Videoverzoening in de voormalige Joegoslavische republieken

Hoe is het met je, klootzak?

Op 7 april wordt in alle voormalige Joegoslavische republieken gelijktijdig de eerste aflevering van Videobrieven uitgezonden, een project van de documentairemakers Katarina Rejger en Eric van den Broek. Oude bekenden komen na jaren van vijandschap weer met elkaar in contact.

Samir school al wekenlang in zijn kelder. Buiten heerste een Servische sluipschutter die met grote precisie iedereen doodde die hij de moeite waard vond om een kogel aan te besteden. Samir had er genoeg van om als een beest opgesloten te zitten. Dat zijn beste vriend, een Bosnische Serviër, niets ondernam om de schoften te stoppen die hem en de zijnen beschoten alleen omdat ze Moslim waren, dreef hem tot waanzin. Samir klom op het dak van zijn huis, spreidde zijn armen en schreeuwde: «Doe het dan klootzak, schiet me dood, kom op!» Er gebeurde niets. Hij stond er twee, drie uur misschien. Toen hij weer in zijn kelder zat, begon de sniper weer te schieten.

Toen Samir meer dan acht jaar geleden zijn verhaal vertelde aan de Nederlandse televisie- en documentairemakers Eric van den Broek en Katarina Rejger was het wonder van de stakende sluipschutter maar een bijzaak. Het ging hem om zijn Servische vriend, zijn allerbeste makker die hem zo in de steek had gelaten. «Heb je hem na de oorlog ooit geprobeerd op te zoeken», vroegen Rejger en Van den Broek hem. «Heb je hem gevraagd waaróm hij niks voor je deed? Zat hij zelf niet in de problemen? Misschien heeft hij de hele oorlog aan je gedacht, maar kon hij je niet bereiken?» Samir keek ze aan alsof hij water zag branden. Die gedachten waren nooit bij hem opgekomen.

Het was de zoveelste keer dat de Nederlanders werden geconfronteerd met de enorme kraters die de Joegoslavische burgeroorlogen hebben geslagen in vriendschappen en liefdes. Diepten die in de ogen van een in vrede levende Hollander toch overbrugbaar moeten zijn. Maar de ijzeren oorlogslogica van haat, verdriet, cynisme en conspiratietheorieën heeft Joegoslavië gespleten in vijf verschillende continenten met nauwelijks onderlinge verbindingen. Mensen zijn goede vrienden uit het oog verloren omdat ze opeens Kroaat, Moslim of Serf bleken, zonder dat dit in de vriendschap ooit een rol had gespeeld. Sterker nog, veel Joegoslaven waren zich nauwelijks bewust van hun etniciteit. Totdat het zaaien van de haat begon en het er opeens toe deed wie je voor ouders waren en welk «bloed» je had.

De oorlog van het Joegoslavische Volksleger tegen Slovenië in 1991 was nog beperkt. Maar al snel raasde het geweld over Kroatië en Bosnië. Ongeremd, met moordpartijen, concentratiekampen en artilleriebeschietingen op burgerdoelen. In Kosovo barstte het in 1997 los. Macedonië was in 2000 aan de beurt. Servië werd in 1999 maandenlang gebombardeerd door de Navo en het scheelde weinig of ook Serven en Montenegrijnen waren elkaar naar de strot gevlogen. Er vielen bijna driehonderdduizend doden in het voormalige Joegoslavië en miljoenen mensen sloegen op de vlucht.

