Van Jeruzalem naar Bouillion #19 Reizen is cijfers verzamelen

Hoe het Midden-Oosten inloopt op Europa

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof Ralf Bodelier een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. In deel 19: ‘Op een nachtelijk dakterras, omgeven door koepels en minaretten, moeten we het eens hebben over data, tabellen en grafieken.’

Op een dak in Edirne, in het meest westelijke deel van Turkije, kijk ik uit over koepels en minaretten. De zon is onder. Gebouwen kleuren donkerrood, geel en roze. De muezzin roept op tot het laatste gebed van de dag. Ergens in de oude stad klinkt muziek, ik hoor trommels en schalmeien. De klanken stemmen me melancholiek. In deze omgekeerde kruistocht is het wellicht de laatste keer dat ik deze weemoedige muziek hoor. Mijn volgende stop is ergens in Bulgarije, het land van rakia en turbofolk.

Nog voor ik het Midden-Oosten verlaat, wil ik spreken over data. Over ontwikkelingen in deze regio die je alleen ziet wanneer je cijfers, statistieken en tabellen bestudeert. Nu zijn berichten over cijfers en statistiek bepaald niet populair. En dat zijn ze al helemaal niet in reisverslagen. Die drijven doorgaans op beschrijvingen van exotische oorden, romantische bespiegelingen en particuliere ervaringen. Wanneer lezers ergens niet op zitten te wachten, dan is het wel op cijferfetisjisme, dorknoperij en Excel-sheets. En dat geldt niet alleen voor de lezers van reisverhalen.

Alle lezers houden meer van verhalen en ideeën. Verhalen verschaffen ons de mogelijkheid om met anderen mee te leven. Ideeën laten ons op een nieuwe manier naar de werkelijkheid kijken. Data zijn daarentegen abstract, onpersoonlijk en vaak lastig te begrijpen. Voor de weinige journalisten die zich wel op data oriënteren, is het vrijwel onmogelijk om tabellen en grafieken in de krant of op tv te krijgen. Laat staan dat iemand met een spreadsheet vol cijfers in een talkshow wordt uitgenodigd.

En daarmee zijn we er nog niet. Het probleem zit dieper. Omdat nogal wat journalisten alfa’s zijn, denken ze al snel dat cijfers en tabellen afleiden van waar het werkelijk om gaat. Data gaan over de ‘mensheid’, terwijl het in de journalistiek over ‘mensen’ moet gaan. En dan is er nog de vraag of al die cijfers wel te vertrouwen zijn. Wie kent hem immers niet, de uitspraak ‘er zijn leugens, grote leugens en statistieken’?

Ik waag er anders over te denken. Juist wanneer we ons een oordeel willen vormen over concrete mensen, ook in exotische regio’s als het Midden-Oosten, is niets zo verhelderend als tellen, rekenen en het analyseren van data. Terwijl een journalist van De Groene al snel schrijft over vluchtelingen, die van De Telegraaf over terroristen en Opzij over emanciperende vrouwen, geeft de statisticus iedereen dezelfde aandacht. Zonder aanzien des persoons turft hij zowel de arme als de rijke; de sloeber als de playboy; en de vrouw, de man als de transander. Hij richt zich niet alleen op de well-to-do of de slachtoffers van radicale islamisten. Ook beperkt hij zich niet tot mensen die het meest op televisie komen of die in een winkelstraat toevallig voorbij een cameraploeg lopen. Voor de statisticus zijn alle mensen gelijk.

Cijfers over inkomens, verkeersslachtoffers, levensverwachting of analfabetisme discrimineren niet. Wie geldige uitspraken wenst te doen over thema’s als armoede, onveiligheid, ongelijkheid of slachtoffers van klimaatverandering kan dus niet om data heen. Data laten niet alleen zien waar mensen het slechtst af zijn, wie het minst mee kan, wie het meest profiteert en wie het snelst vooruitgaat. Data tonen ook waar hulp nodig is en waar verandering het meest dringend is gewenst. Met behulp van data kunnen we vaststellen welke aanpak het beste werkt, waar we beter niet aan kunnen beginnen en waar we echt vanaf moeten. Niet alleen kennen data aan alle mensenlevens dezelfde waarde toe, ze verschaffen ons ook de mogelijkheid om oorzaken van ellende op het spoor te komen en er iets aan te doen. Tellen en rekenen, het instrumentarium van de boekhouder, zou de basis moeten vormen onder de verhalen en ideeën van elke intellectueel.

Dat alles overweeg ik omgeven door Ottomaanse architectuur en een vallende nacht in Edirne. De minaret is allang verstomd, de bruiloft gaat door. Nu zingt iemand een lied, begeleid door een luit. Klanken verwaaien over de daken. Er is applaus. Nog een kleine week, dan steek ik de Turks-Bulgaarse grens over. Dan verwissel ik de Oriënt voor de Occident, de islam voor het christendom, het Midden-Oosten voor de Europese Unie. Dan verlaat ik de regio die volgens velen bol staat van geweld, vrouwonvriendelijkheid en religieus extremisme voor de meest vredige, geëmancipeerde en geseculariseerde regio ter wereld.

