De PvdA is om

Hoe het «nee tenzij» van Wouter Bos toch «ja» werd

De PvdA is om. Anders dan Wouter Bos een paar maanden geleden voor-spelde, stemt de fractie toch in met voortzetting van de Nederlandse missie in Irak. Vier leden die vorig jaar tegen waren, hadden geen kans het tij te keren.

Toen de Tweede-Kamerleden van de PvdA afgelopen dinsdagmorgen hun fractiekamer binnengingen om de laatste keer te vergaderen over hun ja of nee tegen een langer verblijf van de Nederlandse soldaten in Irak, wisten ze dat in ieder geval twee van hen nee zouden blijven zeggen. Voor Godelieve van Heteren en Adri Duivesteijn was het een jaar geleden, toen ze over uitzending moesten beslissen, al nee. Dat was het dinsdagavond nog steeds. Maar omdat het er vlak voor het debat in de Kamer nog niet naar uitzag dat GroenLinks of SP met een motie zouden komen, konden ze hun mening alleen in eigen kring kwijt.

Lange tijd had het ernaar uitgezien dat de fractie, anders dan vorig jaar, het oordeel van deze twee nu zonder veel discussie wel zou volgen. In maart, vlak na de aanslagen in Madrid, liet PvdA-leider Wouter Bos weten dat het wat zijn partij betrof half juli afgelopen was met de Nederlandse militaire missie in Irak. Volgens Bos was dat standpunt overigens niet ingegeven door de bomaanslagen, wat hem door de oppositie juist werd verweten, maar was het een logisch gevolg van wat de PvdA in december had gezegd toen voor het eerst sprake was van een verlenging: we stemmen in met maximaal zes maanden, daarna is het echt afgelopen.

Maar Bos zei kort na ‘Madrid’ nog meer. Hij voegde aan zijn nee een tenzij toe, en bood daarmee een opening. In de Volkskrant verwoordde Bos dat «tenzij» toen zo: «Als er een volwaardig VN-mandaat is, valt wel degelijk met ons te praten over verlenging van militaire aanwezigheid.» In de NRC sprak hij van een «brede internationale coalitie onder VN-vlag die in Irak voor stabiliteit gaat zorgen», waarmee hij om een verbreding van de troepenmacht vroeg.

Volgens Duivesteijn bedoelde zijn partijleider in maart echt nee. «Maar de laatste weken is Wouter zijn tenzij tegengekomen. Dat ‹nee, tenzij› was mijns inziens dan ook een verkeerd uitgangspunt. Anderen zullen altijd proberen dat tenzij in te vullen.»

Wat Bos in maart niet verwachtte, gebeurde toch: er kwam een VN-mandaat waar ook de grote tegenstanders van de oorlog in Irak, zoals Frankrijk en Duitsland, zich in konden vinden. Ineens waren alle ogen weer gericht op de PvdA. Wat zou de grootste oppositiepartij doen?

Naar buiten toe hield de fractie het bij een formeel «nee, tenzij». De voorwaarden om in te stem men met een verlenging van de Nederlandse missie werden zelfs aangescherpt: acht maanden en niet langer; de garantie dat krijgsgevangenen niet meer worden gemarteld; de mogelijkheid voor Nederland zich tussentijds terug te trekken, en meer duidelijkheid over de commandostructuur van de troepenmacht in Irak.

Binnenskamers werd het nee echter langzaam maar zeker minder hard. Toen de fractie dinsdag aan haar vergadering begon, was al de voorspelling dat het «nee tenzij» een «ja mits» zou worden. De unanieme resolutie van de Veiligheidsraad bleek het keerpunt voor de overgrote meerderheid. Zij het onder voorwaarden. De einddatum dient vast te liggen. En de PvdA wil de troepen alsnog terugtrekken als de «morele crisis» in Irak aanhoudt en de missie «bijvoorbeeld door een tweede Abu Ghraib» de situatie niet stabiliseert maar juist «destabiliseert», aldus woordvoerder Bert Koenders dinsdag.

