Dumon Taks kwallen ‘sierlijk als zwevende parachuutjes’ en is haar mestkever een ‘wonderdropje’, want glimmend zwart en ‘schoonmaker, kok en tuinier tegelijk’. Het ‘lichtvoetige nachtballet’ van de vuurvliegjes wordt door Van der Weel simpel en suggestief weergegeven als oplichtende witte papiersnippertjes op een inktzwarte pagina: ‘Hun achterlijfjes gaan aan en uit. En dit is wat ze telkens willen zeggen: zie mij! zie mij! zie mij!’

Echte dingen zijn vaak raarder dan verzonnen dingen, schrijft Dumon Tak in haar portret van het zeepaardje. Spindingen en Bibi’s bijzondere beestenboek laten eens te meer zien dat taal en beeld verrassende, soms nieuwe betekenissen aan de werkelijkheid kunnen geven.