Nader bekeken

Hoe het voelt om mens te zijn

Medium schermafbeelding 2017 11 09 om 14.46.12
Beeld uit Snacken, David Lammers (2004)

De eerste Lira-scenarioprijs voor televisiedrama werd in 1993 uitgereikt. Door hoogte (nu vijftienduizend euro) en prestige was het meteen de belangrijkste. (Dat er nog altijd geen Gouden Kalf Beste tv-scenario is, is bizar: tv-drama wint het kwantitatief en kwalitatief al lang van de speelfilm.) Die eerste prijs was eenmalig bestemd voor een heel oeuvre – een soort ‘kampioen’ van alle drama voor 1993 (onmogelijk maar toch van belang voor de stiel). De jury kende hem toe aan Wim T. Schippers, waar enige moed voor nodig was. Moed die in het niet viel bij die van de VPRO, die Schippers zijn weerbarstige werk liet maken dat nergens ter wereld de televisie had kunnen halen. Tegelijk met die uitreiking ging een tweede traditie van start: de Lira-lezing. De primeur werd verzorgd door wijlen Alan Plater, grootheid van het Brits tv-drama, dat toen nog met kop en schouders boven gemiddeld Europees niveau uit stak. Hij benadrukte het belang van kunst: ‘Schilders tonen ons hoe de wereld eruitziet, componisten hoe ze klinkt en schrijvers hoe het voelt om mens te zijn.’ En net als u zegt: ‘grote woorden’, zegt Plater zelf dat dat wel erg verheven klinkt voor een lezing over tv-drama – mengeling immers van soap-, lach- en politieseries. Meestal troep toch? ‘Ja, het merendeel is troep, maar dat geldt op elk moment in de geschiedenis voor het meeste werk in elke kunstvorm. Het publiek moet een prijs betalen voor elke Shakespeare, Tsjechov en Ibsen: het moet stukken uitzitten van alle schrijvers die géén Shakespeare, Tsjechov of Ibsen zijn. Om in welk beloofd land dan ook te komen, moeten we door een uitgestrekte woestijn en wildernis trekken.’

Natuurlijk overdreef hij het kwaliteitsgebrek van tv-drama en wist hij ook wel dat onder het hooggebergte een middengebergte en heuvels bestaan (zijn eigen werk, zoals A Very British Coup bijvoorbeeld). Ik denk dat hij provocerend even meedeed met het toen zeker nog dominante dedain in kunstminnende kringen jegens televisie. Hij benadrukte bovendien hoe jong televisie en tv-drama waren. Nu, een kwart eeuw later, is zijn gelijk zonneklaar. Wie kan volhouden dat tv-drama geen kunstvorm is; dat er geen meesterwerken in zijn en worden gemaakt die tonen ‘hoe het voelt een mens te zijn’? Er mag dan geen vooruitgang bestaan in de kunst, er is grote vooruitgang geboekt in de tv-dramakunst. Internationaal en bij ons.

Van dat laatste werd ik me extra bewust omdat ik in de jury voor de Lira-prijs 2017 mocht zitten, voortaan vernoemd naar Kees Holierhoek (belangrijk tv-scenarist in de jaren zestig t/m tachtig, daarna oprichter en bestuurder van auteursrechtenorganisatie Lira). Alle drama tussen 2013 en eind 2016 dong mee. Het bleek een verbluffende lijst van 220 titels, variërend van tien-minuten-filmpjes in de NTR-reeks Kort! tot ‘eeuwigdurende’ series. Belangrijker nog was dat de jury na eerste schifting tot een shortlist van 36(!) kwam. Daarbij ook nog eens vaststellend dat het merendeel van de 184 niet-genomineerden ‘well-made’ was. Weinig troep dus. Televisiedrama is een volwassen industrie geworden, waarvan het merendeel van de producten ‘ambachtelijk bereid’ is, en waarvan een deel het respectabele niveau van de ‘artisan’ overstijgt om ‘art’ te worden. Een genomineerde vertelde me dat tegenwoordig aan studenten op de Filmacademie wordt gevraagd welke ‘producties’ hen inspireerden, terwijl vroeger louter naar ‘speelfilms’ werd gevraagd. Terecht natuurlijk, want die jonkies hebben me toch een vracht meesterlijke series kunnen zien, in ‘hun’ tijd gemaakt. En voor de historisch geïnteresseerden onder hen ligt er helemaal een mer à boire: van de VS (Mary Hartman, Twin Peaks, Sopranos en The Wire) tot Europa (Scènes uit een huwelijk, The Singing Detective, Heimat, Die Manns: Ein Jahrhundertroman). Er wordt minder gelezen, ook door mij, en dat kun je niet uitsluitend ‘verlies’ noemen als daar deels visuele meesterwerken voor in de plaats zijn gekomen.

Medium schermafbeelding 2017 11 09 om 14.10.26
Snacken, David Lammers (2004)

Maar waarom alleen buitenlandse voorbeelden? Alleen al in de reeks van tachtig single plays die onder de malle noemer One Night Stand door NTR, Vara en VPRO zijn gemaakt zit een aantal uitgesproken juwelen. Geen dikke romans, maar ‘novellen’ van veertig tot vijftig minuten. Ik mocht ooit een werkgroep ‘Nederlands tv-drama’ op de Filmacademie geven. De kennis van het repertoire was beperkt en betrof dan nog vooral langlopende series. Ik liet een juweeltje in zijn geheel zien: Snacken (2004) van David Lammers.

Eén student kende het, voor anderen was het een fijne ontdekking of ‘te veel arthouse’. Ik heb makkelijk praten: tv-drama werd mijn hobby, ik schreef over veel en zag nog veel meer. Je kunt van jongeren niet verwachten dat ze die almaar groeiende berg kennen. Maar soms betreur ik het dat veel indrukwekkend tv-werk niet onderdeel van een canon wordt, zoals dat wel gebeurt met speelfilm.

Diezelfde genomineerde (het was Jaap van Heusden, die de prachtige Telefilm De nieuwe wereld regisseerde en samen met Rogier de Bok schreef) wees me trouwens op iets dat je gerust ‘onrecht’ mag noemen. Speelfilms (dus ook speelfilmlange tv-films) moeten het vooral van internationale festivals hebben, die er legio zijn. Daar worden ze in veel bredere kring bekeken en maken ze kans op erkenning en soms vertoning elders. Zoals De nieuwe wereld, die Bianca Krijgsman zelfs een Emmy opleverde voor haar geweldige rol van schoonmaakster in het asielzoekerscentrum op Schiphol. Ook voor echt korte films is er een flink aantal festivals. Maar voor middellange films in het format van One Night Stand, Duivelse dilemma’s (Human) en Van God los (BNN-VARA) bestaat er geen één. Wat betekent dat die zelden of nooit verder komen dan eenmalige vertoning in eigen land. Jammer. Van de 36 producties op de shortlist voor de Lira-prijs hadden er elf die lengte (negenmaal One Night Stand, eenmaal Duivelse dilemma’s, eenmaal Van God los!). Kortom, een genre dat niet op festivals en in bioscopen draait, maar waarin regelmatig topdrama is te zien.

Enfin, de eerste Kees Holierhoek Scenarioprijs ging naar Franky Ribbens voor Hollands hoop. Zelden een zo verblufte en sprakeloze winnaar gezien. Van huis uit is Ribbens acteur, maar dit viel niet te spelen. Daardoor juist was het een indrukwekkende scène. En de middag was toch al zo mooi begonnen dankzij de Lira-lezing van Barbara Machin, scenarist van onder veel meer de BBC-ziekenhuisserie Casualty en de politieserie Waking the Dead (bij ons door de KRO uitgezonden). Ook zij benadrukte het belang van erkenning voor het scenario als ruggengraat van alle drama. En het belang van ‘de authentieke stem’ van de auteur – waar ook Plater en Dennis Potter altijd op hamerden, tegen een te zwaar gewicht van formuledrama en van omroep- en zenderbelangen in. En zowaar refereerde ze aan haar voorganger Alan Plater die zei: ‘Als je jezelf schrijver noemt, verlies je je onschuld, want alles wordt materiaal – ook de gebeurtenissen en personen in je naaste omgeving.’ Een zaal vol scenaristen lachte, besmuikt en hartelijk ineen.

Plater besloot die eerste lezing met een jeugdherinnering – of liever een schatkist vol. Zijn grootouders hadden achter hun arbeidershuisje een binnenplaatsje. Daar zaten ze vaak, met familie, buren, vrienden. En vertelden elkaar verhalen ‘over alles’: oorlog, vrede, katten, honden, voetbal, werkloosheid, wel en wee. ‘Vaak heb ik het idee dat het merendeel van wat ik heb geschreven een hervertelling was – met variaties – van wat ik daar toen hoorde.’ En dan zet hij hoog in: ‘Ook denk ik dat de juiste, fatsoenlijke toekomst voor de wereldtelevisie dient te berusten op de heel eenvoudige gedachte dat ik u de verhalen van mijn achterplaatsje moet vertellen en u mij die van het uwe. (…) We beloven allemaal te luisteren. Dat is veel beter dan elkaar te lijf te gaan, en het is de beste kans op redding van onze planeet.’

Zo ambitieus eindigde nooit meer een lezing over tv-drama. Begrijpelijk. Maar tegen cynisch grijnzen in: Plater geloofde in de humaniserende mogelijkheden van verhalen, van televisie, van kunst. ‘Hoe het voelt mens te zijn’ behelsde voor hem ook ‘Mensch te zijn’. Ach, tv-drama als beschavingsinstrument. Wat een achterhaald, maar prachtig verlangen. En soms komen ze er nog bij in de buurt ook, die scenaristen en andere dramamakers – ook, of juist, als ze er niet nadrukkelijk op uit zijn. Als druppels wijn in de oceaan.


David Lammers, Snacken, One Night Stand. Jaap van Heusden, Rogier de Bok, De nieuwe wereld, Telefilm. Dana Nechushtan, Franky Ribbens, Hollands hoop, tweede reeks, BNN/VARA + NTR, zaterdags, NPO 2, 20.25 uur.