In 1997, twee jaar na het einde van de oorlogen in Kroatië en Bosnië, kwamen Rejger en Van den Broek letterlijk tussen twee van die continenten in te staan. Ze vertrokken ’s avonds vanuit het Moslim-gedeelte van Sarajevo naar de Bosnisch-Servische Republika Srpska, met een taxi. Bij café Dayton, net buiten Sarajevo, stopte de moslimchauffeur zonder duidelijke reden. «Dit is de grens», zei hij, «vanaf hier zijn jullie in handen van mijn Servische collega’s.» Er stond al een Servische taxi te wachten. De Servische taxichauffeur deed onderweg zijn passagiers de hele oorlogsgeschiedenis vanuit het Servische perspectief uit de doeken, onderwijl op zijn stuur rammend om zijn verhaal kracht bij te zetten. Even tevoren had de moslimchauffeur hetzelfde gedaan, maar dan vanuit zijn eigen etnische optiek. Een paar dagen later hoorden Rejger en Van den Broek dat een moslimtaxichauffeur was doodgeschoten in het Servische gedeelte van Sarajevo en dat de Serven de overdracht van zijn lichaam tegenhielden, om te pesten. Rejger had nog het visitekaartje van de Servische chauffeur die hen een paar dagen eerder had vervoerd vanaf de etnische grens. «Ik kan je niet te woord staan», zei hij door de telefoon, «er is een collega vermoord door bandieten. We staan bij het ziekenhuis te wachten totdat ze zijn lichaam vrijgeven. Er wordt nu autopsie verricht. Daarna dragen we hem zo snel mogelijk over.» Katarina Rejger: «Er kwam een colonne van tachtig taxi’s vanaf de Servische kant aanrijden. Ze werden opgewacht door een colonne moslimtaxi’s. Ik zal het moment nooit vergeten. De leider van de Servische colonne en zijn moslimcollega staan tegenover elkaar op die denkbeeldige grens. De Serf zegt: ‹Wij geven onze collega aan jullie over. Ik hoop dat er een dag komt dat jij en ik over deze lijn kunnen stappen. Tot die tijd, doe de groeten aan zijn vader. Hij was mijn beste vriend.› Toen dacht ik: dit is ongelooflijk. Niemand weet dit. Iemand moet ze vertellen dat die geruchten niet kloppen.»

Tijdens hun reizen door de ex-republieken van Joegoslavië – ze maakten er zeven documentaires – bleven Rejger en Van den Broek geconfronteerd worden met communicatiestoornissen en nieuwsgierige vragen naar het wedervaren van degenen die een paar jaar eerder nog de vijand waren.

Na een van hun reizen werd het idee geboren om door middel van videobrieven oude bekenden weer met elkaar in contact te laten komen. Dat zou hun de gelegenheid geven uit te leggen waarom ze elkaar zo lang niet hadden willen of kunnen zien. Rejger en Van den Broek zouden zo hun filmtalent kunnen gebruiken om bij te dragen aan begrip en verzoening en bovendien zou het wel eens indringende documentaires kunnen opleveren. De makers verlegden hun werkterrein nu volledig naar de Balkan en trokken jarenlang rond. Wie dat wilde kreeg de kans met een klein cameraatje een videoboodschap op te nemen die door Rejger en Van den Broek werd bezorgd bij de verloren vriend. Die kon met een eigen vi deo brief reageren. Het hele proces, inclusief de zoektocht, werd steeds op camera vastgelegd.

Na zeven jaar filmen is nu een serie van twintig afleveringen gereed. Het is een ontluisterende aaneenschakeling geworden van verdriet, bezinning en vaak – niet altijd – weerzien. Ontluisterend omdat duidelijk wordt hoe waanzinnig de oorlogen waren. Keer op keer registreren Rejger en Van den Broek de verbijstering bij de oude vrienden over de onderlinge verwijdering. De oorlogsgekte wordt teruggebracht tot menselijk formaat en lost vervolgens langzaam op. Soms zie je de gefilmden zich afvragen waarom er in vredesnaam gevochten werd. In een van de afleveringen stuurt een Servische familie een bericht aan de Kroatische familie waarmee ze jarenlang gezamenlijk vakantie vierden. «Als je stad gebombardeerd wordt, word je zo boos dat je van Joegoslaaf nationalist wordt en gaat vechten tegen degenen met wie je ooit wilde leven», zegt de Kroatische vader. Over de Servische misdaden zegt de Servische vader: «Het duurde lang voordat ik het allemaal wilde geloven, maar ze hebben alle reden om ons te haten.» Ivica, de Kroatische zoon, noemt de oorlog «bizar, ridicuul en zó stupide dat het eigenlijk lachwekkend was.» Het zijn stuk voor stuk uitspraken die je bepaald niet dagelijks op de televisie ziet in Kroatië en Servië.

Katarina Rejger en Eric van den Broek hebben niet de illusie dat zij de wonden kunnen laten helen. Werkelijke verzoening kan alleen komen van de mensen zelf. «Wij willen vooral het zwijgen doorbreken», zegt Rejger. «Anders gebeurt het opnieuw», zegt Van den Broek.

