Tijdens een gesprek met de bank draaien mijn gedachten weg en probeer ik me ineens te herinneren hoe Mark Rietmans personage in Oud geld ook al weer heette. Kik? Puck?

Overigens hebben we het over annuïteiten versus lineair. Serieuze business. De mevrouw van de bank zegt dat ik even een paar dingen moet opzoeken, maar ha, dat heb ik al gedaan, en ik noem uit mijn hoofd de precieze bedragen.

‘Netjes’, zegt ze.

‘Hoe ik het doe?’ zeg ik, trek een wenkbrauw op en probeer zo hemeltergend zelftevreden mogelijk te kijken.

Niemand lacht, terwijl het toch écht een heel leuke grap is.

Wat ik me nog herinner van Oud geld is dat de patriarch in Oud geld ‘Splinter’ werd genoemd, en dat hij een imponerende manier had van ‘loyaliteit’ uitspreken, die hij voor zijn gevoel te weinig kreeg van zijn kinderen. Niet loi-jaliteit, maar lwah-jaliteit. A voice full of money, zou de grote Gatsby dat noemen.

Kiet! Mark Rietman heette Kiet!

Oké, misschien moet je maar net snappen dat ‘Hoe ik het doe?’ de uitsmijter is van Mark Rietmans reclames voor een Nederlandse bank. Mark Rietman rijdt in een cabrio, Mark Rietman gaat met oude vrienden eten bij een château, Mark Rietman doet even iets op zijn telefoon, verschuift wat geld van de ene naar de andere rekening, en koopt een jacht. Daarna die blik in de camera. De blik die zegt: dit is mijn wereld, ik heb de sleutel, er zijn geen geheimen. ‘Hoe ik het doe?’ zegt hij net te zelftevreden. En dan het logo van zijn bank – die trouwens door de overheid overeind gehouden moest worden.

Dat acteurs in reclames spelen is niks om op neer te kijken – zulke klussen betalen hun hypotheek een stuk sneller dan die ene goede filmrol per jaar. Hoe ze het doen? Zo dus.

Is er dan geen plek meer ter wereld waar je niet op genderrolpatronen wordt aangesproken?

Doorgaans zijn er twee modi voor acteurs in reclames. In de eerste speel je een raar typetje, waardoor de kritische kijker hooguit denkt: oef, wat doe die-en-die gênant commercieel. Maar als de kijker je dan weer ziet op een podium of in een film is dat rare typetje ver weg en neemt hij je weer serieus.

De tweede modus is dat je iemand speelt die dicht bij je staat. Dat is gevaarlijker. Want dan voelt de rol wellicht minder commercieel aan, authentieker. Maar kan de kijker dan het verschil nog zien tussen jou en je personage? Als George Clooney charmant doet in een film ruikt het al snel naar koffie. Frank Lammers komt over als een gezellige Brabantse jongen en hij speelt in de supermarktreclames een nog gezelligere, nog Brabantsere jongen die een oranje cape draagt tijdens het EK. Maar als je dan met een extra gepijnigde blik in een talkshow Ne me quitte pas zingt, kun je niet klagen als de helft van je publiek aan afgeprijsde barbecuesauzen denkt.

Hier is iets anders aan de hand. Mark Rietman speelt de laatste twintig jaar vooral mannen die ten onder gaan aan hun geldzucht, hun machtsdromen, hun honger. Soms speelt hij ze neurotisch, angstig (die arme Kiet), soms speelt hij ze als natuurverschijnselen die de zuurstof uit een ruimte drukken. Nu speelt hij in commercials deze bankbal en denk ik steeds als ik ze zie: hè, wat, is dit een meta-kritische knipoog naar zijn andere rollen, hij weet toch beter dan dit?

Ik haal vliegtuigen uit elkaar, zegt Rietmans personage in een van die reclames. En hij zegt het op een manier alsof hij denkt dat hij dat daadwerkelijk zelf doet, terwijl je weet: hij doet niks. Hij verstuurt een mail, en ergens in Polen moeten mannen met lasapparaten en versleten ruggen aan de gang.

Omdat ik me niet kan inhouden heb ik dit inmiddels allemaal uitgelegd aan de mevrouw van de bank. Ze haalt haar schouders op: ‘Het is gewoon zo’n mannetje. Ik ben een vrouw. Ik hoef me niet tot hem te verhouden.’

Is er dan geen plek meer ter wereld waar je niet op genderrolpatronen wordt aangesproken?

Afgelopen week maakte cultureel twitterend Nederland zich druk om een gelikte reclame waarvan ik dacht dat hij van Suitsupply was. Maar in de suit bleek Lorenzo Viotti te zitten, de nieuwe chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Hij bokste, skateboardde, zwom, deed parkours, at pasta, genoot van zijn status als mooiboy, zei ijle dingen over kunst en poëzie.

Met elke reclame moet je je afvragen: wie is de doelgroep? Het Nederlands Philharmonisch Orkest heeft zijn vaste publiek, maar het zoekt al jaren een ander, jonger publiek. Daaruit komt dit dilemma nu voort: dat de reclame zo nadrukkelijk gericht is op mensen die blijkbaar niet genoeg van cultuur houden om er naartoe te gaan zonder die pasta-skateboard-mooiboy-lifestyle, waardoor de mensen die wél genoeg van cultuur houden opeens dat skateboard opgedrongen krijgen. Wat die reclame tegen de vaste gasten zegt is: we willen graag andere mensen dan u in de zaal. Maar neem ons wel even op in uw testament a.u.b.

Dat is wat er denk ik zo vreselijk aan reclames is. Dat jij zo vaak niet de doelgroep bent. Oftewel het drama van het menselijk bestaan: dat er allemaal andere mensen zijn dan jij.