«Balkenende is heel erg op het tenzij van de PvdA ingegaan», verklaart Duivesteijn de omslag: «De fractie vindt dat, als de tenzij’s redelijk zijn ingevuld, wij als PvdA niet moeilijk moeten doen. Wij zijn toch maar Nederland, zeggen ze dan. Ze relativeren onze rol. Natuurlijk zijn wij maar een klein land, maar ik ben daar principiëler in. Als wij het debat niet voeren, wie dan wél?»

Daarmee is Duivesteijn bij de kern van zijn standpunt over Irak: «Nederland heeft zich vorig jaar in Irak gevoegd bij een bezettingsmacht. Daarmee zijn wij het verlengstuk geworden van de VS en Groot-Brittannië, die met hun inval in Irak de internationale rechtsorde hebben geschonden. De sociaal-democratie had zich daarvan moeten distantiëren. Wij, als PvdA, hadden de rol van die twee landen juist moeten problematiseren.» Dat is niet gebeurd.

Duivesteijn vindt dat er onzuiver wordt geredeneerd: «Er wordt steeds gezegd dat we daar meehelpen aan de opbouw van Irak. Maar ik vind dat we, doordat we daar vorig jaar naartoe gingen, juist meewerkten aan de afbraak van een wereldorde. Vanaf de Tweede Wereldoorlog is men met het creëren van een wereldorde bezig geweest. Hoe stroperig en traag het soms ook ging, je kunt vijftig jaar noeste arbeid niet zomaar verloren laten gaan. Als je vandaag toestaat dat de VS Irak binnenvallen, eigent morgen China zich het recht toe dat ook ergens in de wereld te doen, en overmorgen India.»

Ook Godelieve van Heteren vindt dat de discussie over Nederlandse troepen in Irak in wezen gaat over de wereldorde: «In de casus Irak komen alle grote thema’s van deze tijd naar voren. Wat voor wereldorde willen wij, eentje waarin een machtig land zomaar zijn gang kan gaan? Wie bepaalt eigenlijk de termen waarop we in de wereld met elkaar omgaan? Hoe zit het met de economie en de olie, wie heeft daar controle over? Is er sprake van een clash of civilizations? Zijn er culturele dominanties? Hoe zit het met de informatiecultuur, wat krijgen we wél en wat we niet te zien? Mag de leugen regeren?»

Dat de leugen in de casus Irak regeert, daar twijfelt Van Heteren niet aan: «We willen als gewone burgers natuurlijk graag geloven dat het in Irak ging om het verdrijven van de dictator. Maar het draait allemaal om iets anders: stroomt de olie uit het Midden-Oosten nog wel veilig naar het Westen? De VS hebben Irak als dreiging bedacht en er een ideologisch sausje overheen gegoten met als ingrediënten democratie en de strijd tegen terreur. De aanslagen op 11 september kwamen de VS daarom eigenlijk wel goed uit, om het maar eens cynisch te zeggen.»

Dat er nu wél een VN-resolutie ligt, is voor Duivesteijn noch Van Heteren een reden hun standpunt te herzien. «Ik ben op zich wel blij met de resolutie», zegt Duivesteijn. «Waar ik dacht dat de internationale rechtsorde werd afgebroken, blijkt de inval in Irak als een boemerang te hebben gewerkt. De VS zijn op hun knieën naar de Veiligheidsraad gegaan. Dat had ik vorig jaar niet voorzien. Ik vind dat op zich een geweldige winst. Maar er moet in Irak een nieuwe troepenmacht komen, met een nieuwe commandostructuur. Voor mij blijft het scharnierpunt dat Nederland vorig jaar de unilaterale inval in Irak heeft gelegitimeerd, en dat had wat mij betreft nooit mogen gebeuren.»

Ook Van Heteren vindt dat er een radicalere breuk met het recente verleden moet komen in Irak: «Als de VS daadwerkelijk hun troepen terugtrekken uit Irak, valt er met mij te praten, eerder niet. Niemand kan mij vertellen waarom de VS niet vrij snel zouden kunnen vertrekken. Dat voedt mijn wantrouwen. Volgens mij willen de VS hun vinger niet van die oliepijplijn halen; ze hebben geïnvesteerd, de meeste contracten worden afgesloten door Amerikaanse bedrijven, ze willen hun belangen daar wegslepen.»

Zo komt Van Heteren bij haar tweede grote punt waaraan voldaan zou moeten worden als de Nederlandse troepen in Irak blijven: de Irakezen moeten bij de opbouw van hun land het heft in eigen hand kunnen nemen: «Irak is geen derdewereldland. De Irakezen zijn hoog opgeleid, die kunnen zo aan de slag. Er moet een economie komen waarin de winsten naar de Iraakse bedrijven gaan en niet zoals nu naar de Amerikaanse.»

Toen Van Heteren vorige week voelde dat haar fractie ging neigen naar ja tegen de verlenging van de Nederlandse missie, schreef ze de notitie Het constructieve nee: «Natuurlijk heb ik een soort zendingsdrang. Ik wil, net als iedere politicus, mijn fractiegenoten meenemen in mijn argumentatie. Voor een groot deel zijn we het met elkaar eens. Maar de laatste stappen om bij nee uit te komen, zetten anderen niet. Ik ben cynischer als het gaat om bijvoorbeeld de rol van economische belangen in dit hele verhaal.»

Dat oogt als een serieus conflict in de boezem van de PvdA. Maar volgens Van Heteren is er geen sprake van verschillende kampen in de fractie: «We snappen elkaar. Ik vind ook dat de discussie dit keer veel beter wordt gevoerd dan vorig jaar. Dat komt deels door alles wat zich in Irak heeft voorgedaan, zoals de martelingen in de gevangenis. Boven dien zaten we vorig jaar nog maar net in de Kamer en zijn we nu beter ingevoerd. We zijn als kamerleden soms zo regionaal georiënteerd, bezig met het tunneltje in Sluiskil, en dan moeten we ineens praten over de VS, de economie en geostrategische posities; dat is dan een heel grote overgang. Het komt door Koenders dat de dilemma’s nu écht scherp bediscussieerd worden.»

De discussie in de PvdA-fractie ging dinsdag desondanks niet meer over de principiële vragen van Duivesteijn of Van Heteren over het legitimeren van een bezettingsmacht, het eigenmachtig optreden van de VS en de daadwerkelijke redenen achter de inval in Irak. Ter tafel lag de vraag of Nederland, nu het in Irak eenmaal zo ver is gekomen, daar moet blijven of niet. Volgens PvdA-kamerlid Diederik Samson stonden hij en zijn fractiegenoten voor een ongelooflijk dilemma: «Wat laat je achter als je weggaat? Helpt het de Irakezen als we blijven? Bij beide draait het om: wat betekent het voor Irak? Niemand weet het echte antwoord, omdat we niet in de toekomst kunnen kijken.»

Ook Samson stemde vorig jaar tegen het zenden van Nederlandse troepen. De vierde was Luuk Blom. Nu bleef Samson tot het laatste moment twijfelen, maar besloot uiteindelijk toch standvastig te blijven: «Voor mij is er het afgelopen jaar te veel gebeurd in Irak: de gruwelen in de Abu Ghraib-gevangenis, de gevechten in Najaf.» Samson wilde graag een daadwerkelijke verbreding van de troepenmacht, iets waar Bos in de NRC nog expliciet om had gevraagd. «Hoewel dat natuurlijk paradoxaal is, want als er ook anderen komen, kunnen wij weg», beseft Samson. «Ik had graag troepen uit Pakistan gezien, of uit Jordanië, al is dat vergezocht. Ik vind dat niet wij, westerse ongelovigen, daar de boel moeten bestieren. Dat moeten bloedbroeders doen. Dat is een stuk beter.»

Volgens Samson is het in de fractie geen discussie geweest tussen duiven en haviken. De fractie stemde dan weliswaar verdeeld, maar Duivesteijn vindt het onbelangrijk om te praten over fractiediscipline en dissidenten: «Dat is een kleinburgerlijke discussie. Bij Irak draait het om een mondiaal vraagstuk, zoals vele vraagstukken overigens mondiaal zijn, al zou je dat niet zeggen hier in de Haagse politiek.»