Dát het Midden-Oosten het aflegt tegen Europa is evident. Juist een blik op data, kaarten en grafieken laat daar weinig twijfel over bestaan. Ik scroll door die van Our World in Data, de meest verhelderende verzameling aan onderbouwde cijfers van dit moment. Vergelijk op ourworldindata.org het Midden-Oosterse Turkije maar eens met het Europese Duitsland. Beide zijn grote, moderne en strak geleide staten, met elk zo’n 83 miljoen inwoners. Our World in Data biedt bijna vijfhonderd thema’s waarop we beide landen kunnen vergelijken, variërend van ‘Above-ground biomass in forest per hectare’ tot ‘Youth mortality rate’. At random pik ik er enkele uit.

Duitsland heeft acht ziekenhuisbedden per duizend mensen, Turkije heeft er nog geen drie. In Duitsland kunnen vrijwel alle vrouwen lezen, in Turkije is zeven procent van alle vrouwen nog analfabeet. Per honderdduizend Duitsers worden er 0,8 vermoord, per honderdduizend Turken zijn dat er 2,1. De gemiddelde Duitser gebruikt 0,2 hectare grond om zich van voedsel te voorzien, de gemiddelde Turk heeft er nog 0,5 hectare voor nodig.

Het aantal Turkse verkeersslachtoffers is dubbel zo hoog als het Duitse aantal. Turkije is eens zo corrupt als Duitsland. Duitsland kent volledige persvrijheid terwijl Turkije bungelt in de onderste regionen. In 2017 telde Duitsland 27 terroristische aanslagen; in Turkije waren het er 182. En dan heeft Duitsland ook nog eens tachtig procent meer ‘Above-ground biomass in forest per hectare’ terwijl de ‘Youth Mortality Rate’ in Duitsland drie keer zo laag is als in Turkije.

Het is zoeken naar onderwerpen waarop Turkije beter scoort dan Duitsland. Een van de weinige is de schade die het gebruik van alcohol en drugs aanricht. Een ander is het aantal depressies per hoofd van de bevolking, al lijkt Turkije snel op Duitsland in te lopen. Dat geldt ook voor de lagere uitstoot van CO2. Maar ook dit lijkt een kwestie van tijd. Terwijl de emissies in Duitsland beginnen af te nemen, stijgen ze in Turkije.

Al deze data verzamel ik op dit stille dakterras in Edirne. Vervolgens stap ik over de twijfel heen of ik deze deze data überhaupt wel op moet schrijven. Tijdens deze wandeling van Jeruzalem naar Bouillon staat mij immers iets voor ogen dat ik eerder doopte als ‘verlicht wandelen’. Een vorm van wandelen met, onder meer, veel aandacht voor het vergaren van kennis. Doorlopend verzamel en vergelijk ik daarom cijfers, waaronder die over Europa en het Midden-Oosten. Cijfers die ik in de beperktheid van deze blog heb teruggeschroefd tot data over Duitsland en Turkije.

Nu verschaffen cijfers ons niet alleen momentopnames van regio’s en landen, zij vertellen ons ook hoe deze regio’s en landen veranderen. Ja, wie zich, op een nachtelijk dak in Edirne, wat langer in data stort, merkt dat de verschillen tussen de Occident en Oriënt bepaald niet in beton zijn gegoten. Integendeel. De wereld van de islam en die van het christendom groeien naar elkaar toe. En het is vooral het Midden-Oosten dat verandert. Het is een verandering die sneller gaat dan we waarschijnlijk beseffen. Ik beperk me nog één keer tot Turkije en Duitsland.

Ja, Duitsland heeft bijna drie keer zoveel ziekenhuisbedden als Turkije. Maar in 1960 hadden de Duitsers er nog zes keer zoveel. Zeven procent van de Turkse vrouwen is analfabeet, in 1980 was dat nog vijftig procent. En vandaag is de ‘Youth Mortality Rate’ – het percentage kinderen en jongeren dat voor zijn vijftiende sterft – in Turkije nog drie keer zo hoog als in Duitsland. Maar in 1968 was dat percentage in Turkije nog zeven keer zo hoog. Bovendien stierf in het Turkije van 1968 nog één op de vijf jongeren, vandaag is dat één op de honderd. En dat zijn gigantische verbeteringen.

Nergens komt de vooruitgang zo helder aan de oppervlakte als in data over levensverwachting. Nergens zie je het afnemen van oorlogen, het verdwijnen van honger, de toenemende kwaliteit van onderwijs of de betere medische zorg zo duidelijk terug als juist in het aantal jaren dat een kind bij geboorte mag verwachten te leven.

Dat die levensverwachting in Duitsland tegenwoordig boven de 81 jaar ligt, zal niemand verbazen. Dat de levensverwachting in Turkije op ruim 78 jaar ligt en nog maar drie jaar lager is waarschijnlijk wel. Verbazingwekkender nog is dit: vlak na de Tweede Wereldoorlog was de levensverwachting in Duitsland 61 jaar. Sindsdien kregen de Duitsers er dus twintig jaar bij. In Turkije daarentegen was de levensverwachting op dat moment nog maar 33 jaar. De Turken kregen er dus 45 jaar bij. Het feit dat de Turkse levensverwachting zo enorm opliep, doet naar adem happen. Dat geldt ook voor het feit dat het verschil in levensverwachting tussen beide landen slonk van 28 jaar naar drie jaar. Enfin. Dat alles heet nu vooruitgang. En alleen data laten deze vooruitgang zien.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl