Hoe hoort het eigenlijk?

Opgegroeid tussen ‘40 en '60 ervoer ik Van Ussels proefschrift over het 'seksueel probleem’ (1968) als een openbaring. Wat individuele sores leek, bleek te passen in een brede historische ontwikkeling: Norbert Elias’ civilisatieproces. Die theorie zal omstreden zijn maar toenemende beheersing van de drifthuishouding en de ontwikkeling van ‘time-perspective’ vormen onmiskenbaar pijlers van de burgerlijke maatschappij.

Inperking van seksuele driften was daar slechts een onderdeel van. Van Ussel relativeerde de rol van religie: weliswaar is het christendom ‘antiseksueel’, maar dat aspect van de ideologie werd eeuwen vergeefs door de Moederkerk uitgedragen. Pas met de opkomst van burgerij en kapitalisme kreeg 'het antiseksuele’ voet aan de grond. Wat voor mij begrijpelijk maakte waarom ook in ons heidense gezin de moraal puriteins was. (Overigens schoot Van Ussel daarin door - wij sociaal-democraten waren naast 'verburgerlijkt’ toch ook 'calvinist’.)
Van Ussels boek gaf een zetje mee in de richting van een veranderende moraal. In de plaats van 'gedraag je’ kwam 'wees jezelf’, en dat 'zelf’ gooide de remmen op veel terreinen los. Waarbij, ten aanzien van het seksuele, het effect van welvaart, urbanisatie en 'de pil’ uiteraard beduidend groter was dan dat van een proefschrift.
Het 'beschavingsproces’ bleek evenwel geen rechtlijnige ontwikkeling: eenmaal het keerpunt voorbij werd in hoog tempo los wat vast had gezeten. Moraalridders noemden het achteruitgang - maar het was vooral vooruitgang en bevrijding van de kleinburgerlijke moraal die verstikte.
De televisie speelde in dat alles een rol: in de politiek maakte 'heeft Excellentie een goede reis genoten?’ plaats voor kritische vragen over het gezag. Op ander terrein ging Phil Bloom bloot en markeerde Joop van Tijns 'neuken’ in Vara’s voorlichtingsprogramma het begin van nieuwe openheid.
Nog altijd heeft televisie invloed op onze 'manieren’, van politiek tot slaapkamer. Pieter Storms waart als Robin Hood tierend rond in bedrijfsleven en raadhuis: strategisch ingezette verminderde zelfbeheersing. Fréquin roept kinderlokker en stalker ter verantwoording met dezelfde pijl en boog. En Fons van Westerloo koopt belazerd geacteerde natte dromen aan en schopt het daarmee tot 'omroepman van het jaar’. Natuurlijk zijn de heren ook een afspiegeling van maatschappelijke ontwikkelingen: Storms is óók een variant op de cliënt die de ambtenaar door zijn loket sleurt.
Het verborgene wordt openbaar. Wat stil was werd luid, wat beheerst was ongeremd. In zekere zin bevrijdend. Maar soms verlang ik naar een nieuw beschavingsoffensief waarin de vraag aan de orde komt: 'Hoe hoort het eigenlijk?’ Een programma onder die titel van Menno Buch en Theo van Gogh wakkerde dat verlangen aan. Zij bezochten de set van een pornofilm met zwoegende jongelui in actie waarbij Buch acteerde: 'Dit is normaal want des mensen’, en Van Gogh: 'Maar er moet toch iets meer zijn?’ Cynisme in het kwadraat, want Buch minacht blijkens interviews mensen juist vanwege dat 'al te menselijke’, terwijl Van Goghs roep om intimiteit niet bepaald overtuigend klinkt. Maar al zou die gemeend zijn: de context maakt hem tot leugen. Een interview met een non over kuisheid werd zonder overgang gevolgd door een recht-voor-z'n-raap neukpartij - indirecte verkrachting van die vrouw die hen in haar kerk openhartig te woord stond. 'Er zijn geen grenzen’, brullen zij. 'Die zijn er wel’, zeg ik. 'Schijnheilige Spitzburger’, roepen zij. 'Klootzakken’, mompel ik. Machteloos. Ze maken liefdeloze televisie voor volk dat ze minachten. Voor roem (Buch) en poen (Van Gogh). Hier is vrijheid niets meer dan handel.