Toen Tito na de Tweede Wereldoorlog een communistische heerschappij vestigde in Joegoslavië werd er gezwegen over de bloedbaden die de verschillende volkeren hadden aangericht. De Servische cetnici, de Kroatische ustasje, het Waffen-SS-bataljon Skanderbeg gevormd door Albanezen: het was allemaal taboe. Tito’s communistische partizanen hadden het land bevrijd van Duitsers en Italianen, de broederschap tussen de volkeren van de Zuid-Balkan was voor eeuwig hersteld, zo luidde de officiële geschiedenis. Wie hardop sprak over de terreur van de partizanen, over hoe fascistische ustasje Serven en Moslims vermoordden of hoe cetnici al net zo bruut te werk gingen, riskeerde opgesloten te worden in Tito’s beruchte martelkamp Goli Otok. Dus werd er gefluisterd achter gesloten deuren.

De wreedheden werden onderdrukte angstverhalen in de hoofden van kleine kinderen. En juist die generatie bleek ontvankelijk voor de etnische haat die door nationalistische politici en hun tv-kanalen aan het einde van het communistische tijdperk werd gezaaid. Het deksel werd weggerukt, de grofste geschiedenissen kwamen op radio en televisie. Vijftig jaar angst overspoelde het land. Het resultaat – aanval is de beste verdediging – was opnieuw oorlog en wreedheid. Eric van den Broek: «En daarover wordt nu wéér gezwegen. Joegoslaven van verschillende nationaliteiten vertellen elkaar niet wat ze hebben meegemaakt, ze geven hun misdaden niet toe.»

Tien jaar na het einde van de strijd in Bosnië en Kroatië verzwijgen veel mensen nog steeds hun eigen verantwoordelijkheid: meevechten, het stemmen op extremisten, bloemen leggen op een tank, bijdragen aan de oorlogspsychose. Er groeien weer angstaanjagende complottheorieën, net als onder Tito. Katarina Rejger: «Het berechten van oorlogsmisdadigers door het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag is niet genoeg. Joegoslavië heeft óók een waarheidscommissie nodig, net als in Zuid-Afrika na de apartheid.»

Misschien kan Videobrieven die waarheidscommissie zijn. Het is Rejger en Van den Broek gelukt Videobrieven te verheffen tot een grootschalig verzoeningsproject. Vorig jaar april presenteerden ze hun werk op een bijeenkomst in Slovenië van directeuren van de publieke omroepen uit Slovenië, Kroatië, Bosnië, Macedonië, Kosovo, Servië en Montenegro. Aanvankelijk waren ze sceptisch, maar nadat ze het materiaal hadden gezien was iedereen onder de indruk en velen in tranen. Het resultaat: op 7 april zal in alle voormalige Joegoslavische republieken gelijktijdig de eerste aflevering van Videobrieven worden uitgezonden. Het is voor het eerst sinds de oorlogen dat alle voormalig Joegoslaven weer even verenigd zijn. Alle publieke omroepen gaan wekelijks de serie uitzenden. Ook de Servische en de Kroatische omroepen, die na de emotionele bijeenkomst in Slovenië toch weer allerlei beren op de weg zagen. Dat is een enorme overwinning in het zwijgzame, nog altijd van nationalistische sentimenten doortrokken naoorlogse bestel van beide landen.

In radiotalkshows en op de Videoletters- website kunnen mensen reageren. De website is uitgerust met een speciale zoekmachine die ex-Joegoslaven kan helpen elkaar terug te vinden. Op de site kunnen ook videobrieven geplaatst worden. Mensen kunnen op verschillende plekken terecht om een boodschap op te nemen. Vanaf mei gaan bovendien bussen met opnameapparatuur de gebieden van ex-Joegoslavië doorkruisen om nog meer mensen in staat te stellen videoboodschappen te verzenden.

Niemand weet wat er gebeurt als in heel voormalig Joegoslavië mensen worden geconfronteerd met de pijnlijke oorlogsgeschiedenissen van mensen die hun buren hadden kunnen zijn. Komt er politiek protest? Krijgt de serie bijval? Gaan mensen elkaar opzoeken? Behoefte aan waarheid, verschoning en verzoening is er zeker op individueel niveau. Katarina Rejger: «Zo veel mensen worden nog steeds gillend wakker, zowel daders als slachtoffers.»

Vanaf 2 april is de website van Videoletters (www.videoletters.net) actief. Op 7 april zal het eerste deel van de serie in heel voormalig Joegoslavië op de tv te zien zijn