Hoe je verlies te verwerken

JAMES AGEE
EEN STERFGEVAL IN DE FAMILIE
Vertaald door Nele Ysebaert. G.A. van Oorschot, 409 blz., € 22,50

In het crisisjaar 1936 werkte James Agee (1909-1955) bij het liberale blad Fortune, werk ‘als in een hoerenkast’. Samen met de fotograaf Walker Evans kreeg hij de opdracht een reportage te maken over straatarme deelpachters in Alabama. Evans en Agee wilden er geen haastklus om den brode van maken. Daarom maakten ze er veel werk van om zich in het barre dagelijks bestaan van een paar pachtersfamilies in te leven. Ze verslikten zich in de opdracht, die uitdijde tot een indrukwekkende fotoserie met een tekst van meer dan vierhonderd pagina’s die na tegenwerking van Fortune in het oorlogsjaar 1941 werd gepubliceerd, onder de titel Let Us Now Praise Famous Men.
Agee concentreerde zich minder op de katoenpluk dan op de weergave van het dagelijks overleven. Hij heeft bijvoorbeeld meer dan honderd bladzijden nodig om de povere huisvesting van een pachtersgezin te beschrijven. Hij wil getuige zijn van dingen die in feite geen mens mag zien. Zijn drijfveer? Te laten zien hoe een menselijk schepsel ‘van alle kanten wordt overspoeld, bestookt, doorboord en verpletterd, ieder moment, iedere dag, ieder jaar in zijn bewuste bestaan, door die fantastische hagel van objecten, vormen, geesten (…) om hem heen, ingenomen door zijn zintuigen: wij moeten ze (…) benoemen met de meest onbeperkte, perfecte en exacte precisie.’ Hier is geen woord van overdreven. Laat ons nu vermaarde mannen prijzen is een verbeeldingsvolle, uitputtende beschrijving van een bestaan in crisis. Alleen het detail is heilig en kan inzicht bieden. En inzicht is een wapen ‘tegen het bombardement van de wereld’.
In 1936 begon Agee ook aan een roman: A Death in the Family. Ook die opdracht, aan zichzelf, liep uit de hand. Tot aan zijn dood bleef hij werken aan dit sterk autobiografische boek, over de dood van zijn vader. Maar het kwam niet af. Interessant is dat de onvoltooide versie die in 1957 uitkwam sterk afwijkt van de opnieuw geredigeerde editie uit 2007. Vooral de proloog, in de vorm van een droom of nachtmerrie, is een grote verrassing. Daarin keert een oudere man halverwege de twintigste eeuw terug naar Knoxville, Oost-Tennessee. Hij is getuige van een vechtpartij waarbij een dode valt. Die dode, die snel tot ontbinding overgaat, wordt door de teruggekeerde man begraven. In wezen is het zijn vader, die hij opnieuw begraaft. De afwezigheid van de vader heeft het leven van de zoon getekend. Het verhaal dat volgt – terug in de tijd naar 1916 toen zijn vader verongelukte in een Ford-T – is zowel een nauwgezet rouwverhaal als een hommage aan die man ‘uit de wildernis’, een boerenzoon die boven zijn beperkte bestaan uit wilde stijgen, een eenzame man wiens aanwezigheid ‘een stille maar haast onverdraaglijke kracht’ was. Agee’s aanpak is dezelfde als in Laat ons nu vermaarde mannen prijzen: de alledaagse vormen van heiligheid, de rituelen en de allerkleinste bijzonderheden krijgen allemaal een plaats. Agee is de meester van het langdurig inzoomen.
De vader-zoonroman begint als de kleine Rufus (de tweede voornaam van Agee) amper twee is en hij in zijn bed om vader roept. Jay Agee komt en zingt liedjes met zijn zoontje. Dankzij een subtiel verspringend perspectief krijgt de lezer een beeld van de breekbare verhouding tussen vader en zoon. De overbezorgde, diepgelovige moeder zorgt ervoor dat er vanaf het begin een doem boven het verhaal hangt. Zij heeft een voorgevoel van naderend onheil. Als het echtpaar Agee wikt en weegt en aarzelt over de aankoop van een Ford-T is er geen ontkomen aan: de nieuwe auto zal hel en verdoemenis brengen. Rufus wordt overal buiten gehouden, dat wil zeggen zijn moeder probeert de grote boze wereld ver van hem vandaan te houden. Zij laat hem hangen in onnozelheid. Als ze zwanger is brengt ze hem niet op de hoogte. Overal wordt hij buiten gehouden. A Death in the Family is een poging achteraf om weer binnen te dringen in een wereld die nooit meer terugkomt, een bestaan waarin zijn vader nog leeft. ‘Alles wat er gebeurt is dat je nooit krijgt waar je achterheen ging, en nooit meer terug kunt naar waar je vandaan komt.’
Kinderen werden vroeger ver van de dood vandaan gehouden. Die werd weggemoffeld. Hoe dan je verlies te verwerken? En het geloof (‘dat onwelriekende moeras van godvrucht’ zegt een familielid) kan dan wel een steun zijn voor moeder Agee, anderen hebben last van de hypocrisie van een pastoor die recht in de leer is en meer letter dan medelevende geest. Dat is allemaal zeer uitgebreid maar uiterst nauwgezet en fascinerend beschreven in dit meesterwerk. Agee roept een kinderwereld op die zich zeer wankel verhoudt tot het grotemensenbestaan. ‘God is hier niet’, zegt tante Jessie in een van haar onbewaakte ogenblikken als ze moeder Agee bijstaat in de verwerking van het nieuws dat haar man de macht over het stuur van zijn T-Ford is kwijtgeraakt. Hoe zonder God de vader dan de dood te begrijpen? Misschien door alles rond die dood – het verkeersongeluk – zo minutieus te reconstrueren dat er een glimp van inzicht ontstaat. Als je je van de omstandigheden, van alle details op de hoogte hebt gesteld, is dat een houvast, een begin van inzicht, ‘het enige medicijn, het enige instrument dat vormgeeft of vorm kan geven aan vrijheid, gezondheid en genot, in het individu en in het hele volk’ (Laat ons nu vermaarde mannen prijzen).
James Agee was een waakzame waarnemer van eigen en andermans leven, met een voorkeur voor de schlemielen die Charlie Chaplin speelde, aan wie hij in Een sterfgeval in de familie een paar prachtige pagina’s wijdt. Het gaat uiteindelijk niet om artistieke/politieke afzijdigheid of partijdigheid. Alleen de kracht van het geheugen en van de verbeelding kan enige vooruitgang brengen.